Meneer Geld gaat op oorlogspad

Ex-bankier Mario Conde was eerst Spanjes grootste succesverhaal, toen Spanjes grootste oplichter. Nu strijdt hij met alle middelen om zijn naam te zuiveren....

De uitgever van het blad schrijft het hoofdartikel waarin hij uitlegt dat de politieke leiders de gewone burger in de maling nemen. Daarnaast schrijft hij een 'brief van de uitgever' die moet aantonen dat hij ten onrechte in de gevangenis is gestopt. Gevolgd door een eigenhandig geschreven portret van de oppositieleider die nooit een poot voor hem heeft uitgestoken, en een achtien pagina's tellend betoog over het mediacomplot tegen hem. En alsof dat allemaal niet genoeg is, krijgen de lezers tien pagina's foto's van zijn laatste kerstreceptie voorgeschoteld.

Weinig uitgevers nemen zo ongegeneerd de ruimte in hun eigen blad. Maar MC, de dikste glossy die sinds kort maandelijks in de Spaanse kiosken ligt, is geen normaal blad. De naam zegt het al. MC is kort voor Mario Conde, en voor wie dit niet direct begrijpt, meldt de cover het nog eens in een iets kleinere letter - Uitgever: Mario Conde.

MC is op de markt gebracht met slechts één doel, het opvijzelen van het imago van Mario Conde (51). En er valt heel wat op te vijzelen, want de man die in de jaren tachtig Spanjes succesvolste bankier was, gaat tegenwoordig door het leven als de grootste oplichter uit de Spaanse geschiedenis. Net vervroegd vrijgelaten na een vonnis van vier jaar, is Conde in afwachting van de uitspraak in een andere zaak, waarin de openbaar aanklager 49 jaar tegen hem heeft geëist. Oplichting, valsheid in geschrifte en diefstal zijn wederom de beschuldigingen.

Maar Conde is niet de persoon om bij de pakken neer te zitten. 'De gevallen engel' is nadrukkelijk op oorlogspad tegen de gevestigde orde die hem zo hardhandig van zijn troon in de financiële hemel in de hel heeft geduwd.

Wanneer Mario Conde iets aanpakt, doet hij dat in het groot. Hij wordt beschuldigd van het achteroverdrukken van ruim honderd miljoen gulden en om zich tegen die aanklacht te verdedigen heeft hij een maandblad van formaat opgericht: MC, met een omvang van meer dan driehonderd, op duur papier gedrukte pagina's, verschijnt in een oplage van 50 duizend . Zijn fortuin heeft nog niet zichtbaar geleden onder de processen.

MC moet het pad effenen naar een hoger doel dat Conde zich heeft gesteld. De ex-bankier gaat de politiek in: hij heeft een partij die een kwijnend bestaan leed aangeschaft en treedt aan als lijsttrekker 'en kandidaat-premier van Spanje' bij de parlementsverkiezingen begin maart.

Conde heeft de rechter gevraagd om een snel vonnis, maar hoopt dat dit pas na de verkiezingen valt, zodat hij een poging kan doen zich achter zijn onschendbaarheid als parlementariër te verschuilen.

In welke politieke hoek we Conde moeten plaatsen, valt op te maken uit de persoon van zijn hoofdredacteur, woordvoerder en beste bediende Javier Bleda.

Bleda is een journalist met een lange loopbaan bij rechts-extremistische blaadjes die de veelvuldig veroordeelde Spaanse fascistenleider Ynestrillas 'mijn goede vriend' noemt, die een generaal die deelnam aan de mislukte staatsgreep van 1981 als columnist voor MC aantrok, die José Antonio, de oprichter van de Falange, als een socialist avant le lettre omschrijft, en die in het laatste nummer van MC de corrupte dictator Obiang van Equatoriaal Guinee bladzijden lang laat leeglopen als een menslievende patriot en altruïst (Conde maakte zijn eerste fortuin dankzij duistere transacties met Obiang).

Bleda blijft met verve het fascistische gedachtengoed en de heimwee naar de Franco-dictatuur uitdragen. Anti-systeem, noemt Conde dit, die in Bleda zijn perfecte partner ziet. 'Een overtuigd falangist samen met een veroordeelde crimineel', gniffelde Conde in een afgedrukt tweegesprek, 'dat gaat heel wat mensen op stang jagen.'

'Het systeem' moet omver worden geworpen, want het systeem is er verantwoordelijk voor dat politici de sociedad civil afknijpen. Conde heeft het aan den lijve ondervonden.

Mario Conde was het grote succesverhaal van de jaren tachtig. Een advocaat die een razendsnelle carrière maakte in de financiële wereld en een enorm privé-vermogen opbouwde. Met zijn handelskenmerk, zijn brillantine-hoofd, werd hij het gezicht van het makkelijke geld dat in het socialistische decennium een hele klasse nouveaux riches voortbracht. Een economisch weekblad adverteerde zelfs met hem in een televisiespot, waarin een jongen zei : 'Als ik later groot ben, wil ik Mario Conde worden.'

Zijn hoogtepunt beleefde hij in de jaren 1987-1993 toen hij president was van Banesto, een van Spanjes grootste banken. Niet alleen in financiële kringen lag hij goed, zijn netwerk-kwaliteiten leverden hem uitstekende politieke relaties op en zelfs een eredoctoraat.

Conde had op de plaats van de huidige premier Aznar kunnen zitten. Vlak voor hij bij Banesto aan de slag ging, kreeg hij het aanbod de afgetreden Manuel Fraga op te volgen als leider van de AP, de voorloper van de Partido Popular. Hij sloeg het af, waarschijnlijk omdat hij zich niet tegenover de almachtige socialistenleider Felipe González wilde laten afbranden, en maakte daarmee de weg vrij voor Aznar.

Eind jaren tachtig kreeg hij een nieuwe kans om de leider van rechts in Spanje te worden. Hij scoorde hoog in de opiniepeilingen en Aznar lag nog steeds niet lekker. Ook deze kans liet Conde lopen, in afwachting van het moment dat de groeiende afkeer van de socialisten en de wanhoop over de mogelijkheid om Aznar aan de macht te laten komen hem een vrije entree zouden bieden als een soort Spaanse Berlusconi.

Hij cultiveerde zijn contacten met figuren als Adolfo Suarez, Spanjes eerste democratische premier, de Catalaanse nationalistenleider Pujol en de socialistische vice-premier Guerra. In 1992 regelde hij zelfs een audiëntie bij de paus om tegenover deze persoonlijk de geruchten te ontkennen dat hij vrijmetselaar was.

Maar al dat wachten werd Conde fataal. Geruchten dat de Banesto-bank de zaken niet meer op een rij had, leidden tot ingrijpen door de Nationale Bank van Spanje. Banesto werd onder curatele geplaatst en de voltallige leiding aan de kant geschoven. De situatie bleek ernstiger dan verwacht: de Nationale Bank ontdekte een 'gat' bij Banesto van 8 miljard gulden. De eerst verantwoordelijke voor het drama was Mario Conde.

Conde bleek de man van de duizelingwekkende getallen. Volgens de onderzoeksrechter heeft hij als president van Banesto meer dan 100 miljoen gulden in eigen zak gestoken, onder meer door het aankopen van gefingeerde bedrijven. De boeken van Banesto waren een aaneenrijging van falsificaties en frauduleuze transacties. In een eerste rechtszaak werd Conde veroordeeld tot vier jaar.

Toen hij na het uitzitten van de helft van zijn straf op vrije voeten kwam, kon hij zich direct bij de rechter melden voor het grote Banesto-proces, dat na twee jaar is afgerond met een eis van 49,5 jaar.

In de tussenliggende periode heeft Conde alle Spaanse records op het gebied van borgsommen verbeterd. Kon hij in eerste instantie op vrije voeten blijven door het inzetten van zijn kunstcollectie (werken van Picasso, Braque en Juan Gris), vorig jaar moest hij met meer over de brug komen: onroerend goed ter waarde van 60 miljoen gulden. Het dagblad El Paìs gaf hem de bijnaam Don Dinero (Mijnheer Geld).

Maar Conde is niet alleen de man van het grote geld, hij is ook de man van de dossiers. Indachtig de mogelijkheid dat hij ooit tegen de lamp zou lopen, legde hij dossiers aan met belastend materiaal over tal van politieke hoofdrolspelers in Spanje. Direct na de interventie van Banesto begon hij te lekken naar de pers, waarin hij met het oog op zware tijden driftig had geïnvesteerd.

Beroemd is het verhaal dat Conde zich meldde bij premier Gonzalez. Zou deze justitie niet van Condes nek halen, dan zou de ex-bankier de betrokkenheid van de socialistische regering bij de vuile oorlog tegen de ETA onthullen. Gonzalez stuurde hem weg, en drie jaar later werd de voormalige minister van Binnenlandse Zaken Barrionuevo tot tien jaar veroordeeld, mede op grond van de onthullingen van Conde.

Mario Conde is echter nog niet klaar. Hij wil een plaats veroveren in het Spaanse parlement om vandaaruit zijn vijanden, dat wil zeggen de hele politieke elite, te bestrijden. Met dat doel heeft hij een bestaande partij opgekocht, de Union Centrista - Centro Democratico y Social (UC-CDS).

De partij van ex-premier Suarez was op sterven na dood en heeft geen landelijke afgevaardigden, alleen een kleine 300 gemeenteraadsleden. Conde liet zich tot lijsttrekker van de 'christelijk-liberale' partij benoemen en bereidt zich voor om campagne te voeren voor de verkiezingen op 12 maart.

Hij neemt deze stap om 'het politieke complot' te ontrafelen dat hem in de gevangenis heeft gebracht. Als vanouds begeleidt hij zijn entree in de politiek met dreigementen aan het adres van zijn tegenstanders: 'Het zal niet lang meer duren eer Spanje weet wie al dat geld van Banesto in hun zakken hebben gestopt. We zullen eens zien wie ze dan nog een delinquent noemen.'

Conde krijgt gezelschap van Jesus Gil, de mafiose burgemeester van Marbella die onder vuur van justitie ligt en eveneens op een parlementszetel aast. Zelfs indien zij niet in hun opzet slagen, kan hun deelname van cruciaal belang zijn: zij zijn in staat het meest rechtse deel van de achterban van premier Aznar af te snoepen en daarmee diens aanblijven te verijdelen.

Het wachten is op het moment dat Don Dinero de campagne start met het openen van een van de belastende dossiers die hij nog in de kluis heeft liggen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.