Mannen met korte lontjes

Plegers van huiselijk geweld schamen zich achteraf vaak voor hun agressie. Sinds enkele jaren is er ook aandacht voor hun problemen....

Elke keer als Rein van Dalen zijn vrouw Hanja alle hoeken van het huis had laten zien, schaamde hij zich de ogen uit de kop. Liep hij nadien te prakkizeren en te tobben op straat. Afijn, het was gebeurd, maar vroeg of laat zou hij toch weer naar huis moeten. En dat was nou juist het moeilijkste - thuiskomen en doen alsof er geen vuiltje aan de lucht was.

'Soms bleef je de hele nacht weg', zegt Hanja (48) tegen haar man.

'Dan reed ik naar de kust, naar een stil stuk, en daar zat ik dan', zegt Rein (58). 'Ik lééfde in de auto. Het was allemaal onmacht.'

'Noem jij het maar onmacht', zegt Hanja.

'Het was onmacht ja, het was niet uit agressie dat ik je als boksbal gebruikte. Onmacht en schaamte.'

Geen leuke jeugd gehad, Rein. Vader en moeder zaten elkaar voortdurend achterna en soms werd er flink gemept. Aan problemen uitpraten, deden ze niet bij Rein thuis. Zijn eerste huwelijk eindigde in een moeizame scheiding en de kinderen mocht hij niet meer zien. 'Ik maar denken dat het dááraan lag', zegt Hanja, 'en dat het allemaal wel zou overgaan als we een tijdje getrouwd waren. Maar het werd alleen maar erger.'

Een jaar geleden, na 26 jaar huwelijk en evenzovele jaren met vlagen van relatiegeweld, besloten Rein en Hanja op aanraden van de huisarts samen in therapie te gaan bij de GGZ in hun regio, westelijk Noord-Brabant. Rein had eerder in z'n eentje een therapie gevolgd, maar dat had geen zin gehad, 'omdat de therapeut niet tot de kern kwam'. De nieuwe therapeute erkende niet alleen de problemen van Hanja, het slachtoffer, er was ook aandacht voor de moeilijkheden van Rein en de dynamiek in hun relatie.

'Ik heb nu geleerd eerst goed na te denken voordat ik iets doe', zegt Rein. 'Als ik tegenwoordig spanning opbouw, neem ik een time-out: even pas op de plaats. Dat heb ik tijdens die therapie geleerd. Vroeger bleef ik rondlopen met problemen, hoe klein ze ook waren, en dan kwam het er in één keer uit, dan werd ik agressief.'

'Je hebt sinds de therapie begon niet meer geslagen', zegt Hanja, 'en ik heb geleerd consequent te zijn. Als jij boos het huis uitloopt, doe ik de deur op slot en ga ik iets leuks doen voor mezelf.'

Rein: 'Ik heb geleerd jou je vrijheid te gunnen. We doen ook meer dingen samen - boodschappen, winkelen. Ik kan tegenwoordig zeggen dat ik ergens spijt van heb, terwijl ik die woorden vroeger niet over m'n lippen kon krijgen. Ik moest dat leren. Jij komt uit een leuk gezin, waar je leerde met problemen om te gaan. Anders had je allang de kuierlatten genomen.'

Hanja: 'Jij gebruikt je jeugd als als excuus.'

Rein: 'Vroeger ja, maar nu niet meer.'

Dadergerichte aanpak, heet het in hulpverlenersjargon. Kwamen mishandelde vrouwen in de jaren tachtig nogal eens in een blijf-van-mijn-lijfhuis terecht, waarna de echtgenoot/dader al dan niet justitieel werd vervolgd, de laatste jaren zijn opmerkelijke successen geboekt met hulpverlening waarbij de dader min of meer vrijwillig is betrokken.

Rein en Hanja gingen samen in therapie, terwijl Hanja daarnaast de 'Veilig Huis'-groep bezocht waar ze met andere slachtoffers het geweld in haar huwelijk kon bespreken: 'Een opluchting met vrouwen te praten die je problemen meteen herkennen. Mijn vrienden en familie weten namelijk van niks. Ze vinden Rein een aardige vent.'

Het stel heeft het geluk dat de GGZ in westelijk Noord-Brabant veel energie steekt in de problemen rond huiselijk geweld: er zijn onder meer therapiegroepen voor mannen die hun agressie de baas willen worden, voor vrouwen met 'korte lontjes' en voor echtparen. De aanpak is effectief, zo bleek uit een onderzoek in samenwerking met de universiteit van Tilburg.

Volgens Nico van Oosten van Transact, het landelijk expertisecentrum voor huiselijk geweld, stopt de agressie in 50 tot 75 procent van de gevallen na een dader-of een partnertherapie. Dat wil zeggen: bij mannen die geen abnormale psychische stoornissen hebben. De aanpak, sinds ongeveer 2000 in zwang, is nog te jong voor resultaten op lange termijn. Het succes wekt volgens Van Oosten nogal eens verwondering bij de buitenwacht. 'De meeste mensen zijn om te beginnen al verbaasd dat sommige plegers van huiselijk geweld vrijwillig in therapie gaan.'

Ook Guus van Egdom heeft weleens moeite uit te leggen dat daders evengoed hulp nodig hebben. De directeur van de Stichting Maatschappelijke en Vrouwenopvang in Den Bosch lanceerde onlangs het plan een opvanghuis te openen voor daders van huiselijk geweld, een initiatief waarvoor hij nu financiers zoekt. De vrouw (en eventuele kinderen) kan in het eigen huis blijven wonen, terwijl de geweldpleger een intensieve therapie krijgt.

'Een paar gesprekken lossen niks op. Je hebt minstens een jaar nodig om het gedrag van de daders fundamenteel te veranderen. De eerste paar maanden kunnen ze in het opvanghuis terecht, waar ze intensief worden begeleid en waar ze steun aan elkaar kunnen hebben.'

Het initiatief sluit aan bij een wetsvoorstel om een 'huisverbod' in te voeren voor daders van relatiegeweld: de pleger wordt gedurende tien dagen de toegang tot zijn eigen huis ontzegd. 'Maar als ze dan tien dagen op de camping hebben gezeten, is er niets opgelost', zegt Van Egdom. 'Je moet wel iets ondernemen.'

Groepstherapeut Margreet Buisman begeleidt samen met een gedragstherapeut een groep mannen-met-korte-lontjes van wie de meesten een geschiedenis hebben van huiselijk geweld. 'Onder de agressie liggen vaak depressieve gevoelens en angsten', zegt Buisman. 'Die moeten ze onder ogen leren zien. Andere daders hebben problemen met intimiteit; gevoelens kunnen te dichtbij komen. Nadat ze hun partner hebben geslagen, schamen ze zich of krijgen ze een schuldgevoel, en met dat gevoel kunnen ze dan opnieuw niet omgaan.'

De deelnemers leren tijdens de therapie het mechanisme dat naar een gewelddadige uitbarsting leidt te herkennen en beheersen. Ze leren in te grijpen in hun eigen gedrag, door middel van een 'time-out': even afstand nemen van de situatie, bijvoorbeeld door weg te gaan (en liever niet met de auto als dit kan leiden tot agressief gedrag in het verkeer). Hun partner leert dit te respecteren en hem bijvoorbeeld niet verwijtend iets na te roepen. Bij terugkomst moet de wegloper het contact herstellen.

Hoe leer je iemand zijn eigen gedrag te veranderen? 'Door hem anders te leren denken en handelen, en door dat heel veel te oefenen en te herhalen', zegt Buisman, 'de meeste deelnemers zitten een jaar of langer in de groep.' De mannen leren daarnaast anders aankijken tegen situaties en ze krijgen training in het vergroten van hun sociale vaardigheden.

Jan komt inmiddels een paar maanden naar de mannengroep. Hij is zichzelf vaak genoeg tegengekomen om te weten dat het momenteel niet goed met hem gaat. 'Ik ben al twee weken té rustig. Dat moet een keer misgaan; ik voel mijn handen soms weer trillen. Maar ik heb nu geleerd er wat aan te doen.' Jan beseft dat hij in de aanloopfase zit naar een uitbarsting, al is de reden hiervoor, de 'ontlokker' in therapie-termen, niet erg helder.

Groepsgenoot Kees neemt het woord van hem over: 'Het zijn meestal kleine dingen die nergens op slaan. Als ik in de stress zit vanwege m'n werk, krijgt mijn vrouw het te verduren. Echt boos wordt ze nooit, maar ze kan van een scheet een donderslag maken en daartegen kan ík dan weer niet. Dan gaat het mis.' Jan weet nu wat hij doen moet als hij zich heftig irriteert: stukkie lopen met de hond, stukkie fietsen, effe weg totdat de bui is overgedreven.

De meeste deelnemers kwamen schoorvoetend binnen bij de groep, maar zich schamen tegenover elkaar, doen ze al lang niet meer: 'Als je lekkage hebt, bel je toch ook een loodgieter?!', zegt Bert. 'Mijn vrouw wist altijd de knoppen te vinden om me razend te krijgen. Als ze tegenwoordig zit te zeuren, zeg ik: laat me effe met rust.'

Meer dan van de therapeut, leren de deelnemers van elkaar, zeggen ze, want 'iedereen heeft een ander verhaal dat toch op hetzelfde neerkomt', meent Henk.

'We zijn allemaal over onze schaamte heen', zegt Dirk.

En Pieter, die weinig van zich heeft laten horen tijdens de sessie, zegt: 'Een paar weken geleden liep ik hier opgefokt rond en had ik een wapen in de auto liggen. De groep heeft me wakker gemaakt. ''Doe dat wapen weg'', zeiden ze. ''Blijf rustig!'' Ze hadden gelijk. Ik ben naar huis gegaan en ben koffie gaan drinken met de vrouw.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden