LIEFDEVOLLE NOTITIES VAN EEN HAAGSE PEDAGOOG OVER EEN MOEILIJKE LEERLING 'Ik ben geen luxe auto'

BIJ EEN RECENTE verhuizing van het Psychologisch Instituut in Groningen kwam een stapel van 21 schoolschriften te voorschijn waarnaar zeventig jaar lang niemand had omgekeken....

Al snel besefte Doddema dat ze prachtig materiaal in handen had. De schriften bevatten de aantekeningen van de pedagoog Otto Barendsen over de periode dat hij de jonge lyceïst Jaap Kann bij zijn huiswerk begeleidde, tussen 1914 en 1918. Wat de aantekeningen documentaire waarde geeft, is dat Barendsen niet alleen schreef over schoolzaken, maar ook over de pedagogische technieken die hij hanteerde, het welgestelde joodse milieu waarin Jaap opgroeide, zijn persoonlijkheid, hobby's en verliefdheden, de omgang met het huispersoneel, de oorlog en wat hem verder maar het noteren waard leek.

Doddema heeft samen met Mineke van Essen en Jeroen Dekker, historici van de pedagogie, een selectie uit de aantekeningen gemaakt en van een toelichting voorzien. Het resultaat, De jongen Jaap Kann, is een liefdevol dubbelportret van een puber die op school en thuis telkens in grote moeilijkheden kwam, en een pedagoog die al zijn vernuft moest aanspreken om de jongen door het lyceum te krijgen.

De auteurs stellen eerst Otto Barendsen aan ons voor. Barendsen, geboren in 1879, studeerde tussen 1908 en 1911 bij de Groningse hoogleraar psychologie Heymans. Hij voorzag met privaatlessen in zijn onderhoud. De aantekeningen over Jaap Kann waren bedoeld voor een boek over pedagogie. Dat boek is er nooit gekomen: in 1918 werd Barendsen leraar aan een kweekschool en in 1923, op 44-jarige leeftijd, overleed hij. Zijn weduwe zond de schriften naar Heymans in de hoop dat die ze zou gebruiken bij zijn onderzoek naar de psychologie van adolescenten. Na Heymans' dood verdwenen ze in een ongecatalogiseerde uithoek van zijn archief.

Jaap Kann was de jongste zoon van een bankier. De firma Kann beheerde de vermogens van het Haagse patriciaat. De familie voerde een stand met nogal wat in- en uitwonend personeel. Barendsen behoorde tot de laatste categorie. Hij was te hulp geroepen toen Jaap dreigde vast te lopen in de eerste klas van het Nederlandsch Lyceum. Deze school stond onder leiding van de pedagoog Casimir, ook een leerling van Heymans, en was bedoeld als proefschool voor pedagogische vernieuwingen: actief leren, medezeggenschap van leerlingen, buitenschoolse activiteiten, vertrouwen tussen leraar en leerling.

Jaap vond er niet veel aan. Tegenwoordig zou hij waarschijnlijk dyslectisch worden genoemd. Hij had grote problemen met het herkennen en spellen van woorden, schreef getallen in omgekeerde volgorde en had moeite met het onthouden van de leerstof. Zijn concentratievermogen was gebrekkig.

Het enige waarvoor hij echt belangstelling had, was techniek, meer in het bijzonder vliegtuigen. Door het hele boekje heen hoor je het gebrom van vliegtuigen: hij tekent ze, wil ze later bouwen, een vliegtuigfabriek oprichten, per vliegmachine een onbewoond eiland ontdekken waar hij voor de joden een nieuw rijk kan stichten. Dat hij zo moeizaam leert, betreurt hij zelf ook: 'Ik ben net een Spijkerauto. Je moet eerst een hele tijd aan me staan draaien om me op gang te helpen en dan gaat het wel. Ik ben heus geen luxe auto die maar zo vanzelf begint te lopen.' De metafoor is niet toevallig weer ontleend aan de techniek.

Met zijn patroon van talenten - hij experimenteerde met fotografie, bouwde eigenhandig een kano, ontwierp apparaten - zou Jaap eigenlijk naar het technisch onderwijs moeten, maar voor iemand van zijn stand was de keuze voor de ambachtsschool uitgesloten, ook in Jaaps eigen opvatting ('Met die schooiertjes die pijpies staan te roken op de trem en dan naar de ambachtsschool?'). Er zat dus weinig anders op dan hem met veel individuele begeleiding door het lyceum te sleuren. Barendsen verscheen zes maal per week in huize Kann; in de vakanties reisde hij de familie achterna naar Nunspeet om Jaap bij te werken.

Wat de auteurs fraai Barendsens 'pedagogisch arsenaal' noemen, doet verlicht aan. Barendsen laat Jaap de stof zo actief mogelijk verwerken, probeert hem met eindeloos geduld te motiveren en zorgt voor afwisseling in leer- en maakwerk. Als de rapportcijfers desondanks verontrustend laag blijven, accentueert hij Jaaps sterke punten. Het is duidelijk dat Barendsen en Jaap ondanks de irritaties en frustraties erg op elkaar gesteld raken: Jaap neemt zijn privé-onderwijzer in vertrouwen over zijn verliefdheden, de ruzies met zijn ouders en leraren, zijn aspiraties en dromen.

Wat dit boekje een speciale kruidigheid geeft, zijn de snapshotachtige observaties over hoe het toeging in een welgestelde Haagse familie. Jaap heeft een hekel aan dikdoenerij en steekt dat niet onder stoelen of banken. Als zijn vader een diner geeft en Jaap boven zijn huiswerk moet maken, hangt hij al snel uit het raam om naar de aankomst van de hoge gasten te kijken.

Over zijn schouder roept hij naar Barendsen: 'Daar stapt meneer Limburg uit de auto. En z'n vrouw, dat gekke mens. Ze is gedecolleteerd tot aan de knieën. 't Mens is stapel, ze het al grijs haar. . .' Aan de andere kant is hij zich zelf ook bewust van zijn stand: als het kamermeisje de papiermand niet precies op de door hem aangewezen plaats neerzet, kiepert hij zijn rotzooi op de plek waar de mand moest staan ('Zo moet je de mensen opvoeden'). De geschiedenis vermeldt niet of hij van Barendsen een fijne tijdloze draai om zijn oren kreeg.

Begin 1918 werd duidelijk dat de pedagogische inspanningen van Barendsen niet toereikend waren om Jaap het einddiploma te bezorgen. In mei 1918 ging hij van het lyceum af om in een fabriek te werken, tijdelijk was de bedoeling, maar hij is niet weer teruggegaan. Zonder diploma kon hij niet naar Delft, zodat een opleiding tot vliegtuigbouwkundig ingenieur er niet in zat. In Frankrijk volgde hij een technische beroepsopleiding.

Uiteindelijk schopte hij het tot elektrotechnisch ingenieur en nam hij dienst bij een fabriek voor elektromotoren. In 1928 trouwde hij met Dora Spanjaard. Ze kregen vier kinderen. De oudste, een zoon, werd vernoemd naar Otto Barendsen.

Natuurlijk kun je niet lezen over een joodse jongen die opgroeit in de eerste decennia van onze eeuw zonder bange vermoedens over zijn lot. Er zijn een paar aantekeningen, al uit de tijd van de Eerste Wereldoorlog, die daardoor een navrant karakter hebben. In de zomer van 1915 krijgen Barendsen en Jaap het over de oorlog. Jaap heeft het niet zo op de Duitsers: hij hoopt dat ze verliezen. Barendsen zegt dat Duitsland zich dan zal herstellen en in een volgende oorlog revanche zal nemen.

Hou lang zou dat herstel duren, wil Jaap weten. Een jaar of twintig, schat Barendsen. Jaap, met de zorgeloosheid van een 15-jarige: 'O dan ben ik net te oud om opgeroepen te worden en m'n zoontjes zijn dan nog te jong. Maar als ik op moest komen was 't nog zo erg niet. Ik werd observator in een vliegmachine.'

Als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt, vijf jaar later dan Barendsen had geschat, duiken Jaap Kann, zijn vrouw en hun vier kinderen onder, elk op een ander adres. Eind 1943 bezoekt Kann zijn oudste zoon Otto. Bij die gelegenheid worden beiden gearresteerd en op de trein naar Westerbork gezet. Ze weten samen te ontsnappen, maar vader Kann wordt kort daarna weer gepakt. Volgens Otto is de meest waarschijnlijke toedracht geweest dat zijn vader zich expres liet pakken, om hem de gelegenheid te geven te vluchten. Jaap Kann wordt op 28 januari 1944 in Auschwitz om het leven gebracht.

De kinderen van Jaap Kann hebben de oorlog overleefd. Zij kregen de aantekeningen van Barendsen tachtig jaar na dato voor het eerst onder ogen en hebben met De jongen Jaap Kann nu een stijlvol memento in handen.

Douwe Draaisma

De jongen Jaap Kann - Aantekeningen (1914-1918) van de pedagoog Otto Barendsen.

Bezorgd door Mien Doddema-Winsemius, Mineke van Essen & Jeroen Dekker.

Intro; 128 pagina's; * 24,90.

ISBN 90 5574 101 9.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden