Meeneempizza's in Marokko

Marokko wil tien miljoen toeristen dit jaar, en dat gaat lukken. Alleen besteden die toeristen door de recessie geen geld meer, constateert Greta Riemersma: ze komen goedkoop vakantievieren in een camper....

Vroeger, vóór de economische crisis, waren er dagen dat Le Grand Bazar 3.000 euro per dag omzette. Als het minder was, werd de baas zenuwachtig. Tegenwoordig zijn er dagen dat Le Grand Bazar helemaal niets omzet. ‘Geen cent’, zegt verkoopster Soumia Chelfi. ‘En we zijn open van acht uur ’s ochtends tot tien uur ’s avonds.’

Le Grand Bazar is een piepklein winkeltje in het Marokkaanse stadje El Jadida aan de Atlantische kust. Het zaakje staat op een van de mooiste plekjes in El Jadida: meteen na de ingang van de ommuurde oude stad, waar de Portugese invloeden van eeuwen geleden nog zichtbaar zijn in de architectuur.

Hier, op deze paar vierkante meter, probeert Soumia Chelfi aan buitenlandse bezoekers alles te verkopen wat zij in Marokko doorgaans waarderen: beschilderd aardewerk, leren kameeltjes, bewerkte messen. Ooit hapten de buitenlanders gretig toe, nu bieden ze voor een aardewerkbord met kunstige figuren hooguit acht euro. ‘Nee’, zegt Soumia Chelfi dan. ‘Het kost twintig euro.’ Doe maar niet, is meestal het antwoord.

Haar baas hoort haar verhalen hoofdschuddend aan. ‘In plaats van toeristen krijgen we bedelaars over de vloer’, zegt hij. Het is misschien wat kras uitgedrukt, maar recente cijfers bevestigen de trend die hij waarneemt. Vorig jaar gaven buitenlandse toeristen in Marokko vijf miljard euro uit, een half miljard minder dan in 2008, aldus l’Observatoire marocain du tourisme, een Marokkaanse organisatie die het toerisme wil bevorderen.

‘Mita’, zeggen Marokkaanse ondernemers die leven van het toerisme, het is doods, er beweegt niets. ‘Wakha’, zeggen hun collega’s uit het woestijnachtige zuiden ook wel: het zijn droge tijden. ‘De toeristen komen hier alleen om twee meeneempizza’s te bestellen, daarna gaan ze gauw terug naar hun camper om ze op te eten’, zegt een café-eigenaar in El Jadida.

Marokko is niet het enige land waarvan de toeristensector lijdt onder de economische crisis, maar het is voor de Marokkaanse toeristensector wel extra zuur dat uitgerekend nu die crisis moest toeslaan. Onder de relatief nieuwe koning Mohammed VI werd het toerisme een van de belangrijkste pijlers van de economie, met als magisch jaar het jaar dat nu net is begonnen.

In 2010 zou Marokko tien miljoen buitenlandse toeristen moeten trekken. Volgens datzelfde Observatoire marocain du tourisme kwamen er vorig jaar al 8,34 miljoen toeristen, van wie 3,1 miljoen Fransen, 1,8 miljoen Spanjaarden, 469 duizend Belgen en 443 duizend Nederlanders.

Die 8,34 miljoen waren het resultaat van een jaarlijks stijgende lijn, ondanks de economische crisis, en niemand in Marokko twijfelt er daarom aan dat dit jaar het gewenste aantal van 10 miljoen toeristen wordt gehaald. Maar wat heb je aan tien miljoen toeristen als ze minder uitgeven dan zou moeten?

Vorig jaar november signaleerde de Marokkaanse krant Assabah al een verontrustende ontwikkeling: buitenlandse toeristen zaten bijna hoofdzakelijk in goedkope accommodaties. Marokkanen, zo was de teneur van het artikel, wisten niet wat ze meemaakten. Niet alleen rugzaktoeristen, ook keurige gezinnen kozen nu voor hotels waarin zij douche en toilet met andere gasten moesten delen. Sommigen vonden het zelfs prima om voor tweeënhalve euro in de tuin te slapen.

Als gevolg hiervan hadden nogal wat Marokkanen het afgelopen jaar problemen om in eigen land op vakantie te gaan, aldus Assabah. Goedkopere slaapgelegenheden, onder de twintig euro per nacht, werden permanent bezet gehouden door westerlingen. Als toppunt van gekkigheid beschreef de krant een buitenlandse jongeman die voor een halve euro in een volkswijk zat te eten.

Intussen is Marokko druk bezig met de bouw van zes luxe resorts, één in het noorden aan de Middellandse Zee en vijf aan de Atlantische kust, met als doel een flink deel van die gedroomde tien miljoen buitenlandse toeristen te herbergen. Eén van die zes oorden ging afgelopen oktober open: Beach Resort Mazagan bij El Jadida.

Mazagan is de oude naam van de stad, toen de Portugezen er in de 16de en 17de eeuw de dienst uitmaakten. Nu is het een complex met vijfhonderd hotelkamers, een casino, een nachtclub, een conferentiezaal en een golfbaan. Bij het openingsfeest waren sterren als Naomi Campbell en Jennifer Aniston, en iedereen uit Marokko die ertoe doet, behalve de koning, die als leider van de Marokkaanse gelovigen niet in de buurt van een casino komt.

‘Voor wie bouwen we al die luxe oorden?’, vroeg Rachid Niny, hoofdredacteur van de krant Al Massae, zich af. Niet voor de buitenlandse toeristen, luidde zijn opvatting, want die zitten immers in hun campers en kopen hooguit een blikje sardientjes in de supermarkt. Volgens medewerkster Rita Tazi van Beach Resort Mazagan zijn de gasten tot dusver inderdaad voor 75 procent Marokkanen, maar er wordt hard gewerkt om de buitenlandse toeristen te lokken. Vijfsterrenkamers worden aangeboden vanaf 90 euro per nacht.

Toeristenboeken prijzen El Jadida aan als het Marokkaanse Deauville, omdat de kust hier even weids is als in het Franse Normandië. Rond deze tijd van het jaar is er nog een gelijkenis: uit een laaghangend wolkendek boven de Atlantische Oceaan begint het te regenen. De zee waait schuimend omhoog tegen de boulevard. Bijna niemand waagt zich buiten.

Iets zuidelijker in Safi is het hetzelfde verhaal: regen, mita. Alles is in afwachting van een deel van de tien miljoen toeristen die vanaf maart hopelijk deze kant uitkomen, naar dit stuk van de Atlantische kust dat de laatste jaren steeds meer in trek is geraakt. Ook in Safi hebben de Portugezen hun sporen in de huizenbouw nagelaten, daarnaast is het stadje beroemd om zijn aardewerk.

Ach ja, tien miljoen toeristen. ‘Het is gemakkelijk om meer te trekken, maar we willen niet iedereen’, zegt Ahmed Serghini, wiens familie sinds 1836 in de pottenbakkerij in Safi zit. ‘We willen de toeristensector langzaam opbouwen, om te voorkomen wat in Spanje en Tunesië met het massatoerisme is gebeurd. Een land dat zijn cultuur verliest, wordt een bastaard.’

De winkel van Serghini zetelt in het hart van de pottenbakkerswijk. Zijn vazen en schalen hebben beroemde prijzen gewonnen. Serghini zit sinds 1966 in het vak en hij zag hoe voorspoedig het toerisme zich ontwikkelde, hoewel later dan in landen als Spanje en Tunesië. ‘De vorige koning, Hassan II, wilde eerst stabiliteit in het land. Hij heeft de weg bereid voor zijn zoon, die sinds tien jaar dingen doet die in de dertig jaar daarvoor niet zijn gebeurd.’

Het ging uitstekend met de zaken, tot Serghini in 2007 al merkte dat de toeristen voorzichtiger werden met hun uitgaven.

‘Natuurlijk is de economische crisis teleurstellend, maar de hele wereld is teleurgesteld’, lacht hij. ‘Gelukkig heeft Marokko een voordeel: je kunt hier voor anderhalve euro per dag leven.’ En dan zeggen veel Marokkanen: ‘Ik heb geld voor eten en een dak boven mijn hoofd, hamdullah, godzijdank.’

Nog zuidelijker aan de kust, in Essaouira, houdt de regen eindelijk op. Het stadje begint in de warmte tot leven te komen. Dit is het authentieke Marokko waarvoor veel buitenlanders komen, en toch wordt ook hier gebouwd aan een luxueus resort dat alweer de naam krijgt die de Portugezen ooit voor de stad bedachten: Mogador. ‘Tienduizend bedden, haut standing’, zegt Mouhsine Chafai el Alaoui, directeur van het plaatselijke toeristenbureau.

In zijn kantoor tovert hij op zijn beeldscherm het ene na het andere staatje met stijgende lijnen. Getalsmatig gaat het uitstekend met het toerisme in Essaouira.

En hoe zit het met de verdiensten momenteel? Nu moet Chafai el Alaoui toch een wat minder positief punt aanroeren. ‘Toeristen die eerst duizend euro uitgaven, besteden nu nog maar vijfhonderd euro’, erkent hij. ‘Het is in de hele wereld zo. We kunnen onze producten tijdelijk wat minder duur aanbieden, maar verder bereiden we ons voor op de periode na de crisis. We willen niet dat de kwaliteit eronder lijdt.’

Tegenover Place Moulay Hassan in Essaouira komt aan het einde van de middag een nieuwe voorraad vis aan wal. De vissers moeten bijna vechten met de meeuwen, die als wilde beesten op hun prooi duiken.

Hier koopt Abdullatif Marina elke dag garnalen, krab en vis in voor zijn restaurant La Rochelle, vlak naast de visafslag. Na de stille wintermaanden is zijn zaak net weer wat begonnen te lopen.

‘Maar alle Europeanen proberen de prijs te drukken’, zegt hij. Deze middag presteerde een Fransman het ná het eten nog over de prijs te onderhandelen. Hij wilde geen 35 euro maar 25 betalen. ‘Ik heb niet meer bij me’, had de Fransman gezegd. Het was bijna uitgelopen op een vechtpartij en toen had Marina hem maar weggestuurd. ‘Tja, wat had ik anders moeten doen, hem doodmaken?’

De avond valt over Essaouira. Op de parkeerterreinen staan rijen campers waarin de lichten aangaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden