Mensenmeter moet eerst inburgeren

Bij het Coronel Instituut in Amsterdam heeft Ergos zijn intrede gedaan: een Amerikaanse simulator die vaststelt tot welke fysieke taken een geteste persoon in staat is....

'HET VIERKANT met het groene vlak naar voren en de getallen acht, één, drie, nul, vier naar boven. Druk daarna op de rode knop', klinkt een elektronische stem van onder het beeldscherm. Het zweet staat inmiddels op het voorhoofd van de man die de vier schroeven losdraait waarmee een rood plexiglazen vierkant vast zit aan de wand voor hem.

Hij draait het, zodat de groene achterkant zichtbaar wordt, kiest een van de getallen van vijf cijfers, die langs de vier zijden zijn gegraveerd zodat het juiste boven komt en schroeft het stuk plexiglas weer vast. De computer geeft een goedkeurend bliepje.

De man wordt getest door Ergos, een werksimulator die vaststelt welke fysieke handelingen iemand kan verrichten en hoe lang achter elkaar hij dat kan zonder pijn te lijden of vermoeid te raken. Het apparaat staat bij het Coronel Instituut voor Arbeid, Milieu en Gezondheid in het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam.

Prof. dr. Monique Frings-Dresen, hoogleraar arbeidsgezondheidkunde, is ermee in haar nopjes. 'Dit is niet het eerste apparaat in Nederland, maar wel het enige dat gebruikt wordt voor wetenschappelijk onderzoek', zegt ze over de vier ton kostende 'computer met hulpmiddelen' die door de Amerikaanse fabrikant ter beschikking is gesteld. 'We testen hem op z'n betrouwbaarheid en voeden hem met gegevens over arbeidsomstandigheden in een aantal Nederlandse werksituaties.'

Op paneel 2 van de werksimulator, die uit vijf menshoge panelen bestaat, verplaatst een op z'n hurken gezeten proefpersoon inmiddels gewichten van de ene naar de andere kant. Drie kwartier lang test dat paneel iemands vaardigheden om bukkend, hurkend en boven het hoofd reikend een aantal steeds terugkerende handelingen te verrichten, zoals het verplaatsen van gewichten, het vastschroeven van panelen of het in de juiste stand zetten van een aantal schakelaars.

Andere panelen testen het duwen, tillen, trekken, dragen, typen en op de tast voelen van voorwerpen. Een volledige sessie langs alle panelen duurt een uur of vijf. Na elke handeling vraagt de computer bezorgd of de proefpersoon pijn heeft, moe is of andere ongemakken ervaart. De proefleider noteert - met streepjescode en leespen - nauwkeurig hoe erg het ongemak is en waar het zich bevindt.

De computer registreert voortdurend snelheid en kracht van de handelingen en wat er pijn doet. Ergos, zoals de computer heet, controleert ook of de proefpersoon er niet met de pet naar gooit of onvermogen simuleert. Vervolgens vergelijkt hij de fysieke mogelijkheden van de geteste persoon met de in z'n geheugen opgeslagen vereisten van dertienduizend beroepen.

Als kroon op de testdag print Ergos een keurig rapport waarop - per handeling - in grafieken staat aangegeven hoe iemand 'scoort' ten opzichte van de voor een bepaald beroep of functie geldende vereisten. Kan iemand, zoals in de verpleging nodig is, geregeld dertig kilo tot navelhoogte optillen? Is iemand in staat enkele tientallen keren per uur boven het hoofd te reiken om schakelaars om te zetten, zoals in de elektronische industrie soms moet?

Ergos wordt al op ruime schaal toegepast in de Verenigde Staten voor het meten van iemands lichamelijke beperkingen tijdens het werk. Hij wordt ingezet bij het bepalen van de hoogte van een verzekeringsuitkering of ter ondersteuning van schadeclaims van geïnvalideerde werknemers tegen hun werkgever.

'Het apparaat is naar Nederland gekomen vanwege de WAO', erkent Frings-Dresen. 'Om het voorzichtig te zeggen, zijn de huidige WAO-keuringen verre van optimaal. Een keuringsarts bekijkt een door de patiënt ingevulde vragenlijst en beslist dan voor hoeveel procent iemand ongeschikt is voor z'n werk. In de meeste gevallen raakt de keuringsarts je niet eens aan. Dat is een volkomen subjectief oordeel. Dit apparaat probeert de arbeidsongeschiktheid voor bepaalde werkzaamheden vast te stellen, onafhankelijk van degene die de keuring uitvoert. Zo ontstaat een objectievere maat.'

Voor het echt zover is, zal er nog heel wat water door de Rijn stromen. Want hoewel het apparaat in de Verenigde Staten al een decennium wordt gebruikt, is het nooit goed getest. Maakt het bijvoorbeeld uit in welke volgorde de vijf panelen worden doorlopen, scoort iemand aan het eind van de dag anders dan aan het begin en de ene dag hetzelfde als de volgende? Vragen waarop het Coronel Instituut een antwoord wil hebben voor in de praktijk waarde aan de grafieken en getallenregen van Ergos mag worden gehecht.

Bovendien zijn de huidige gegevens waarmee de computer is gevuld, gebaseerd op Amerikaanse arbeidsomstandigheden. Die worden verzameld en voortdurend aangevuld door technici die al sinds de jaren dertig nauwlettend de activiteiten van werknemers in de gaten houden, teneinde tot een efficiëntere inrichting van de werkplek en daarmee een goedkopere productiewijze te komen. Voor de Nederlandse situatie zijn die gegevens nog maar mondjesmaat beschikbaar.

Frings-Dresen: 'Bij het Coronel Instituut hebben we wel een traditie in het onderzoeken van werkbelasting. Zo hebben we al gekeken naar vrachtwagen- en touringcar-chauffeurs, ambulancepersoneel, veilingmedewerkers en managers. Hoeveel moeten die tillen, bukken, sjouwen? Wat is hun fysieke belasting, hoe vaak kunnen ze ontspannen, rondlopen, een praatje maken? Die gegevens kunnen we nu in Ergos invoeren.

Betekent het dat over vijf jaar bij elke keuringsarts een Ergos staat en dat sollicitanten in de toekomst naast een psychologische test ook een fysieke belastingstest moeten ondergaan? Frings-Dresen en collega-onderzoeker dr. Judith Sluiter gruwen bij het idee dat Ergos de dienst zal gaan uitmaken. 'Het is geen tovermiddel, wel een stap op weg naar een meer verantwoorde uitspraak over iemands belastbaarheid', zegt Sluiter die momenteel de eisen die aan een verpleegkundige in het AMC worden gesteld, in de computer invoert.

Wat haar betreft, is Ergos er vooral voor de werknemers. Om werkplekken zo aan te passen dat ze minder belastend zijn voor het personeel, om te onderzoeken welke vaardigheden een revaliderende patiënt moet trainen om weer aan het werk te kunnen, of wat iemand nog wél kan. Sluiter: 'Als iemand bijvoorbeeld op paneel 5 A, B en C niet kan, maar D, E en F wel, kun je diens werkplek misschien zo inrichten dat alleen die laatste taken verricht hoeven te worden.'

De onderzoekers zien Ergos als middel om mensen weer aan het werk te krijgen in functies die ze aankunnen; als een fysieke beroepskeuzetest. Frings-Dresen: 'Het apparaat is nu gericht op fysieke belasting. Ik wil er een aantal tests in bouwen die ook de mentale belasting meten, want dat geeft een betere simulatie van de echte werksituatie. Wij hebben bijvoorbeeld bij ambulancepersoneel gezien dat een gecombineerde fysieke en mentale taak meer stress oplevert dan elke taak afzonderlijk.'

Ook willen de onderzoekers het apparaat geschikter maken voor onderzoek aan RSI en muisarmen, want feitelijk is daarover maar erg weinig bekend. Sluiter: 'Iedereen doet verschrikkelijk z'n best, maar er is nauwelijks wetenschappelijke onderbouwing voor aanpassingen of voor bijvoorbeeld het zogeheten leeftijdsbewust personeelsbeleid waarin taken worden gedifferentieerd naar leeftijd.'

Frings-Dresen: 'Bij RSI is het bijvoorbeeld maar de vraag of al die hulpmiddelen beter zijn. De commercie speelt er geweldig op in. Ik kijk bijvoorbeeld met verbazing naar al die verschillende anti-RSI-muistypen die je nu kunt kopen. Misschien zijn ze wel slechter. Het effect van al die hulpmiddelen is verbazingwekkend slecht geëvalueerd.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden