Mijn bevrijding

‘Mama, ze hebben de kapelaan doodgeschoten!’

De bevrijding van het Noord-Brabantse Welberg lijkt nabij wanneer Canadese militairen het dorp binnenvallen. Kapelaan Koch gaat ze tegemoet. Maar dan nemen de Duitsers op gruwelijke wijze wraak.

Rien van Broekhoven in Welberg.Beeld Katja Poelwijk

Rien van Broekhoven (81) voelt zich nog steeds een beetje trots als hij terugdenkt aan die middag in 1944, toen de kapelaan bij zijn ouders had aangeklopt. Hier, in dit huis, in het West-Brabantse Welberg, woonde hij als jongetje van 6 al. Nog ziet hij de kapelaan deze woonkamer binnenstappen, een paar maanden voor de bevrijding van het dorp. Of kleine Rien met Kerstmis bij het mannenkoor de solo mocht zingen van ‘Er is een kindeke geboren op aard’.

Kapelaan Kock (34) was populair in het dorp van zo’n vijfhonderd tot zeshonderd inwoners, en Rien was dolblij met het nieuws. En wat een geweldige indruk gaf het, een paar dagen later, toen Rien zijn kinderstem door de dorpskerk hoorde galmen, begeleid door de zware stemmen van het grote mannenkoor.

Hoewel Rien maandenlang oefende met de kapelaan, is de uitvoering nooit doorgegaan. Kapelaan Kock werd drie dagen voor de bevrijding vermoord.

Veertig jaar stond Rien als onderwijzer voor groep 8, waarvan dertig als schoolhoofd. Elk jaar vertelde hij zijn klassen over zijn jaren in de oorlog. Over de Duitsers die hun huis hadden gevorderd, over hoe hij toch stiekem probeerde eieren van zijn kippen te rapen, over hoe hij een nog werkende granaat bijna tot ontploffing bracht. Hij beschreef de oorlogstijd altijd als een ‘El Dorado’ – een fantastisch avontuur voor kinderen – en elk jaar reageerden zijn leerlingen enthousiaster dan bij welke geschiedenisles ook.

Maar elke keer dat Rien het verhaal van kapelaan Kock vertelde, werd het stil in zijn klas. ‘Dan vielen de monden open.’

Lees hier het verhaal over kapelaan Kock op Mijn Bevrijding, waar de Volkskrant verhalen over 75 jaar bevrijding bundelt. 

De Canadezen zijn er

Om een indruk te geven van hoe klein Welberg is, loopt Rien naar de hoek van zijn straat, zo’n twintig stappen van zijn eigen voordeur. Vijftien meter rechts van hem staat de kerk, het centrum van het dorp waar hij in 1944 wekelijks zijn kerst-solo oefende. Hij wijst naar het witte huis tegenover de kerk. ‘Daar heb ik met de kapelaan in de kelder gezeten.’ De hoofdstraat van het dorp, waar dit huis aan ligt, werd in 1948 naar kapelaan Kock vernoemd.

Rien herinnert zich dat zijn ouders tijdens de oorlog hadden verwacht dat de bevrijding er vredig aan toe zou gaan. ‘Ze zeiden altijd: als de geallieerden komen, gaan wij voor het raam zitten zodat we alles kunnen zien.’

Maar toen de Canadezen eind oktober kwamen, moesten ze veel geweld gebruiken. De kleine Rien zat met achttien mensen in de kelder van het schoolhoofd: zijn ouders, andere gezinnen, een priester en kapelaan Kock. ‘Lang bleef het stil buiten en leek het veilig. Het schoolhoofd haalde voor de kinderen schriftjes en potloden uit de school, zodat we iets te doen hadden.’

Toen was er geknal en gebeuk, in Riens herinnering. ‘Overal geschiet en het kabaal van kanonnen. De volwassenen begonnen te bidden: ‘Spaar ons alsteblieft, spaar ons.’ En een laag, eentonig ‘Ooonzeee vaaadeeer’. Als kind vond ik het angstiger dan al het oorlogsgeweld buiten.’

‘Aller Männer die Keller raus’

Toen het stil werd, verlieten het schoolhoofd en de kapelaan de kelder om te kijken wat er met hun dorp gebeurd was. Albert Delahaye, die in 1957 de archivaris van Steenbergen werd, beschrijft in zijn geschiedenis van de parochie hoe de mannen buiten Canadese militairen zagen, waaruit zij ‘meenden af te leiden dat Welberg bevrijd was.’ De kapelaan maakte volgens Delahaye ‘kennis met de langverwachte bevrijders’. ‘Daarna kwamen ze terug de kelder in, met de opgewekte boodschap dat de bevrijding nabij was.’

Kapelaan Kock had een verkeerde inschatting gemaakt. De notities van de archivaris beschrijven dat de Canadezen ‘slechts een verkenningspatrouille vormden’, die zich na een tijdje terugtrokken ‘daar het niet gelukte spoedig Welberg in te nemen’. Later die dag trapte iemand de keukendeur van het huis van het schoolhoofd in, en zag Rien boven aan de keldertrap twee Duitse laarzen staan.

‘Aller Männer die Keller raus’, hoorde Rien een stem commanderen. Buiten werden de mannen op een rij gezet. ‘Hier ist die Schweinhund’, zou de kapelaan te horen hebben gekregen. Een klap in zijn gezicht volgde. Hij werd eruit gepikt omdat hij de Canadezen plekken zou hebben aangewezen waar volgens hem nog Duitsers zaten.

Daarna zag de 6-jarige Rien de meeste mannen terug de kelder inkomen, behalve de kapelaan, ‘met wie ik een paar weken eerder nog mijn kerstlied had geoefend.’

Buiten was Rien de eerste die hem zag liggen. ‘Op zijn rug, lijkbleek, met de palm van zijn hand op zijn voorhoofd, en uit zijn buik het mes van een bajonet of een dolk.’ De Duitsers hadden hem meegenomen naar de zijkant van het huis, schrijft de archivaris, en hem met de kolf van het geweer op zijn achterhoofd geslagen. Volgens Delahaye hadden ze ‘zonder méér aangenomen dat de kapelaan aan de Canadezen inlichtingen zou hebben doorgegeven (wat ten stelligste ontkent is door de aanwezigen!’)’.

Misdienaar bij de begrafenis

Nu wijst Rien de plek aan waar de kapelaan lag, bij het witte huis van het schoolhoofd dat er onveranderd uitziet. ‘Hier stond een heg, daar hadden ze hem half onder gelegd.’ Wat hij voelde toen hij Kock zag liggen, weet Rien niet meer. Alleen dat hij heel hard zijn moeder riep: ‘Mama, ze hebben de kapelaan doodgeschoten!’

Rien moest met de groep naar het naburige stadje Steenbergen, niemand mocht bij de kapelaan blijven. De archivaris schrijft hoe de pastoor hem nog snel de absolutie verleende, terwijl de cafébaas zijn lippen bevochtigde. Daarna lieten de Duitsers hem volgens de archivaris ‘gewoon langs de kant van de weg liggen’, waar hij die middag ‘in gruwelijk lijden en eenzaamheid gestorven is’.

Pas twee dagen later, op 3 november, mag de pastoor ‘het ontzielde lichaam’ naar een tijdelijke begraafplaats brengen. ‘Dan zijn wij er van af’, zouden Duitse militairen volgens een lokaal krantenbericht uit 1945 gezegd hebben. Pas weken na de bevrijding van Welberg op 4 november, is Rien misdienaar bij de drukbezochte begrafenis van de kapelaan.

Of hij in de begrafenisstoet door het drop met een kruis of een liep, weet Rien niet meer. Wel denkt hij soms terug aan de mis met Kerstmis in 1944, waar hij de solo nooit heeft kunnen zingen. ‘Nu de kapelaan dood was, had het koor zijn dirigent en zijn hart verloren. Dat was voor mij een enorme teleurstelling.’

De rouwkaart van kapelaan Kock.Beeld Katja Poelwijk
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden