Het eeuwige levenMarijke Meijer

Marijke Meijer (1937-2020), poppenspeler die vloekte, schold en tierde

Ze won met haar voorstellingen kinderen voor hun verdere leven voor het theater, schreef een recensent. Maar ze had ook een donkere kant.

Marijke Meijer.

Poppenspeler Marijke Meijer hield ervan de grenzen van het fatsoen op te zoeken. Ze kon vloeken en schelden. Puur om te provoceren.

Haar dochter Nienke denkt dat dit een gevolg zou kunnen zijn van een verblijf van drieënhalf jaar in een jappenkamp tijdens de oorlog. ‘Ze had last van heftige emoties en driftbuien. Achter de fantasievolle verhalen en de creativiteit schuilde een andere kant, die vooral zichtbaar was voor degenen die intiem met haar samenleefden.’

Marijkes eigen moeder was dement geworden, en dat was altijd een schrikbeeld voor haar. Ze was al heel lang bezig met haar eigen levenseinde. En toen ze zelf twee jaar geleden merkte dat haar geheugen haar in de steek liet, wilde ze alleen nog maar dood.

Met die doodswens kwam ze terecht bij het Expertisecentrum Euthanasie, waar na een zorgvuldige procedure bleek dat zij voldeed aan alle criteria. Ze overleed op 7 oktober in Edam.

Boven de advertentie in de Volkskrant stond een van haar provocerende gedichten:

Gott in Himmel
Gib mir ein Pimmel
Aber nicht so eine grosse
Dass die Mädchen davon blosen
müssen

Ze werd als Marijke Hindriks geboren in Medan in Nederlands-Indië. Haar vader voer daar als kapitein op een schip van de KPM. Haar moeder was onderwijzeres. Tijdens de Japanse bezetting werd eerst haar vader gevangengenomen. Daarna kwam Marijke met haar zus Anneke, haar moeder en haar net geboren broertje Kees in jappenkamp Banyubiru 11 terecht, waar ze drieënhalf jaar verbleven. De nachten brachten ze door op britsen van 50 centimeter breed waar je je niet op kon omdraaien. Er was nauwelijks eten en drinken. Velen stierven.

Nienke zegt dat haar moeder haar hele leven een fascinatie hield voor de dood. ‘Een tijd lang ging ze voor de hobby op reis naar begraafplaatsen. Ook in de kijkdozen die ze later maakte, is de dood vaak aanwezig’, zegt ze.

Na de oorlog werd het gezin herenigd. Marijke en haar zus kwamen in 1950 terug in Nederland, waar ze bij een tante introkken. Drie jaar later volgde ook de rest van de familie.

Haar vader kon aan de slag als havenmeester in IJmuiden. Marijke ging naar de kweekschool en werd net als haar moeder onderwijzeres. Ze trouwde met Bert Meijer, die weg- en waterbouwkunde had gestudeerd in Delft en een baan vond bij Hoogovens. Ze gingen wonen in Castricum, waar er drie kinderen kwamen - naast Nienke nog twee jongens.

Marijke was maatschappelijk actief, maar had ook creatieve talenten. Op kinderverjaardagen gaf ze vaak poppenkastvoorstellingen. Trudy Kuyper van poppentheater Dibbes inspireerde haar om een eigen poppentheater te beginnen, dat de naam Minuskuul kreeg.

Er kwamen zeven Minuskuulproducties - de laatste in 1999 - die werden vertoond in theaters en scholen en op festivals. Ze ontving ook de Jan Nelissenprijs voor de voorstelling Klaasje ergens anders.

Een recensent schreef: ‘Als dit de eerste voorstelling is die kinderen ooit te zien krijgen, dan zijn ze voor hun verdere leven gewonnen voor het theater.’

Na de dood van haar man in 1988 verhuisde ze naar Edam, waar ze in een oud huis haar eigen theatertje kon inrichten. Daar konden collega’s repeteren en voorstellingen geven; later werden er ook concerten gegeven en creatieve cursussen. Nadat ze gestopt was met poppentheater, ging Marijke kijkdozen maken. Daar hing ze een lange gang mee vol, waardoor haar huis een waar museum werd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden