'Mensen realiseren zich de impact van scheldwoorden als 'pisnicht' niet. Ik wil niet iets zijn wat mensen vies vinden'

VPRO-programmamaker Nicolaas Veul ( 34 ) streamde zichzelf 15 dagen, bond de strijd aan met Van ’t Hek en duikt voor zijn nieuwe programma de hedendaagse Tweede Wereldoorlog-ervaring in.

Nicolaas Veul Beeld Frank Ruiter

Doorgaan of stoppen met Dodenherdenking?

‘Doorgaan. Ik ben gefascineerd door onze omgang met de geschiedenis, en zeker die met de Tweede Wereldoorlog. Mijn opa zegt daar altijd over: ‘Opdat we nooit vergeten.’ Maar hoe herinner je je iets waar je zelf nooit bij bent geweest? Hoe gaan we nu nog om met die oorlog? Dat heb ik voor mijn programma Nicolaas op oorlogspad onderzocht.

‘Ik liep onder meer mee met jongeren die in Normandië de oorlog naspeelden, bezocht een beurs voor nazi-spullen, praatte met de oprichter van de Anne Frank escape room (een spel waarbij deelnemers uit een kamer moeten ontsnappen, red.), sprak met nazi-zombies’ die bezoekers van een spookhuis opjagen, en ging naar een game-event waar ze oorlogsgames speelden. De ‘WOII-experience’ leeft, maar hoe verhoudt zich dat tot ‘opdat we nooit vergeten’?

‘Ik schrik ervan als ik met een trommel van de Hitlerjugend op een beurs sta, maar daar zeiden ze: ‘Het is geschiedenis, je hoeft hier niet beladen over te doen.’ De gevoeligheden van de oorlog zijn op dat soort plekken heel ver weg.

‘Is dat erg? Ik vind het moeilijk te zeggen wat wel en niet kan, al vond ik de Anne Frank escape room heftig, of dat je in nieuwe games ook de Duitsers kunt spelen. Die entertainmentwereld staat tegenover de herinneringen aan de echte Tweede Wereldoorlog.

‘De wonden daarvan zijn er nog. De geschiedenis heeft een lange arm: bij het Sinai Centrum in Amsterdam komen Joodse leeftijdsgenoten van mij die in therapie zijn vanwege trauma’s door de Holocaust. Een meisje was vernoemd naar haar oma, die was vergast in Auschwitz. ‘Ik heb altijd de zwaarte gevoeld van het gat dat ik moest opvullen’, zei ze. Ik realiseerde me dat een trauma nieuw trauma kan creëren. Totdat die wonden zijn geheeld, moet je blijven herdenken.’ 

Sportschool of café?

‘De sportschool. Ik ga nog regelmatig uit eten met vrienden, maar ben niet meer de partyboy van vroeger, toen ik drie keer per week in een club stond. Ik ben 34 en de katers worden heftiger.

‘Tot twee jaar geleden was ik obsessief met mijn lichaam bezig. Ik had een personal trainer en kreeg steeds grotere armen en benen. Ik wilde nóg gespierder worden. Het werkte verslavend. Maar ik ben 1.73 meter en werd een soort blokje. Vrienden zeiden dat ik moest ophouden. Na een blessure ben ik het rustiger aan gaan doen, maar ik kom er nog altijd twee of drie keer per week.

‘Misschien wil ik me revancheren voor mijn jeugd. Mijn vader was sportief en ik wilde dat ook graag zijn. Maar ik was dik en had vet-tietjes. Tijdens hockey trok ik mijn shirtje van mijn huid af, zodat het niet op mijn lichaam zou plakken. Van de tennismoeders mocht ik niet met het tennistoernooi meedoen, omdat hun zonen dan geen leuk potje zouden spelen.’

De oorlogsgame Call of Duty of Battlefield?

Battlefield. Call of Duty, waarvan de laatste versie zich in de Tweede Wereldoorlog afspeelt, is een soort Hollywoodfilm: veel schieten, veel ontploffingen. Battlefield draait om tactiek, dat vind ik interessanter. Via een headset communiceer je met teamgenoten en coördineer je missies.

‘Gamen is mijn favoriete hobby. Het is een ondergewaardeerd medium, er wordt nog te vaak gedacht dat het iets voor kinderen is. Maar de technologie gaat razendsnel, en de laatste Battlefield, over de Eerste Wereldoorlog, is echt groots. De graphics en de gameplay zijn ontzettend goed, en tijdens een missie kun je alles doen: de een zit in het vliegtuig, de ander in een tank, weer een ander is hospik.

‘Met acht vrienden zit ik in de Whatsappgroep de Gaymers. Om de dag, meestal tussen zeven en negen uur s avonds, schrijft iemand: ‘Meiden, we gaan gamen!’ Dan kruipen we thuis achter ons scherm en gaan we via internet een missie spelen, waarschijnlijk tegen een stel pubers.’

Met of zonder Tim den Besten?

‘Nu zonder, maar met vond ik ook geweldig. We verschillen enorm van elkaar: we hebben weleens gezegd dat ik de overbezorgde moeder ben en Tim de lakse vader. Voor een duo is dat top. We hebben heftige programma’s gemaakt, die op een leuke manier konden knetteren.

‘Voor het programma Oudtopia zaten we een maand op elkaars lip in een bejaardentehuis. De oudjes wilden voortdurend leuke dingen met ons doen, maar ik voelde ook de verantwoordelijkheid een mooie serie te maken. Ik lag met Tim op de kamer en kon niet slapen van de stress. ‘Doe nou eens even relaxed!’, riep Tim dan geërgerd.

‘Hetzelfde gebeurde bij Super Stream Me, waarvoor we vijftien dagen 24 uur per dag ons leven filmden. Via een livestream kon iedereen meekijken en commentaar geven. Ik vond dat meteen heel heftig, maar volgens Tim stelde ik me aan. Bij hem sloeg de spanning later alsnog toe.

‘Het is heel fijn om samen op te trekken in het mediawereldje. Tim en ik kenden elkaar van het uitgaan in Amsterdam, werkten voor de televisie en wilden voor de VPRO een documentaire maken. In 2011 dienden we een plan in voor Gay-K, waarvoor we de eerste Gay Pride in Oekraïne zouden volgen. Het zou eerst niet doorgaan; we waren ook niet bekend. Uiteindelijk belde Tim me en zei dat we het met een beperkt budget toch mochten maken. Mijn eerste reactie was: nee! We moesten alles zelf doen, en wat moesten we nou in Oekraïne? Ze vinden homo’s daar niet eens aardig. Tim haalde me over en zei: ‘Fuck it, we doen het gewoon.’ Op zo’n moment heb je veel aan elkaar.

‘Tim en ik zijn goede vrienden, we drinken biertjes met elkaar, maar we willen geen Knabbel en Babbel zijn. We hebben andere interesses, en ik ben blij dat ik met mijn fascinatie voor de geschiedenis Nicolaas op oorlogspad mag maken. We zullen ongetwijfeld weer samenwerken, maar het idee daarvoor moet zich nog aandienen.’

René van der Gijp of Youp van t Hek?

‘O mijn god. Ik heb me over beiden opgewonden in mijn column voor de VPRO-site. René van der Gijp maakte de Belgische televisiepresentator Bo van Spilbeek belachelijk toen zij besloot als vrouw door het leven te gaan. Youp van t Hek gebruikte in een column het woord ‘pisnicht’. Ik kies dan toch maar Youp van t Hek, omdat hij ook weleens grappige columns heeft geschreven en omdat hij een belangrijkere rol heeft in het debat.

‘Mensen realiseren zich de impact van scheldwoorden als ‘pisnicht’ niet. Als homo zit je niet voor niets in de kast: dat is een periode van grote schaamte, omdat je weet dat je iets bent wat mensen vies vinden. Ik wil niet iets zijn wat mensen vies vinden.

‘Een scheldwoord is nooit zomaar een scheldwoord. Het is een uiting van een cultuur waarin homomannen nog steeds als vies worden gezien. Kijk naar de besmeurde posters van Suitsupply, waarop twee zoenende mannen stonden. Ik kon wel janken toen ik dat zag. Als ik als kind twee zoenende mannen op een billboard had gezien, was ik ongelofelijk blij geweest. Eindelijk wat erkenning, als tegengif voor al die negativiteit rond je seksuele identiteit.

‘Vaak durf ik niet met mijn vriend hand in hand door Amsterdam te lopen. Als we dat wel doen, zeggen we: ‘Fuck it, we doen het gewoon’, en voelen we ons een soort vrijheidsstrijders. Maar ik heb helemaal geen zin om voortdurend vrijheidsstrijder te zijn.’

Vreeland of Amsterdam?

‘Amsterdam. Ik heb van mijn 12de tot mijn 19de in Vreeland gewoond, een dorp in Utrecht. Daarvoor heb ik op verschillende plekken rondom t Gooi gewoond. In Vreeland was ik een beetje een buitenbeentje: ik was slecht in sporten en had interesse in mode en uitgaan.

‘Soms had ik één vriend, soms meerdere. Toen ik 16 was, mocht er worden geblowd bij mij thuis, dus dat was the place to be. Totdat de ouders van mijn vrienden dat hadden ontdekt, en in pyjama en op kaplaarzen kwamen aanrijden om hun kinderen op te halen. Ik was knetterstoned en moest keihard lachen, maar vanaf dat moment mocht niemand meer bij me spelen.

‘Vreeland is een dorp en ik wilde ontsnappen aan die gecontroleerde omgeving. Op mijn 18de reed ik op zondagavond in mijn eentje naar Amsterdam om naar gaytenten te gaan. Ik wilde zó graag aan die wereld snuffelen. Op mijn 19de ben ik naar Amsterdam verhuisd.’

Super Stream Me of Oudtopia?

Oudtopia. Het idee van Super Stream Me was radicaler en daardoor toffer. Ik vond het superleuk dat zoveel mensen online naar mijn stomme leventje keken. Ergens was het een narcistisch project, maar ik wilde er ook een kwetsbaar experiment van maken. Ik heb emoties gedeeld en ben tijdens het programma in therapie gegaan. Al mijn mankementen waren zichtbaar.

‘Het experiment was: wat gebeurt er als je constant wordt bekeken? In iedere situatie schotel je een ander deel van je persoonlijkheid voor: ik gedraag me tegenover jou anders dan tegenover mijn vriend. Je kiest bewust welke kant je laat zien en hebt op die manier controle over wie je bent. Die controle verlies je als je altijd door iedereen kan worden bekeken. Ik werd een beestje zonder huisje en had daar veel last van. Ik lag met hartkloppingen in bed.

‘Ik kies voor Oudtopia omdat dat niet alleen om Tim en mij draaide, maar ook om de ouderen. In de laatste aflevering had ik een open gesprek met alzheimerpatiënt Hans en zijn vriendin, over hoe het is om een relatie te hebben met iemand met alzheimer. Halverwege het gesprek zei Hans: ‘Weet je nog dat ik je huis heb geschilderd?’ Zij was goudeerlijk, en zie lief maar streng: ‘Nee, nu ben je gek, dat was helemaal niet zo.’ Ik zat daar bij met een cameraatje, en voelde de problemen die bij die ziekte horen. Dat gesprek is me altijd bijgebleven.’

Nicolaas op oorlogspad is vanaf donderdag 12 april om 20.55 uur te zien bij de VPRO op NPO3.

CV Nicolaas Veul

1984 Geboren in Amsterdam

2002 - 2006 Studie Media en Cultuur aan de UvA

2012 Gay-K

2013 Een man weet niet wat hij mist

2014 Oudtopia

2015 Super Stream Me

2013 - 2016 Beestieboys

2016 - heden Column voor de VPRO

2017 De westerlingen

2018 Nicolaas op oorlogspad

Nicolaas woont in Amsterdam met zijn vriend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden