ColumnSylvia Witteman

‘Mein Gott im Himmel’, blies het bejaarde clowntje in onmiskenbaar Berlijns

Nou ja, ik had natuurlijk met de trein moeten gaan, maar het vlees is zwak, de vliegtickets goedkoop en een weekend kort; dus daar plofte ik al neer op stoel 27E van de vlucht naar Berlijn. Een middenstoel, maar ach, zo’n vlucht van een amper een uur... Rechts van me zat al iemand, een kleine, vogelachtig magere vrouw van tegen de 70, in een zuurstokroze chanelpakje met een ravenzwart geverfd Amélie-bobje dat – in combinatie met de ook al zo felle lippenstift – haar rimpelgezicht iets clownesks gaf.

Terwijl ik mijn gordel omdeed, kwam er een jonge, zeer dikke vrouw links van mij zitten. Dat was geen sinecure. Om haar te helpen klapte ik mijn armleuning omhoog, wat ze met een vriendelijk knikje pareerde. Ze nam de helft van mijn stoel in beslag, en het wás al zo warm in het vliegtuig, maar ach, dat ene uurtje...

Ze had een lief gezicht en mooie bruine krullen. Op haar royale schoot lag een Spaanse vertaling van een Dan Brown-thriller: Ángeles y demonios. Terwijl ze begon te lezen, maakte ik het mezelf zo makkelijk als onder de omstandigheden mogelijk was: door flink naar rechts te leunen, in de richting van die oude dame.

‘Mein Gott im Himmel’, blies het bejaarde clowntje in onmiskenbaar Berlijns. Met een vies gezicht bekeek ze het dikke meisje. Ik wierp haar een bestraffende blik toe. ‘Dat verstaat ze tóch niet’, vervolgde de oude schamper. ‘Zo’n vette zeug... hoe kan een vrouw zich zo laten gaan?’ Ik zei niets terug. Niemand is voor zijn plezier zo dik, zeker niet in een vliegtuig.

We stegen op en algauw kwamen de stewardessen broodjes uitdelen. De oude weigerde, met een hooghartig rukje van haar hoofd. Het dikke meisje wilde wél. Besmuikt nam ze een hapje. En ja hoor, daar begon het gefoeter weer, rechts van me: ‘Mens, kijk ze vreten... sowas von unverschämt...’

Omdat ik het valse oudje aan mijn rechterzijde inmiddels diep haatte, probeerde ik zo veel mogelijk naar links te leunen, tegen het meisje aan, dat me telkens bevreemd aankeek. Zij had de conversatie goddank niet verstaan en begreep dus niet waarom ik zo intiem tegen haar warme flank schurkte. Ze vond me duidelijk eng.

Ik zweette, de oude mopperde, het meisje keek steeds banger, maar na een heel lang uur waren we er toch. Opgelucht rolde ik mijn koffertje naar buiten. Het oudje kwam achter me aan. ‘Ik wou u toch nog wat zeggen’, sprak ze gedecideerd. ‘U zou zelf óók weleens een beetje kunnen afvallen (abspecken, met een mooi Duits woord). U zat zowat op mijn schoot!’

Nou ja, ik had natuurlijk met de trein moeten gaan. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden