InterviewLilianne Ploumen

‘Macht is een effectieve manier om te veranderen wat niet deugt’

Lilianne PloumenBeeld Malou van Breevoort

Als kind liet Lilianne Ploumen haar stem al horen, als klassenvertegenwoordiger. Toch werd niet verwacht van de dochter van de melkboer, dat ze het tot minister en PvdA-Kamerlid zou schoppen. Hoe komt Ploumen zo strijdlustig? ‘Mijn familieleden werden klein gehouden. Ik vond dat onrechtvaardig en wilde er iets aan doen – zo simpel is het eigenlijk.’

Op de vraag naar naar een persoonlijke locatie voor het interview die zowel coronaproof als woordvoerdervrij is, antwoordt Lilianne Ploumen (58) per WhatsApp: ‘Je bent van harte welkom op mijn volkstuin, mijn lievelingsplek. Zonder woordvoerder prima hoor, dat moet me lukken ;)’

Op een koude maandagochtend in oktober leidt ze rond: daar de vijgenboom, hier een rozenstruik, verderop verse kruiden. Met een vrolijk gezicht: ‘Dat tuinieren, ik kan er helemaal niks van, maar dat geeft ook niks. Er is altijd wel íéts aan de hand in zo’n tuin. Dat is juist de charme ervan, dat je voortdurend aan het klungelen bent.’

In een piepklein huisje zet ze het water op voor de oploskoffie, naast een boekenkast gevuld met huiswerk: De Tuinplanten Encyclopedie, Handboek snoeien, de Elsevier gids voor planten en dieren in de tuin. Hier schreef ze ook deels haar eigen boek, dat dit weekend verschijnt: De deur naar de macht, over haar persoonlijke geschiedenis, ambities en drijfveren (‘Wat een vreselijk woord is dat eigenlijk, hè?).

In 2017 initieerde minister Ploumen SheDecides, een internationaal fonds voor veilige abortus, in reactie op de beslissing van Donald Trump om met zijn Global Gag Rule het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen uit ontwikkelingslanden in te perken. Na het internationale succes van het fonds werd ze door een uitgever benaderd haar verhaal op papier te zetten. Vanachter het kookstel: ‘Op een gegeven moment word je wel moe van dat schrijven over jezelf, zeg. Het leukste vond ik eigenlijk het hoofdstuk over mijn vader en moeder.’

Uw goede vriendin Nina Tellegen vertelde hoe het ging als u vroeger in Maastricht bij een vriendinnetje uit een duurdere wijk speelde. Als jullie daar de melk kwamen brengen, moest u achterom, als u voor dat meisje zelf kwam, mocht u via de voordeur naar binnen. 

‘Het viel me altijd wel op, maar ik voelde me er toch niet minder door. Mijn ouders waren ingekapseld door de standenmaatschappij van toen, maar hielden ons desondanks altijd voor dat we niet meer, maar ook zeker niet minder waren dan een ander.’

Toch nog een voorbeeld: ‘Als minister werd ik in Maastricht uitgenodigd voor de traditionele sleuteloverdracht op carnavalszaterdag. Een van de lokale notabelen sprak me aan: mijn vader bracht vroeger de melk bij hen thuis, en die man herinnerde zich hoe mijn vader trots had verteld dat ik was geslaagd voor mijn eindexamen. ‘Wat leuk, voor de mavo?’, had die man toen gevraagd, maar nee, ik had het atheneum gedaan. Dat zette hem aan het denken over zijn vooroordelen, het idee dat een mavo-opleiding voor de dochter van de melkboer het hoogst haalbare was.’

De dochter van de melkboer die uiteindelijk minister werd. ‘Dat hadden mijn ouders prachtig gevonden. Ze hebben het helaas net niet meer meegemaakt. Toen iemand in mijn eerste jaar daar iets over zei, moest ik huilen. Ik vond dat zó jammer. Met dit boek heb ik hen ook een eerbetoon willen geven, juist omdat zij zelf nooit veel aandacht opeisten. ‘Wij zijn maar gewone mensen’, zei mijn moeder altijd. ‘Hoezo ‘máár’, antwoordden wij dan.’

Uw vriendin Nina Tellegen roemde uw zelfvertrouwen. Ze zei: ‘De meeste vrouwen vragen zich te vaak af of ze iets wel kunnen, of ze de dingen wel goed genoeg doen. Bij Lilianne dacht ik vaak: zó, die durft.’ 

‘In 2007 besloot ik me kandidaat te stellen als voorzitter van de PvdA. Nina en Sjoera, twee vriendinnen met zelf een goede baan, hielpen me campagnevoeren. Achteraf gezien is het misschien wel wat merkwaardig dat ik er zo overmoedig in stapte. Ik kende de partij en de politieke wereld niet echt, maar ik wist wel dat ik zelf meer directe invloed wilde. Politiek is het podium van de macht en macht is een effectieve manier om te veranderen wat niet deugt.’

U had nauwelijks politieke ervaring, was destijds nog directeur van een ontwikkelingsorganisatie en nam het op tegen zes mannen, onder wie partijmastodont Jan Pronk. 

‘Dus niemand gaf mij enige kans. Ik weet nog dat de journalisten mij op de uitslagenavond voorbijliepen. Grappig hè?’

NRC Handelsblad schreef: ‘De enige die niet verbaasd was over de uitslag, was Ploumen zelf.’ Geamuseerd: ‘Het voordeel van niet weten wat je kunt verwachten, is ook dat je er geen buikpijn van hoeft te hebben. En ik had tot die tijd natuurlijk al wel veel werkervaring opgedaan. Een moeilijke vergadering is een moeilijke vergadering, dat leek me niet veel verschil maken. Maar toen ik eenmaal voorzitter was, moest ik toch wel wennen. Ten eerste aan de schijnwerpers, maar ik schrok er ook wel een beetje van hoeveel macht een partijvoorzitter heeft. Je kunt carrières van mensen maken of breken.’

Dat doet ze: samen met lijsttrekker Wouter Bos en fractievoorzitter Mariëtte Hamer zegt ze in 2008 het vertrouwen op in wijlen Ella Vogelaar, destijds minister van Wonen, Wijken en Integratie. Een paar jaar later raakt ze in conflict met toenmalig lijsttrekker Job Cohen, als ze in haar afscheidsinterview als partijvoorzitter milde kritiek op zijn functioneren uit – een paar maanden later stapt Cohen zelf op. Ploumen nu: ‘Soms moet je dingen doen die rottig maar nodig zijn, ook als ze je niet in dank worden afgenomen.’

Een half jaar na haar aftreden belt de nieuwe lijsttrekker Diederik Samsom haar, of ze minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking wil worden in het tweede kabinet-Rutte. Haar beleid wordt getypeerd als ‘ontpronken’: de klassieke opvatting over ontwikkelingssamenwerking zoals dertien jaar uitgevoerd door eerdere minister Jan Pronk gaat op de schop, wat de voormalig minister ertoe beweegt zijn PvdA-lidmaatschap op te zeggen.

Ploumen wil twee voorheen gescheiden werelden combineren: hulp en handel. Daarnaast moet ze ook nog een miljard euro bezuinigen op buitenlandse hulp. Ontwikkelingsorganisaties reageren verbijsterd. Saillant: Ploumen was zelf jarenlang directeur geweest van ontwikkelingsorganisaties als Mama Cash en Cordaid.

Beeld Malou van Breevoort

Eén van de ambities uit uw notitie als minister was het uitbannen van extreme armoede binnen één generatie. Dat vond ik eigenlijk zo onrealistisch klinken. 

‘Toch is het dat niet. In 2015 is die afspraak al wereldwijd door alle regeringsleiders gemaakt: in 2030 moeten armoede en honger de wereld uit zijn. En we waren best goed op weg, maar door de coronacrisis is het aantal mensen dat in extreme armoede leeft voor het eerst weer toegenomen. Landen als Kenia kenden een economische groei van tien procent per jaar toen ik nog minister was. Maar veel van de Afrikaanse economieën zijn informele economieën. Waardoor inwoners een lockdown metéén voelen. Als je geld verdient door producten uit je tuin te verkopen en je mag de straat niet meer op, heb je dezelfde dag al geen inkomen meer.’

Ze serveert kwarkbollen (‘vast hartstikke light, er zit toch kwark in?’) en praat over haar studententijd in Rotterdam – ze is het eerste meisje uit haar grote familie dat gaat studeren: ‘In mijn herinnering regende het altijd, luisterden we naar van die deprimerende bandjes als The Cure, kreeg niemand die ik kende een baan en werd tot overmaat van ramp Reagan president van Amerika – een harde, rechtse tijd.’

U woonde ongetrouwd samen met uw vriend, iets waar uw katholieke ouders aanvankelijk veel moeite mee hadden. Op een dag verongelukte hij met zijn auto. 

‘Ik was 24 toen er op een ochtend werd aangebeld door twee politieagenten. We waren vier jaar samen geweest en ineens was ik dat meisje wier vriend dood was. Niemand in mijn omgeving had nog zoiets meegemaakt. Ik weet nog dat ik op een gegeven moment dacht: ‘Al doe ik niks, blijf ik alleen maar zítten; over een jaar is het dan toch minder erg.’ Die gedachte troostte me enorm.’

Een paar maanden later kwam u op een feestje uw huidige echtgenoot tegen. 

‘Ik werd verliefd, maar was ook nog in de rouw. Dat was best ingewikkeld. Gelukkig ging hij daar goed mee om.’

Inmiddels zijn jullie 34 jaar samen. Hoe houd je een relatie zo lang goed? 

‘Niet te moeilijk doen, elkaar iets gunnen, geen ruzie maken over onbelangrijke dingen – daar kom je een heel eind mee, hoor.’

Jullie gingen samen met Nina Tellegen naar het toneelstuk Borgen, gebaseerd op uw favoriete televisieserie, waarvoor u de regisseur van advies had gediend. Na afloop zei uw man dat hij zich wel herkende in de echtgenoot van hoofdpersoon Birgitte Nyborg. ‘In die zin dat de politiek altijd vóór gaat – je kunt het nooit buiten de deur houden. Soms is dat gewoon vervelend, zeker voor de mensen om je heen.’

Nyborg gaat uiteindelijk scheiden – het ego van haar man kan haar status niet aan. Brede grijns: ‘Gelukkig had mijn man daar geen last van. Hij heeft mij altijd gesteund.’

In interviews praat Ploumen vaak en met veel warmte over haar afkomst. Hoe ze hard leerde werken, als kind van middenstanders die melk verkopen in het zwaar katholieke Maastricht van de jaren zestig. Ouders die allebei op hun 12de al van school af moesten, om mee te helpen op het boerenbedrijf.

Hún drie kinderen, van wie Lilianne de oudste is, studeerden allemaal wel. Ploumen: ‘Tegenwoordig is dat anders, maar voor ons was studeren de enige weg omhoog.’

Zelf krijgt ze een dochter en een zoon, tegen wie ze nog altijd plat Maastrichts praat (‘Omdat het mijn moederstaal is, het voelde onnatuurlijk om Nederlands te praten tegen mijn baby’s’). Haar dochter studeerde politicologie en werkt net als haar moeder vroeger voor een ontwikkelingsorganisatie. Haar zoon deed de mbo-opleiding International Business en is bedrijfsleider in een café. Ploumen: ‘Ik ben trots op ze; ze zijn allebei ambitieus, werken hard en doen iets dat ze heel graag willen.’

Beeld Malou van Breevoort

In De deur naar de macht komt steeds uw ambitieuze en feministische inborst terug. U bent op de middelbare school klassenvertegenwoordiger en lid van het leerlingenparlement, maakt later deel uit van allerlei ondernemingsraden. Uw literatuurlijst voor het eindexamen bestaat uit louter boeken van vrouwelijke schrijvers, onder wie Anja Meulenbelt. U had met vriendinnen een vrouwenpraatgroep, als minister en tegenwoordig Kamerlid zet u zich al jaren in voor vrouwenrechten wereldwijd. Weet u nog hoe dat feminisme ontstond? 

‘Ik geloof niet dat daar één moment voor is aan te wijzen. In de zesde klas van de lagere school werd ik Limburgs kampioen voorlezen. Een trotse tante zei dat ik later misschien wel nieuwslezeres kon worden. Ik herinner me dat ik toen dacht dat ik liever het nieuws zou willen zíjn dan het nieuws voor te lezen.

‘De generaties vóór mij werden geacht op te kijken naar anderen, naar mensen die meer macht hadden. Ik wilde dat niet. Mijn familieleden werden klein gehouden, hun talenten werden genegeerd en naar hun mening werd niet gevraagd. Ik vond dat onrechtvaardig en wilde er iets aan doen – zo simpel is het eigenlijk.’

In uw latere leven werd de inmiddels overleden Saskia Stuiveling een voorbeeld, voormalig president van de Algemene Rekenkamer. 

‘Saskia was destijds ook bestuurslid van Plan Nederland, waar ik toen werkte. Toen er na een vergadering waar ik notuleerde een vervolgafspraak moest worden gemaakt, zei zij: ‘Bel mijn secretaresse maar, zij houdt mijn agenda bij.’ Zó wil ik ook worden, dacht ik toen.’

U richtte De Dikke Deuren op – een club met allemaal vrouwen die ooit directeur van een organisatie waren. 

‘Ik geloof heel erg in het idee dat je een probleem zelden alleen hebt. Maar om er iets aan te dóén, heb je anderen nodig. Het motto van mijn boek komt uit The Other Hand, een roman over asielbeleid van Chris Cleave: One story makes you weak, but as soon as we have one hundred stories, you will be strong. Then the power is on our side.’ (‘Eén verhaal maakt je zwak, maar zo gauw we honderd verhalen hebben, zul je sterk zijn. Dan zal de macht aan onze kant staan.’) 

Als dit stuk verschijnt is net de Week van het leven geweest, dat gaat over het geluid vóór het leven. Hoe kan het dat het recht op abortus en zelfbeschikking van vrouwen in Nederland anno 2020 nog steeds niet onomstreden is? 

‘De mensen die zo’n week organiseren en iemand als Kees van der Staaij voelen zich gesteund door Donald Trump. Hij is de eerste Amerikaanse president die de Mars voor het Leven heeft toegesproken – zelfs Reagan en Bush hebben dat nooit gedaan. Daardoor grijpen organisaties die zichzelf ‘pro life’ noemen nu hun moment.

‘Niemand is per se vóór abortus; het gaat erom dat je vindt dat vrouwen het recht hebben om een afweging te maken die aan hen is, en aan niemand anders. Iedereen is pro-life, dit soort organisaties zijn alleen ook anti-keuze.’

U wilt anticonceptie terugkrijgen in het basispakket. 

‘Wat zijn nou een paar tientjes per jaar voor de pil?’, hoor je dan. Ten eerste is dat voor sommige mensen wel veel geld, ten tweede kost bijvoorbeeld een spiraaltje honderden euro’s. Dus als je dat niet kunt betalen, krijg je niet de beste anticonceptie. Dat moet in een beschaafd land als het onze echt anders.’

Toch is het ondanks meerdere moties nog niet gelukt – ook het progressieve D66 stemde tegen. 

‘Dat vond ik wel heel teleurstellend, hoor. Zij geloven erg in zelfredzaamheid, dat vrouwen dat geld maar zelf moeten opbrengen. Terwijl de PvdA Nederland als een vereniging ziet, waarin je mensen die het moeilijk hebben helpt. Dit ook in tegenstelling tot Rutte, die het land leidt als een bv.’

Bij u thuis werd de anticonceptie betaald van de en-of rekening. 

‘Toen ik voor de pil in het pakket ging pleiten, kwam ik in contact met allerlei jonge vrouwen. Een van hen vertelde dat ze vriendjes een Tikkie stuurde voor een bijdrage aan haar anticonceptie. Dat vond ik zo terecht! Later bedacht ik me dat mijn man en ik destijds ook samen de kosten voor mijn spiraaltje deelden.’

Jullie motie tot verhoging van het salaris voor zorgpersoneel haalde het ook niet. 

‘Dat heeft mij zeer verbaasd. Die mensen werken zich helemaal te pletter, en dan houdt de coalitie tegen dat ze meer betaald krijgen.’

Ze staat op, loopt de tuin in. Vegan-leren broek, donkerblauwe gebreide trui, stevige laarzen. ‘Even tijm knippen voor op de boerenomelet.’ Daarna, vanachter het kookstelletje: ‘Vanaf halverwege 2018 kreeg ik de zorgportefeuille erbij. Soms schrik je je rot van wat mensen verdienen. Neem de kraamverzorgenden; iedere ouder weet hoe onmisbaar die mensen zijn nadat je een baby hebt gekregen. Weet je wat zij krijgen voor een wachtdienst waarbij ze acht uur lang stand-by moeten staan?’

Beeld Malou van Breevoort

Nou? 

‘11 euro en 43 cent. Bruto. En niet per uur, maar voor ácht uur. Nou ja, ik ben er tweeëneenhalf jaar mee bezig geweest, maar voor die mensen is inmiddels 10 miljoen euro extra toegezegd. Dat zijn toch mooie overwinningen die je als Kamerlid kunt behalen.’

Maart 2017 lijdt de PvdA een historische verkiezingsnederlaag, de partij gaat van 38 naar 9 zetels in de Tweede Kamer. Ploumen staat op nummer tien van de kandidatenlijst, maar komt door haar bijna 22 duizend voorkeursstemmen toch nipt in de Kamer. Uit De deur naar de macht: ‘Bij mijn eerste grote debat werd ik met de neus op de feiten gedrukt: Iemand anders was nu de baas. En ik weet nu: dat went niet.’

Nina Tellegen zei: ‘Ze is vier jaar minister geweest en werd toen door de partij voor de verkiezingen op plaats tien gezet. Dat was zó’n belediging.’ 

‘Vooral anderen vonden dat. Zelf dacht ik: Nou prima, dan tiende, ook goed.’

Volgens Tellegen typeert die blijmoedigheid u. Maar ze vermoedt ook dat u het dit keer niet zult accepteren als u weer plek tien krijgt. 

‘Ik heb net het sollicitatiegesprek achter de rug en hoop op een mooie positie. Maar ik hoop vooral dat ik terug kan komen in de Kamer. De grootste overgang tussen minister zijn en Kamerlid, is dat je andere manieren moet bedenken om invloed te krijgen. Als minister heb je directe macht, als Kamerlid van de oppositie zet je veel tussenstappen voordat je iets concreets bereikt.’

Als minister besloot u zich niet te conformeren aan de kledingvoorschriften die in sommige landen gelden.

 ‘Als toerist of journalist is het misschien anders, maar als minister vertegenwoordigde ik een land waar we kunnen dragen wat we willen. Ik vind het belangrijk om daar pal voor te staan. Bovendien gelden er zelden kledingvoorschriften voor mannen.

‘In een Noord-Afrikaans land liet de ambassade weten dat het op prijs zou worden gesteld als de minister een jurk tot over de knie zou dragen, met een wat lossere hoofddoek. ‘Dat ga ik echt niet doen’, zei ik. Onze ambassadeur werd daar later op aangesproken door zijn Zweedse collega, wiens vrouwelijke minister zich wel had geconformeerd. Nou, prima, ik niet.’

Jeanine Hennis kreeg veel kritiek toen zij in 2019 namens de Verenigde Naties een hooggeplaatste Iraanse geestelijke in Irak bezocht en daarbij een ghimaar droeg, een halflange hoofddoek die hals en oren bedekt en vormen verhult. 

‘Iedereen maakt z’n eigen afweging in de rol die je uitoefent. Kennelijk is dat gebruikelijk als je op bezoek gaat bij een geestelijk leider.’

Zou u het doen? 

‘Nee, niet als minister. Een hoofddoek is niet verplicht in Irak. Op bezoek bij de Paus droeg ik – als enige – ook geen mantilla. En met mijn mannelijke ambtenaren maakte ik afspraken over handen schudden. Ik voelde er bijvoorbeeld weinig voor om geen hand te krijgen van de Iraanse ambassadeur, die lager in rang is dan ik, terwijl hij mijn mannelijke ambtenaren, ook lager in rang dan ik, wél de hand zou schudden. Dan maar allemáál niet.’

Eigengereid is Ploumen ook als ze in januari 2017 met het idee voor SheDecides komt, nadat Donald Trump op de derde dag van zijn presidentschap besluit de financiële steun stop te zetten aan organisaties die in arme landen helpen bij gezinsplanning en veilige abortussen. Ploumen zet, zonder eerst te overleggen met premier Rutte of collega-ministers, een fonds op dat het verlies aan financiële steun voor organisaties en klinieken kan compenseren. In recordtempo sluiten landen zich aan en wordt er wereldwijd ruim 450 miljoen euro opgehaald.

U vond het niet nodig dat eerst even te overleggen. 

‘Het leek me in dit geval beter eventueel achteraf sorry te zeggen. Ik was bang dat ze me op andere gedachten zouden proberen te brengen, omdat het niet heel handig is om de leider van de vrije wereld in de eerste week van zijn presidentschap tegen je in het harnas te jagen.

‘Dat het zo’n groot succes zou worden, had niemand verwacht. Binnen zes weken organiseerden we al een conferentie met vijftig landen, waar zelfs de minister van vrouwenzaken uit Afghanistan bij aanwezig was. Ook uit dit voorbeeld blijkt weer hoeveel je kunt bewerkstelligen als je je laat horen én verenigt. Inmiddels hebben we een petitie opgezet om de Global Gag Rule definitief te laten afschaffen. Doordat Joe Biden en Kamala Harris nu zijn verkozen, hebben we goede hoop dat dat daadwerkelijk gaat lukken.’

Beeld Malou van Breevoort

In uw boek zegt u ook dat u ‘onder ogen moest zien dat macht beperkingen kent’. 

‘Kijk naar wat de yezidi’s wordt aangedaan en wat daar in die regio nog meer gebeurt, in Syrië en Irak: Assad moordt zijn eigen volk uit, maar zit nog steeds in het zadel. Vroeger dacht ik: ‘Als je macht hebt, hoeven zulke dingen niet meer te gebeuren.’ Dat blijkt helaas niet waar te zijn. Zeker nu niet, nu Nederland onder Stef Blok nauwelijks een buitenlandbeleid hééft. Om iets te bereiken moet je er wel op af, en dat doet hij niet.’

Intussen is de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen hier weer groter geworden. Op de ranglijst van genderongelijkheid is Nederland gezakt naar plek 38, achter landen als Rwanda, Namibië en Uruguay.

 ‘Dramatisch, ja. We hebben hier relatief weinig vrouwelijke hoogleraren en vrouwen verdienen voor hetzelfde werk nog steeds minder dan mannen.’

In totaal drie ton op een werkend leven. 

‘Dat is echt een enorm verschil. Vooralsnog moet je er hier zélf achteraan, als je denkt dat je minder krijgt dan een mannelijke collega die hetzelfde werk doet. Veel mensen vinden dat lastig; in Nederland praten we makkelijker over seks dan over hoeveel je verdient. IJsland heeft een wet die het omdraait: niet de werknemer, maar de werkgéver moet ervoor zorgen dat hij gelijk beloont. Dat vond ik nou zo’n briljant idee.

‘Inmiddels hebben we die wet samen met de SP, GroenLinks en 50Plus vertaald in een Nederlands wetsvoorstel, dat we hopelijk nog voor de verkiezingen kunnen bespreken.’

Ik interviewde Jeanine Hennis toen ze nog minister van Defensie was. ‘Quota zijn voor vissen, niet voor vrouwen’, vond zij. 

‘Ik was vroeger ook tegen quota, maar ben daarvan teruggekomen. Omdat het gewoon niet opschiet. Over ongelijke beloning hebben we het al sinds de jaren zeventig. Dus als we in hetzelfde tempo doorgaan, duurt het nog zestig jaar tot vrouwen even vaak een hoge positie bekleden als mannen en evenveel verdienen. Dan maar quota – het komt namelijk niet vanzelf goed.’

Misschien zouden vrouwen zelf ook actiever kunnen zijn: maar 27 procent werkt fulltime, waardoor een groot deel economisch niet zelfstandig is, ondanks een goede opleiding. 

‘Ik houd er niet van om anderen te zeggen wat ze moeten doen, maar ik hoop wel dat steeds meer vrouwen beseffen dat als hun huwelijk stukloopt, ze in de financiële problemen kunnen raken.’

Birgitte Nyborg uit de serie Borgen besluit op een gegeven moment dat ze de eerste vrouwelijke premier van haar land wil worden. 

‘Jaaaa, dat is de vraag die vrouwen in de politiek altijd krijgen, hè? Ik denk sowieso dat iedere vrouw die ambitie bij zichzelf moet toelaten. Ik vind dat vrouwen, vooral die van mijn generatie, nog weleens te bescheiden zijn. Maar of ik zelf minister-president zou willen worden? Sommige dingen komen er nooit van, en dat is dan ook niet erg.’

U heeft er in elk geval de verkeerde partij voor gekozen. 

‘Ho ho, dat ben ik natuurlijk niet met je eens. Maar onze kandidaat voor de komende verkiezingen is Lodewijk. We grappen onderling weleens: eerst Asscher-I en daarna is het tijd voor Ploumen-I. Ik zeg het Hedy d’Ancona na: een vrouwelijke premier zou heel verfrissend zijn, maar dan wel een línkse vrouwelijke premier.’

CV Lilianne Ploumen

12 juli 1962 Geboren in Maastricht

1980–88 Studie maatschappijgeschiedenis, Erasmus Universiteit Rotterdam

1983 Sociaal-cultureel werker in Rotterdam

1985 Onderzoeker Instituut voor Psychologisch Marktonderzoek

1990 Manager marketing en onderzoek Foster Parents Plan

1994 Eigen bureau Ploumen Projecten

1995 Coördinator fondsenwerving en later directeur Mama Cash

2003 Wordt lid van de PvdA, is tot die tijd lid van GroenLinks

2001–2007 Manager Strategie en Kwaliteit en later directeur Cordaid

2006 Voorzitter kandidatencommissie stadsdeel Nieuw-West Amsterdam

2007–januari 2012 Partijvoorzitter PvdA

2008–2012 Lid Raad van Toezicht Stichting Stop Aids Now

November 2012–2017 Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking in kabinet-Rutte II

2013 Tekent tijdens Algemene Vergadering van de Verenigde Naties een overeenkomst tot verbetering van de omstandigheden voor textielarbeiders in Bangladesh

23 maart 2017–nu Lid Tweede Kamerfractie PvdA; woordvoerder buitenlandse zaken en zorg

2017 Voorzitter Libris Geschiedenis Prijs

2018 Aletta Jacobsprijs en krijgt Machiavelliprijs toegekend voor SheDecides

2018 Vicevoorzitter SheDecides

Juni 2018 Vicefractievoorzitter PvdA

2020 Schrijft De deur naar de macht, verschijnt bij uitgeverij Prometheus

2021 Voorzitter Libris Literatuurprijs

Lilianne Ploumen woont in Amsterdam, is getrouwd en heeft twee kinderen.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden