Meer kinderen? Dan ook meer gezinssteun!

De overheid wil het taboe op bevolkingspolitiek doorbreken. Erna Hooghiemstra en Marjet van Zuijlen zijn voor een expliciete gezinspolitiek, maar dan moet minister De Geus de combinatie van arbeid en zorg ook werkelijk steunen....

Onlangs legde minister De Geus in een speech een verband tussen belemmeringen om arbeid en zorg te combineren enerzijds en ontgroening anderzijds. Dat hier een taboe ligt, bleek meteen uit de vragen na afloop: pleitte hij voor bevolkingspolitiek? De minister antwoordde snel dat hij de keuzevrijheid niet wil aantasten.

De overheid en het gezin hebben al langer een moeizame relatie. Zodra de bemoeienis van de overheid expliciet wordt, roept half Nederland dat gezinnen zelf het beste kunnen bepalen wat goed voor hen is. Andersom reageert de overheid vaak als door een adder gebeten als gezinnen vragen om ondersteuning. Dan ineens is het credo 'eigen verantwoordelijkheid en keuzevrijheid' van toepassing.

Het getuigt van moed de gevolgen van het afnemend kindertal aan de orde te stellen. De Nederlandse Gezinsraad probeert al langer het onderwerp gezinsvorming op de politieke agenda te plaatsen. Dat er maatschappelijke belangen mee gemoeid zijn, staat buiten kijf. Het wordt tijd dat te expliciteren en gericht beleid te voeren.

Gezinsvriendelijk beleid moet gebaseerd zijn op drie pijlers: het wegnemen van belemmeringen om kinderen te krijgen, het wegnemen van belemmeringen om gezinsverantwoordelijkheid en arbeidsparticipatie te combineren en het ondersteunen van een goede ontwikkeling van kinderen. Voor gezinnen zelf hangen deze zaken ook duidelijk samen. Vrouwen en mannen willen pas serieus beginnen aan kinderen als dat hun loopbaan niet al te zeer zal schaden én als ze het gezin voldoende tijd en geld kunnen bieden. Als ze kinderen hebben, zoeken ze naar arbeid die niet schadelijk is voor de kinderen of het gezin . Overheidsbeleid dat geen rekening houdt met deze processen is gedoemd te mislukken.

Van beleidsmaatregelen moeten niet alleen de effecten op emancipatie, maar ook op het gezinsleven worden onderzocht. Was hier rekening mee gehouden, dan was nooit het voorstel gedaan om werkweken uit te breiden tot veertig uur per week, dan was er nooit een levensloopregeling als die nu voorligt, ontwikkeld (verlof is alleen mogelijk als er tijd of geld 'over' is, en aan beide hebben ouders gebrek) en dan was de kwaliteit van de kinderopvang niet aan de markt overgelaten in de nieuwe Wet Kinderopvang.

De minister stelt terecht dat arbeid- en zorgbeleid bij kan dragen aan een hogere vruchtbaarheid. Internationale vergelijkingen geven aan dat overheden die investeren in het vergemakkelijken van de combinatie arbeid en zorg, worden beloond met een hoger vruchtbaarheidscijfer. Over de effecten van de huidige maatregelen, zijn we minder optimistisch.

Het is goed te bedenken dat de afname van de vruchtbaarheid volledig op het conto van hoger opgeleiden geschreven kan worden. Van de jongste generaties hoog opgeleide vrouwen zal bijna eenderde geen kinderen krijgen. Sommigen kiezen bewust voor een kindvrij bestaan. Anderen twijfelen lang. Zij zijn alleen over de streep te trekken met een betrouwbaar pakket maatregelen. Het is in dat verband wrang dat de nieuwe Wet Kinderopvang vooral negatief uitpakt voor hoger opgeleiden. Niet bepaald vertrouwenwekkend voor 'twijfelaars'.

Het zou helpen als ouders het gevoel krijgen dat ze ondersteund worden. Laat ouders niet zwemmen in hun zoektocht naar een kinderopvangplaats, in de onderhandelingen met hun werkgevers, in hun onderling gesprek over de verdeling van taken. Biedt ze een basispakket dat bevorderlijk is voor een balans tussen maatschappelijke en privé-belangen. Er zijn voorbeelden genoeg van ingrediënten die in dit pakket zouden moeten zitten. Wij doen een greep:

de mogelijkheid om het eerste jaar zelf voor je kind te zorgen, waarbij iedere ouder een deel van de zorg op zich neemt, met recht op terugkeer in dezelfde baan;

de mogelijkheid als werkende ouder werktijden aan te passen ;

een goede oplossing voor de verschillen tussen het gemiddeld aantal verlofdagen en het gemiddeld aantal schoolvakantiedagen (en andere vrije dagen) plus serieuze oplossingen voor tussen- en naschoolse opvang;

overbruggingsmogelijkheden voor diegenen die ervoor kiezen een tijdlang niet of nauwelijks te werken.

Als minister De Geus de keuze voor kinderen makkelijker wil maken, moet hij meer doen. Hij zou (samen met zijn collega's) een klimaat moeten creëren waarin mensen het de moeite waard vinden om kinderen op te voeden. Ouders zouden niet als schuldigen moeten worden aangewezen als er iets misgaat met de opvoeding of als kinderen steeds brutaler worden. Prijs ouders voor de tijd en energie die zij steken in het goed en verantwoord opvoeden van hun kinderen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden