INTERVIEWMerlijn Kamerling

Merlijn Kamerling over zijn vader Antonie: ‘Voor veel mensen was hij een idool, ik schaamde me juist voor hem’

Beeld Valentina Vos

Na de zelfdoding van acteur Antonie Kamerling wilde zijn zoon Merlijn Kamerling (21) tien jaar lang niets over zijn vader weten. Tot hij besloot op zoek te gaan naar wie zijn vader eigenlijk was. ‘Het was een opluchting om te horen dat mijn vader net zo zoekende en onzeker was als ik.’

Op de keukentafel lag een briefje. ‘Bel de politie, zoek me niet. Zoiets stond erop’, vertelt Merlijn Kamerling terwijl hij een slokje van zijn water neemt.

Het is dan 6 oktober 2010.

Zijn moeder, Isa Hoes, belt 112 en zegt tegen haar zoon dat hij naar een vriendje moet gaan en diens vader, die politieman is, moet sturen.

‘Wat ga jij dan doen?’, vraagt het 11-jarige jochie. ‘Ik ga er alles aan doen om papa te redden’, zegt ze. 

‘Ik ben naar dat vriendje toe gerend, en toen ik weer terugkwam, stond het voor ons huis vol met politie en ambulance’, vertelt Merlijn, tien jaar later, in het Amsterdamse College Hotel. Zijn hand beeft een beetje als hij door zijn donkere haar strijkt.

‘Die flitsen staan in mijn geheugen gegrift’, vertelt hij. ‘Als ik terugdenk aan die dag, zie ik eigenlijk alleen maar blauwe zwaailichten.’

Als zijn moeder hem bij terugkomst ineens ziet staan in de deuropening van de keuken, realiseert ze zich dat haar zoon nog van niks weet. Ze beseft hoe ze hem kort daarvoor nog beloofde er alles aan te doen om zijn vader te redden, maar ze kon niks meer voor hem doen.

‘Och schat, je weet het nog niet’, zegt ze tegen hem. ‘Papa is dood.’

Merlijn stort zich in haar armen, terwijl de politiemensen en mannen in witte pakken hun huis omdopen tot plaats delict.

Merlijn: ‘Ik heb echt keihard gehuild.’

Merlijn Kamerling: ‘Ik denk dat ik alle herinneringen aan die dag nog steeds een beetje weg probeer te stoppen.’Beeld Valentina Vos

Begreep je meteen dat je vader het zelf had gedaan?

‘Dat weet ik eigenlijk niet... Gek. Je stelt een heel goede vraag, waar ik gewoon geen antwoord op heb. Ik denk dat ik alle herinneringen aan die dag nog steeds een beetje weg probeer te stoppen. Misschien dat ik een keer EMDR-therapie moet doen om ze terug te halen. Ik heb daar wel over nagedacht voor mijn boek Nu ik je zie, waarin ik op zoek ga naar wie mijn vader was. Maar zo’n sessie was daarvoor niet nodig, dus toen dacht ik: dan stel ik dat nog even lekker uit. Ik hoef niet alles in één keer te doen. Ik weet nog wel dat ik eerder die dag golfles had. In de auto op weg naar huis probeerde mijn moeder steeds mijn vader te bellen, maar die nam maar niet op. Toen heeft ze me voor de eerste keer verteld dat het niet zo goed met hem ging. Daarover hadden we het eerder nooit gehad.’

In het boek vertelt Isa Hoes dat ze toevallig de dag ervoor aan zijn vaders psychiater had gevraagd wat ze met haar 11-jarige zoon kon delen. Antonie was in therapie nadat hij een paar weken eerder de zee in wilde lopen en later op het perron stond met suïcidale gedachten. Isa kreeg het advies er niets over te vertellen, maar omdat Merlijn in de auto zo doorvroeg zei ze toch: ‘Papa is heel erg ziek, daardoor voelt hij zich ongelukkig, maar dat ligt niet aan ons.’ 

Jij voelde je schuldig; je had veel liever voor je vader moeten zijn. Hij wilde vaak met je spelen maar jij wilde met je vriendjes buitenspelen. Kun je je dat nog wel herinneren?

‘Dat weet ik ook niet meer. Ik zie alleen maar blauwe flitsen. Ik denk daar iedere keer weer aan als ik ’s avonds door de stad loop en een zwaailicht zie.’

Sinds die dag waarop Nederland werd opgeschrikt door de zelfverkozen dood van de dan 44-jarige zanger en acteur Antonie Kamerling, wilde zijn zoon Merlijn het liefst niet meer over zijn vader praten en geen beelden meer zien van zijn werk. Het zorgde ervoor dat hij nauwelijks nog herinneringen had aan zijn jeugd en de relatie met zijn vader. Daarmee raakte hij ook zichzelf kwijt en wist niet wat hij aan moest met zijn leven. Na zijn havo besluit hij een tussenjaar te nemen, en nog een, het worden er uiteindelijk vier. Tot hij met de literair agent van zijn moeder praat en het idee ontstaat een boek te schrijven. Merlijn, die op dat moment nog bij zijn moeder woont, besluit over Generatie-Z te schrijven; jongeren die net als hij geboren zijn tussen 1995 en 2010 en die verlamd door alle keuzes maar moeizaam van de bank komen. Hij denkt dat het daaraan ligt dat hij niet weet wat hij met zijn leven moet. Samen met programmamaker Matthijs Kleyn maakt hij er ook de webserie Falen & opstaan over. Maar het boek komt maar niet af. Er zit hem iets in de weg. In gesprek met Kleyn komt hij erachter wat: het onverwerkte verdriet om zijn vader. Hij besluit het onderwerp van zijn boek om te gooien. In Nu ik je zie gaat hij op zoek naar zijn vader. Hij praat met zijn beste vrienden en familieleden zoals zijn oom, moeder en oma. Ook kijkt hij alle films en series met zijn vader terug, en al zijn interviews. Voor het eerst sinds tien jaar ziet en hoort hij zijn vader weer praten en bewegen. Zijn inmiddels goede vriend Kleyn helpt hem met het optekenen van zijn zoektocht.

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Zijn er door je zoektocht nieuwe herinneringen naar boven gekomen?

‘In de film De kleine blonde dood zag ik mijn vader het jongetje dat zijn zoontje speelde de kieteldood geven, samen knuffelen, lachen en kletsen. Dat zal ik ongetwijfeld ook met hem hebben gedaan, maar ik kan me dat niet meer herinneren. Sommige scènes spoelde ik even terug, in de hoop het weer naar boven kwam hoe hij dat bij mij deed, maar dat gebeurde niet. Maar andere herinneringen kwamen wel terug. Bijvoorbeeld hoe we altijd samen gingen zwemmen, en dat we heel vaak gingen voetballen in de tuin. Gelukkig, want de weinige herinneringen die ik wel had, waren niet zo leuk. Ik denk dat ik me onbewust heel erg heb gefocust op de negatieve dingen zodat ik mijn vader makkelijker van me af kon duwen. Bijvoorbeeld hoe hij in de laatste periode van zijn leven eigenlijk alleen nog maar in badjas rondliep. En dat hij me wel eens op blote voeten en in badjas naar school bracht, waar hij in de aula piano ging spelen. Dat vond ik heel vervelend, ik voelde me dan voor lul gezet. John Loudon, een vriend van mijn vader en onze oude buurman, vertelde me dat hij soms wel jaloers was op mijn vader, omdat hij zo vrij was. Dat zijn zoontje liever bij mij speelde omdat hij wist dat de papa van Merlijn alles goed vond, en het daar altijd leuk was. Zo heb ik dat zelf nooit ervaren. Dat mijn vader manisch-depressief was heb ik nooit geweten waardoor ik zijn gedrag vaak niet snapte, en hem vooral raar vond. Voor veel mensen was hij een idool, ik schaamde me juist voor hem.’

In je boek valt te lezen dat het je emotioneerde toen John je vertelde dat de kinderen op school vanwege je vader wilden overblijven, zo geweldig vonden ze het als hij in de aula piano speelde.

‘Toen John dat vertelde voelde ik me ineens heel schuldig omdat ik zoveel jaar boos op hem was geweest vanwege dat rare gedrag. Toen pas durfde ik toe te geven dat hij ook een hartstikke leuke vader was. Het is veel moeilijker een vader te verliezen die eigenlijk heel leuk was, dan een vader die heel stom was. Toen ik me dat realiseerde, voelde het alsof er een extra klap op het verlies van mijn vader kwam.’

Merlijn Kamerling: ‘Het is veel moeilijker een vader te verliezen die eigenlijk heel leuk was, dan een vader die heel stom was.’Beeld Valentina Vos

Toch schrijf je dat je de eerste twee jaar na zijn dood eigenlijk alleen maar hebt gehuild.

‘Die eerste jaren waren een zwarte wolk. Na mijn vaders overlijden zijn we naar Amsterdam verhuisd, waar ik geen vrienden had. Ik kwam op een nieuwe middelbare school, waar iedereen wist dat ik mijn vader was verloren. Ik was het kind van een beroemde zelfmoordenaar, zonder dat daarmee rekening werd gehouden. Ik denk dat dat ook wel een van de redenen is waarom ik na de havo nooit meer een opleiding heb willen doen. Het was een hel voor mij. Maar na twee jaar heb ik tegen mezelf gezegd dat ik moest stoppen met verdrietig zijn. Ik kon het niet meer aan. Alles wat met mijn vader te maken had, stopte ik vanaf dat moment weg. Er volgden jaren waarin ik onderhandelbaar was op school, ik had veel problemen met autoriteit, ging tot diep in de nacht uit, had overal baantjes waar ik ontslagen werd omdat ik niet kwam opdagen of ruziemaakte. Als ik mijn vader op de radio hoorde of hij in een film opdook, zette ik het meteen uit. Later stopte ik met praten en nadenken over mijn vader. Want wanneer ik wel aan hem dacht, nam ik het hem kwalijk dat hij ons in de steek had gelaten. Hij nam die beslissing zonder met mij, mijn zusje Vlinder en mijn moeder te overleggen. Ik kwam erachter dat iedereen me met rust liet als ik deed alsof er niks aan de hand was. Ik ging op mezelf wonen en hing vooral blowend en Netflix kijkend op de bank. Pas door gesprekken met Matthijs Kleyn kwam ik tot het inzicht dat het niet toelaten van het verdriet me tegenhield om iets van mezelf en mijn leven te maken.’

Matthijs vertelde dat je je vader weer een beetje terugkreeg door oude fragmenten met hem te kijken.

‘Ik had altijd het beeld dat mijn vader heel slim was omdat hij hoge cijfers op het gymnasium haalde, daarna rechten ging studeren, en na zijn rol in Goede Tijden Slechte Tijden een carrière heeft opgebouwd. Ik had het gevoel dat ik het lulletje van de familie was, een loser, omdat ik maar niet wist wat ik wilde doen. Ik vond het een enorme opluchting om in interviews te horen dat mijn vader net zo zoekende en onzeker was als ik, misschien wel meer. En dat hij, voordat hij bij GTST ging werken, ook veel blowde en de hele dag niks deed. Jaren had ik het gevoel dat mijn vader niet trots op me zou zijn geweest, maar hij was net als ik. Hij vertelde aan interviewer Theo van Gogh dat hij altijd bezig was met het uitzetten van negatieve gedachten, maar dat het één grote negatieve emotie wordt, die gaat vastzitten als je het allemaal opkropt. Precies wat ik al jaren voelde. Hij kende dezelfde valkuilen als ik en maakte me tien jaar later, via die tv-interviews, duidelijk dat ik in die valkuilen niks ging vinden. Zo kreeg ik indirect toch ouderlijke adviezen van hem, en voelde het soms alsof ik weer een vader had.’

Om hem vervolgens voor de tweede keer kwijt te raken toen het materiaal opraakte.

‘Het laatste fragment dat ik zag was een opname uit een radiostudio met Gerard Ekdom en Michiel Veenstra, waar mijn vader het nummer Toen ik je zag zong...’ Met natte ogen: ‘Van de gedachte alleen word ik al weer emotioneel. Die dj’s zijn tot tranen geroerd, maar mijn vader denkt dat ze hem uitlachen. Ik vond het zo zielig voor hem, dat hij zo onzeker is, terwijl het zo ontzettend goed is wat hij doet. Ik wilde door mijn beeldscherm heen klimmen en hem vastpakken en lang vasthouden. Ik keek het filmpje telkens opnieuw, en elke keer moest ik harder huilen. Ook omdat het daarna afgelopen was. Er was niks meer en er kwam niks meer bij. Daarna heb ik aan een stuk door gehuild.’

Merlijn Kamerling: ‘Ik had het gevoel dat ik het lulletje van de familie was, een loser, omdat ik maar niet wist wat ik wilde doen.’Beeld Valentina Vos

Maakt het terugzien van interviews met je vader je ook wel eens bang? Dat je denkt: ik blow ook zo veel, heb ook die negatieve gedachten, misschien heb ik dezelfde geestesziekte als hij?

‘Het leidde er wel toe tot dat ik mezelf ging afvragen of ik ook depressief was. Ik ben ook in therapie gegaan. En nu ben ik er wel van overtuigd dat ik in dat opzicht niet hetzelfde ben als mijn vader.’

Tijdens je zoektocht kwam je ook mensen tegen die een sterk oordeel hebben over de zelfdoding van je vader. Reinout Oerlemans vertelt in het boek bijvoorbeeld dat hij jaren later nog onder de douche stond te schreeuwen: ‘Wat een lul ben je toch!’ Hoe vond je het om dat te horen?

‘Aan de ene kant fijn, omdat ik het gevoel had dat we als twee volwassen mensen zonder terughoudendheid met elkaar spraken. Maar ik vond het ook pittig om te horen. Reinout zei: ‘Ik zie zelfmoord als een egoïstische daad.’ Daarmee zegt hij eigenlijk: jouw vader heeft je expres in de steek gelaten. Zo denkt hij erover, en dat mag, maar ik had het liever niet gehoord. Ik zie het als een ziekte die maakte dat mijn vader dacht dat het voor iedereen beter was als hij er niet meer zou zijn. Ik heb me wel in de steek gelaten gevoeld omdat hij zijn beslissing niet met ons heeft besproken, maar ik denk niet dat hij dat expres heeft gedaan.’

Je vader zocht op hoe hij het het beste kon doen, zegde die dag een interview af, en kocht een nieuw tafeltennisnetje omdat de oude al een tijd kapot was. Maakt het voor jou uit of het een overhaaste beslissing was of een plan?

‘Poe, ik vind dat een moeilijke vraag. Want ik merk dat het me een geruststellend gevoel geeft als ik denk dat het geen opwelling was, dat het iets waarover hij heeft nagedacht en wat is gelukt. Maar ik durf dat bijna niet hardop te zeggen. Want het klinkt bijna alsof ik erachter sta wat hij heeft gedaan. Dat is niet zo. Maar als hij het in een opwelling had gedaan had ik veel meer gezeten met het gevoel dat we nog veel hadden kunnen doen om hem te redden. En dat gevoel heb ik nooit gehad.’

Beau van Erven Dorens vertelt je in het boek dat hij zich na de dood van je vader heeft afgevraagd waarom niemand heeft ingegrepen. ‘Ik snap niet hoe het heeft kunnen gebeuren. Waarom is hij niet vastgebonden en vol met medicijnen gepropt? Mijn vrouw Selly zou me meteen laten opnemen’, zegt hij tegen je.

‘Met dat soort uitspraken kan ik helemaal niets. Wat heb je eraan om zoiets te zeggen?, dacht ik. Het is één ding om te bedenken: hadden we er iets aan kunnen doen, maar om het zo tegen mij te zeggen? Ik vond het ook lastig tegenover mijn moeder, omdat ik dacht: bedoel je nou dat jouw vrouw het beter zou hebben gedaan dan mijn moeder? Mijn moeder is, vanaf het moment dat ze van die eerste poging wist, meteen naar een psychiater gegaan. Maar die heeft gezegd dat het het beste is zo normaal mogelijk te blijven leven, om hem niet op te sluiten, om gewoon naar huis te gaan, om hem gewoon te laten werken. Je schiet er echt helemaal niks mee op om zo te denken. Het kan niet worden teruggedraaid, dus waarom zou je met een vingertje gaan wijzen? Ik zei tegen hem: ‘Maar jij hebt ook niks gedaan.’ Inmiddels hebben we het wel uitgepraat, hij heeft me uitgelegd dat hij het niet als verwijt naar mijn moeder heeft bedoeld. Ik vroeg hem ook: ‘Waarom heb ik jou de afgelopen tien jaar nooit gezien?’ Zijn antwoord kon ik wel respecteren, hij zei dat hij het gevoel had dat hij er niet helemaal bij hoorde, bij het groepje dat na mijn vaders overlijden om mijn moeder heen ontstond. En dat hij nooit van zijn suïcidale gedachtes heeft geweten.’

Snap je waarom je vader wel over zijn depressies en suïcidale gedachten sprak in interviews, maar veel minder met zijn dierbaren?

‘Nee, totaal niet. Misschien was het een schreeuw om hulp, om elke keer tijdens zo’n interview dat soort dingen zeggen. Maar dat heeft niet geholpen.’

In een interview met Martin Šimek zei je vader over doodgaan: ‘Dat is niet erg. Dat is heerlijk, eindelijk rust.’ Šimek reageerde geïrriteerd door te zeggen dat hij dat nogal lichtvaardig vond om te zeggen. ‘Als ik lichtvaardig was, had ik allang zelfmoord gepleegd’, zei je vader daarop. Later onderbrak Šimek hem met: ‘Laten we nog eens naar muziek luisteren. Ik vind het geweldig om met iemand die een potentiële zelfmoordenaar is naar muziek te luisteren.’

‘Dat was echt bizar: er hadden zoveel alarmbellen kunnen afgaan. Dat is ook de belangrijkste reden dat ik dit boek wilde maken, om meer bewustzijn te creëren. Want dat is blijkbaar onderdeel van de problematiek, en het enge en moeilijke aan depressief-zijn, blijkbaar gaan er soms bij niemand alarmbellen af. Al zeg je het op tv, waar honderden, duizenden mensen naar kijken.’

Heb je overwogen langs te gaan bij je vaders psychiater die adviseerde hem niet te laten opnemen, en het onderwerp zelfmoord niet met hem te bespreken?

‘Nee. Wat zou ik daar kunnen halen? Die man zal heus nooit meer tegen de dierbaren van een depressief iemand die een zelfmoordpoging heeft gedaan zeggen dat hij maar lekker naar huis moet gaan en dat iedereen maar vooral moet doen alsof er niks aan de hand is. Het enige wat ik daar eventueel kan halen zijn excuses voor het feit dat hij slecht heeft gehandeld, maar wat moet ik daarmee? Ik wil me nu focussen op dat ik me beter voel en blij worden van de herinneringen aan mijn vader.

‘Ik weet nog steeds niet wat ik wil worden als ik later groot ben, maar zo kijk ik ook niet meer. Ik ben nu druk met mijn boek, en met een documentaire die ik met Matthijs maak over de nalatenschap van mijn vader: heeft zijn overlijden nog een rol gespeeld in hoe we met depressie omgaan? En daarna kijk ik weer verder. Ik probeer in het nu te leven eigenlijk.’

Merlijn Kamerling: ‘Ik wil me nu focussen op dat ik me beter voel en blij worden van de herinneringen aan mijn vader.’Beeld Valentina Vos

Jouw oma, je vaders moeder, lijkt daar heel goed in. In plaats van in het verleden en het verdriet te blijven hangen is ze vooral dankbaar dat ze Antonie 44 jaar bij haar heeft mogen hebben, ze is ‘blij verdrietig’.

‘Ja, ik vind het super bijzonder hoe zij ermee omgaat. Ze wist dat het slecht ging met Antonie en wist van zijn pogingen. Op de dag dat hij bij zijn psychiater vandaan kwam, zag ze hem nog en vroeg ze hoe het was. ‘Je hoeft je geen zorgen te maken hoor, mama’, zei hij toen. Toen ze me dat vertelde, greep me dat erg aan. Ik zie het mezelf bijna zeggen tegen mijn eigen moeder: je hoeft daar nooit bang voor te zijn – en dat je het dan toch doet.’ 

Hij schiet vol. ‘Het emotioneert me. Maar ik vond het heel mooi dat ze zei dat ze blij verdrietig was. En dat begin ik ook wel een beetje te leren. Ik kan het nog niet zo zelfverzekerd zeggen als zij, maar ik begrijp inmiddels wat ze ermee bedoelt.’

Zoekt u hulp op dit gebied? Bel gratis: 0800-0113 of chat op 113.nl met medewerkers. De gesprekken zijn vertrouwelijk.

Gezocht: duizend trouwe lezers

Op 7 november verschijnt het duizendste nummer van Volkskrant Magazine. In dat nummer willen we u centraal zetten, onze lezer, zonder wie die duizend nummers er nooit waren geweest. Wie bent u? Hoe woont u, en met wie? Wat víndt u, van ons en van de wereld? Voor een artikel zoeken we duizend lezers die hun antwoorden willen delen. Geprikkeld? Geef u op voor de Open Redactie, het panel voor Volkskrant-abonnees. Op 22 september ontvangt u dan de enquête in uw mail. We zijn benieuwd naar uw antwoorden!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden