ReportageHomoseksueel bij het corps

Lid van de club: hoe het is om uit de kast te komen als je bij een studentencorps zit

Beeld Eva Roefs

Zondag 11 oktober is het Internationale Coming Outdag. Maar kom anno 2020 maar eens uit voor je homoseksualiteit als je lid bent van een traditioneel studentencorps. Deze vier leden zetten de stap. ‘Leuk dat je homo bent, maar ik wil er niks mee te maken hebben.’ 

Fien van Snippenberg (19) is tweedejaars lid van U.V.S.V., de vrouwentak van het Utrechtsch Studenten Corps

‘Het U.V.S.V. telt vijftienhonderd leden en ik ken niemand anders die openlijk gay is. Statistisch gezien kan dat natuurlijk niet. Kijk, het corps is conservatief, bestaat uit veel tradities. We zingen liederen, er is een ontgroening − dat deden we 60 jaar geleden al en dat vind ik er ook mooi aan. Maar we leven niet meer in de 18de eeuw. Tijdens mijn ontgroening werd verteld hoe datediners en gala’s werken: je belt een man of hij je date wil zijn. Ik schrok: wat als ik een vrouw wil meenemen? Wat als chicks onzeker zijn over hun geaardheid en niet uit de kast durven komen? Als het tijdens de ontgroening  alleen maar over mannen gaat, durven ze dat al helemaal niet. 

‘Ik kwam pas uit de kast toen ik officieel in een corpshuis woonde. Dan kunnen ze me niet meer wegsturen, dacht ik. Ik was bang dat ik mijn nieuwe huisgenoten zou afschrikken. In zo’n huis woon je met allemaal vrouwen − ik wilde niet dat ze ineens niet meer naakt door het huis durfden te lopen. Op een huisavond zei ik: ‘Ik val ook op meisjes. Voor mij is dat geen issue, hopelijk voor jullie ook niet.’ Ze vonden het allemaal leuk, net als mijn andere clubgenoten. Een aantal vond het stoer dat ik het vertelde. Lief bedoeld, maar ik antwoordde: ‘Waarom is het stoer dat ik uitkom voor wie ik ben? Ik vind het ook niet stoer dat jij hetero bent.’ De meesten hadden nog nooit iemand ontmoet die gay is. Veel leden komen uit een heteronormatieve omgeving, de meesten uit het Gooi. Als ik met een chick op de sociëteit zoen wordt daarover gepraat. ‘Heb je al gehoord dat Fien...?’ Niet op een negatieve manier, maar omdat het opvalt. Je moet sterk in je schoenen staan als je uit de kast komt op een vereniging. Vooral jongens komen naar me toe om te vragen hoe de seks werkt. Natuurlijk vind ik dat ongepast, maar gelukkig heb ik een grote bek en ik antwoord dan: ‘Ik vraag toch ook niet hoe jouw hetero-seks werkt?’ 

‘Vorig jaar ben ik naar het bestuur gestapt om te vertellen dat ik me ongemakkelijk had gevoeld tijdens de ontgroening. Ze zeiden: ‘We zijn het met je eens, wat kunnen we doen?’ Dit jaar werd tijdens de ontgroening benadrukt dat je ook een vrouw als date kunt meenemen. Vet toch? Ook schreef ik een stuk voor het verenigingsblad over het taboe dat hier heerst op gay-zijn. Het is nog niet gebeurd, maar ik hoop dat andere vrouwen daardoor ook uit de kast durven te komen. Het zou mooi zijn als ik hierin een verschil kan maken.’

Beeld Eva Roefs

Joost Boogaard (19) is eerstejaars bij de Leidse Vereniging voor Studenten (LVVS) Augustinus.

‘Het lijkt alsof op verenigingen meer met ‘homo’, ‘gay’ en ‘flikker’ wordt gescholden dan elders. Ik weet niet waarom dat zo is. Ik denk niet dat mensen opzettelijk iemand willen kwetsen, maar dat ze niet doorhebben dat het daarmee wel gebeurt. Laatst hoorde ik jongens ‘flikkertje’ en ‘je bent echt gay’ tegen elkaar zeggen. Ik leg op zo’n moment uit dat dat pijnlijk voor me is. Een jongen zei dat-ie het begreep, maar later hoorde ik hem het wéér zeggen. Ik ga er niet steeds wat van zeggen, ik wil niet de politieagent uithangen.

‘Ik ben biseksueel en daar ben ik trots op. Toch vond ik het spannend hoe er op de vereniging zou worden gereageerd. Ik wist niet of ik de enige zou zijn. Ik besloot het te vertellen als het onderwerp ter sprake zou komen. Deze weken is de clubvormperiode, waarin je een groep vormt van 14 tot 18 jongens, je jaarclub. De derde week stond ik met een paar jongens uit mijn jaar te praten toen twee van hen vertelden dat ze homoseksueel zijn. Ik dacht: nice, dus liet ik vallen dat ik biseksueel ben. ‘Mooi dat je dat durft te zeggen’ zei iemand. Het klikte goed met ze. We zijn nu een jaarclub aan het vormen met zes jongens en drie van hen zijn niet-hetero. Ik denk dat in zo’n heterocultuur de lhbti’ers wel een beetje naar elkaar toetrekken. Een avond spraken we met een groepje heterojongens af. Het onderwerp hiv kwam ter sprake en toen deden ze heel stom, ze zeiden dat ze het vies en raar vonden. Eentje zei ook: ‘Leuk dat je homo bent, maar ik wil er niks mee te maken hebben.’ Ik heb het gevoel dat ze geen homo’s in hun club willen. Triest vind ik dat. We zijn toen weggelopen.

‘Ondanks die reactie ben ik positief verrast over de hoeveelheid lhbti’ers bij Augustinus. Ongeveer 20 van de 2000 actieve leden zijn uit de kast. Dat zijn er niet heel veel, maar meer dan ik had verwacht. Ik denk omdat Augustinus niet een officieel corps is. Vorig jaar ging ik langs bij een officieel corps en daar merkte ik veel meer van de machocultuur. Veel haantjesgedrag: mannetjes die willen laten zien hoe tof ze zijn, elkaar opjutten, veel schreeuwen, vertellen wie ze allemaal kennen, denigrerend over vrouwen praten. Daar voelde ik me minder op mijn plek, vandaar mijn keus voor Augustinus. Ik voel me hier op m’n gemak. Misschien is uit de kast komen op een vereniging een grote stap, maar het is het wel waard. Ik heb in één klap een grote vriendengroep.’

Beeld Eva Roefs

Amar van Doorn (23) is vijfdejaars lid van het Amsterdamsch Studenten Corps/Amsterdamsche Vrouwelijke Studentenvereniging (ASC/AVSV).

‘Aan het einde van mijn eerste jaar werd ik verliefd op een dispuutsgenoot, en zij op mij. Ik wilde het delen met de wereld, maar ik vond het lastig omdat we samen in een dispuut zitten, een grote vriendinnengroep. Ik was bang dat het een roddel zou worden als een paar mensen het eerder wisten dan de rest, dus kozen we voor een moment om het iedereen tegelijkertijd te vertellen. Na vier maanden hebben we een sprookje geschreven dat tijdens een dispuutsvergadering werd voorgelezen. Het eindigde met die zin uit Repelsteeltje: ‘Niemand weet, niemand weet... dat Amar met X. date. Ik zeg nu even X, omdat ze inmiddels mijn ex is, maar toen noemden we natuurlijk onze beide namen. Misschien een overdreven aankondiging, maar ja, we waren ook het enige vrouwenkoppel in ons dispuut. Iedereen reageerde lief en relaxt.

‘Vanaf toen voelde ik me vrijer, maar in sommige situaties was ik nog onzeker. Als we op een gala het enige vrouwenstel waren, bijvoorbeeld, het klassieke beeld daar is toch een mannetje en een vrouwtje in rokkostuum en galajurk. En wij weken van dat beeld af, want wij hadden allebéi een galajurk aan. Soms zeiden gasten: ‘Wat zien jullie er mooi uit, en wat goed dat jullie dit doen.’ Goed bedoeld, maar wel iets té supportive: het benadrukt juist dat het anders is. Meestal grapte ik terug: ‘Supergoed dat jij ook iemand bij je hebt.’

‘Het mooie aan het corps vind ik onder andere de geschiedenis en de tradities − het A.S.C. is de oudste vereniging van Amsterdam. Die tradities geven structuur aan de vereniging, maar verandering gaat daardoor trager. Relatief weinig mensen zijn openlijk gay bij het corps, het is niet de makkelijkste omgeving om uit de kast te komen. Afwijken binnen een groep waar zulke traditionele normen en waarden heersen is lastig. Maar dat je een extra drempeltje over moet om uit de kast te komen, betekent niet dat het niet kán. Ik heb een activistische aard, ik geloof dat de wereld veranderen bij jezelf begint door actief uit te dragen wie je bent en waar je voor staat. Ik doe mee met dit artikel in de hoop dat meer mensen bij het corps durven uit te dragen wie ze zijn. Gelukkig zie ik wel verandering. Niet-heterorelaties zijn al normaler dan toen ik net lid werd. Bij mijn ex maakte ik me meer zorgen: kijken mensen naar ons? Wat zullen ze denken? Inmiddels ben ik weer verliefd op een vrouw, die hier niet lid is, en bij haar denk ik daar niet meer over na. Ik neem haar gewoon mee naar de toko als ik wil. Het is 2020, de wereld emancipeert en daarmee ook het corps. En dat is maar goed ook.’

Beeld Eva Roefs

Robert Eeftinck Schattenkerk (24) is zevendejaars lid van het Amsterdamsch Studenten Corps (ASC)

‘In het derde jaar dat ik lid was, kwam ik uit de kast. De gala’s in de eerste twee jaar vond ik verschrikkelijk. Van tevoren bedacht ik smoesjes om ervoor te zorgen dat het meisje dat ik meenam niet bij me zou slapen. Op een ochtend dacht ik: shit, ik wil het niet meer geheim houden. Ik was het moe om geforceerd gesprekken over meisjes te voeren, of met ze te zoenen voor de schijn. Die avond had ik een gala. Ik dronk mezelf moed in en vertelde het aan mijn jaar- en dispuutsgenoten. Ik zei, met het hart in mijn keel: ‘Ik val op jongens.’ Ze vonden het leuk en zeiden dat ze het al vermoedden, omdat ik het bijna nooit over meisjes had. Niemand heeft vervelend gereageerd.

‘Ik heb weleens op de toko met een medecorpsgenoot gezoend. Mensen keken wel, maar overal kijken mensen als twee mannen zoenen. Binnen het corps zijn waarschijnlijk veel meer mensen homo dan er nu uit de kast zijn, maar is het niet hetzelfde als bij bijvoorbeeld een zeilvereniging? Bij het corps heerst wel een haantjescultuur − daarin is het makkelijker mee te gaan met de heteronorm. Ik wilde daar ook een tijd lang niet van afwijken, was ook onzeker. Maar ik denk niet dat die heterosfeer expres wordt gecreëerd. Leden hebben er geen kwade bedoelingen mee. Volgens mij is het corps niet het probleem, ik denk meer dat het een probleem van het individu is: dat je jezelf schikt naar de norm. Corpora zijn gebouwd rondom tradities en die zijn, zoals bij de gala’s, inderdaad nog altijd meer gericht op heteronormativiteit.

‘Toen ik lid werd, waren er geen andere mannen die openlijk gay waren. Maar tijden veranderen; in vijf jaar heb ik een switch gezien. Inmiddels zijn twee jongens uit mijn dispuut ook uit de kast. Als meer mensen uit de kast komen, zullen er meer volgen. We moeten de cirkel doorbreken. Hetero’s hebben vaak niet door dat er iets moet veranderen, ze hebben misschien een blinde vlek, maar ik denk dat de wil om te verbeteren er wel is. Wellicht moeten mensen die uit de kast zijn, zoals ik, zich daar actief mee bemoeien. Homoseksualiteit bespreekbaar maken, door bijvoorbeeld tijdens de kennismakingstijd je verhaal te delen. Iemand moet het doen, en ik voel me daar wel de aangewezen persoon voor. Uit de kast komen is misschien lastiger bij het corps, maar ik ben het levende bewijs dat het wel kan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden