interviewje kunt het maar één keer doen

‘Martin hoopte iedere avond, iedere dag, dat hij niet meer wakker zou worden’

Tuurlijk, dood gaan we allemaal. Maar afscheid nemen kan op veel manieren en dat maakt nogal wat uit. In deze serie spreekt Barbara van Beukering nabestaanden over het stervensproces van hun dierbaren.

Beeld Krista van der Niet

Martin van der Hel (76, gepensioneerd bedrijfsleider bij een drukkerij) overleed op 22 juni 2020 door middel van euthanasie. Twee jaar geleden kreeg hij de diagnose pulmonale hypertensie. Hij was 26 jaar getrouwd met Wilma van der Hel-Fros (74).

Wilma: ‘Twee jaar geleden kreeg Martin een heel dikke buik, hij bleek vocht vast te houden. Met enige regelmaat moest hij naar het ziekenhuis om het vocht eruit te halen en dan kon hij weer even vooruit. In januari 2019 kreeg hij eindelijk de diagnose: pulmonale hypertensie, een progressieve en ongeneeslijke ziekte waardoor een abnormale hoge bloeddruk in de longen ontstaat. Het hart moet dan zo hard werken dat je steeds minder kunt. Het belangrijkste symptoom van deze zeldzame ziekte is een niet te verdragen vermoeidheid. Het is als een loden jas die je aanhebt. Vorig jaar zomer zijn wij nog met de caravan naar Frankrijk gegaan, maar op de terugweg, vlak voor Antwerpen, zei hij: ‘Wil, jij moet verder rijden, ik val steeds bijna in slaap.’ Ik had in geen dertig jaar met een caravan gereden, dus dat durfde ik helemaal niet. Met veel pijn en moeite zijn we thuisgekomen. Daarna ging het snel bergafwaarts. Door de vermoeidheid kon hij alleen nog maar heel kleine stukjes lopen en lag hij steeds vaker in bed. Dat was niks voor Martin. Mijn grote, sterke man, noemde ik hem altijd.

Martin was van meet af aan heel stellig in wat hij wilde. Hij was een zelfbewuste man, hij wilde onder geen beding aftakelen. In oktober bespraken we zijn wilsbeschikking met onze huisarts en ze beloofde ons te zullen helpen met euthanasie. Ze was bereid om op dat moment de Scen-arts al te bellen, maar Martin vond dat nog te vroeg. Zijn grens was het moment dat hij bedlegerig zou worden.

Eind januari, toen hij het grootste deel van de dag in bed lag, zei hij: ‘Het is klaar, ik kan niet meer.’ Hij was heel duidelijk. Je hoefde bij hem nooit bang te zijn dat hij niet zeker van zijn zaak was. Maar ikzelf was er nog niet aan toe, ik kon hem nog niet laten gaan. Dat vond hij moeilijk, maar hij begreep het wel. Toen we een paar weken later in De Wereld Draait Door een gesprek zagen over sterven, viel bij mij het kwartje. Ik zei tegen Martin: ‘Ik mag jou niet tegenhouden. Jij hebt altijd gezegd dat je waardig wil sterven en ik zie nu in dat ik je daarin moet steunen.’

Op 5 maart kwam de huisarts. Tot onze stomme verbazing zei ze dat ze het toch niet zou doen. Haar argument was dat Martin niet ondraaglijk leed. Ze zei letterlijk: ‘Ik doe het niet, want dan kom ik in het gevang.’ Waarop ik antwoordde dat ze daar natuurlijk niet bang voor hoefde te zijn omdat hij een duidelijke wilsbeschikking had en we in Nederland gelukkig een goede euthanasiewet hebben. Maar ze was onvermurwbaar, er viel niet meer over te praten. We waren uit het lood geslagen. ’s Avonds belde ik haar om te vragen of ze toch nog eens wilde uitleggen waarom ze zich had teruggetrokken terwijl Martin overduidelijk aan de zes wettelijke zorgvuldigheidseisen voldeed. Ze herhaalde weer dat ze bang was voor de juridische consequenties.

Voor Martin was het een mokerslag. Hij deed alles weloverwogen en als hij eenmaal een besluit had genomen, moest het ook gebeuren. Het was voor hem klaar, hij kon en wilde niet meer. Ik heb toen contact opgenomen met het expertisecentrum voor euthanasie. Op 25 maart werd een afspraak gepland met een arts en een verpleegkundige. En toen kwam corona ertussen. Alles werd afgeblazen.

Op dat moment besloot Martin het heft in eigen hand te nemen door zoveel mogelijk pillen te slikken. Hij wilde niet dat ik erbij was op het moment dat hij ze innam, dus ik bleef in de keuken. Daarna ben ik bij hem gaan liggen en met de armen om elkaar heen is hij in slaap gevallen. En toen werd hij weer wakker. Ik schrok, want het leek alsof hij stikte. De wijkverpleegster belde meteen de huisarts die uitlegde dat het door de pillen kwam, maar dat hij niet zou stikken. Ze vond het niet nodig om te komen.

Martin was wanhopig. Iedere avond, iedere dag, hoopte hij dat hij niet meer wakker zou worden. Als iemand langskwam die vroeg of hij nog iets kon doen, zei Martin steevast: ‘Ja, me een spuitje geven.’

Inmiddels radeloos belde ik onze huisarts weer: ‘Je hebt de vrijheid om te zeggen dat je het zelf niet wil doen, maar laat dan een andere arts komen. Dat is toch een morele verplichting?’ Ze stelde voor om een collega uit haar praktijk te sturen. Er kwam een heel sympathieke dokter, hij leefde enorm met ons mee. Maar toen puntje bij paaltje kwam, deed hij het net zo min. Hij vond ook dat Martin niet ondraaglijk leed. Iemand die niets meer kan, het grootste deel van de dag slaapt en iedere dag huilt dat-ie weer wakker is geworden, lijdt toch ondraaglijk? Wij vermoedden dat de artsen zijn teruggefloten door het hoofd van de praktijk, anders valt het niet te verklaren.

Martin en Wilma.Beeld privé album

Het was een vreselijke periode. Ik moest vechten om Martin te laten sterven, terwijl ik niets liever wilde dan dat hij bleef leven. Maar ik deed het voor hem, hij had mijn steun ontzettend hard nodig. We waren zo close, ik kan niet uitleggen hoe intiem dat was. We waren al heel verknocht aan elkaar, maar de laatste maanden groeiden we nog meer naar elkaar toe.

Begin juni kon de euthanasie-arts van het expertisecentrum voor euthanasie eindelijk komen. Dokter Marianne, een schat van een vrouw. Nadat ze met Martin had gesproken, zei ze dat ze alles in het werk zou stellen om hem zo snel mogelijk te helpen. Ze zei: ‘Als iemand het verdient om te mogen sterven is het Martin wel.’ Een week later kwam ze terug met Janine, een verpleegkundige, en twee dagen daarna kwam de Scen-arts al. Hij zei precies hetzelfde, dat het overduidelijk was en geen twijfel leed dat Martin mocht sterven.

Op 22 juni kwamen Marianne en Janine om half 11 ’s ochtends. De muziek die Martin en ik hadden uitgezocht voor de afscheidsdienst hadden we opgezet. Ik had kaarsen en foto’s neergezet. Ik noemde de namen van de kleinkinderen terwijl mijn dochter de kaarsen aanstak. Marianne legde steeds heel rustig uit wat ze deed. Mijn dochter, zoon en ik zaten met onze armen om Martin heen. Op een gegeven moment vroeg Marianne: ‘Zijn jullie eraan toe? Als ik dit toedien is Martin er over zes minuten niet meer.’ Martin was er heel erg aan toe. Hij was ook helemaal niet bang voor de dood. Hij zei nog iets tegen Roos, nog iets tegen Coen en nadat hij tegen mij ‘ik hou van je’ had gezegd, zakte hij weg. Ik legde mijn hand op zijn hart. Het nummer Auld lane syne stond op. Dat was het laatste nummer dat we voor zijn dienst hadden uitgekozen. Op het moment dat zijn hart stopte, stopte de muziek. Het leek wel alsof de heilige geest om ons heen was. We hebben heel vaak gehoopt dat hij niet meer wakker zou worden, maar dit was zo’n mooie manier om te sterven. In volle vrede. Eindelijk rust.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden