Columnpeter middendorp

Meneer zit in zijn joggingpakje met de benen over tafel prinsheerlijk te lezen

null Beeld

Mijn vriendin had de hovenier van het terrein achter onze huizen gevraagd of hij, die dag toch bezig met opruimen, ook een bosje tuinafval uit onze tuin wilde meenemen. Het hoorde niet bij zijn werkzaamheden, maar voor mijn vriendin streek hij weleens vaker over zijn grote, vette hart.

’s Middags kwam hij binnen, een grote, sterke man. Hij keek naar het bosje takken alsof dat hem persoonlijk beledigde. ‘Ik zeg nog’, zei hij, ‘zet die troep even aan de straat.’ O, sorry, zei ik. Dat wist ik niet. Dat bericht heeft me niet bereikt. De hovenier zuchtte. ‘Nou’, zei hij, ‘heb je een kruiwagen?’

Ik denk het niet, zei ik, maar ik zal wel even kijken in de schuur. Zo kwamen we er tegelijk achter dat ik iemand ben die niet weet of hij een kruiwagen heeft, waarmee ik diep in zijn achting daalde. Als mensen willen dat ik me schaam, begin ik daar altijd meteen mee. Eh, nee, zei ik zachtjes. Geen kruiwagen hier.

Dit was wat hij ’s avonds aan zijn partner zou vertellen: ‘Ik kom die tuin binnen, die takken liggen daar gewoon, en meneer zit in zijn joggingpakje met de benen over tafel prinsheerlijk te lezen. Te lezen, ja. Midden op de dag. Ik zeg nog: zet die troep even aan de straat, maar daar had meneer natuurlijk geen oortjes naar.’

Zes keer per jaar bracht ik met mijn vader idiote hoeveelheden Blokkerfolders van onze winkel naar gezinnen in wijken en dorpen, vanwaar ze huis-aan-huis werden verspreid. Vaak bleven mensen zitten terwijl wij met die zware stapels sjouwden. Bij een gezin zagen we tijdens het sjouwen door een zijraam altijd een jongen van mijn leeftijd op de bank een schaal chips of oliebollen leegeten. De hele terugweg wond mijn vader zich over die jongen op, mijn hele jeugd kwam hij met zijn verstand niet bij diens gedrag.

Werk moet je zien, vond de hovenier, net als mijn vader, en mijn oma, die altijd zei: ‘Tijd voor lezen maak je zelf, maar niet als je klaar bent voor de helft.’ Sommige mensen zien werk, anderen moet je een opdracht geven anders doen ze niets, een lagere soort. De hovenier nam me in zich op, de slippers, het joggingpakje, de zonnebril – hij had nog nooit zo’n vette oliebol gezien, vermoedelijk nog elitair ook.

Ik wilde zeggen: ik ben niet lui, al ziet het er misschien zo uit. Ik zie heus wel werk. Ja, ik wilde mijn stapel A4'tjes onder zijn neus duwen en roepen: ik lees hier de eerste versie van mijn roman – besef jij godverdomme wel hoe slecht dat nog is?

Maar ja, zinloos. De veronderstelde elite moet het volk begrijpen, andersom kan die de tyfus krijgen. De hovenier greep de takken bij elkaar en liep weg, zonder woord of blik. God, wat haatte hij oliebollen in joggingpakjes. En ik intussen ook trouwens, bah.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden