profiel Louise Bourgeois

Louise Bourgeois’ reuzenspinnen zijn groter dan haar trauma

Louise Bourgeois, gefotografeerd door Robert Mapplethorpe in 1981. Beeld EPA

Deze foto van Louise Bourgeois – haar spinnen staan deze zomer in de tuin van het Rijksmuseum – vestigde haar reputatie als dirty old lady van de kunst. Wie was zij? 

Laat deze alinea een korte lofzang op de spin zijn. Het is een achtenswaardig diertje. Zonder hem zou u deze zomer nóg vaker te grazen worden genomen door steekmuggen, die rotbeesten, dat tuig. Loopt u door zijn web, dan haalt de spin zijn schouders op (alle acht) en begint hij vol goede moed opnieuw. Tot waardering uwerzijds leidt dat zelden. Komt u hem onverwacht tegen, dan trakteert u hem op een welgemeend ‘jakkes’.

In de kunst vertolken spinnen standaard de rol van gelegenheidsgriezels. Ze moeten walging oproepen. De reuzenspin aan wie Gollem Frodo probeert te voeren in The Lord of the Rings: eng. Het achtpotige monster dat onder de schmink van de kinderlokkerclown schuilgaat in It: nog enger. De duizend wriemelende spinnetjes in Arachnophobia: joh, we hebben de televisie allang uitgezet. Bestaan er geen sympathieke spinnen? De spin Sebastiaan (‘het is niet goed met hem gegaan’) van Annie M.G. lijkt de enige kandidaat. En de reuzenspinnen van Louise Bourgeois. Nou ja, zijzelf vond ze sympathiek.

Louise Bourgeois (1911 - 2010), van wie deze zomer twaalf beelden te zien zijn in de tuinen van het Rijksmuseum in Amsterdam, maakte tekeningen, grafiek, sculpturen en installaties; een van de interessantste oeuvres van de late 20ste eeuw. Haar vroege werk is hoekig en loopt vooruit op het minimalisme. De latere stukken zijn meer meer amorf en danken iets aan de surrealisten, al heeft de kunstenaar die verwantschap zelf altijd bestreden. Bourgeois maakte ook gehaakte figuren en koppen die doen denken aan voodoopopjes, en biomorfe objecten van jute en latex – ze lijken afkomstig uit een of ander ondoorgrondelijk vruchtbaarheidsritueel. Een sculptuur, Le Regard, bestaat bijvoorbeeld uit een ongelijkmatige massa van was met erin een spleet met daarin een kleinere massa; ze doet denken aan een schelp of een oog of een kut, of een combinatie van die drie. Een ander werk, Le Fillet, is herkenbaarder: een reusachtige pik van latex, opgehangen als een geslacht varken. Op de beroemde foto van Mapple­thorpe houdt Bourgeois het ding grijnzend onder haar arm als was het een versgebakken stokbrood. De foto vestigde haar reputatie als dirty old lady van de Amerikaanse kunst meer dan de sculptuur zelf deed.

Haar werk, zo kun je in elke toelichting lezen, is autobiografisch, op het therapeutische af. De kunstenaar maakte het niet zozeer als dagbesteding, maar om het eind van de dag te halen. Het bevat confessies, zoals later het werk van Tracey Emin confessies zou bevatten. Maar wat behelsden die bekentenissen? En uit wat voor leven waren zij afkomstig?

De spinnen van Bourgeois staan op het voorplein van mening museum. Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

Bourgeois’ jeugd was als haar naam: bourgeois. Ze werd in 1911 geboren in een voorstadje van Parijs. Haar ouders waren restaurateurs van antieke tapijten. Louise restaureerde mee; zo leerde ze tekenen. Ze studeerde wiskunde aan de Sorbonne, maar koos rond haar 20ste toch voor het kunstenaarschap. In de jaren veertig kende ze de hele Parijse avant-garde: Giacometti, Brancusi, Léger; die laatste adviseerde haar om naast tekenen te gaan beeldhouwen. Ze trouwde een Amerikaanse kunsthistoricus, Robert Goldwater, verhuisde naar New York, en voedde drie zonen op, de oudste ervan geadopteerd (ze was ervan overtuigd dat ze geen kinderen kon krijgen). Ze exposeerde in groepsexposities, maar kreeg evengoed dat voor ambitieuze vrouwen meest gehate aller etiketten opgeplakt: ‘vrouw-van’, haar werk werd beschouwd als curieus doch marginaal. Erkenning kwam pas toen Bourgeois al in de 60 was. Ze werd op het schild gehesen door feministische critici, al was de liefde allesbehalve wederzijds: feministen, meende Bourgeois, cultiveerden hun slachtofferschap. In 1982 kreeg ze een overzicht in het Museum of Modern Art in New York, als eerste vrouwelijke kunstenaar. Tot op dat moment had ze iedere persoonlijke interpretatie van haar werk fijntjes weggewuifd. Maar aan de vooravond het haar retrospectief gaf ze een interview aan het kunsttijdschrift Artforum waarin ze haar kunst verklaarde aan de hand van haar jeugd, die traumatisch zou zijn geweest, en de band met haar vader, die ingewikkeld was; pijnlijk, verschroeiend.

Wat was er gebeurd? Toen Bourgeois’ moeder ziek werd, begon haar vader affaires te hebben met andere vrouwen. Een van hen was Louises ­Engelse gouvernante. De affaire had plaats onder eigen dak. Ze duurde tien jaar. De scherpzinnige Louise voelde het als dubbelverraad. Haar moeder, vond Bourgeois, verraadde haar ook. Zij zette haar dochter in om vader en zijn minnares te be­spioneren. Later noemde Bourgeois de episode ‘kindermisbruik’. Het werd de brandstof voor een groot deel van haar oeuvre, zo vertelde ze in het interview: ‘De motivatie voor het werk is een negatieve reactie tegen haar’ – de gouvernante.

Daarmee was de dam gebroken. Louise de zwijgzame werd Louise de loslippige. Ze liet geen mogelijkheid onbenut om haar werk aan interviewers uit te leggen en publiceerde haar dagboeken, waarin onder meer te lezen viel hoe ze haar zus bespioneerde terwijl die het met de buurjongen deed, ongesteld en wel. Dergelijke ontboezemingen hadden ontegenzeggelijk een effect op de waardering van haar kunst. Die was opeens veel leesbaarder en dus toegankelijker geworden. Het werd een sport om de huizen, handen en glasplaten erin te koppelen aan het malheur uit haar kindertijd. Hallo, Dr. Freud.

Bourgeois in haar studio in Brooklyn, New York, 1996. Beeld Peter Bellamy

Men begrijpt de aantrekkingskracht van het biografische. Moderne kunst kan moeilijk zijn. Kunsttheorie ook. De Oprah-benadering, daarentegen, begrijpt iedereen. Maar het is een benadering die verarmt. Ze veronachtzaamt wat Bourgeois óók was; haar grondige scholing en vakmanschap; haar gevoeligheid voor vorm en textuur. Haar kunst, wil ik maar zeggen, is groter dan haar trauma. Ze maakt iets in je los, ook als je niets weet over vreemdgaande vaders en zich wegcijferende moeders. Ook de spinnen die Bourgeois maakte vanaf de jaren negentig. Ze was inmiddels in de 80, wat de beelden iets geeft van toegiften. Het San Francisco Museum of Modern Art wijdt er tot juli een overzicht aan.

Het spinnenthema kwam uit de lucht vallen, en toch ook weer niet: decennia eerder, in 1947, maakte Bourgeois al een tekening van een spin. Het diertje oogt nog simpeler dan het tekenfilmfiguurtje Waterspin Wonderspin. Een eenogig kopje en acht stokkige pootjes: dat was Louises eerste spin. Daarna maakte ze weleens sculpturen die lijken op een nest met eitjes. Een van de eerste spinbeelden was Spider uit 1997 te zien in het MoMA, een stalen spin met een buik gevuld met glazen eieren. Ze hangt boven een kooi, cells heten die ruimtes bij Bourgeois, die aan de binnenkant is beplakt met stukken oud tapijt, een verwijzing naar de restauratiepraktijk van Bourgeois’ père et mère. Er staat een stoel waaromheen Bourgeois-parafernalia hangen: parfum, een gebroken medaillon, een horloge dat niet langer tikt. Is de spin een beschermer of een bewaker? Wie zal het zeggen? Misschien is hij wel beide. Misschien is het verschil tussen beschermen en bewaken kleiner dan we denken.

Hoe dan ook, er verschenen andere spinnen in andere formaten en materialen. Sommige maakten deel uit van een paar of nest. Andere hadden een lijfje van tapijt en stalen poten, en zagen eruit als een wandelend speldenkussen. Eentje, Maman, was veel groter dan de rest. Maman. ‘Mammie’ wordt dat in vertaling. Ze werd gemaakt voor de Turbinehal van museum Tate Modern in Londen ter ere van de opening in 2001; tussen haar poten kon je een Londense dubbeldekkerbus parkeren. Ze was een sensatie. Iedereen wilde met haar op de foto.

Bourgeois in 1983, poserend in het Museum of Modern Art in New York met haar voet op een van haar eigen marmeren kunstwerken, Sleep II (1967). Beeld Ted Thai/Getty

Zoals zo’n beetje al haar kunstwerken kan Maman worden geïnterpreteerd in het licht van Bourgeois’ jeugd. Ze alludeert op het werk van haar ouders (‘De spin is een hersteller. Als je door z’n web loopt wordt hij niet kwaad. Hij weeft en herstelt’) en is een eerbetoon aan haar moeder: ‘Mijn beste vriend was mijn moeder; zij was vastberaden, slim, geduldig, geruststellend, redelijk, onvervangbaar, netjes, nuttig als een spin.’ Maar bij Bourgeois heeft zo’n eerbetoon altijd een schaduwzijde. De liefde van de moeder kan immers ook verstikkend zijn, haar knuffels beklemmend, haar beschermende web een gevangenis. Sommige soorten vrouwtjesspinnen eten hun partner én hun kinderen op. Maman is een dubbelhartig wezen.

Beeld Getty Images
Beeld Io Cooman
Beeld Cover/Getty Images
Bourgeois’ spinnen worden een rage: hierboven te zien in Hamburg, Tokio, Bilbao en Londen. Beeld Getty Images

Mede door Maman werden Bourgeois’ spinnen een kunstrage. Ze sierden zalen en voorpleinen van musea in steden als Londen, Parijs, Washington, Stockholm, New York, Denver, Sint-Petersburg, Sao Paulo en San Francisco. Het zegt evenveel over de universele aantrekkingskracht van de beesten zelf als over de smaakbeleving van de gemiddelde museumconservator en -directeur. Die smaakbeleving, het is geen nieuws, is mimetisch. Men begeert wat de collega’s begeren. Heeft museum A een binnenplaats met een glazen overkapping, dan wil museum B ook zo’n binnenplaats met glazen overkapping; staat er bij C een spin op het voorplein dan wil D er ook een. Het ideaal van de global village leeft voort in het internationale kunstcircuit. In dat dorp wonen spinnen.

Toen ik vorige week in Washington was, kwam ik zo’n spin tegen in de beeldentuin van de National Gallery of Art. Alles daar ademde ongecompliceerde vrolijkheid: de fontein, het ijscokraampje, de troepen schoolkinderen met rode petjes (‘Make America Great Again’), de kunst. Ook die oogde verrassend uitgelaten. Een stippeltjespompoen van Kusama, iets roods en smetteloos van Calder: niks geen chagrijn hier. Het enige chagrijnige element van dienst was die bronzen spin van Bourgeois. Hij stond een beetje verdekt opgesteld achter een bosje, je zag ’m pas als je hem passeerde. Hij was groter dan verwacht. Realistischer. Griezeliger, dat vooral. Ik overdrijf voor de vorm, maar daar in die beeldentuin in Washington voelde de aanwezigheid van die spin als de alcoholistische oom op het kinderpartijtje. ‘Angst houdt de wereld draaiende’ was een van Bourgeois’ gevleugelde aforismen. Met haar spinnen droeg ze aan die angst haar steentje bij.

Beeld Antoine van Kaam

Louise Bourgeois in de tuinen van het Rijksmuseum in Amsterdam, 25 mei t/m 9 november 2019. Toegang gratis. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden