Mamma was niet gek

Toen journalist Mirjam van Biemen (nu 39) 8 jaar oud was, beroofde haar moeder zich van het leven. Pas nu ze haar dagboeken heeft gelezen, weet ze waarom. Ze maakte er een radiodocumentaire over.

Moeder Rieneke en dochter Mirjam.Beeld familiealbum

Sommige gebeurtenissen staan in je geheugen gegrift. Ik logeerde bij mijn oma op de ochtend dat mijn vader de slaapkamer binnenstapte en zei: 'Er is iets heel ergs gebeurd.' Ik veerde overeind, maakte een sprong en riep gekscherend: 'Oh ja, is er een moord gepleegd?' 'Nee', zei mijn vader, 'mamma is dood.' Hoewel ik nog maar 8 jaar oud was, weet ik nog dat mijn grapje ernstig misplaatst was. De avond ervoor had mijn moeder nog gebeld vanuit de inrichting waar ze was opgenomen. Ze had beloofd dat ik op jazzballet mocht als ze weer thuis zou komen. Dat had dus die dag moeten zijn. Ze zou naar huis komen na een verblijf van bijna een half jaar in de Ursula-kliniek. De avond voor haar thuiskomst besloot ze een eind aan haar leven te maken.

Voor een kind is zo'n gebeurtenis te groot om te bevatten. Huilen lukte toen niet. Mijn enige zorg was of ik nog wel op jazzballet mocht. Ook nam het verdriet van de omstanders direct zo veel ruimte in, dat ik het gebeuren stevig wegstopte en vooral bleef glimlachen.

Uit verhalen weet ik dat mijn moeder heel lief en creatief was. Ze maakte zelf kleren en poppen en kon mooie verhalen vertellen. Zelf herinner ik me hier weinig van. Vooral de laatste periode is me bijgebleven, toen het niet goed meer ging. Het beeld van mijn moeder naakt, huilend, ineengedoken in een hoekje op het toilet, staat nog steeds op mijn netvlies. Toen mijn vader, op een ochtend in de auto, onderweg naar school, vertelde dat ze opgenomen werd, verbaasde me dat niet. Wel dacht ik dat je dan gek moest zijn en die conclusie trok ik dus ook. Als we haar opzochten in de kliniek was hier weinig van te merken. We lunchten samen in de mooie grote tuin. Dikke witte boterhammen kreeg ik, iets wat thuis nooit mocht. We hadden het eigenlijk wel gezellig. Nu weet ik dat ze haar depressie probeerde te verbloemen en zich er enorm schuldig over voelde tegenover mijn oudere zus en mij.

Griezelig

Drie dikke kantoorboekjes, A5-formaat, met een harde, grijze kaft en een blocnote van het merk Optimist, liet mijn moeder na bij haar dood. Volgeschreven in de periode 1976-1982. Ik kreeg ze rond mijn 20ste van haar tweelingzus Wieneke. Een mooi gebaar, maar veel te griezelig en dus verdwenen ze direct in de kast. Vanaf mijn 25ste sprak ik met verschillende therapeuten, waarbij mijn moeders overlijden altijd met stip op één stond. Maar haar dagboeken durfde ik niet te lezen. Ik was vooral bezig mezelf staande te houden. Ik stortte me op mijn carrière en had een druk sociaal leven. Natuurlijk, ik vroeg mijn vader, tot op zijn sterfbed, geregeld het hemd van het lijf. Maar zijn antwoord was steevast: 'Laat het verleden toch los, ik weet niets meer.'

En toen was ik opeens 39, de leeftijd die mijn moeder had toen ze stierf, en ik was nu zelf moeder van een zoontje. Jarenlang had ik het 'lees mij'-stemmetje de kop in weten te drukken, nu kon ik niet langer om de dagboeken heen. Ik was ook wel nieuwsgierig geworden. Ik besefte dat ik hiermee een streep onder het verleden kon zetten.

Omdat ik vond dat mamma niet vergeten mocht worden en omdat het haar wens was te publiceren, besloot ik een radiodocumentaire over haar te maken. Ik sprak met familie en bekenden van mijn moeder, verspreid over het hele land. En ik trok een half jaar uit voor het lezen van de dagboeken. Soms las ik alles in een ruk door, om het dan weer een week weg te leggen en vrolijke films te kijken of iets leuks te doen. Op sommige bladzijden ontdekte ik kindertekeningen en ineens herinnerde ik me dat ik graag op haar schrijfkamertje kwam. Dat ik dan op haar stoel klom en in de schriftjes bladerde, alsof ik toen al wilde weten wat er in haar hoofd omging. Ik kon niet lezen, maar probeerde toch de sfeer te vangen.

Mirjam van Biemen, de auteur van dit artikel, op 8-jarige leeftijd.Beeld familiealbum

Nu ik de dagboeken van voren naar achteren ken, denk ik: waarom ben ik er niet eerder in begonnen? Hoe heb ik al die jaren überhaupt kunnen leven zonder haar écht te kennen? Gaandeweg deed ik ook een belangrijke ontdekking. Ik kwam erachter dat mijn moeder helemaal niet gek, manisch, schizofreen en godsdienstwaanzinnig was, zoals ik mijn hele leven heb gehoord. Pas nu besef ik: hoe anders had het kunnen aflopen als mijn moeder twintig jaar later was geboren.

Mijn moeder heette Rieneke en was, zo vertelde mijn oma me, een spontaan meisje. Ze werd geboren op 16 mei 1944 in Leiden als eerste van wat, onverwachts, een tweeling bleek te zijn. Mijn oma herinnerde zich een middag dat de tweeling terugkwam van de kleuterschool: 'Ik had ze op hun hart gedrukt op de stoep te blijven wachten. Maar toen Rieneke mij zag aan de overkant, stak ze meteen de straat over. Ze werd bijna overreden. Als je erg spontaan bent, krijg je soms harde klappen. Omdat je niet goed overziet waar je mee bezig bent.'

Rienekes jeugdvriendin Vera Beths, die later furore maakte als violiste en die ik ook sprak, beaamt dit. 'Haar hart was open. Alles kwam honderd procent binnen. Rieneke was altijd vrolijk, altijd in voor gekkigheid en ze speelde goed dwarsfluit. We draaiden vaak heel hard platen van Vivaldi en dansten dan over stoelen en banken. Ik heb haar later in de kliniek nog wel eens gezien, maar het was een schaduw van het meisje dat ze was.'

Op dansles werd ze verliefd op mijn vader, die violist was. Enkele jaren later vertrokken ze naar de VS omdat hij een beurs had gekregen. Dit zou de gelukkigste periode van hun leven worden waarin ze ook besloten te trouwen. Na drie jaar keerden ze terug. Mijn zus was toen al geboren en ik volgde al gauw in Nederland. Mijn vader kreeg een baan bij een gerenommeerd orkest. Een mooie start, zo leek het.

Ruzie

Maar het huwelijk wankelde. Er was veel ruzie. Voornamelijk omdat mijn moeder niet alleen maar huisvrouw wilde zijn. Vóór hun emigratie volgde ze nog een opleiding aan de bibliotheekschool in Amsterdam, diep van binnen wilde ze journalist worden. Schrijven. En dat deed ze met verve. Ze schreef over de actualiteit in die jaren (de treinkaping bij De Punt, de vliegtuigramp op Tenerife, de RAF en haar eigen verzet tegen de neutronenbom), maar ook gedichten. Literatuurcriticus Kees Fens, een docent op de academie, was haar grote voorbeeld. Ze stuurde artikelen en poëzie in en een enkele keer werd er iets geplaatst.

Op 7 oktober 1978 schreef ze in haar dagboek:

'Las in de Volkskrant mijn eigen gedicht 'verzoek om negatie'. Ik wist niet hoe ik het had. Mijn eigen gedicht met zwart omrande lijst er omheen, onder mijn eigen meisjesnaam. Ik begon een beetje te trillen en daarna maakte ik een dansje met mijn kinderen onder luid gejoel. Daarna zakte ik natuurlijk weer af tot op de grond: wat is één gedicht nu?'

Veel vaker werden haar stukken afgewezen. Dat deprimeerde haar. In maart 1976 schreef ze: 'Mijn pen is mijn troost en mijn wapen. Al vraag ik mij af of ik ooit iets zal kunnen publiceren. Heb nu voor de vierde maal iets opgestuurd naar de krant. De eerste keer over de paus en de pil, de tweede keer een portret van de multinationals aan de VPRO gids, dat blijkbaar onbegrepen is. De derde keer over Van Agt - die een knol voor een citroen verkoopt, aan NRC. Maar het sloeg niet aan qua inhoud en toon. Blijkbaar is de NRC alleen voor intelligentsia bestemd.'

Mirjams ouders als verliefde tieners.Beeld familiealbum

Alcoholprobleem

Haar echtgenoot, mijn vader, nam intussen haar ambities niet serieus. Hij was een charismatisch man met veel gevoel voor (soms snijdende) humor, maar ook erg op zichzelf en zijn carrière gericht. Hij wilde dat mijn moeder hem hierin bijstond en kon er niet mee omgaan dat zij zich ook wilde ontwikkelen. Mijn vader kampte, als gevolg van zenuwen en frustratie om het mislukken van een solocarrière, met een alcoholprobleem, wat de zaak niet eenvoudiger maakte. Dit leidde tot vreselijke ruzies.

Op 6 mei 1979 schreef ze: 'Hij is de hele dag bezig in het orkest en wanneer hij thuis is, studeert hij. Hij heeft gelijk als hij zegt dat ik te veel schreeuw. Maar waar stoelt hij mijn ondankbaarheid op? Wanneer ik schrijf en er huilt een kind moet ik altijd naar boven gaan omdat hij voor de buis zit. Als hij studeert, ga ik hem ook al niet halen omdat ik weet dat hij bezig is. Als ik hier iets van zeg, wordt hij kwaad en zegt me dat ik moet begrijpen dat hij een ander levensritme heeft dan ik, en dat hij van mij verwacht dat ik mijn plichten nakom als moeder en huisvrouw. Telkens weer denk ik er over een baan te gaan zoeken en ergens anders te gaan wonen. Een vrouw die niets anders doet dan achter haar kinderen aanrennen en sloven, zal nooit volgroeid raken.'

Tijdens de research voor mijn radiodocumentaire stuit ik op feministische literatuur uit die tijd, waaronder het baanbrekende boek Het Misverstand Vrouw van Betty Friedan, een Amerikaanse feministe, dat in 1971 in Nederland verscheen. Friedan betoogde dat een bestaan als echtgenote en moeder alléén voor veel vrouwen niet bevredigend was, wat destijds een ongehoord standpunt was. 'Een vrouw moet zonder zich daarover schuldig te voelen kunnen zeggen: 'Wie ben ik en wat wil ik met mijn leven?' Ze moet niet denken dat ze egoïstisch en neurotisch is als ze zelf iets wil bereiken, los van haar man en kinderen.' Friedan sprak in dit verband als eerste van een nieuw fenomeen: het huisvrouwensyndroom.

Beeld foto familiealbum

Depressie

Op 8 april 1980, schreef mijn moeder over de huishoudelijke taken: 'Nadat alles gedaan is wat niet de moeite van het vermelden waard is, ben ik lichamelijk moe met het gevolg dat ook mijn geest dreigt in te slapen. Wanneer mijn geest zich hier tegen verzet, ontstaat oververmoeidheid, geprikkeldheid en depressie. Ik drink wel tien koppen koffie per avond, rook gemiddeld een pakje per dag, voel mij als een grijzend oud wijf dat de toekomst opgegeven heeft en alleen nog voortsuddert op de inkomsten van haar man met wie zij herhaaldelijk in de clinch ligt omdat hij haar enige uitlaatklep is en hij niet begrijpt dat werkelijke emancipatie niet zomaar een baantje inhoudt om geld mee te verdienen, maar werk waarin zij zichzelf vindt.'

Ik zoek Anja Meulenbelt op, in die jaren actief in de vrouwenbeweging en van dezelfde generatie als mijn moeder. 'Het was voor het eerst dat er werd gekeken naar het leven van huisvrouwen in de middenklasse. Het huisvrouwenbestaan was in die tijd geïsoleerder dan ooit. Maar al te vaak werd gedacht dat je je eigen vrouwelijkheid niet had geaccepteerd als je ontevreden was over de sleur die het huisvrouwenbestaan meebracht. Die vrouwen dachten: ik heb toch alles wat mijn hartje begeert, een goede echtgenoot en leuke kinderen, waarom ben ik dan niet gelukkig? Er zijn behoorlijk wat vrouwen aan de pillen of de sherry gegaan omdat ze dachten dat er iets mis met hen was.'

In 1982 vond mijn moeder nog wel een baan. Ze werd aangenomen op de afdeling documentatie van de HBO Raad. Ineens voelde ze zich een vrouw van de wereld, iemand die meetelde. Ze kleedde zich leuk en stortte zich vol overgave op haar werk. Desondanks begon de situatie thuis haar boven het hoofd te groeien. De combinatie van werken en moeder zijn, leverde te veel stress op. Bovendien liep haar huwelijk op de klippen.

Oud-collega Marjolijn Pouw herinnert mijn moeder nog goed: 'Ze kwam binnen als een stevig persoon, maar daar was al snel niets meer van over door de huiselijke problemen. Ze had het gevoel dat alles uit haar vingers glipte en kon zich niet goed concentreren. Dat kan ik me achteraf ook wel voorstellen: je bent bijna 40, hebt twee kleine kinderen en een man aan wie je weinig steun hebt. Ze was de enige niet die toen in een crisis belandde, het was een verwarrende tijd. Je moest je emanciperen, maar een hoop zaken, zoals kinderopvang en het verdelen van taken thuis, was nog niet goed geregeld.'

1 november 1982:

'Ik geef het op. De beelden die Mirjam van mij moet overhouden 's nachts, zijn te wanstaltig voor een kind om te verwerken. Na of tijdens een ruzie, sluit hij zich af, door zijn hoofd van mij af te wenden en naar buiten te staren, of passief voor de beeldbuis te gaan zitten. Dit maakt mij hysterisch. Een hysterie die voorkomt uit machteloosheid. Een immense afstand is tussen ons ontstaan, die bijna niet meer te doorbreken lijkt.'

Toen mijn vader ook nog verliefd werd op een andere vrouw, voelde ze zich afgewezen en stortte ze in. Pouw: 'Het was een geleidelijk proces, maar op het einde ging het heel hard en is ze in een soort psychose geraakt. Daar had ze uit geholpen moeten worden, maar dat is kennelijk niet gelukt.'

Omdat mijn moeder een gevaar werd voor zichzelf en haar omgeving, stemde ze toe opgenomen te worden in de Ursula-kliniek in Wassenaar. Hoewel ze veel bezoek kreeg en stapels tekeningen van mij en mijn zusje, vertelde ze aan meerdere mensen een eind aan haar leven te willen maken. Pogingen om weg te lopen werden verijdeld, maar uiteindelijk lukte het haar toch de hand aan zichzelf te slaan. Op 19 augustus 1983 verhing ze zich in haar kamer.

Ik heb haar nooit meer gezien. Haar kleren en bezittingen werden weggegooid. Gelukkig was tante Wieneke er op tijd bij. Zij bewaarde twee koffers met spullen voor ons. Eén vol teksten, waaronder de dagboeken, de ander met kleding en haar dwarsfluit. Zo komt het dat ik nu, dertig jaar later, opeens dit stuk zit te tikken met mijn moeders vest aan. Muf van geur en vol met gaten, maar na wat herstelwerkzaamheden mijn kostbaarste bezit.

Vlak na mijn moeders dood kwam er een kentering. Vrouwen gingen deelnemen aan het arbeidsproces, kinderopvang werd gewoner. Steeds meer dringt het tot mij door hoe intens jammer het is dat mijn moeder dit niet meer heeft kunnen meemaken. Ook besef ik nu pas dat we qua karakter op elkaar lijken, mijn moeder en ik. En dat ik ben geworden wat zij zo graag had willen worden: journalist.

Het gezin.Beeld familiealbum

Oervrouwelijke vrouw

december 1982:

'En de mensen, familie, psychiaters, doktoren en welke professionele heelmeesters, of zielenknijpers dan ook, mogen denken wat zij willen. Of ik nu een extreem feministe, masochist, of een goedkoop soort martelares ben, die aandacht wil hebben door het lijden met een lange IJ centraal te stellen, en last but not least een slechte moeder, die haar taak verzaakt, dus ook een slechte echtgenote ben, als ik maar weet dat er een oervrouwelijke vrouw in mij schuilgaat, een creatieve vrouw met al haar hartstochten, depressies, sereniteit en hang naar alles wat met menselijke warmte te maken heeft. Die vrouw ben ik. Een vrouw die het leven ondanks alles liefheeft.'

Vanavond is er een gesprek met Mirjam van Biemen bij KRO De Wandeling om 18.30 uur op NPO 2.

Haar documentaire Mamma wil weg wordt op 14 december uitgezonden bij Radio DOC (VPRO) op Radio 1 om 21.00 uur. Terug te luisteren via npodoc.nl/radiodoc.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden