InterviewJe kunt het maar één keer doen

Linda moest afscheid nemen van haar Nico (48): ‘Hij wilde me nergens mee lastigvallen’

Tuurlijk, dood gaan we allemaal. Maar afscheid­nemen kan op veel manieren. Hoe je het doet, maakt nogal wat uit. In deze serie spreekt ­Barbara van Beukering ­nabestaanden over het stervensproces van hun dierbaren.

null Beeld Krista van der Niet
Beeld Krista van der Niet

Nico Oud (48, stoffeerder en eigenaar van een woninginrichtingszaak) overleed op 24 januari 2018 aan de gevolgen van darmkanker. Hij was getrouwd met Linda Bakker (52, eigenaar van een woninginrichtingszaak) en had drie dochters, Kelly (22), Rona (19) en Lara (17).

Linda: ‘In juni 2016 vierden we dat we 25 jaar samen waren. We gaven een groot feest in onze tuin, met catering en alles erop en eraan. We kennen elkaar uit Lutjebroek, waar we allebei geboren en getogen zijn. Op de havo hadden we bij elkaar in de klas gezeten, maar toen was hij nog een jochie. Jaren later ging ik even kijken bij een verbouwing die hij met mijn zwager deed. Hij liep daar in zijn blote bast met een rode zakdoek op zijn hoofd waar zijn zwarte krullen onderuit kwamen. Toen was ik verkocht. Hij was een harde werker, een lieve vader en een heel introverte man. Op ons tuinfeest realiseerde ik me dat het leven ons toelachte; zakelijk ging het goed, privé ging het goed en met de meiden ging het op school ook goed.

Twee maanden later kreeg Nico last van buikpijn en had hij bloed in zijn ontlasting. In oktober onderging hij een darmonderzoek, waarna we meteen bij de arts werden geroepen; het was niet goed. We werden doorverwezen naar het VUmc in Amsterdam, en toen bleek het ook in zijn lever en in zijn lymfeklieren te zitten. Het eerste wat hij vroeg was: ‘Kan ik nog 80 worden?’ De arts zei: ‘We gaan er niet van uit dat je nog 80 wordt, maar dat is veel mensen niet gegeven.’ Hij legde uit dat ze zouden proberen de tumoren in zijn darmen en lever met een operatie weg te halen en dat de chemo ervoor kon zorgen dat het een chronische ziekte zou worden. Nico wilde alles proberen, hij was bereid elke operatie en alle chemo’s te ondergaan, maar hij wilde er niet over praten. Eigenlijk wilde hij het ook niet aan onze dochters vertellen. Maar dat kon natuurlijk niet, want hij moest die operaties ondergaan. Toen hij thuiskwam heeft hij gezegd dat er een tumor in zijn darm zat en dat hij geopereerd moest worden. Dat hij niet beter zou worden, hebben we niet gezegd. Ik mocht ook niet tegen klanten zeggen wat hij precies had. Hij wilde maar één ding en dat was dat alles gewoon bleef draaien zoals het draaide. Werken, voetbal kijken, op vakantie. Net alsof er niks aan de hand was.

Nico Oud en Linda Bakker Beeld
Nico Oud en Linda Bakker

Hij heeft twee operaties gehad, en die waren verschrikkelijk zwaar. Aan zijn darmoperatie hield hij een stoma over. Dat vond hij verschrikkelijk. Niet dat we daar hele gesprekken over gevoerd hebben, maar dat heeft hij wel gezegd. Verder merkte ik er niks van. Hij wilde mij er niet mee belasten, dus hij verving en verschoonde de stoma zelf.

Toen hij van de operaties hersteld was, brak de periode van chemokuren aan. Hij kreeg een aantal behandelingen en daarna kwam er telkens een scan. Ik weet nog hoe we de auto bij het Amsterdamse Bos parkeerden en dat we dan altijd nog een eindje moesten lopen naar de ingang van het VUmc. Nico ging, merkte ik, steeds langzamer lopen. En als hij het gebouw zag, moest hij altijd even zuchten. Daardoor wist ik dat hij bang was. Niet onterecht, want we kregen altijd te horen dat het niet goed was.

Ik herinner me uit die tijd dat we een keer gezellig aan tafel koffiedronken toen ik vroeg: ‘Als je nou doodgaat, wil je dan begraven worden of gecremeerd? Hij zei: ‘Dat moet jij maar uitzoeken, want ik ben er dan toch niet meer.’ Ik vroeg hem of hij verder nog wensen had, voor de muziek bijvoorbeeld. Ook daarop was zijn antwoord: ‘Nee hoor, dan ben ik toch al weg, regel jij het maar.’

Eind oktober kwam ik in het winkelcentrum zijn voetbaltrainer tegen. Nico voetbalde vroeger met Frank en Ronald de Boer bij voetbalvereniging De Zouaven in Grootebroek. Op het moment dat we aan de praat raakten, ging zijn telefoon. ‘O, dat is Frank de Boer,’ zei die trainer, ‘ik bel hem zo wel even terug.’ Waarop ik eruit flapte: ‘Nico wil altijd nog eens naar Ajax toe.’ Hij vroeg me om niet tegen Nico te zeggen dat ik hem gesproken had. Toen heeft hij geregeld dat Frank de Boer bij ons op bezoek zou komen. Ik zat in het complot, dus ik had die dag vrij genomen. Ik pakte de nette kopjes in plaats van de bekers en dat viel Nico op. Achteloos zei ik: ‘O, er komt zo volk.’ Op een gegeven moment kwam die Range Rover van Frank de Boer de oprit oprijden. Nou, dat vond Nico fantastisch. Hij heeft Frank even verteld hoe hij zich voelde, maar ze hebben voornamelijk over voetbal zitten praten. Toen Frank wegging, kreeg Nico kaartjes voor Ajax-Willem II in de Arena op 24 december. We mochten in de Koninklijke Loge zitten. Van der Sar kwam ook nog even een handje geven, het was echt heel speciaal.

In de dagen daarna, met Kerst, kon Nico eigenlijk niks meer, hij ging heel hard achteruit. Hij zat de hele dag in het hoekje op de bank. Op het oog was hij rustig, maar ik denk dat hij toen heel veel heeft zitten piekeren. Dat hij zijn dochters niet zou zien slagen voor school en zijn kleinkinderen nooit zou zien. Ik vond het heel zielig om hem daar zo te zien zitten. Hij praatte er niet over en hij wilde ook niet dat ik hem verzorgde. Ik had hem met alle liefde willen wassen, maar hij had altijd nog kracht om naar boven te gaan en zelf te douchen. Hij wilde me gewoon nergens mee lastigvallen. Pas op de dag voordat hij overleed kwam een ziekenhuisbed en de thuiszorg.

Zijn zussen vroegen al weken of ze langs konden komen om een bandje op te nemen waarop hij iets zou kunnen vertellen voor later. Maar dat vond hij steeds te vroeg. Op woensdag 24 januari kwamen mijn schoonzusters op bezoek voor dat bandje. Ik zat aan de keukentafel toen de thuiszorg naar me toe kwam om te zeggen dat Nico bijna stikte. De huisarts kwam heel snel en gaf hem een spuitje waardoor hij rustiger werd. Ze vroeg of iedereen thuis was, want ze wilde, om te voorkomen dat hij nog een keer zou stikken, hem iets geven waardoor hij in slaap zou vallen. Zijn zussen reden met een noodgang naar de school om onze jongste dochter uit de klas te halen. Ik wilde ondertussen koffiezetten maar de koffie was op. Ik zei dat de koffie in de reclame was bij Deen en toen zei Nico: ‘Niet van die troepkoffie kopen, alleen Douwe Egberts.’ Dat zei hij nog.

Om zes uur woensdagavond is hij in slaap gebracht. Om kwart voor negen gingen mijn schoonzusters weg en zat ik met mijn jongste dochter naast hem. Ik hield zijn hand vast. Plotseling pruttelde hij wat, stokte zijn ademhaling en toen was hij dood. Ik ben er nu zo blij mee dat ik hem in mijn handen had.

Ik ben niet eenzaam geweest tijdens zijn ziekte. Hij sprak er niet over, maar zo was hij nu eenmaal. Eenzaam voelde ik me pas toen hij was overleden. Als je iemand nooit hebt gemist, weet je niet was missen is. Dat weet ik nu pas. Het meest mis ik zijn stem. Het is jammer dat zijn zussen dat bandje niet meer hebben kunnen opnemen. Ik heb nu alleen zijn voicemail nog.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden