ColumnSylvia Witteman

‘Mark! Wist je ’t al? Rob is dood’

null Beeld

Om de hoek van de Albert Cuypmarkt stond ik in de zon een ijsje te eten dat volgens de fabrikant ‘ambachtelijk’ en ‘met passie’ was bereid. Het woord ‘ambachtelijk’ betekent gelukkig helemaal niets, maar bij ‘passie’ word ik altijd een beetje gehinderd door beelden van naakte lichamen die zich druipend van allerlei lichaamsvocht aan elkaar vergrijpen terwijl ze met één vrije hand in dat ijs roeren.

Naast het ijstentje bevond zich een druk caféterras vol zomers geklede mensen die met blije ‘het mag weer, dus dan zúllen we ook’-gezichten in het bierschuim zaten te happen. Op het hoekje zat een gedrongen makelaarstype van een jaar of 40 in een (misschien niet helemaal) ironische hawaiibloes saté te eten en op zijn telefoon te scrollen toen er een man op een scooter naast hem stil hield en zei: ‘Mark! Wist je ’t al? Rob is dood.’

Mark slikte een hap door en sprak onbewogen: ‘ Joh... overdosis?’ De man op de brommer antwoordde al even kalm: ‘Nee, gesprongen. Het ging ’m blijkbaar allemaal te lang duren.’ Rob was van beide mannen geen boezemvriend geweest, zoveel was duidelijk.

‘Nou, nou, nou, nou, nou, nou, nou!’ zei een vrouw naast me verontwaardigd. Ook zij stond zo’n ambachtelijk passie-ijsje te eten, aardbeien zo te zien. Ze was in de zestig, tanig, en droeg een zandkleurige jurk van een soort jute, houten kleppersandalen en een lichtgrijs Calimero-kapsel. Ze stootte me aan met haar elleboog en zei: ‘Dat is toch niet nodig? Als er net iemand overleden is?’

‘Ze waren, denk ik, niet zo op hem gesteld’, antwoordde ik terwijl ik mijn oren naar links spitste, want ik wilde de rest van hun conversatie horen. Was het, bijvoorbeeld, een Herman Brood-sprong geweest of zo’n geval dat op de treinstations steevast wordt omgeroepen als een ‘aanrijding met een persoon’?

Maar de vrouw praatte door. ‘Ik begrijp niet hoe iemand zoiets afschuwelijks kan doen!’, vervolgde ze. ‘Juist nu! Dat is toch niet logisch? Met alle ellende bijna achter de rug, en dat heerlijke weer!’

Ik knikte maar wat, al was het onzin. Zonneschijn en een uitdovende pandemie zijn opbeurend voor gewone mensen, maar voor verworpenen der aarde kan het een extra pijnlijke confrontatie zijn met hun eenzame, gitzwarte wanhoop.

‘Weet je hoeveel ik nog van ’m kreeg? riep de makelaar intussen tegen de scooterman. Zijn kalmte was verdwenen, zijn ogen vonkten, ja, er was misschien zelfs wel sprake van passie. Maar de juten vrouw bleef staccato doorleuteren en daardoor kon ik hem niet verstaan. Nooit zal ik weten hoeveel hij nog kreeg van Rob, die gesprongen was omdat het hem allemaal te lang ging duren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden