Liever niet lesbisch

Ja, we leven dan wel in 2010, maar nee, dat betekent niet dat elke jonge lesbienne ook zo maar even uit de kast komt....

Sofie (38) was begin 20 toen ze weer eens smoorverliefd werd. Op de buurvrouw dit keer. Niet handig, want ze was net gaan samenwonen. Met een man. Startklaar voor een fijn huisje-boompje-beestjeleven droomde Sofie elke nacht over de buurvrouw. Die dromen waren zo heftig dat ze huilend wakker werd. Haar vriend troostte haar dan.

Het was voor Sofie geen verrassing dat ze op vrouwen viel. Dat wist ze al sinds haar 9de, maar er ‘iets mee doen’ wilde ze nooit. Sofie – brilletje, kort praktisch kapsel, driekwartbroek met sandalen: ‘Ik wilde normaal zijn.’ Inmiddels is ze gescheiden van haar man en noemt ze zichzelf zonder aarzeling lesbisch. Daar had ze wel een half leven, de dood van haar moeder en een hevige verliefdheid op de juf voor nodig.

Nancy (26, zumbalerares) is zover nog niet. Hoewel ze als kind al wist dat ze meer van meisjes hield, met hun mooie haren en mooie kleren, dan van jongens. Omdat je als kind ‘nog helemaal niet weet wat de norm is’, vond ze dat niet raar. Ook de verliefdheden op meisjes die daarop volgden vond ze heel gewoon. Nancy – meisjesachtig en frêle, met lang blond haar, waarachter ze zich soms letterlijk verbergt: ‘Ik handelde er alleen niet naar. Uiteindelijk had ik altijd vriendjes en geen vriendinnetjes. Jongens versierden mij, dat was ook veel makkelijker.’

Sinds een jaar of twee noemt Nancy zichzelf ‘uit de kast’. Ze valt op vrouwen, zoveel is zeker. Ook wil ze graag een relatie met een vrouw. Maar de praktijk is weerbarstiger. Ze heeft namelijk al jaren een vriend, met wie ze samenwoont en een kind heeft. Met haar ouders heeft ze nog nooit over haar geaardheid gesproken, terwijl op haar msn-profiel de L prijkt van het leswagenlogo, met daaronder de tekst: ‘bisexual, lesbian in training’. En op Hyves plaatst ze posts over aantrekkelijke vrouwen. Nancy: ‘Misschien gek, maar aan de hele wereld iets vertellen is soms makkelijker dan aan je eigen ouders.’

Het is voor jonge lesbo’s niet altijd makkelijk om uit de kast te komen. Terwijl het ene meisje vrouwenfeesten in Amsterdam of Nijmegen afstruint, worstelt het andere jaren met haar coming-out.

Landelijke gegevens van coming-outleeftijden van homo’s, lesbiennes en biseksuelen zijn er amper – tot haar spijt, zegt Henny Bos, onderzoekster aan de Universiteit van Amsterdam. ‘Mensen denken tegenwoordig snel: met de homo-emancipatie zit het wel goed. Maar het blijft voor velen een enorme worsteling om hun geaardheid te accepteren.’

Volgens Hanneke de Graaf, onderzoekster bij de Rutgers Nisso Groep is de thuissituatie de belangrijkste factor voor jongeren om open over hun seksuele geaardheid te zijn. ‘Niet dat ouders daarover expliciet positief hoeven te praten. Als ze zich maar open opstellen.’ Jongeren die over alles met hun ouders kunnen praten, komen gemakkelijker voor hun geaardheid of twijfels daarover uit. Want als je niet over andere dingen praat, is de stap wel heel groot om als dochter te zeggen: ‘Goh pap, ik word verliefd op meisjes.’

De gemiddelde leeftijd voor een coming-out ligt laag, weet Bos. In de puberteit. Maar als het op dat moment niet gebeurt, is er soms iets ingrijpends voor nodig om later alsnog uit kast de komen. Degenen die laat voor hun geaardheid uitkomen voelden zich vaak onveilig op de kwetsbare puberleeftijd. Sommigen vinden het zelfs zo verschrikkelijk om homo of lesbo te zijn dat ze afwachten, in de hoop alsnog hetero te worden.

Dat is precies wat Sofie deed. Op de havo, waar al haar vriendinnen vriendjes kregen, ontmoette ze Joost, ‘een heel aardige jongen’. Hij vroeg haar verkering. Laat ik dat maar doen, dacht ze. Ze wilde zo graag gewoon zijn en dit was haar kans. Dus bekeek ze driemaal daags zijn foto en concentreerde ze zich tevergeefs op het vormen van vlinders in haar buik.

Bij Sofie speelde haar moeder een belangrijke rol bij het verdringen van haar geaardheid. Haar moeder dacht in hokjes. En de meeste hokjes deugden niet, of het nu roodharigen, buitenlanders of homo’s waren. Sofie: ‘Als je zoiets lang aanhoort, ga je ernaar leven.’

Laatst stuitte Sofie op een oud dagboek. ‘Waarom kan ik nou nooit gewoon op jongens verliefd worden’, stond daarin. ‘9 was ik.’

Al vrij snel vertelde ze haar vriend Joost dat ze eigenlijk op meisjes verliefd werd. Hij vond het geen probleem, zei hij, zolang ze bij hem wilde zijn. De relatie hield stand, ze trouwden, kregen zelfs drie kinderen met elkaar. Waarom hij het accepteerde, weet ze niet precies. ‘Ik denk dat hij, wanneer ik weer eens verliefd werd, hoopte dat het ook wel weer over zou gaan. Ik was eerlijk tegen hem en dat waardeerde hij. Ik maakte hem deelgenoot van mijn geheim.’ Maar al die jaren knaagde het bij Sofie. Behalve Joost wist niemand iets van haar geheime gevoelsleven.

Tot vijf jaar geleden alles ineens veranderde. Haar moeder overleed en er viel een juk van haar schouders. ‘Het was triest, maar ineens besefte ik: ik hoef niet meer aan haar beeld te voldoen.’

Sofie, werkzaam als onderwijsassistente, was net weer gaan studeren. Ze werd, ‘heel klassiek’, verliefd op de juf. Ze was vaker verliefd geworden, maar deze keer was heviger dan ooit. Ze at niet meer, sliep slecht, zweefde op een roze wolk. Achteraf denkt ze dat ze zo verliefd kon worden omdat haar moeder was weggevallen.

Net voor haar 35ste verjaardag barstte de bom. Na een relatie van twintig jaar vertelde ze Joost dat ze weg moest. ‘Ik kon het niet langer, het voelde te oneerlijk. Tegenover mezelf, maar ook tegenover hem.’ Vervolgens vertelde ze het haar vriendinnen. Niemand reageerde verbaasd. ‘Blijkbaar hield ik het al die jaren vooral voor mijzelf goed verborgen.’

Ook bij Karin (30, werkzaam in de evenementenbranche) was niemand echt verbaasd toen ze op haar 28ste ineens vertelde dat ze eigenlijk op vrouwen valt. Ze had weliswaar net acht jaar een relatie met een man gehad, maar verder voldeed ze aan het plaatje van een stereotiepe lesbische vrouw. Ze vertelt het lachend. ‘Ik ben geen rokjes-hakjes-en-make-up-type.’ En inderdaad, haar spijkerbroek, T-shirtje en korte haar verraden een voorkeur voor weinig franje.

Na altijd vriendjes en een lange relatie met een man te hebben gehad, heeft Karin sinds twee jaar een vriendin. Ja, ze is lesbisch, hoewel dat woord haar irriteert. Ze vindt het te veel een hokje. Een hetero benoemt zichzelf toch ook niet als hetero? Die roept zijn ouders ook niet bij elkaar om op een dag te zeggen: ‘Pap, mam, ik moet jullie iets vertellen, ik ben hetero.’

Karin wist als puber al dat ze op meisjes viel. Ze heeft het destijds zelfs aan haar ouders verteld, die heel goed reageerden. Maar verder wilde ze er ‘ niet echt iets mee’.

Ze ging studeren en werd verliefd. Op een jongen. Ze hadden het goed, maar na verloop van tijd begon er toch iets te wringen. Na zes jaar vertelde ze het hem. Ze weet nog precies wat ze zei: ‘Ik heb gevoelens voor vrouwen en het gaat niet weg.’ Hij schrok. Dus riep ze meteen: ‘Maar ik wil er niets mee doen, hoor.’ Dat bleek niet helemaal waar. Karin: ‘Toen ik het eenmaal had verteld, werd het alleen maar groter.’

Wat precies de doorslag gaf, weet ze niet, maar zij en haar vriend gingen uit elkaar. Toen besloot ze: het is nu of nooit, ik moet uitzoeken hoe het zit met dit gevoel.

Dat uitzoeken doet de moderne lesbienne uiteraard online. Eerst even een aantal pornosites negeren die het googlen met de zoekterm ‘lesbisch’ oplevert, maar vervolgens vind je een hoop informatie. Zo bracht Sofie uren door op comingout.nl, waar ze chatte met gelijkgestemden.

Tot haar verbazing en opluchting trof ze talloze vrouwen die er jaren voor nodig hadden gehad om hun lesbische gevoelens toe te laten. Ze was helemaal geen uitzondering. Dat was fijn om te weten, want de periode van haar coming-out was toch al ‘een soort achtbaan’. Voor het eerst van haar leven had ze seksuele fantasieën; opeens mocht ze dat van zichzelf. Ze voelde zich een hitsige puber. Sofie: ‘Ik had een internetmaatje en die ging in een half jaar met zo veel vrouwen naar bed dat ze de tel kwijtraakte. Zo erg was het bij mij niet.’

Via de chat klikte het tussen Sofie en de vrouwen, in het echte leven een stuk minder. Een serieuze relatie heeft ze nog niet gehad. ‘Ik zou het wel willen, hoor. Maar ik ben nu al zo gelukkig. Na jaren van zelfcensuur mag ik eindelijk zijn wie ik ben. En kijken naar wie ik wil.’

Kijken deed zumbalerares Nancy altijd al. Dat ze meisjes aantrekkelijk vond, vond ze namelijk zelf helemaal niet raar. Op haar 15de zoende ze voor het eerst met een meisje uit haar klas. ‘Ik vond het geweldig, maar nog diezelfde dag wist de hele school het.’ En toen begon het pesten. Nancy werd uitgelachen, in elkaar geslagen. Vooral andere meisjes waren gemeen. Ze vonden haar vies, zeiden ze. Dat bracht haar aan het twijfelen. ‘Als meisjes zo gemeen kunnen zijn, vind ik ze dan wel echt leuk?’

Twee jaar later gingen Nancy’s ouders plotseling uit elkaar. Ze voelde zich eenzaam, stuurloos, bodemloos. En ze kreeg haar eerste vriendinnetje. Halsoverkop trok ze bij haar in. Haar moeder dacht dat ze bij een goede vriendin woonde. Nancy liet haar in de waan.

Een paar jaar later, de relatie met het meisje was inmiddels voorbij, liep Nancy Gianluca tegen het lijf. Zij was 23, hij 34. Ze kregen een relatie. ‘Ik wist dat het niet klopte, maar het voelde zo goed om zijn veilige wereld in te stappen. Warmte, geborgenheid, datgene wat ik al jaren zocht, kon hij me bieden.’ Ze vindt dat soort zaken ‘gek genoeg’ sneller bij een man. Ook flirt ze makkelijker met mannen dan met vrouwen. ‘Misschien omdat het veiliger is? Bij een vrouw ben ik bang om afgewezen te worden.’

Ook hebben meiden van haar leeftijd andere interesses. ‘Stappen en shoppen’, terwijl Nancy van paardrijden, sporten en lekker samen op de bank zitten houdt.

Nancy kende Gianluca acht maanden, toen ze per ongeluk zwanger raakte. Ze was er absoluut niet klaar voor, maar het kind weghalen wilde ze ook niet. Nu is ze ‘ontzettend blij’ met haar dochtertje. En met Gianluca, die schoonmaakt, voor haar kookt en er altijd voor haar is. ‘Hij is het beste wat me ooit is overkomen, maar toch kan ik dit leven niet volhouden. Het wringt en hij weet het. Het voelt ook niet eerlijk tegenover hem.’ Bijna wekelijks komt het gespreksonderwerp voorbij dat Nancy eigenlijk op vrouwen valt. Ze leven ‘meer als broer en zus’ samen. Nancy voelt zich lichamelijk niet tot haar vriend aangetrokken. ‘Was hij maar een vrouw, denk ik regelmatig. En dat vind ik heel erg om te zeggen.’

Het kost Nancy moeite om haar ware aard bloot te leggen. Ze heeft namelijk geen enkele twijfel, ze valt op vrouwen. Ze heeft geen slechte band met haar ouders, maar echt open tegen elkaar zijn ze ook weer niet. ‘Ik weet dat ze het weten, maar zij zeggen niks en ik ook niet.’ Zodra ze zich voor probeert te stellen hoe ze het kan vertellen, blokkeert ze. ‘Ze zien me aankomen. Ik heb toch een goede man en een kind?’

Soms fantaseert ze over haar nabije toekomst. Dan ziet ze zichzelf over een jaar of vijf. Iedereen weet alles, alles is uitgesproken én ze leeft samen met een vrouw. Ze glimlacht als ze het vertelt. ‘Eigenlijk hoop ik stiekem dat mijn moeder dit verhaal leest, of dat iemand haar erop wijst.’ Ook wilde ze, net als de andere vrouwen, graag haar verhaal vertellen om vrouwen die met hetzelfde probleem zitten te laten weten dat ze niet de enige zijn. ‘Ik heb dat zelf namelijk lang gedacht. En voor je het weet zit je een leven lang ongelukkig thuis met een man.’

Pas nu, achteraf, beseft Karin dat ze jarenlang iets onderdrukt heeft. Er was altijd het knagende gevoel dat er iets niet klopte. Dat is weg en dat voelt als een verlichting. Ze benadrukt dat ze absoluut geen rotleven had tot haar 28ste. Met haar ex is ze nog steeds close, hij is een goede vriend.

Hoewel ze geen spijt heeft van hoe de dingen zijn gelopen, is ze wel ervan overtuigd dat je ‘zoiets’ niet kunt onderdrukken. Karin: ‘Vroeg of laat gaat het wringen.’ Waarom juist zij zo veel tijd nodig had, weet ze niet precies. ‘Misschien is het mijn rustige aard? Ik kan dingen nogal op z’n beloop laten.’ Ook was ze ‘niet zo’n uitgaanstype’, iemand die experimenteert of denkt: ik ga de Amsterdamse homoscene eens verkennen. Ze kwam in Eindhovense cafeetjes en op de sportvereniging. Allemaal ‘heteroseksuele plekken’. En dus kreeg ze vriendjes. Bovendien wilde ze liever niet op meisjes vallen. Want dat vond ze gek. Deze gevoelens kloppen niet, dacht ze. En hé, ik vind jongens ook gewoon leuk.

Na jarenlang hand in hand met een man over straat te zijn gegaan, moet Karin wel even wennen als ze nu met haar vriendin voor ‘vuile potten’ wordt uitgemaakt. ‘Als lesbisch stel word je meer bekeken, dus hand in hand lopen doen we niet vaak. We hebben geen zin in confrontaties’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden