Interview Marcel van Roosmalen en Theo Janssen

Marcel van Roosmalen schreef een eerlijk boek over oud-voetballer Theo Janssen: ‘Het gaat in wezen nergens over’

Theo Janssen (37) en Marcel van Roosmalen (50) in de kelder van boekhandel Hijman Ongerijmd in Arnhem. Beeld Lukas Göbel

Journalist Marcel van Roosmalen vroeg zich af waarom hij er in godsnaam aan was begonnen: een boek schrijven over oud-voetballer en cultheld Theo Janssen. Die had namelijk helemaal geen zin om iets te vertellen. Sara Berkeljon zocht uit hoe het boek er uiteindelijk toch kwam.

En daar zat Marcel van Roosmalen, in de auto met oud-voetballer Theo Janssen, die hem vroeg een raampje open te zetten. Want daar kwam er weer een – een geruisloze. Het is een van de momenten waarop Van Roosmalen, zoals hij zelf beschrijft, het niet meer ziet zitten. Een citaat uit zijn boek: ‘Ik heb twee kinderen. Ik heb het hartstikke druk. En dan ga ik een boek schrijven over een debiel, die als ik in Arnhem ben vraagt of ik aan z’n vinger wil trekken. Niets inhoudelijks, gewoon een paar scheten. Dit is de bodem.’

Denk je op dat moment: dit is leuk voor mijn boek?

Van Roosmalen: ‘Natuurlijk denk ik dat. Maar dat wil niet zeggen dat ik het op dat moment ook naar mijn zin heb. Ik vond het vreselijk, de eerste maanden dat we aan dit boek werkten. En hij denk ik ook.’

Janssen: ‘Verschrikkelijk.’

Van Roosmalen: ‘We zaten maar tegenover elkaar, steeds op hetzelfde terras. Ik dacht: dit is mijn straf. Een straf voor mijn ijdelheid, mijn geldzucht. Waar was ik in getrapt? En tegelijkertijd vond ik het ook wel iets puurs hebben, dat hij totaal zijn best niet deed.’

Janssen: ‘Nog even over wat er in de auto gebeurde. Ik moet erbij zeggen: we hadden echt slecht gegeten. Staat dat ook in het boek?’

Van Roosmalen: ‘Jij zou een restaurant regelen. Jij nam ons mee naar McDonald’s.’

Janssen: ‘En wat zei jij toen we weggingen, weet je nog? Dat je het eigenlijk wel lekker vond.’

Van Roosmalen: ‘Dat staat niet in het boek. Maar inderdaad, ik vond het wel lekker.’

Ex-voetballer wil boek, maar heeft geen zin om iets te vertellen. Boek komt er toch. Zo luidt de kortst mogelijke samenvatting van Theo Janssen. Marcel van Roosmalen op pad met de Dikke Prins, het boek van NRC-columnist, schrijver en Vitesse-kenner Marcel van Roosmalen (50) over voormalig Vitesse-speler Theo Janssen (37). Het boek, dat vooral gaat over de obstakels die Van Roosmalen op zijn weg vindt bij het schrijven ervan, is ‘het eerste echt eerlijke boek over een voetballer ooit’, zegt de schrijver. ‘Zoveel gebeurt er namelijk niet in het leven van een voetballer. Dat wordt in dit boek heel duidelijk.’

Het is een typisch Marcel van Roosmalen-boek, zegt Van Roosmalen, ‘omdat het is geschreven vanuit de nederlaag. De hoofdrolspeler wil niks zeggen, maar je schrijft het boek toch. Dat is heel erg Marcel van Roosmalen. Ik denk dat de meeste mensen er gewoon mee waren gekapt.’

Welke onderwerpen mochten er niet in?

Van Roosmalen: ‘Al snel bleek dat hij in een soort echtscheiding was verwikkeld. Dat onderwerp was taboe. Zijn ex-vrouw, van wie iedereen wel weet wie het is, wilde niet met naam en toenaam in het boek. Ook de naam van zijn dochter, die gewoon op Theo’s Instagram staat, mocht er niet in. Daarnaast wilde Theo niet uithalen naar voetballers of trainers uit zijn verleden. Wat er overbleef was eigenlijk heel weinig.’

Veel slap gelul dus, nul ontboezemingen. Niet het ideale verkooppraatje, dat weet Van Roosmalen ook wel. ‘Het is erg meta. Het gaat in wezen nergens over. Als we op tv zijn, moeten we onze onderlinge irritatie uitdiepen, want meer hebben we niet.’

Tussen de regels door schetst Van Roosmalen een portret van cultfiguur Theo Janssen, de middenvelder (Vitesse, FC Twente, Ajax) die wel het talent had voor een internationale carrière, maar niet de ambitie. Werd hij opgeroepen voor een interland, dan dacht-ie: daar gaat mijn vrije weekend. Hij rookte openlijk, nam in interviews geen blad voor de mond, dronk graag bier en maakte daar geen geheim van. In een beroemd fragment zien we Janssen, om het landskampioenschap van FC Twente in 2010 te vieren, de rijdende kampioensbus uit springen om in een andere bus een tray bier te halen, waarbij hij ook nog valt – dit alles speelt zich af op de A1. Na zijn afscheid als speler, in 2014, waren er verschillende boekaanbiedingen. De tijd was nu pas rijp, zonder dat daar echt een reden voor is. Janssen: ‘We waren op een feestje, ik had een biertje op en heb Marcel spontaan aangesproken, we kenden elkaar van Vitesse. Hij zei: ‘Oké.’’

Is dit boek een project van jullie samen of is het Marcels boek?

Van Roosmalen: ‘Het is óns boek.’

Janssen: ‘We delen de opbrengsten fiftyfifty. Hij heeft het natuurlijk geschreven. Ik heb het niet gelezen. Ik wacht even de reacties af, kijk het een jaartje aan, misschien dat ik het daarna doorblader. Ik ga ervan uit dat Marcel het leuk heeft opgeschreven.’

Van Roosmalen: ‘Theo heeft het niet gelezen, is mijn interpretatie, omdat hij bang is dat hij zich aan zichzelf zal ergeren.’

Ester Bal, oud-woordvoerder van Vitesse, is de derde hoofdpersoon in dit boek. Waarom?

Janssen: ‘Praktische overwegingen. Marcel en ik zijn niet goed in het maken van afspraken.’

Van Roosmalen: ‘We lijken op elkaar in ons niet-communiceren. Ik ben niet iemand die de hele dag whatsappt, ik heb geen zin om Theo achter zijn broek te zitten. Omdat Ester met ons allebei bevriend is, was ze de ideale tussenpersoon. Ze maakte de afspraken en was overal bij. Bovendien is ze een goed personage, want ze is lekker uitgesproken.’

Ik begreep dat Marcel zijn buik vol had van Vitesse.

Van Roosmalen: ‘Helemaal. Ik was na die vijf boeken niet van plan ooit nog over Vitesse te schrijven. Tot Theo mij vroeg. Ik zou het echt niet kunnen hebben als iemand anders een boekje over Theo zou schrijven. Ik regelde een uitgeverij. Toen het contract eindelijk was opgesteld, door mijn literair agent, liet ik het met een koerier naar Arnhem brengen om het daar samen te ondertekenen. Pico bello in orde, dat contract. Nou, Theo komt aanrijden op zijn scooter, in korte broek...’

Janssen: ‘Het was lekker weer.’

Van Roosmalen: ‘En hij zei: ‘Even voor de duidelijkheid, ik teken helemaal niks.’ Die houding, dat is nou waarom ik Theo de Dikke Prins noem. Ik erger me aan dat soort gedrag. Ik was er toch helemaal voor uit Wormer gekomen.’

Janssen: ‘Leuk dat zij akkoord zijn met dat contract, maar het is ook belangrijk dat ik er tevreden mee ben, toch?’

Het ging Marcel erom dat je gelijk zegt dat je niks tekent, terwijl Marcel voor dit feestelijke moment helemaal met het openbaar vervoer uit Wormer was gekomen.

Janssen: ‘Daar kiest hij zelf voor, hij had ook zijn rijbewijs kunnen halen en gewoon met de auto kunnen komen.’

Van Roosmalen: ‘Theo leek niet in te zien hoeveel ik ervoor over had. Dat ik fokking twee uur moest reizen. Vroeger maakte dat me niks uit, maar nu liet ik er steeds mijn gezin half bloedend voor achter. Ik wil tegenwoordig efficiënt met mijn tijd omgaan, iets waar ik eerder nooit last van heb gehad. En dan had ik ook nog te maken met iemand die in de hiërarchie boven mij staat. De voetballer bepaalt, dat is nu eenmaal hoe in deze wereld dingen gebeuren. Ik vind dat lastig. Ik doe nooit iets tegen mijn zin en bepaal altijd alles zelf.’

Je moest je nederiger opstellen dan je wilde.

Van Roosmalen: ‘Véél nederiger. Het intrigeerde me ook aan mezelf: waarom doe ik dit eigenlijk? We zijn, toen het boek bijna klaar was, met zijn allen uit eten geweest, met de betrokkenen en onze vriendinnen erbij. Toen voelde ik wel iets van vriendschap. Het was mooi geweest als ik dat gevoel wat eerder in het proces had gehad.’

Janssen: ‘Echt een leuke avond. Ik zei nog tegen Marcel: ‘Gooi hiervan ook twee hoofdstukken in het boek.’’

Van Roosmalen: ‘Dat kan niet, je legt tijdens zo’n avond geen cassetterecorder op tafel. Bovendien had ik veel te veel gedronken omdat Theo mij limoncello voerde. Ik ben gevallen op de pont en heb een stuk van mijn tand afgebroken.’

Wat was voor jou het dieptepunt in het hele maakproces?

Janssen: ‘Ik ben benieuwd. Goeie vraag! Ga vooral zo door.’

Van Roosmalen: ‘Toen we voor de derde keer op hetzelfde terras in Arnhem zaten en Theo zei: ‘Misschien moeten we van terras switchen.’ Pas nadat we foto’s hadden gemaakt voor het omslag, kwam er een soort omslag.’

Janssen: ‘Toen ging ik het ineens allemaal voor me zien.’

Van Roosmalen: ‘Daarna zijn we gaan wandelen door de stad, wat je toch een soort actie zou kunnen noemen. Dat was gezellig. Vanaf dat moment merkte ik dat Theo een meewerkendere houding kreeg.’

Noem eens een inzicht over Theo Janssen dat je hebt opgedaan?

Van Roosmalen: ‘Er wordt vaak gezegd dat Theo schijt heeft aan alles. Dat is, ben ik achter, eigenlijk een vorm van verlegenheid. Theo vertelt niet graag hoe hij zich voelt. Hij houdt zich in, probeert mensen op afstand te houden. Eigenlijk is Theo een einzelgänger, en niet de getapte jongen die er van hem wordt gemaakt. Dat is iets wat ik herken. Bij mij denken mensen ook vaak: Marcel komt, en Marcel is zo lekker cynisch, dus dat wordt lachen. Maar dat is helemaal mijn intentie niet.’

Janssen: ‘Sommige voetbalboeken staan zo vol sterke verhalen dat je zou kunnen denken dat voetballers alleen maar feesten en buiten de deur liggen te wippen. Zo’n ordinair boek wilde ik niet.’

Herkennen jullie iets in elkaar?

Van Roosmalen: ‘Het Arnhemse negativisme en de Arnhemse humor. Theo vindt het oprecht leuk als ik heel hard mijn hoofd stoot. Andersom ook. Theo heeft humor, maar hij is geen René van der Gijp waar je een gulden in gooit en dat-ie dan wat grappigs gaat zeggen. Daarom vind ik het ook spannend dat hij nu bij dat VTBL (nieuwe voetbaltalkshow van Humberto Tan, red.) zit. Want mensen denken dat hij daar grappen gaat maken. Eigenlijk is het een miscast.’

Janssen: ‘Hoe lang zitten we hier eigenlijk al?’

Zit je tijdens het interview nou gewoon op je telefoon te kijken?

Van Roosmalen: ‘Doet hij altijd. Dat is gedrag dat mij dus ook irriteerde.’

Janssen: ‘Daar kan ik niks aan doen. Ik ben snel afgeleid, maar ik hoor alles. Ik kan twee, drie, vier dingen tegelijk.’

Van Roosmalen: ‘Je maakt nu zelf mee hoe het is om Theo te interviewen.’

Theo Janssen (37) en Marcel van Roosmalen (50) in de kelder van boekhandel Hijman Ongerijmd in Arnhem. Beeld Lukas Göbel

Theo, herken je ook dingen in Marcel?

Janssen: ‘We worden allebei op een bepaalde manier neergezet. Er is van Marcel natuurlijk ook een typetje gemaakt.’

Van Roosmalen: ‘Eerlijk is eerlijk, dat heb ik deels zelf gedaan. De eerste tien jaar dat ik schreef, had ik echt geen zin om interviews te geven. Maar als freelancejournalist red je het niet als je niet zelf iemand bent. Je moet een merk zijn. Ik wil dat bladen míj bellen in plaats van dat ik met stukjes moet leuren.’

Janssen: ‘Van werk komt werk. Zo simpel is het toch?’

Van Roosmalen: ‘Ik sta op het omslag ook behoorlijk leip op de foto. Met die Lee Towers-bril, die ik overigens ook echt heb. Ik heb nu m’n lenzen in, omdat ik eergisteren op mijn bril ben gaan zitten, als je het precies wilt weten. Voor de foto doe ik straks mijn zonnebril op. Ik neem geen risico, want ik ben eerder voor de Volkskrant gefotografeerd en toen zag ik eruit als een lijk. Mooi, kwetsbaar, vond de fotograaf. Ik rookte toen nog. Dan weet je het wel.’

Janssen: ‘Staat in het boek dat ik al een hele tijd ben gestopt met roken?’

Van Roosmalen: ‘Heel nadrukkelijk. Ik ben nu verslaafd aan nicotinetabletten, ik neem er 25 per dag. Ik dacht dat Theo ook wel moeite zou hebben, maar dat is totaal niet het geval.’

Janssen: ‘Het zit in je kop. Is gewoon wilskracht.’

Van Roosmalen: ‘Jij eet weer te veel.’

Janssen: ‘Inkoppertje dit.’

Van Roosmalen: ‘Het was grappig dat Theo, toen hij nog voetbalde, stiekem rookte. Maar inmiddels is dat zó vaak opgeschreven. O, o, o, daar heb je Theo Janssen, de rokende voetballer. Dat blijft hem zijn hele leven achtervolgen. Zoals ik ooit een glas jus d’orange heb gestolen en mij dat ook blijft achtervolgen. Elke keer als ik ook maar iets doe in de journalistiek, krijg ik het weer te horen: jus d’orangedief. Jezus man, ik heb ooit in een pannekoekenboerderij een slok van een glas jus d’orange genomen, dat toen bijgevuld en vervolgens afgerekend.’

En je vriendin schreef vervolgens in een column voor Het Parool dat jullie dubbel moesten betalen terwijl de jus d’orange per ongeluk over de rand was geklotst, want dat had jij zo aan haar verteld. De pannekoekenboerderij gaf beelden van beveiligingscamera’s vrij en Het Parool moest rectificeren.

Van Roosmalen: ‘Ik praat het allemaal niet goed. Maar om daar tien jaar later (het was vijf jaar geleden, red.) nou over te beginnen, vind ik ver gaan.’

Is dat van een afstandje observeren, genoegen nemen met een scheten latende hoofdpersoon die weinig vertelt en dat allemaal ironisch opdienen niet ook een beetje makkelijk?

Van Roosmalen: ‘Probeer het maar! Ik vind het helemaal niet makkelijk. Ik heb het wel vaker gehoord, hoor: beetje observeren bij Vitesse, lekker makkelijk. Het ís niet makkelijk. Ga daar zelf maar tussen die mensen zitten. Lijkt jou het makkelijk? En bovendien: ik heb het nu niet van een afstandje geobserveerd, ik heb tegenover Theo gezeten.’

Janssen: ‘Een leuk boek schrijven over iemand die weinig wil vertellen, is moeilijker dan een boek schrijven over Andy van der Meijde, die alles op straat gooit.’

Had je het boek ‘Theo vertelt alles’ ook willen schrijven?

Van Roosmalen: ‘Nee. Nou, misschien ook wel. Maar ik had me er ongemakkelijk bij gevoeld, ik had hem afgeremd. Het gaat mij om de humor. Ik vind schandaaltjes veel minder interessant.’

Je hoopt wel op een financiële klapper, om weg te kunnen uit Wormer.

Van Roosmalen: ‘Klopt. Heeft Eva (Hoeke, vriendin van Van Roosmalen en Volkskrant-columnist, red.) je dat verteld? Ik zou het liefst naar Arnhem verhuizen. Misschien is dat, in financiële zin, ook wat realistischer dan terug naar Amsterdam. Ik ben nu wel benieuwd: hoe vind jij dat Theo uit dit boek komt?’

Toch wel als een lieve jongen.

Janssen: ‘En wat denk je nu?’

Ik heb je al een keer geïnterviewd, hè? Ik kom zelf in het boek voor.

Janssen: ‘Nu zie ik het. Jij mocht mij helemaal niet meer interviewen!’

Van Roosmalen: ‘Je staat inderdaad in het boek, omdat wij jouw Volkskrant-interview met Theo uit 2012 bespraken. De ex van Theo was over de rooie vanwege iets wat hij had gezegd. En Ester moest dat weer gaan oplossen. Die zei: ‘Moet ik dat wijf van de Volkskrant gaan bellen. Die heeft Theo helemaal leeggetrokken.’ Dus toen jij de interviewaanvraag deed, vond ik dat ook wel weer cult. Je hebt er toch niet onder geleden, dat je in het boek staat? Het draagt bij aan je status.’

Van Roosmalen maakt een toeter van zijn hand en roept tegen de mevrouw van de boekwinkel waar het interview plaatsvindt: ‘Mag ik nog een dubbele espresso? Hallo?’

Janssen: ‘Twee dubbele espresso!’

Van Roosmalen: ‘Wat een fantastische boekhandel is dit, vind je niet? Iedereen moet De Dikke Prins gaan kopen bij Hijman Ongerijmd in Arnhem. En dat heeft alles te maken met de verkoopster.’

Theo, de eerste keer dat jij Marcels vriendin ontmoette, ging je op de grond liggen om onder haar rokje te kijken.

Janssen: ‘Dat was een grapje.’

Van Roosmalen: ‘En Eva kon er uiteindelijk ook wel om lachen. Ze zei: ‘Er ligt hier iemand op de grond en volgens mij kijkt-ie onder m’n rok.’ Het was het afscheid van Ester Bal bij Vitesse, Eva en ik waren net samen en ik nam haar mee. Iedereen was verbijsterd. Ze dachten dat ik een soort lelijke heks mee zou nemen. Ze zeiden: ‘Nou, wat een meevaller!’ Bij Marc van Hintum (oud-voetballer, red.) stond het kwijl in z’n mond, dus Theo was niet de enige.’

Janssen: ‘Ik kan het me niet heugen, maar het zou best kunnen. Ik heb overigens niet het gevoel dat Eva ermee zit.’

Van Roosmalen: ‘Ze vindt hem nu heel aardig en normaal, neem dat van mij aan.’

Janssen: ‘Ik kan juist veel beter met vrouwen. Als er geen vrouwen bij dit boek betrokken waren geweest, was ik gek geworden.’

Van Roosmalen: ‘Behalve die mevrouw van de pr. Die wil het steeds maar weer hebben over de marketingstrategie. Ik neem niet meer op.’

Janssen: ‘Die pak ik ook niet op. Of leest ze dit?’

Aan het eind van het boek ga je samen met Theo bij zijn moeder op bezoek. Dat leek mij een oprechte poging om dieper tot Theo door te dringen.

Van Roosmalen: ‘Absoluut. Zijn vriendin, Linda, haar naam mag worden genoemd, had tegen me gezegd dat Theo een lieve, kwetsbare man is. En ik geloofde dat ook wel, want als ik op zijn Instagram kijk, zie ik de hele tijd vier voeten en twee glazen wijn. Ik zag best op tegen dat bezoekje aan zijn moeder. Ik vind het lastig om een moeder persoonlijke vragen te stellen. De eerste vraag die ik stelde, was onbehouwen: ‘Bent u eenzaam?’ Waarop zij meteen volschoot. In de manier waarop Theo met haar omging, herkende ik veel van hoe ik met mijn eigen moeder omga. Er wordt weinig uitgesproken. Theo’s moeder liet me door de fotoboeken bladeren. Er waren sinterklaasfeesten en verjaardagen gefotografeerd, voor de rest niks, je bladerde van jaar na jaar. Dat zegt voor mij veel over waar je vandaan komt.’

Janssen: ‘Bij ons thuis werd vroeger niet echt gepraat. Als we gingen eten, moest je je mond houden. Je was stil en je ging eten. Daarna was het opruimen en klaar.’

Van Roosmalen: ‘Bij ons werd vroeger ook weinig gepraat. Er werd wél veel ruzie gemaakt, aan tafel. Maar het slaat echt nergens op dat ik nu over mijn eigen jeugd begin. Ik ben naar zijn moeder gegaan om te laten zien dat Theo meer is dan iemand die scheten laat. Dat vond ik belangrijk. Ik wilde hem ook als mens tot zijn recht laten komen.’

Janssen & Van Roosmalen

Theo Janssen werd op 27 juli 1981 geboren in Arnhem. Hij doorliep de jeugdopleiding van Vitesse en debuteerde in 1998 in het eerste elftal. Met FC Twente (in 2010) en Ajax (in 2012) werd hij landskampioen. Hij werd bekroond met de Gouden Schoen voor beste speler van de Eredivisie in het seizoen 2010-2011. Janssen is tegenwoordig jeugdtrainer bij Vitesse en analist op televisie bij VTBL, de talkshow van Humberto Tan.

Marcel van Roosmalen werd op 10 februari 1968 geboren in Arnhem. Hij schrijft romans, reportages en is columnist voor nrc.next en Radio 1. Verspreid over meerdere jaren schreef hij vijf boeken over Vitesse; drie daarvan werden gepubliceerd als nummers van het literaire voetbaltijdschrift Hard Gras. Voor zijn eerste Vitesse-boek Je hebt het niet van mij. Een tragikomisch verslag van een jaar Vitesse ontving hij de Nico Scheepmaker Beker voor beste sportboek van het jaar 2006.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden