essay een jaar seksmail

Mailen over seks? Niet meer

Het is uit met de pret. Volgende week verschijnt de laatste aflevering van de magazine-rubriek Seksmail. Arnon Grunberg legt uit wat hij in het afgelopen jaar heeft geleerd.  ‘Voorzichtig tongen, voorzichtig pijpen? Wat zijn dat voor halve maatregelen, Arnon?’, schreef een seksmailpartner.

Beeld Lonneke van der Palen

Het idee voor de rubriek Seksmail op de laatste pagina van dit magazine ontstond tijdens een etentje met de hoofdredactie van de Volkskrant ergens in het vroege voorjaar van 2018. Ik had een paar jaar elke woensdag op de achterpagina als Seksrabbijn des Vaderlands geprobeerd seksuele lessen, in de amorele zin van het woord, uit literatuur en filmkunst, en hier en daar ook uit de werkelijkheid te peuren. Misschien was het wel aardig, zo werd tijdens dat dinertje geopperd, om eens iets anders te doen, om eens met iemand over seks te corresponderen – de volgende stap te zetten, als het ware. Met één iemand een jaar lang over seks corresponderen leek me wat veel, mono­gamie is prachtig en nuttig, maar ook aan een overdosis monogamie kun je langzaam doodgaan. Ik wilde iedere week met een ander over seks en erotiek mailen, kijken waar dat toe zou leiden.

De meeste mensen die ik voorstelde dit met mij te doen zeiden: ‘ja, graag’. Dat was de eerste, aangename verrassing. Er waren uiteraard ook een paar nee’s. Een voetballer zei dat hij eigenlijk nooit over seks in het openbaar sprak. Een cabaretier appte: ‘Sorry, maar een seksmail met de Volkskrant is niets voor mij.’ Een oudere schrijver mailde dat het onderwerp en de persoonlijke verhalen hem niet interesseerden. Een fractievoorzitter van een betrekkelijk vooruitstrevende partij liet via zijn stagiaire weten dat hij overstelpt werd met verzoeken en helaas niet op alles ‘ja’ kon zeggen, wat mij qua politici toch wel een beetje de moed in de schoenen deed zinken. Een columniste uit Vlaanderen viel snel na het begin van de correspondentie stil en een actrice hield het ook na een betrekkelijk veelbelovend begin van mijn kant, vond ik zelf, voor gezien. Een poging tot correspondentie met een psychotherapeute strandde toen ik de dochter van de psychotherapeute in de correspondentie betrok. De psychotherapeute schreef: ‘Mijn dochter moest wel lachen over het geheel en vond dat we wel aan elkaar gewaagd zijn, maar ‘ik kan dit er niet bij hebben’, zei ze. Of ik het op wou lossen.’ De correspondentie werd niet gepubliceerd en daarmee was alles opgelost.

Verder verliepen de correspondenties eigenlijk moeiteloos. Hier en daar moest ik wat inkorten, maar dat gebeurde in overleg met de betrokkene.

Met enkele van de correspondenten had ik weleens het bed gedeeld, al is er nooit door deze correspondentie fysiek contact met de deelnemers tot stand gekomen, zelfs geen zoentje. Dat zou menigeen moeten geruststellen. Men kan pogingen doen tot intimiteit, over seks corresponderen is intiem, zonder fysieke consequenties.

Wel heb ik met de meeste van de correspondenten, voor zover ze daar prijs op stelden, in betrekkelijk goede restaurants gedineerd. Een enkele keer nam het diner licht decadente trekjes aan. Waaraan ik moet toevoegen dat de heren van Rundfunk mij in de Seksmail seks hadden toegezegd, maar toen ik de heren eindelijk ontmoette bleken ze allebei volstrekt heteroseksueel te zijn en van fysieke intimiteit was geen sprake meer. Ik heb mij grootmoedig over de teleurstelling heen gezet.

Een jaar seksmail heeft mij vermoedelijk net iets meer geleerd over het voeren van een openbare dialoog en over het eigen vermogen tot assimilatie, dan over andermans seksleven en erotiek in het algemeen. Ik heb de neiging mij aan te passen aan de toon én grenzen van de ander, de toon ís de grens. Als iemand duidelijk geen zin heeft in persoonlijke ontboezemingen, is het contraproductief om door te vragen. Je kunt mensen verleiden informatie met je te delen, waarvan ze niet dachten die ooit met je te zullen delen, door de tijd die je met hen doorbrengt, de oprechte interesse die je in hen toont. Maar een van de kenmerken van deze rubriek was juist de snelheid, de dialoog vond plaats in een paar dagen, een week hooguit.

Niet verwonderlijk allicht dat de meest openhartige seksmail met IC-verpleegkundige Frans Leliveld was; landelijke bekendheid en openhartigheid gaan niet altijd goed samen. Leliveld schreef: ‘Voorzichtig tongen, voorzichtig pijpen? Wat zijn dat voor halve maatregelen, Arnon? Tongen en pijpen doe je vol overgave of laat het anders maar zitten. En waarom wil jij je laten pijpen en pijp je die leuke blonde van Rundfunk niet zelf, vol overgave.’

De grappigste aflevering was met kunstenares Tinkebell die schreef: ‘Maar de meest bijzondere was een 2 meter 7 lange VVD’er die vóór de seks opmerkte normaal alleen met 28-jarige vrouwen met een perfect symmetrisch gezicht te neuken maar voor mij een uitzondering wilde maken. Hij was zo lang en zo met zichzelf bezig dat mijn neus in zijn navel bleef steken, waardoor ik haast stikte zonder dat hij het door had.’

De beste aflevering was vermoedelijk met regisseur Jan Ritsema die schreef: ‘Jagen is op iets schieten. Op iets schieten doe je om het object waarop geschoten wordt uit te schakelen. Jagen is de drift om iets uit te schakelen. Misschien is seks het spel van het uitschakelen. Maar seks is ook een kans hoor, leuk en innig en aangenaam.’

De moeilijkste seksmail was waarschijnlijk met kunstenaar Lily van der Stokker die schreef: ‘Ik vind de meeste van de seksmails wat gemaakt luchtig en cool; kijk mij vlot en open zijn over seks.’

Inderdaad, de wetenschap dat de correspondentie gepubliceerd zou worden leidde in enkele gevallen tot zwaar aangezette ironische distantie. Begrijpelijk, maar de oplettende lezer kon ook achter die distantie ontwaren hoezeer seks, of je nu monogaam bent of polyamoreus, een bevredigend of een volstrekt onbevredigend seksleven hebt, aseksueel bent of juist niet, onze identiteit vormgeeft, de vulkaan is waaruit het lava van de schuld en de schaamte spuit. Seksualiteit is de bron van de pijnlijkste innerlijke conflicten, omdat de begeerte dikwijls haaks staat op degene die wij zouden willen zijn, op degene die wij menen te moeten zijn.

Als opwinding bestaat bij de gratie van de reële of gefantaseerde grensoverschrijding dan is elk gesprek over seks altijd ook een gesprek over moraal, zelfs als we veinzen dat die er niet toe doet. Misschien was dat het bezwaar van Lily, de luchtigheid camoufleerde al te grondig de ernst van de zaak; wat staat er op het spel?

Beeld Lonneke van der Palen

In zijn boek Obsceen, de geschiedenis van een verontwaardiging beschrijft Ludwig Marcuse hoe, in 1920, Arthur Schnitzlers toneelstuk Reigen in Berlijn maar ternauwernood aan de censuur ontkomt. Nog in 1903 had het Pruisische Oberverwaltungsgericht in een oordeel de erotische driften ‘de laagste, meest verwerpelijke menselijke driften’ genoemd. Censuur is grotendeels uit onze hedendaagse maatschappij verdwenen – dit kan uiteraard veranderen – maar de overtuiging dat onze erotische driften verwerpelijke en lage driften zijn zit diep in ons collectieve bewustzijn. Overigens is het vrijelijk spreken over seks, voor zover dat echt mogelijk is, niet per definitie een bevrijding, iets waar de Franse filosoof Foucault over heeft geschreven. Het gebod vrijelijk te spreken over die ‘lage driften’ is immers ook een manier om dat driftleven in kaart te brengen en te controleren.

Daar komt bij, en dat viel mij op in vrijwel alle correspondenties, hoe ongemerkt seks en liefde in elkaar overlopen én weer van elkaar gescheiden worden. Die lage driften blijven verbonden aan onze nobelste en schijnbaar onbaatzuchtigste fantasieën; al die veelal christelijke associaties die wij hebben bij dat schijnbaar onschuldige woordje ‘liefde.’

Verder viel mij op dat veel correspondenten veinsden dat het probleem van de seksualiteit, voor zover het een probleem is, als overwonnen moet worden beschouwd. Dat de hartstocht, en menig hartstocht is een seksueel getinte hartstocht, die ons voortdrijft door ons is getemd. Maar ik neem de boeken die ik gelezen heb en de films die ik gezien heb serieus en zij worden niet moe mij te vertellen dat de mensen weerloze en veelal blinde slachtoffers zijn van de hartstochten die hen voortdrijven, tot aan de rand van de afgrond, en soms daar voorbij.

In haar boek The odd woman and the city vertelt de Amerikaanse schrijver Vivian Gornick over de musical Gypsie, over een stripper en haar moeder. De stripper zegt: ‘Ik zit in dit vak vanwege mijn moeder. Ze zei: “Beloof ze alles en geef ze niets.” Dan kijkt ze even naar de hopeloze mannen voor haar en ze zegt: ‘Maar ik zal jullie alles geven, jullie moeten er alleen om smeken.’

De kern van seksuele verleiding zit voor mij in deze samenvatting van een scène uit een musical die ik zelf overigens nooit heb gezien. In wezen is deze samenvatting een variatie op Oscar Wilde’s beroemde aforisme dat alles in de wereld over seks gaat, behalve de seks zelf, die gaat over macht. Eerst smeken, dan krijgen.

Alleen al dat seks gepaard gaat met uitgesproken en onuitgesproken beloftes, al was het maar de belofte na de seks te verdwijnen en te doen alsof er niets is gebeurd, maakt seksualiteit tot een potentieel gevaarlijk spel.

Seksualiteit, misschien moet ik zeggen intimiteit, blijkt altijd ook weer een belofte en zelfs als je denkt alles te hebben gekregen dat beloofd was, blijft de verdenking levend dat er iets niet gegeven is.

De psychoanalyticus Adam Phillips schrijft dat de verdenking, ook juist in de relatie, een ‘filosofie van hoop’ is. De verdenking doet ons namelijk geloven dat er iets te weten is dat de moeite van het weten waard is. Phillips noemt seksuele jaloezie ‘een vorm van optimisme.’

Een klein jaar seksmail heeft mij geleerd dat met wie je ook correspondeert over seks en erotiek er altijd iets te weten is dat de moeite van het weten waard is. Maar ook dat de wil tot weten, eveneens een hartstocht, consequenties kan hebben die je niet kon overzien toen die wil tot weten je overviel.

Overleeft een liefde ziekte, een miskraam of vreemdgaan? In Van Twee Kanten interviewt Corine Koole twee partners apart van elkaar over een heftige gebeurtenis in hun relatie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden