ReportageIndian Matchmaking

Matchmaker Soeshila Chandrikasingh heeft de hand gehad in zeker 200 huwelijken, vanuit haar flat

Soeshila Chandrikasingh-Gangaram Panday in haar flat in Amstelveen. Koppelen doet ze per telefoon.Beeld Eva Roefs

Koppelaarsters zoals in Netflix-serie Indian Matchmaking wonen ook gewoon in Amstelveen. Soeshila Chandrikasingh (74) hielp vijftig jaar geleden haar zusje aan de man, en is nooit meer opgehouden.

De liefde overkomt je niet, daar moet je naar zoeken. En Soeshila Chandrikasingh-Gangaram Panday wil daar best bij helpen. Graag zelfs. Dus als ze op huwelijken en partijen rondloopt, schiet ze onbekende jongens en meisjes aan. Of ze toevallig nog vrijgezel zijn. Dat soort vrijpostige vragen zijn niet gênant, maar horen bij het metier van een matchmaker. Chandrikasingh (74) is een ‘geboren koppelvrouw’, al zegt ze het zelf. In de afgelopen twaalf jaar had ze een hand in minstens 211 huwelijken.

Dankzij de nieuwe Netflixproductie Indian Matchmaking staat het werk van koppelaars zoals Chandrikasingh in de belangstelling. De achtdelige realityserie volgt Sima Taparia, die wereldwijd Indiase alleenstaanden aan een huwelijkspartner helpt. De klanten, die haar voor een onbekend geldbedrag inhuren, krijgen niet alleen kandidaten voorgeschoteld. Ook het temperen van de verwachtingen van de vrijgezellen is een onderdeel van Taparia's takenpakket. Het vinden van een levenspartner, zo leren we van de matchmaker, is niet zoals het bestellen van een gerecht in een restaurant. Taparia over een ‘veeleisende’ cliënt: ‘Ze wil dit, ze wil dat, ze wil iemand die ruimdenkend is: veel van deze dingen zijn niet heel belangrijk voor een gelukkig huwelijk.’ 

De serie oogstte gemengde reacties, concludeerde de Indiase pers. Sommige kijkers vinden dat de makers conservatieve ideeën – die nog steeds onmiskenbaar een rol spelen in de Indiase cultuur – met een kwinkslag in beeld brengen. Zoals het kastenstelsel, seksisme en colourism, de veronderstelde hiërarchie waardoor een partner met lichte huidskleur aantrekkelijker wordt gevonden. Critici verwijten de makers dat ze diezelfde conservatieve ideeën juist normaliseren.

‘Hij gaat je niet opeten’

Over de Netflix-serie kan Taparia’s Nederlandse evenknie niet meepraten, over de praktijk van het koppelen des te meer. Haar eerste match maakte Chandrikasingh meer dan vijftig jaar geleden in Paramaribo. Ze koppelde haar zusje (21) aan een vriend (26), die na zijn studie in Nederland terugkeerde naar Suriname. Het zusje sputterde aanvankelijk tegen, maar Chandrikasingh hield vol. ‘Je kan die jongen toch op z’n minst ontmoeten’, zei ze. ‘Hij gaat je niet opeten’. Een jaar later trouwden de twee, het stel bleef samen tot een van hen vorig jaar overleed.

Hoe Chandrikasingh wist dat het zou klikken? Simpel: ze keek naar de familieachtergrond. In oosterse culturen is een huwelijk niet alleen een verbintenis tussen individuen, maar net zo goed een samensmelting van twee families, legt Chandrikasingh uit. Ook Hindoestanen – Indiërs die voor contractarbeid naar Suriname werden gehaald – stonden erop dat hun kind trouwde met een kandidaat van goeden huize: dat wil zeggen, overeenkomende klasse en kaste. Vooral dochters werden op jonge leeftijd gedwongen te trouwen, uit angst dat het meisje wegliep met een jongen van een andere cultuur.

Zelf werd Chandrikasingh aan haar man voorgesteld toen ze 18 was. Ze kan zich de middag nog precies herinneren: samen met haar moeder stond ze in de keuken kousenband te snijden, toen haar broer vertelde dat er een jongen op bezoek zou komen. Ze kijkt bedroefd: ‘Ik heb die dag zo gehuild.’ 

‘We hadden geen inspraak’

Het was een magere jongen op een bromfiets die kennis kwam maken; een jaar later was het stel getrouwd. Leuk vond ze haar echtgenoot destijds niet, maar ‘we hadden geen inspraak’. Plus: waar zou de jonge Chandrikasingh zelf een jongen tegenkomen? ‘Als ik op straat een babbeltje maakte met een klasgenoot, kon mijn broer boos worden.’

Voor vrijwel alle Hindoestaanse families bood het koppelen een uitkomst. Zodra Chandrikasingh was getrouwd, begon ook zij hobbymatig met het arrangeren van de liefde. Bleef het eerst nog bij het koppelen van zusjes of nichtjes, gaandeweg werd Chandrikasingh door steeds meer mensen benaderd. Vanwege hun werk – zij en haar man werkten geruime tijd in het onderwijs en daarna in de makelaardij – had het echtpaar een breed netwerk. ‘Kennissen klopten bij ons aan en vroegen: ‘Ken jij iemand voor mijn zoon of dochter?’’ In de avonduren brak Chandrikasingh zich het hoofd welke kinderen ze kon koppelen.

Was het koppelen in Paramaribo nog een hobby, vanaf 2008 nam het matchmaken een professionelere vorm aan. Haar man was inmiddels overleden en Chandrikasingh ging in een flat in Amstelveen wonen. Hoewel ze zichzelf een amateur blijft noemen – geld heeft ze de vrijgezellen nooit gevraagd, ‘mijn man heeft me goed achtergelaten’ – neemt ze haar taak serieus. Zo informeert ze op feesten en partijen, soms tot wanhoop van haar familie, naar de relatiestatus van wildvreemden.

Die directe aanpak levert haar sporadisch een nieuwe kandidaat op. Veel vaker wordt ze zelf benaderd. ‘In de mandir (hindoetempel, red.) komen veel Hindoestanen samen. Als iemand daar zegt dat hij een kind heeft dat wil trouwen, wordt er gezegd: ‘Er is een vrouw in Amstelveen’, en geven ze mijn nummer. Dat gaat als een lopend vuurtje door de gemeenschap.’

In vrijwel alle gevallen zijn het ouders die Chandrikasingh opbellen. Die hopen dat de matchmaker met kandidaten voor hun telg op de proppen komt. Dat de kinderen haar niet zelf opbellen, ligt volgens haar aan verlegenheid. Met droevige blik: ‘Er lopen zoveel jongeren rond die willen trouwen, maar niet durven toegeven dat ze zelf niemand vinden. Mijn hart huilt.’

De koppelaar heeft wel een idee waarom. Jonge Hindoestanen komen elkaar te weinig tegen. En als ze elkaar wel tegenkomen, zijn ze volgens Chandrikasingh te veel bezig met zichzelf. ‘Ze willen geen verantwoording afleggen aan een partner. Maar als je trouwt, moet je toch water bij de wijn doen?’

Arme moeders en vaders

Medelijden heeft ze niet met de jongeren die tegen hun zin in worden gekoppeld, maar met de ouders. ‘Die arme moeders en vaders doen moeite om hun kinderen aan een relatie te krijgen. Ik heb tientallen moeders die me blijven appen over hun kind, terwijl dat kind soms zelf niet gekoppeld willen worden.’ Deze ouders verwachten dat de matchmaker met kandidaten komt, zonder dat hun kind ervan af weet. Chandrikasingh haalt haar schouders op. ‘Wat moet ik dan doen?’

Soms gaat ze stiekem op zoek naar een potentiële match. Steeds vaker vraagt ze de radeloze ouders om contactgegevens van hun kind. Die belt ze op. ‘Een moeder kan ruw met haar kind praten, maar ik ben poeslief. Ik zeg met zoete stem: ‘Beta (kind, red.) luister, laten we alvast een begin maken. Je bent nu pas 23, maar de tijd gaat snel: voordat je trouwt, ben je 28. Geef je moeder geen hoofdpijn meer en stuur tante een bericht met je gegevens. Dan ga ik de mooiste jongen of het mooiste meisje voor je selecteren.’ Ik slijm en die kinderen denken: die mevrouw gaat me helpen. Ik geniet van dat spel, er zijn zo zeker veertig koppels getrouwd.’

Beeld Eva Roefs

Trots wijst ze naar de stapel schriften in de woonkamer: vroeger noteerde ze daarin alle vrijgezellen. Nu houdt ze de administratie bij in haar telefoon. Om een kandidaat te koppelen heeft Chandrikasingh slechts een paar gegevens nodig. Het gaat om de naam, opleiding, leeftijd, huidskleur en lengte. Verder moet de matchmaker beschikken over een goede foto.

Bij het koppelen houdt de matchmaker geen rekening met interesses en hobby’s, ‘daar heb ik niets mee te maken’. Anders dan in het verleden, zegt Chandrikasingh, wordt nu minder rekening gehouden met familieachtergrond. Huidskleur en lengte worden compleet terzijde gelegd: allesbepalende factoren zijn leeftijd en opleiding. ‘Als ik een meisje met een universitaire opleiding ga koppelen aan een mbo’er, gaat het niet klikken. Meisjes zijn tegenwoordig hoger opgeleid en hebben veel te zeggen. Als de man één ding zegt, krijgt hij er drie terug.’ 

Zodra ze een match op het oog heeft, stuurt ze met toestemming als eerste de foto van de jongen naar het meisje. ‘Meisjes zijn veel mondiger dus die krijgen het initiatief.’ Daar wil het nog wel eens spaak lopen. Ze pakt haar mobiel erbij en laat een foto zien van een niet bijster knappe jongen in glanzend bordeauxrood hemd. ‘Kijk, zo’n lieve jongen. Hij studeert aan de universiteit en zijn moeder wil dat hij trouwt. Maar de foto’s bevallen die meisjes niet. Al acht meisjes hebben hem afgekeurd, ze vinden hem niet aantrekkelijk.’

Chandrikasingh trekt een bedenkelijk gezicht. ‘Daar houd ik niet van. In mijn tijd werd niet gekeken of je mooi of lelijk bent.’ Ze begint weer over haar eigen huwelijk. ‘Je moet niet kijken waar je mee begint, maar hoe je eindigt.’ Door hard werken bouwde het echtpaar Chandrikasingh samen een bestaan op. De Zündapp-bromfiets, waarop haar man kwam aanrijden tijdens de eerste kennismaking, werd later ingeruild voor een fonkelnieuwe Harley-Davidson.

Eén eis: kennismaken

Zelf had ze geen zeggenschap in de partnerkeuze. Hoewel dat tegenwoordig anders is, geeft ze haar kandidaten op cruciale momenten een zetje. Streng: ‘Ik heb maar één eis: je moet kennismaken. Elkaar zien en een babbeltje maken. Je hoeft heus niet gelijk te trouwen: als het je niet bevalt, geen probleem. Baat het niet, dan schaadt het niet.’ Ook als kandidaten na een eerste kennismaking terugkrabbelen, wil de matchmaker soms ingrijpen. ‘Ze bellen me na één afspraak: die jongen of dat meisje bevalt me niet.’ Verheft stem: ‘Maar na één afspraakje kun je niet beslissen. Maak eerst nog een paar afspraken, en dan kijken we verder.’

Chandrikasingh ziet liever niet dat jonge vrouwen snel op zichzelf gaan wonen (‘Welke jongen gaat met je willen trouwen als je zelfstandig bent? Als je onder toezicht van je ouders staat, dan is het beter voor de buitenwereld’). Maar ondanks die conservatieve opvattingen werpt haar methode vruchten af. Chandrikasingh staat vanuit haar flat in Amstelveen aan de basis van vele Hindoestaanse huwelijken, al lopen weinig koppels daarmee te koop.

Sanjay en Kavita

Neem Sanjay en Kavita (op verzoek zijn de voornamen veranderd). Zes jaar geleden trouwde het echtpaar, en ze vertellen graag hoe het huwelijk tot stand kwam. Om inzicht te geven in het werk van een koppelaar, maar net zo goed om schroom bij jongeren weg te nemen. Een partner ontmoeten via een koppelaar is volgens het getrouwde stel niet iets om je voor te schamen. Dat er in de gemeenschap toch een stigma omheen hangt, is de reden dat ze niet herkenbaar in de krant willen.

In het pas opgeleverde nieuwbouwhuis in een Vinex-wijk langs de A4 vertellen Sanjay (41) en Kavita (33) honderduit. Sinds zijn begin-twintigste oefenden Sanjay’s ouders druk op hem uit om een Hindoestaans meisje te ontmoeten. Dat hun zoon op dat moment al jaren in een relatie zat met een niet-Hindoestaans meisje, daar leken zijn ouders geen boodschap aan te hebben. ‘Er is voor je gebeld’, lieten ze aan de keukentafel vallen. Aan de hand van die cryptische mededeling, wist Sanjay dat koppelaar Chandrikasingh met een nieuw meisje op de proppen was gekomen. Zijn ouders hoopten dat hij op het aanbod om kennis te maken in zou gaan, maar Sanjay hield de boot af.

Na ruim zeven jaar kwam er een einde aan Sanjays relatie. Dat had volgens hem niets te maken met het gebrek aan acceptatie vanuit zijn ouders, maar met cultuurverschillen. ‘Hoe vaak ik mijn vriendin ook meenam naar familieverjaardagen of pooja’s (Hindoe-gebedsdiensten, red.), ze bleef zich vanwege de taal en gebruiken een buitenstaander voelen.’

Beeld Eva Roefs

Ook in de jaren na de breuk gaat Sanjay niet in op de opmerkingen aan de keukentafel. Tot hij op zijn 31ste een gezin wil beginnen. Hij wendt zich dan niet tot zijn ouders. In plaats daarvan wacht hij af tot ze weer met een suggestie van Chandrikasingh komen, om daar vervolgens op in te gaan. ‘Als ik tegen mijn ouders zou uitspreken dat ik hun hulp nodig heb, zou het voelen alsof ik toegaf dat ze al die tijd gelijk hadden. Dat wilde ik beslist niet.’

Na een aantal dates leert hij  Kavita uit Den Haag kennen. Vanaf haar 23ste kwamen ook Kavita's ouders met suggesties van potentiële partners. Veel behoefte aan bemoeienis van haar ouders had ze niet, maar om hen tegemoet te komen, sprak ze toch altijd af. De meeste jongens die op de dates verschenen waren stil en ingetogen; andere dates kregen onverhoopt de vorm van een sollicitatiegesprek, waarin haar gesprekspartner zijn cv opsomde. ‘Een bijdehante jongen onderwierp me aan een kruisverhoor en wilde bijvoorbeeld weten of ik tijdschriften las. Ik zou daar normaal fel tegenin gaan, maar omdat de date via mijn ouders was geregeld, hield ik mijn kiezen op elkaar.’ Een paar weken later ontmoette ze de directe Sanjay, en merkte dat het klikte. En toen ging het vanzelf.

Inmiddels is het echtpaar zes jaar getrouwd. Nederlandse vrienden vinden hun verhaal fascinerend, maar vanuit de Hindoestaanse gemeenschap ervaart het koppel weerstand en onbegrip. Het is weerstand die Sanjay vroeger ook bij zichzelf opmerkte. ‘Ik was heel sceptisch. Ik dacht dat lelijke of zielige mensen bij een koppelaar aanklopten. Ik ben assertief en dacht: ik moet toch zelf een partner kunnen vinden? Maar hoe ouder ik werd, hoe meer ik erachter kwam dat dat helemaal niet logisch was. In het dorp waar ik ben opgegroeid kwam ik geen Hindoestanen tegen. Als ik tijdens het uitgaan een Hindoestaans meisje tegen het lijf liep, was het er vaak een met een ander karakter. Dan leken we qua uiterlijk wel op elkaar, maar was het verschil in opleiding en interesses te groot.’

Diezelfde koppigheid ziet Sanjay terug bij zijn neefjes, waardoor de drempel om een koppelaar te benaderen voor hen groot is. Hij drukt ze daarom op het hart dat ze zich niet moeten schamen als ze iemand leren kennen via een matchmaker. ‘Als je klaar bent voor een serieuze relatie, moet je het gewoon doen. De kans is groot dat je iemand tegenkomt met wie je een match hebt.’ Kavita: ‘Het verschilt niet van alle andere mogelijkheden, zoals datingsites of Tinder.’

Of de twee elkaar hadden ontmoet zonder de koppelaar? Hoewel Kavita twijfelt (‘als we voor elkaar bestemd zijn, waren we elkaar ergens anders wel tegengekomen’) is Sanjay resoluut. ‘Mijn vrouw en ik woonden zo ver bij elkaar uit de buurt.’

Waarom de twee gematcht zijn, is voor het stel onduidelijk. Met de koppelaar heeft het stel nooit direct contact gehad, op één keer na. Drie maanden na de eerste date waren ze te gast op een bruiloft. Kavita: ‘Halverwege de avond kwam mijn moeder naar me toe, met de mededeling dat de koppelvrouw ons wilde ontmoeten. We liepen erheen en toen mevrouw Chandrikasingh ons zag, straalde ze. Ik begrijp dat wel. Het is toch een soort moederinstinct. Ze is trots en zal vast hebben gedacht: ‘Ik heb mijn Hindoestaanse mensen kunnen helpen.’’

‘Mama stop ermee’

Succesverhalen als deze zijn een druppel op een gloeiende plaat, zegt Chandrikasingh zelf. Ze heeft nog minstens vierhonderd kandidaten die ze nog niet aan een partner heeft geholpen. ‘Soms word ik om 3 uur ’s nachts wakker. Dan ga ik in de woonkamer zitten en pak ik er oude schriften bij om namen te zoeken. De volgende ochtend bel ik die nummers op om te informeren of ze inmiddels bezet zijn. Zo niet, dan kan ik verder puzzelen.’

Hoeveel matches ze nog kan maken, blijft onzeker. Ze wordt vergeetachtiger en de gewrichten in haar handen doen pijn. ‘Mijn kinderen zeggen: ‘Mama, stop ermee. Ga ander vertier zoeken.’ Ze hebben een schotelantenne laten plaatsen zodat ik naar zes Indiase tv-zenders kan kijken. Maanden zijn voorbijgegaan en ik heb geen van die zenders bekeken. Ik ben verslaafd aan dit koppelen, hoe moet ik afscheid nemen? Ik doe zo mijn best. En als ik die kinderen niet help, gaan ze misschien met een partner met een andere afkomst trouwen.’ Chandrikasingh maakt een wegwerpgebaar. ‘Dat vind ik geen ramp: liever iemand dan niemand.’

Indiërs in Nederland

Wanneer Surinaamse slaven in 1873 worden vrijgelaten, blijven plantagehouders zonder werkkrachten achter. Om dat verlies op te vangen, worden er in het buitenland tienduizenden contractarbeiders gezocht. Jonge mannen en vrouwen uit onder meer India en Indonesië worden, soms onder valse voorwendselen, geronseld om op plantages te werken. De arbeiders uit India worden Hindoestanen genoemd; die uit Indonesië Javanen. Rond de onafhankelijkheid in 1975 verhuizen grote groepen Surinamers naar Nederland. Nu wonen er in Nederland circa 160 duizend Hindoestanen, voornamelijk in de regio Den Haag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden