Interview Marloes Coenen

Marloes Coenen: ‘Ik word een sportende moeder, want het spel, het plezier, kan ik niet missen’

Marloes Coenen (37), drievoudig wereldkampioen Mixed Martial Arts, vocht in maart 2017 haar laatste wedstrijd. Dilemma’s te over, ‘maar kom dan wel vandaag, want ik kan elk moment bevallen.’

Marloes Coenen. Beeld Frank Ruiter

Voorbereiden op een wedstrijd of voorbereiden op een bevalling?

‘Op een bevalling. Iedere vrouw kan het, je lichaam is erop gebouwd, je hebt duizenden voorbeelden gezien en je weet de uitkomst: het kind gaat er hoe dan ook komen. Voorbereiden op een wedstrijd is veel heftiger. Je traint hard, je houdt je aan een streng dieet, je voert een psychologische strijd met je tegenstander, en dat doe je allemaal zonder zeker te weten hoe op het moment van de wedstrijd het dubbeltje gaat vallen. Het enige wat je weet, is dat jij je in de schijnwerpers, voor duizenden mensen, kwetsbaar gaat opstellen.

Er zijn ook overeenkomsten tussen voorbereiden op bevallen en een wedstrijd. Eén: als je eenmaal bent begonnen, kun je niet meer terug. Twee: je moet het alleen doen. Drie: je raakt steeds meer naar binnen gekeerd. Als vechter noemde ik dat: in de zone raken. Dat begon met gekke bekken trekken, tegen deuren slaan, mezelf oppeppen, en zo steeds meer gefocust raken – tot je voor de kooi staat en het licht en de warmte van de lampen voelt. Dan kan iedereen tegen je aanlullen, maar hoor je niks meer.

Ik ben nieuwsgierig naar de bevalling. Ik weet dat ik met pijn kan omgaan – dat heb ik zeventien jaar lang professioneel gedaan. Maar vaginale pijn wordt een ander verhaal. Hoe ga ik daarmee om? Misschien gil ik wel als een speenvarken straks, zei ik pas nog tegen Roemer, mijn vriend. Maar ik vermoed dat ik stil en gefocust zal zijn.’

Vechten: uiting van agressie of methode voor zelfontplooiing?

‘Vergelijk het met een mes. Daar kun je een boterham mee smeren, of iemand mee neersteken. De persoon die het mes in handen heeft, bepaalt welke functie dat mes heeft. Voor mij is MMA een middel voor persoonlijke groei. Dat vinden veel mensen raar. Ze zien een kooi waarin twee mensen vechten, ze zien bloed, en denken: is dit persoonlijke groei?

Kooi of collegebank?

‘Ik was net begonnen met een studie Kunst- en cultuurwetenschappen, toen ik in 2000 wereldkampioen werd in het open gewichtstoernooi mixed martial arts in Tokio. Ik dacht: ik ga hier mijn vrijheid tegemoet. Ik vond de kooi zo veel interessanter dan een studie. In de kooi was het: spelen op het scherpst van de snede, risico’s nemen, avontuur aangaan. Ik kwam erachter dat ik mentaal en fysiek heel sterk was, dat ik kon winnen. Ik wilde niet voldoen aan het stereotiepe beeld van een vrouw: dat je lief bent en meegaand, dat je geen plek inneemt in een ruimte, dat je het gevecht fysiek niet aangaat. Onzinnige eisen! Waarom moet ik klein en fijn zijn, waarom mag ik geen spieren hebben? Vrouwen zeggen weleens, als ze het hebben over een bevalling: er kwam ineens zo’n kracht over me. Onzin, die kracht zit in je. Wees je daar bewust van, en draag die in het dagelijks leven mee.’

Winnen door knock-out of door verwurging?

‘Ik heb de meeste wedstrijden gewonnen met een submissie. Dat is als iemand zich overgeeft nadat je een armklem, beenklem of verwurging hebt toegepast. Met een arm- of beenklem forceer je de ledematen een kant op waar ze niet naartoe kunnen. Als je tegenstander niet op tijd klopt, als teken: nu moet je stoppen, breken ze. Is een keer of drie, vier gebeurd in mijn carrière. Je hebt er lak aan, als je de arm van een ander breekt. Dat klinkt heel heftig, maar je hebt een set van regels en als de tegenstander te arrogant is om te kloppen, is dat haar verantwoordelijkheid.

Met verwurging sluit je de bloedbaan naar het hoofd af, waardoor er geen zuurstof in de hersens komt – ook weer: tenzij je op tijd klopt. Ik heb maar één keer in mijn carrière iemand technisch knock-out geslagen. Dat was Yuuki Kondo. Met een rechtse directe. Voor mij is een k.o. het ultieme bewijs dat je de beste bent.’

Op tijd stoppen of over je grens gaan?

‘Nu ik op mijn carrière terugkijk, zie ik dat ik van de zeventien jaar minimaal tien jaar overtraind ben geweest. Stoppen zit niet in mijn vocabulaire. Ik wil alles eruit halen wat erin zit. Ik trainde elke dag, ik heb mijn lichaam uitgeput. Kreeg pfeiffer op mijn 20ste, en ging na een maand toch weer colleges volgen. Ik heb jarenlang spasmen gehad die zo heftig waren dat ik niet op een bank of stoel kon blijven zitten. Ik schreeuwde, vanuit het niets. Op een gegeven moment ben ik naar een neuroloog gegaan, die zei: misschien heb je Gilles de la Tourette. Een andere optie was: je hebt een bacterie. Ik heb het hele medische circuit doorlopen en geen moment gedacht: misschien moet ik het rustiger aan gaan doen. Ik heb in trainingsweken, terwijl ik al uitgeput was, geleefd op een dieet van twee eieren en een rijstwafel, een scoop eiwitpoeder met water en 50 gram rookvlees met een tomaat. Ik ging met honger naar bed, ik was geobsedeerd door eten. Ik heb weleens taarten gebakken, alleen maar om eraan te ruiken. En zo ging ik een gevecht in.

Ik denk soms: als ik liever voor mezelf was geweest, had ik dan meer bereikt? Ik heb met al mijn klachten drie wereldtitels gehaald. Hoe goed zou ik zijn geweest als ik gezond was geweest? Dat is het zure.’

Trainen met Roemer Trompert of met Martijn de Jong?

‘Dat is een complete no-brainer: met Roemer. Niet alleen omdat hij mijn partner is en ik van hem hou. Maar omdat hij me als trainer heeft opgebouwd, anders dan Martijn, die toch 21 jaar mijn coach is geweest.

Mensen zeggen: als je Martijn niet vlak voor je laatste wedstrijd, het wereldkampioenschap tegen Julia Budd, aan de kant had gezet, had je die titel misschien wel gewonnen. Maar voor de wedstrijd tegen Alexis Dufresne, een jaar eerder, trainde ik nog met hem. En die verloor ik ook.’

Overdoen: de wedstrijd tegen Budd of tegen Dufresne?

‘De laatste. Mijn stijl van vechten is: erop, risico’s nemen, en de partij zo snel mogelijk afmaken. Maar Budd was er niet op uit een spannende wedstrijd te spelen, ze was alleen maar bezig te neutraliseren. Dat doe je als je geen vertrouwen hebt in jezelf. Ze ging op me zitten en ik kon niks meer. 

Bij Dufresne was het anders. Die was op de vechtdag te zwaar, niet op gewicht. Dan heb je geen respect voor de sport, voor je tegenstander, voor je fans, voor je promotor die je tickets betaalt en je verblijf en je eten. Het enige dat je als vechter moet doen, is hard trainen en op gewicht zijn. Ik ben nog nooit zo boos geweest. Voor de professionaliteit en veiligheid is het belangrijk dat vechters een gelijk gewicht hebben.

Marloes Coenen

1981 Geboren in Olst
1999 Diploma VWO
2000 Kunst- en Cultuurwetenschappen, Erasmus Universiteit
2000 Wint eerste wedstrijd in Japan, doet in hetzelfde jaar mee aan ReMix World Cup en wordt eerste vrouwelijke wereldkampioen MMA
2009 debuteert als vechter bij de Amerikaanse MMA-organisatie Strikeforce, hoogste competitie in vrouwen-MMA
2010 wereldkampioen MMA voor vrouwen tot 61 kilo
2014 tekent als eerste vrouw contract bij Bellator
2017 beëindigt carrière na verliezen van de wereldtitel. Documentaire film The Last Fight van Victor Vroegindeweij geselecteerd voor het IDFA. Verschijning boek Kracht, met ‘levenslessen uit de kooi’.

Marloes Coenen is lid van de Sportraad Amsterdam en is eigenaar van R-Grip Gym. Ze woont samen met haar partner Roemer Trompert. 

Ik ben altijd de kooi ingegaan met het idee: ik ga mijn tegenstander helemaal afmaken. Ik wil niet dit kleine beetje beter zijn, ik moet heel veel beter zijn. Maar bij Dufresne voelde ik al in de eerste ronde het verschil van gewicht. Ik hoor Roemer op een gegeven moment roepen: nog 10 seconden tot de bel. En ik dacht: Marloes, je mag echt niet met haar naar de tweede ronde, je moet het nu afmaken. Lukte niet. In de laatste seconden van de eerste ronde werd de armklem ingezet. Ik had nooit gedacht dat ze me zou pakken op mijn specialisme.

Als ik die wedstrijd zou overdoen, zou ik de emotie eruit halen. Ik was alleen maar agressief. Ik dacht alleen maar: ik ga je pijn doen, jij gaat betalen voor het niet op gewicht zijn. En toen was het voorbij.’

Afscheid nemen met titel, of zonder?

‘Natuurlijk ga je voor een titel. Maar als ik van Budd had gewonnen, was ik niet gestopt en was ik nu niet zwanger geweest.’

Sporter of moeder?

‘Ik heb altijd een kinderwens gehad. Maar de liefde voor de sport was zo groot, dat ik heel lang voor het eerste heb gekozen en het risico nam dat het moederschap er niet meer in zou zitten. Omdat ik mijn lichaam zo op de proef had gesteld.

Nu zeg ik: ik ga niet kiezen. Ik word een sportende moeder. Want het spel, het plezier, kan ik niet missen. Als de baby er straks is, neem ik zes weken rust. Daarna staat mevrouw weer op de mat.’

Op 11/6 om 20:35 wordt The Last Fight uitgezonden op NPO2.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden