Eeuwig LevenHenriëtte Dijkinga (19..-2021)

Markante en mysterieuze hoedenmaakster voor de Nederlandse jetset

Zowel bij leven als na haar dood wilde mode- en hoedenontwerpster Henriëtte Dijkinga een mysterie blijven. En dus mogen we niet alles van haar weten, zegt haar dochter Jacqueline. Haar leeftijd heeft Dijkinga altijd verborgen gehouden. Haar dochter kent die (‘als artsen ernaar vroegen, draaide ze er omheen’), maar Jacqueline vraagt zich af of haar andere kind, een zoon, die ook weet.

Henriëtte Dijkinga Beeld Rechtenvrij
Henriëtte DijkingaBeeld Rechtenvrij

Het is de erfenis van het kunstenaarschap, volgens haar dochter. ‘Ze leefde in haar eigen wereldje. ‘Superijdel, artistiek en vaak zelfzuchtig’, zegt haar dochter onomwonden. Een ‘echte kunstenaar’, opgesloten in het ‘giftige wereldje’ van de haute couture.

Wat we weten mogen: Henriëtte erfde haar talent van haar moeder. Henriëtte wilde naar Amsterdam voor de academie van Charles Montaigne, destijds een grote naam in de modewereld. Haar vader huiverde voor het ‘wilde’ Amsterdam en weigerde haar studie te betalen. Henriëtte ging toch: toen haar latere man Floor aan het Koninklijk Instituut voor de Marine ging studeren, greep zij alsnog haar kans voor Charles Montaigne. Ze betaalde de opleiding van haar salaris als stenotypiste.

Sinds 1987 ontwierp ze zelfstandig hoeden en accessoires voor de ‘jetset’ en werd ze een geziene gast in de glamourprogramma’s van Gert-Jan Dröge of het Stan Huygens Journaal in De Telegraaf. Shows vonden plaats in het Haagse hotel Des Indes of – twee jaar geleden voor het laatst – Huis ter Duin in Noordwijk.

Zelf verklaarde Dijkinga haar clientèle ‘staatsgeheim’, haar dochter maakt er geen geheim van dat ‘heel wat hoeden van politici op Prinsjesdag’ door haar moeder gemaakt waren. Ook op huwelijken van het koningshuis werden haar creaties gezien. Onder anderen Gerdi Verbeet en actrice Gerda Havertong hoorden tot haar klantenkring, zegt Jacqueline.

Solitair

Hoewel ze genoot van aandacht, leidde ze een solitair bestaan. ‘Voor zover ik weet had niemand uit dat wereldje contact met haar; ze nam nooit deel aan gezamenlijke activiteiten’, zegt ontwerpster Marianne Jongkind. Ze herinnert zich Dijkinga als opvallende verschijning, klein van postuur (1 meter 50 lang), oranje lippenstift en vaak gehuld in kleding van Frans Molenaar. Met haar man, een niet minder opvallende verschijning in oranjekleurige colberts en wandelstok met gouden kop, vormde ze een markant koppel in het uitgaansleven van haar woonplaats Den Haag.

Graag had Dijkinga een hoed ontworpen voor Máxima, zei ze in 2003 tegen het Leidsch Dagblad. Dat zou haar ‘een zelfverzekerd gevoel’ geven. ‘Maar tot op de laatste dag zal ik iemand weten te noemen voor wie ik ook nog graag zou ontwerpen. Dat is het geheim van de scheppende geest. Een kunstzinnig mens wil altijd nog beter, nog meer en nog verder.’

Dat eiste ook een tol, zegt haar dochter. De aandacht voor haar dochter en zoon was niet overmatig. ‘Ik kan me van mijn jeugd welgeteld éénmaal herinneren dat mijn moeder me thuis opwachtte met een kopje thee’, zegt Jacqueline. ‘Ze was bezeten van haar werk. Het kwam voor dat ze zich drie dagen opsloot op haar kamer, om te ontwerpen. Dan moest je haar niet storen.’

Haar dood was even markant als haar leven: toen ze door complicaties na een ontsteking aan haar been niet meer kon lopen, besloot ze na een kort ziekbed gebruik te maken van haar euthanasieverklaring. Gesteund door haar huisarts en een SCEN-arts was het binnen een week geregeld, volgens haar dochter: ‘Ze zei toen: ‘Wat heerlijk, ik ga dood’.’ Een uur voor haar overlijden, op 29 september, hief ze nog een glas van haar geliefde champagne. ‘Ik heb een mooi leven gehad’, concludeerde ze.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden