Medjugorje is niet zomaar een wonder, het is een wonder in uitvoering

Tussen Maria's met zedige Botticelli-mondjes en manshoge Jezussen is de nationale vlag van Kroatië te koop in alle vormen en maten....

AANGEVUURD door een priester die ongelovigen met luide stem en in vier talen het hellevuur voorhoudt, klim ik temidden van een groep pelgrims over de stenige helling naar boven. De kruisweg is heel steil, bij de derde statie is drie jaar geleden een gepensioneerde pastoor zomaar dood neergevallen.

Het gehuil van de wind overstemt het halleluja van de zingende pelgrims. Na een uur drommen we hijgend samen bij het kruis op de top. Overal hebben pelgrims rozenkransen, bidprentjes en familiefoto's tussen de stenen gestoken. Het geeft de berg, een kale top in een stenige hoogvlakte, eerder het uiterlijk van een heidense offerplaats dan van een katholiek bedevaartsoord.

We kijken uit op het dorpje Medjugorje (Tussen-de-bergen) dat aan de voet van de kruisberg ligt. Het wordt gedomineerd door een kerk die eruit ziet zoals een kind een kerk tekent: een vierkante doos met een puntdak en aan weerszijden twee torens met een kruis erbovenop. De paters franciscanen hebben er sinds 1981 meer dan acht miljoen hosties uitgedeeld aan pelgrims uit de alle werelddelen. In dat jaar verscheen Maria aan zes kinderen die aan het spelen waren op de helling. De kinderen zijn volwassen, maar Maria blijft aan de meesten van hen dagelijks verschijnen, en wel 's avonds om twintig minuten voor zes precies, in een kapel naast de kerk. Medjugorje is niet zomaar een wonder, het is een wonder in uitvoering.

Dat het dorp in Herzegowina ligt, waar pas een wrede oorlog heeft gewoed, draagt alleen maar bij aan de aantrekkingskracht van het bedevaartsoord. Waar kun je beter bidden voor vrede? Alle boekjes vermelden hoe Medjugorje op voorspraak van Maria gespaard bleef voor het oorlogsgeweld. De bom die een Joegoslavische piloot voor de kerk had bedoeld, miste zijn doel en kwam terecht in het veld buiten het dorp. De franciscanen prijzen de Vrouwe van Medjugorje aan als voorbeeld van vrede en verdraagzaamheid.

Het jonge wonder, het afgelegen dorp, de oorlogsruïnes langs de weg vanaf de kust - het brengt een gevoel van oorspronkelijkheid teweeg. Slavko Barbaric draagt de traditionele bruine pij en sandalen van de franciscanen en resideert in een eenvoudig kantoor naast de kerk. 'Het verschil tussen Medjugorje en andere Maria-bedevaartsoorden is als het verschil tussen een levende en een overleden moeder', zegt hij. Op de boekenplanken aan de muur staat een vergeten flesje gezegend water tussen publicaties in allerlei talen over de wonderen die de Vrouwe heeft verricht. Junkies zwoeren hun verslaving af, een meisje dat ten gronde werd gericht door alcohol en 'liberale gedachten' besloot in te treden in het klooster, kankergezwellen verschrompelden, een man met multiple sclerose stond op uit zijn rolstoel, enzovoort. 'De Vrouwe is hier op een heel bijzondere manier aanwezig', zegt de frater.

Zelfs de souvenirsshops die overal rond de kerk zijn opgeschoten, doen niets af aan de vroomheid van het dorp. Ach, de winkeltjes moeten nog mooier zijn dan de hemel zelf: op de schappen staan honderden en nog eens honderden porseleinen heiligen met ten hemel geslagen ogen in het gelid, tussen Maria's met zedige Botticelli-mondjes, pastelkleurige cherubijntjes en manshoge Jezussen wier brandend hart uit hun borst dreigt te springen.

De zieners, zoals de mensen worden genoemd aan wie Maria verschijnt, zijn de grootste attractie van het bedevaartsoord. Jakov is klein, breed, mist een tand en loopt rond in een slobberig trainingspak. Meestal staat hij incognito in de winkel van de paters naast de kerk. Ik sta net met hem te praten als er een bus Duitse pelgrims wordt uitgeladen: dames met lange rokken en gympies, begeleid door een priester met een gitaar in een hoes op zijn rug. Ze hebben er lucht van gekregen dat een van de zieners rondloopt. Ze drommen om me heen, een tiental handen strekt zich aarzelend uit, probeert me aan te raken.

'Jakov? Jakov?', kakelen ze.

Voor ze snappen dat het een misverstand is, heeft Jakov heeft zich met een glimlach uit de voeten gemaakt. De zieners vertonen zich uitsluitend op afspraak. Ze hebben bijna een dagtaak aan hun zienerschap. In het parochiezaaltje vertellen ze hoe Maria eruit ziet en hoe haar boodschap luidt. Verstolen raakt een vrouw in een roze trainingspak de ziener aan, hopend dat iets van het wonder op haar zal afstralen. Jakov maakt als een geroutineerde quizmaster een einde aan hun vragen door te beginnen met de gebruikelijke trits onzevaders en weesgegroetjes.

Ik besluit gehoor te geven aan een van de boodschappen van Maria aan de zieners. De nieuwste zijn in vijf talen aangeplakt bij de kerk, de oudere verzameld in boekjes. 'Lieve kinderen! Trek de natuur in, want daar zult gij God uw schepper vinden.' Medjugorje ligt op een winderig bergplateau begroeid met kromgewaaide bomen. Overrijpe granaatappels, rood als de wangen van de heiligen in de winkels, hangen in de struiken. De besneeuwde bergtoppen van midden-Bosnië hangen als een luchtspiegeling boven de horizon. De schaarse huizen, armelijke boerderijtjes van stenen zonder mortel, schuilen in de plooien van het landschap. In de tuinen vreten varkens zich zat aan druivenschillen waaruit de boeren hun wijn hebben geperst.

0 E VROUWE heeft het dorpje onherkenbaar veranderd. Voor haar verschijningen was Medjugorje niet meer dan een knik in de weg. Dankzij de pelgrimage is er geld en met dat geld worden overal grote villa's gebouwd.

Een verstandige investering. Wie de kamers op de bovenverdieping van zijn villa aan de pelgrims verhuurt, heeft een regelmatig inkomen. Niet alleen Medjugorje, ook de andere gehuchten op het plateau leven van de verschijningen.

Overal kom ik de pelgrims tegen met een devote gloed op hun gezicht en een rozenkrans in hun handen. Op de stenige helling waar de Vrouwe voor het eerst verscheen, steken ze kaarsen aan, zinken op hun knieën en drukken de handpalmen tegen elkaar, net als het beeld van Maria in de kerk.

Medjugorje trekt zoekers. Peter is een Amerikaanse student die Europa doet met rugzak en met wie ik mijn pensionnetje deel. 'Voel jij je al religieus?' vraagt Peter aan het ontbijt. Hij heeft onderweg een bijbel en een mondharmonica gekocht, 's avonds laat klinkt er een houterig Kyri eleson aan de andere kant van de dunne kamermuur.

Rome heeft de Mariaverschijningen in Medjugorje nog niet erkend. De Vrouwe is aanleiding tot een al decennia durende strijd tussen de franciscanen en de bisschop van Mostar. De vete heeft zijn wortels in de Herzegowijnse geschiedenis.

Toen Herzegowina deel uitmaakte van het Ottomaanse Rijk waren de franciscanen de enigen die voor het zieleheil van de katholieke bevolking zorgden. De officiële kerkhiërarchie kreeg pas toegang tot de streek nadat Bosnië en Herzegowina in 1878 onder het bestuur van de keizer in Wenen kwam - dat is eergisteren voor een instituut dat meer denkt in eeuwen dan in jaren. De franciscanen verzetten zich met hand en tand tegen het verlies van hun invloed. De bisschop verdenkt hen ervan de verschijningen te cultiveren om het verloren terrein te herwinnen.

De strijd verloopt niet zachtzinnig. De bisschop liet via-via uitlekken dat frater Tomislav, een van de franciscanen die zich na de eerste verschijningen ontfermden over de zieners, een kind had verwekt bij een non. De franciscanen gaven hun zegen aan een Hollywood-film over Medjugorje waarin de bisschop werd neergezet als een weifelachtige collaborateur die aanpapte met de communistische autoriteiten.

Medjugorje ligt op een bergplateau dat honderd procent katholiek is. Hier wil katholiek automatisch zeggen: Kroatisch. De dagelijkse vredesboodschappen van Maria hebben de bevolking er niet minder fel-nationalistisch op gemaakt. Behalve heiligenbeeldjes kunnen pelgrims ook het Kroatische nationale wapen in alle vormen en maten kopen, en in één winkel ook sierborden met de beeltenis van Ante Pavelic, de leider van het fascistische Kroatië in de Tweede Wereldoorlog. Medjugorje stond aan de kant van Pavelic' Ustasa's en moest daar onder communistisch bewind zwaar voor boeten. Medjugorje is trots op haar zwart verleden. Naast een bedevaartsoord is het een centrum van de Kroatische renaissance en frater Slavko Barbaric is er trots op dat veel Kroaten in Medjugorje 'hun geloof - en dus hun wortels en hun nationaliteit - hebben teruggevonden'.

De pelgrims ontgaat de nationalistische onderstroom in het bedevaartsoord. Ze wanen zich op 'een eiland van liefde voor de vijand', zoals een van de boekjes van de fraters Medjugorje het noemt. Ik weet alleen beter omdat ik het boek bij me heb van de Nederlandse antropoloog Mart Bax: Medjugorje: Religion, Politics, and Violence in Rural Bosnia. Hij bracht vanaf 1983 tot 1992 elk jaar een tijd in het dorp door. In een hoofdstuk met de onheilspellende titel 'Barbarisatie: Totale plaatselijke oorlog' doet hij uit de doeken hoe tweehonderd mensen werden gedood en er zeshonderd op vlucht sloegen, ongeveer een derde van de bevolking. Toen het aantal pelgrims door het uitbreken van de oorlog in het voormalige Joegoslavië begon terug te lopen, kregen de clans in Medjugorje ruzie over de verdeling van de steeds schaarser wordende inkomsten. Er waren schietpartijen, er kwam een vicieuze cirkel van vergelding op gang, en tenslotte dolf de clan die het meest van de pelgrims had geprofiteerd het onderspit.

Als ik bij een reisbureau vlak bij de kerk een kaartje voor de bus naar de kust koop, word ik geholpen door Davor. Hij is directeur van Globtours en de eigenaar van de bussen die de verbinding met de kust onderhouden. Davor is een vriendelijke jongeman, hij zegt dat hij zijn zaak niet is begonnen om rijk te worden maar omdat hij zich aangetrokken voelt door de devotie van Medjugorje. In een plaatselijk krantje heeft hij een artikel geschreven tegen het gebruik van alcohol en drugs in het dorp. Alcohol? In het dorp?

We praten een hele tijd, maar hij reageert niet op mijn toespelingen op de gebeurtenissen in het dorp. Er waren mensen, vertelt hij, die rijk werden van de pelgrims en niet naar de kerk gingen. 'Die zijn weggegaan.' De Vrouwe heeft gezegd: Wat van God komt blijft, wat satan komt verdwijnt.

VOOR WIE het boek van Mart Bax heeft gelezen, ziet Medjugorje er heel anders uit. Als een façade. Het aantal bezoekers is alweer op weg naar de vooroorlogse records. De hele dag laden en lossen touringcars de pelgrims, die de gebruikelijke ronde maken: eerst naar de kerk, dan de verschijningsheuvel, de beklimming van de kruisberg en terug. Van oorlogsschade is in het dorp niets te zien. Er worden alweer nieuwe villa's gebouwd. Maar achter de façade gelden andere, oudere wetten: die van clan en bloedwraak.

Davor vertelt een verhaal over de tijd dat hij in het Bosnisch-Kroatische leger vocht. Een buitenlandse waarnemer vroeg hem waarom Medjugorje off all places de wapens had opgenomen. 'Ik trok mijn pistool, spande het en zette het tegen zijn hoofd. Bidt u nu maar een rozenkrans, zei ik. Hij wilde mijn pistool wegduwen, maar ik zei: Nee, nou ziet u hoe moeilijk het is om te bidden als iemand een pistool tegen je hoofd houdt.'

Ik begrijp de hint en dring niet verder aan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.