PortrettenLintjesregen

Lintjesregen is nog altijd te weinig divers

De meeste lintjes zijn dit jaar wederom naar mannen gegaan. Hoeveel er zijn opgespeld bij Nederlanders met een migratieachtergrond houdt de Kanselarij van de Nederlandse Orden niet bij. Burgemeester Aboutaleb riep op meer vrijwilligers uit minderheidsgroepen voor te dragen: ‘Kijk om u heen en meld ze aan.’

Bijna 3.000 lintjes werden opgespeld tijdens de jaarlijkse lintjesregen op de dag voor Koningsdag. De overgrote meerderheid van de gedecoreerden werd lid in de orde van Oranje-Nassau, in rang de laagste onderscheiding. Het zijn veelal Nederlanders die zich buiten de schijnwerpers al decennia inzetten voor clubs, natuurbehoud of het verzorgen van hun buren.

Vorig jaar riep de Kanselarij van de Nederlandse Orden – die over de Nederlandse lintjes gaat – mensen op om meer vrouwen en mensen met een migratieachtergrond voor te dragen. Voor de man-vrouwverhouding heeft dat amper effect gehad, stelt de Kanselarij vast. Ook dit jaar was 65 procent van de gedecoreerden man. Hoeveel lintjes er zijn opgespeld bij mensen met een migratieachtergrond houdt de orde niet bij. ‘Maar we hebben de indruk dat dat dit jaar iets beter is gegaan’, aldus een woordvoerder.

De Rotterdamse burgemeester Aboutaleb riep tijdens de ceremonie vrijdag het gehoor nogmaals op meer vrijwilligers uit minderheidsgroepen voor te dragen. ‘Kijk om u heen en meld ze aan.’

Schouderklop voor een moslim die verbindt

Dursun Can (47) -Tilburg

Al sinds 1995 investeert maatschappelijk werker Dursun Can veel vrije tijd in initiatieven in zijn buurt. Ook gaf hij vluchtelingen taalles en helpt hij hen bij hun integratie. De laatste jaren nodigt hij samen met zijn vrouw wekelijks mensen met verschillende achtergronden bij hen thuis uit.

Can: ‘De polarisatie in de samenleving doet ons pijn. Daar willen we iets tegen doen. Het mooiste van de gesprekken bij ons thuis vind ik dat je er over en weer achter komt dat veel vooroordelen niet kloppen.’ Can is ontzettend trots op de onderscheiding. ‘Erkenning van de koning, die ik zie als een soort vader van Nederland, ik ben er al de hele dag emotioneel van.’

Het was Cans vriend Mehmet Demirozcan uit de Hizmet-beweging (ook bekend als Gülen-beweging) die hem voordroeg voor een lintje. ‘We kregen een brief van de gemeente waarin stond dat we bijzondere vrijwilligers konden nomineren. We dachten direct aan Dursun.’

Het lintje van Can is volgens Demirozcan voor veel meer mensen van betekenis. ‘Het is een schouderklop voor een moslim die zich inzet voor de Nederlandse samenleving. Ik hoor vandaag van veel andere vrijwilligers dat dat hen stimuleert.’

Imro VerweyBeeld Foto Freek van den Bergh / de Volkskrant

Geschenk van God voor de kok van de armen

Imro Verwey (63) – Utrecht

Terwijl hij van alle kanten wordt gefeliciteerd zoekt Imro Verwey nog steeds naar woorden. ‘Tot ik hier binnen stapte had ik echt helemaal níks door’, zegt hij. ‘Anders had ik wel wat beters aangetrokken.’

Voor hulporganisaties zoals het Leger des Heils kookt Verwey al achttien jaar voor armen, daklozen en verslaafden. Op koude avonden gaat hij met zakken voedsel naar winkelcentrum Hoog Catherijne in Utrecht, met maaltijden uit de voor hem zo vertrouwde Surinaamse keuken.

Het is een hele eer dat de koning hem dit lintje geeft, vindt hij. ‘Maar ik zie het toch vooral ook als een geschenk van de Koning der koningen’, hij wijst naar boven. ‘Dan weet je wel wat ik bedoel, toch? Het voelt alsof God me dit gunt.’

Het werk kost Verwey veel tijd, zo veel dat hij zijn zoon Micha (14) soms nauwelijks zag. ‘Van vroeg tot laat was hij bezig. De hele week door’, zegt Micha. Toch vindt zijn zoon hem een ‘geweldige’ vader, maar bovenal een ‘héél goede kok’.

Vrijdagmiddag geeft zijn familie een feest voor hem. ‘Wist ik ook niks van.’ Hij hoeft vandaag niet in de keuken te staan. ‘Mijn dochters hebben blijkbaar wat voorbereid’, lacht hij. ‘Ik ben benieuwd.’

Els Bassie - van Voornveld.Beeld Foto Freek van den Bergh / de Volkskrant

Voor de mantelzorger in hart en nieren

Els Bassie-van Voornveld (73) – Utrecht

Toen ze ’s ochtends halsoverkop door haar dochter naar de Utrechtse Stadsschouwburg werd gebracht, baalde ze toch een beetje. Ze had haar tassen al gepakt en stond klaar om naar het door haar gerunde winkeltje in het plaatselijke verzorgingshuis te gaan. Want wie houdt de boel draaiende als zij het niet doet?

Ruim veertig jaar is Els Bassie-van Voornveld (73) vrijwilliger voor de Utrechtse Opstandingskerk. Ze helpt vluchtelingen, vervult huishoudelijke taken, helpt in verzorgingshuizen, doet boodschappen voor ouderen, was mantelzorger voor haar gehandicapte zus en collecteert tussendoor ook nog voor de Nier- en de Hartstichting.

Haar man heeft dit moment niet mogen meemaken. Hij overleed drie weken geleden. Jarenlang ging ze minstens vier dagen per week naar hem toe in het verzorgingshuis. Ze deed z’n was, zorgde voor hem en schonk tussendoor nog koffie voor de hele afdeling.

Haar dochter Rebecca Bakker vraagt zich weleens af waar ze al die energie vandaan haalt. ‘Het is eigenlijk niet te doen’, zegt ze terwijl ze trots naast haar moeder staat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden