Interview Zin van het leven

Medium Johanna Maria Riemen: ‘Ik zie dit leven als een duistere tijd, tussen twee ­perioden van licht’

Johanna Maria Riemen. Beeld Jitske Schols

Het bestaan op aarde ziet Johanna Maria Riemen als een leerschool voor het echte leven dat later komt. Ze neemt Fokke Obbema mee naar een wereld die hij niet kent.

‘Ik hou zelf helemaal niet van zweverig. Je hebt nu zelfs opleidingen tot medium, dat slaat nergens op. Je bent het of je bent het niet’. De 56-jarige Johanna ­Maria Riemen, geboren en getogen in Den Haag, zegt het nuchter en stellig. Ze ontvangt haar klanten, deels afkomstig uit de Haagse zakelijke en politieke elite, in haar Scheveningse flat, met weids uitzicht op zee en vol met beelden van ­Jezus, engelen en heiligen. Al 36  jaar werkt ze als medium, min of meer tegen wil en dank: ‘Ik moest er wat mee. Ik werd enorm nerveus als ik alle dingen die ik zag niet kon uiten.’

Ze was de jongste in een katholiek ­gezin met vier kinderen – haar vader was rechercheur, moeder huisvrouw. ‘Beste mensen hoor, maar ze konden niks met me. Ze vonden mij maar raar.’ Als 5-jarige zag ze een brand in haar ouderlijk huis, nog voordat die was begonnen. Ze waarschuwde de buurvrouw, die haar later de schuld gaf. Het leerde haar dat ze beter haar mond kon houden. Dat ervoer ze ook op haar katholieke school, toen ze een van de nonnen waarschuwde: ‘Je moeder gaat binnenkort dood.’ Dat klopte, maar de waarschuwing werd niet gewaardeerd. ‘Ze vonden het duivels. Ik kreeg vaak klappen.’ Riemen ­belandde op haar 13de bij een psychiater. ‘Die nam me wel serieus. ‘Ze is helderziend, verder is er niks mis’, zei hij tegen mijn ouders.’

Op haar 20ste opende ze een praktijk voor voetreflextherapie, wat ze met haar mediumschap combineerde. Horecaman Ron Goedvolk, ‘de burgemeester van de Denneweg’, was een van haar ­eerste klanten. In zijn zaak kwam ‘de Haagse jetset’, die hij naar Riemen doorstuurde. Maar ook ‘gewone mensen’ staat ze bij met adviezen van ‘gene zijde’. Sommigen komen al decennia bij haar: ‘Mensen merken dat het klopt, dus blijven ze komen.’ Ze heeft drie boeken uitgegeven, waarvan de laatste Een sleutel…om het slot te openen heet. Publiciteit wil ze eigenlijk niet, maar over de zin van het leven praten wel. ‘Daar wordt in onze maatschappij te weinig over gesproken, terwijl er wel grote behoefte aan is.’

Wat is de zin van ons leven?

‘Alle mensen zijn hier om dezelfde ­reden: je wordt geboren om je ziel te ontdoen van de schillen die eromheen zitten. Die moet je opruimen, want dan kun je in een hogere laag van bewustzijn terechtkomen. Dat gaat via reïncarnatie. Wanneer je in de hoogste, zevende laag bent beland, ben je bij je kern. Dan ben je een kind van God en hoef je niet meer ­terug te komen. Dat zie ik als het grootste geluk, want zo leuk is het hier niet. Er is geen gerechtigheid op aarde. Die is er gelukkig wel aan de goddelijke kant.

‘In een van je interviews las ik over ­Nabokov, die zei dat het leven een lichtflits was tussen twee perioden van duisternis. Dat vond ik heel heftig. Wat ben je dan aan het doen hier? Leef je dan alleen maar voor dit moment, is dat genoeg voor je? Dat zou ik echt niet kunnen. Voor mij is het precies andersom. Ik zie dit als een duistere tijd, tussen twee ­perioden van licht. Als ik zou weten: this is it dan spring ik vandaag nog uit het raam. Al die ellende, al die lijdende mensen, al dat verdriet, dat dan nergens toe zou dienen. Gelukkig is er de goddelijke wereld en kunnen we in ons leven groeien.’

Journalist Fokke Obbema kreeg op 1 april 2017 een hartstilstand. Ruim een jaar later gaat hij in een reeks interviews op zoek naar de zin van ons leven. Eerder sprak hij onder andere met schrijfster Bregje Hofstede, astrofysicus en filosoof Gerard Bodifee en predikant Claartje Kruijff. Voor alle andere verhalen: volkskrant.nl/zinvanhetleven

Hoe gaat dat in zijn werk?

‘Je ruimt op via andere mensen, dus via familie, vrienden, collega’s. Via hen word je geconfronteerd met jezelf. Dan is de vraag: hoe ga je ermee om? Stel ­iemand zegt iets lelijks over je en je wordt boos. Dat zegt iets over jezelf. Als je ziet dat die boosheid bijvoorbeeld op je onzekerheid is gebaseerd, is het de kunst die een volgende keer niet te laten overheersen, maar die kwetsbaarheid te tonen. Dan heb je iets opgeruimd en iets van je negatieve ego weggewerkt. Zo houd je je positieve ego over. Dat staat ­ieder mens te doen. Hoever iemand is, kun je niet uit zijn of haar beroep afleiden. Ik heb wc-juffrouwen gezien die skyhigh op zielsniveau zaten en ministers die je beter door de plee kon trekken.’

Hoe bent u aan deze kennis ­gekomen?

‘Ik heb zeven begeleiders, die ik in eerdere levens ben tegengekomen. Die zie ik al sinds mijn kindertijd. De nonnen werden daar gek van. Ik zei tegen hen: ‘Niemand is alleen, maar ik heb er zeven nodig, omdat ik veel werk moet doen.’ Ze dachten natuurlijk dat ik gek was. Begreep ik ook wel. Toen ik 11 was, hebben die begeleiders mij een jaar lang iedere avond meegenomen naar de zeven ­onderlagen en zeven bovenlagen, zeg maar de hel en de hemel. Dat was een erg zwaar jaar, ik verloor twintig kilo. Ik heb schriften vol erover opgeschreven, die kennis staat nu in mijn boeken. In de ­bovenlagen zie ik zielen in hun menselijke verschijningsvorm. Ze zijn vooral bezig met mensen op aarde te begeleiden. Ouders wachten op kinderen. Als hun gezin weer compleet is, zie je ouders vaak weer terugkeren naar aarde. De kinderen wachten dan weer op hun kinderen.’

Heeft u het idee te worden geloofd?

‘Wel door mijn cliënten. Maar de buitenwereld is verdeeld. Er zijn mensen die het onzin vinden, maar er is ook een groep die het wel wil geloven, maar dat toch niet echt doet. Ron Goedvolk zei het altijd zo: ‘Ik geloof niet in wat ze zegt, ik weet het zeker.’ Veel mannen die hier ­komen, willen dat nooit aan anderen ­laten weten. Zakenjongens met een grote vragenlijst en foto’s van personen: moet ik met die man in een zee, of met die? Moet ik deze manager houden of juist niet? Dat zijn leuke gasten vaak, die geloven dat er meer is tussen hemel en aarde. Politici komen vaak voor privé­zaken. Die willen niet gezien worden, net als een paar sterren. Het leukst vind ik de mensen met wie ik al lang een band heb. Eerlijk gezegd interesseert het me niet zo of mensen me geloven, ik hoop vooral dat ze hun voordeel doen met mijn boeken. Soms wil iemand een biografie over me schrijven, maar dat vind ik helemaal niet interessant. Dit gaat niet over mij.’

Is aandacht voor u een valkuil?

‘Als medium loop je het gevaar dat je jezelf belangrijk gaat vinden. Er zijn mensen die tegen me zeggen: ‘Als ik jou niet had…’ Dan zeg ik altijd meteen: ‘Dan had je een ander.’ Ik wil niet gaan denken dat mensen me nodig hebben. Als je je als mens laat verafgoden, gaat het verkeerd. Ik wil totaal geen goeroe zijn, dat voel ik als een gevaar. Je moet ook erg oppassen met financiën. Voor een consult wordt betaald, ik moet ook leven, maar sommige dingen wil ik gratis blijven doen. Ik heb te veel gezien hoe het misgaat wanneer het om het geld gaat draaien, ook bij mensen van wie ik dacht dat ze voor die verleiding niet gevoelig zouden zijn.

‘Als mensen me enorm gaan bedanken, zeg ik: ‘Ja, nee, het is wel goed hoor.’ Ik voel me dan altijd een beetje opgelaten. Als ik iemands leven red door op tijd te waarschuwen, laat ik het direct weer los. Misschien omdat ik toch alleen maar een doorgeefluik ben, ja, ik krijg het ook maar door. Maar alles wat te maken heeft met persoonlijke groei vind ik interessant. Dat beklijft meer.’

Weet u wellicht waarom u dit lot heeft?

‘Ik heb dat geregeld aan mijn helpers gevraagd, maar ik krijg dan alleen maar als antwoord: ‘Daarom.’ Nou ja, dan ben je ook uitgekletst. Ik had dit allemaal liever niet gewild, eerlijk gezegd, want zo leuk is het niet. Mijn familie vond het niks en het levert ook spanningen op met vriendinnen. Eentje wilde voor de vierde keer trouwen en vroeg of ik wilde getuigen. Ik zei dat ik dat niet wilde, omdat ik haar toch weer zag scheiden. Meestal houd ik in zo’n geval mijn mond. Dan denk ik: ‘Jullie zijn gek op elkaar en je moet gewoon je karma doen.’ Mijn mond houden is wel de grootste les in mijn leven. Ik zeg ook nooit tegen mensen in welke laag ze zitten. Anders krijg je een soort competitie, dat leidt alleen maar af.

‘Maar als ik jou was tegengekomen een paar dagen voor je hartstilstand dan had ik er zeker iets van gezegd, of je er nou om had gevraagd of niet. Als je dat vervelend had gevonden, jammer dan, maar ik voel me dan verplicht dat te doen. Maar soms ligt de afloop vast. Ik had hier een meisje dat aan een ongeluk dood zou gaan. Drie ongelukken overleefde ze, het vierde niet. Dat vind ik dan heel moeilijk. Het wordt bepaald door je karma, je levenspad, hoeveel levens je hebt gehad, dat soort factoren. Maar in andere gevallen kan het nog beide kanten opgaan. Je hebt een vrije wil en soms een keus.’

Zijn we eigenlijk op de goede weg?

‘Nee, ik vrees dat het kwaad bezig is te ­zegevieren. De groep die al bewust is, wordt wel bewuster, maar de groep die dat niet is, wordt almaar vervelender. De mentaliteit en de omgangsvormen van mensen verslechteren. En het is heel jammer dat kinderen op school helemaal geen voeding meer krijgen op ziels­niveau. Vroeger leerde je over het geloof. Daar kun je het mee oneens zijn, maar het is wel iets anders dan rekenen en schrijven. Nu missen kinderen dat soort voeding vaak volledig.

‘Door de eeuwen heen zijn er veel zeer bewuste mensen met een liefdevolle boodschap geweest, zoals Boeddha, of in onze tijd moeder Theresa en de dalai lama. Alleen willen de meeste mensen niet meer naar hen luisteren, lijkt het wel. Er zijn theorieën die zeggen: er komt een splitsing tussen de goeden en de slechten. Maar ik zie dat niet voor me, hoe zou dat moeten? Ik zie eerlijk gezegd achteruitgang. Neem internet: al het slechte wordt daardoor groter. Vroeger was kinderporno niet wereldwijd, nu kunnen die mannen elkaar zo vinden. Het kwaad kan zich veel gemakkelijker bundelen. Natuurlijk, goed kan dat ook. Wie gaat winnen, ik heb geen idee, maar ik ben er niet gerust op. Maar dit is maar een leerschool, niet het echte ­leven. Dat zit aan de andere kant.’

Leestip

‘Het Epos van de God-Mens van Maria Valtorta. Het is een serie van twaalf boeken. Die zijn door Jezus aan haar geopenbaard. Ze leren ons hoe we goed kunnen leven. Iedere keer wanneer ik er iets in lees, vind ik het leerzaam. Het maakt erg goed duidelijk, hoe en hoeveel wij als mensen nog kunnen groeien.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.