Leuke vaders? Je zou ze achter het behang plakken

Sinds schrijver Marcel van Roosmalen vader is, ergert hij zich aan de uitsloofpapa.

Beeld Eva Roefs en Marie Wanders

Met de komst van de dochter - nu tien maanden geleden - kwamen nieuwe ervaringen, zoals de omgang met andere ouders. Twee weken geleden vond ik mezelf voor het eerst terug op een kinderverjaardag, tevens het eerste verjaarsfeest waarbij ik een jarige non-stop zag huilen. Dat zou ik in haar plaats ook gedaan hebben, met zo'n vader.

Als ik in het afgelopen jaar ergens een hekel aan heb gekregen, is het aan 'leuke papa's'. Mannen, vaak jonger en sportiever dan ik, voor wie het vaderschap geen zorgtaak is maar een uitweg - en die niet genoeg hebben aan hun eigen gezin.

Op de uitnodiging voor dat feestje stond dat de papa van Lotte voor alle kleintjes 'zijn beroemde boekweitflensjes' ging bakken.

'Jij wilt zeker niet mee?', vroeg de vriendin toen ze me zag zitten met die kaart in mijn handen. Nou, ik wilde wel mee. Ik was benieuwd naar die vader.

Hij was 10 centimeter langer en vijftien jaar jonger. Toen we elkaar de hand schudden, wist ik meteen dat we elkaar niet vaak zouden gaan zien. Zijn hoofd dook meteen onze kinderwagen in om - 'Hallo - hal-lo - hallooooo' - te zeggen, om daarna weer tevoorschijn te komen met de mededeling dat ons kind naar hem had gelachen. Hij zei het maar meteen: hij vond het te gek om papa te zijn en wat hem betreft kwamen er nog veel meer kinderen. Hij had er al drie, ze lagen, hingen en zeurden overal. Af en toe schoot er opeens een tevoorschijn om in zijn been te klimmen, maar dat kon ook een buurjongetje of buurmeisje zijn. Vond hij niet erg.

'Als ik mijn zorgdag heb, mogen er ook vriendjes mee', zei hij. 'Dan gaan we ravotten in het park, of een vlot bouwen. Dat doe je dan. Toch?'

Achter die zin stond een vraagteken en er werd naar me gekeken, dus ik zei maar dat ik op maandagen ook altijd vlotten ging bouwen met de dochter van 0. Dat kwam me op een boze blik van mijn vriendin te staan, want verder dan naar de supermarkt wandelen en daarna koffiedrinken, kwam ik nog niet.

Nou hij wel!

In die woonkeuken van ze stuiterde hij energiek van links naar rechts met ballen, snoetenpoetsers en kinderen die op zitzakken moesten worden gesmeten. Ik zag de dochter ook een paar keer kraaiend voorbijkomen, tot hij haar uiteindelijk op mijn schoot deed landen.

'Die heeft een volle schuit.'

Ondertussen bakte hij ook nog die boekweitpannenkoeken, die hij het liefst eigenhandig in al die opengesperde bekjes frommelde.

Ik was, en ben, ook een enthousiaste vader; in het begin zelfs te enthousiast vonden sommigen. Ik leerde snel dat foto's - dochter met bal, dochter met eerste tandje, dochter in wasmand op het balkon - het goed deden op Facebook, maar eigenlijk alleen door ouders en oma's echt worden gewaardeerd. Zelf likete ik foto's van andere kinderen ook automatisch, uitzonderingen - 'Naomi eet prakje' - daargelaten, dat ging me te ver.

Als ik dan toevallig nog een keer in de kroeg belandde, hoorde ik mezelf dingen zeggen die vroeger ook voor mij reden waren snel met iemand anders te gaan praten. Dat ze zo lekker slaapt, dat ze het leuk vindt kiekeboe te spelen, dat ze achteruit in plaats van vooruit kruipt en dat het je leven toch wel verrijkt, een kind. De kritiek op mijn clichés kwam meestal van ongewild kinderloze mannen, mannelijke Halina Reijns, een groep die nog eens goed in kaart moet worden gebracht. Ik had nul vrienden die geen genoeg van mijn praatjes of foto's konden krijgen, er was niemand die om 'nog meer' vroeg. Ook niet om minder trouwens, ik geloof dat ik de nieuwe ervaring op een normale manier verwerkte. Net als de meeste andere vaders die ik kende, probeerde ik het zo goed mogelijk te doen, een proces van twee stappen vooruit en een stap terug. Ik ging me niet anders gedragen tegen andere kinderen. Ik vond ze nog steeds even oninteressant als vóór de geboorte van mijn dochter, eigenlijk vond ik alleen mijn eigen kind leuk.

Mijn vader was ook zo. Net als ik kreeg hij pas op latere leeftijd kinderen. Hij speelde met ons op straat, tot op hoge leeftijd stond hij ballen tegen de stoeprand te gooien. Achteraf bezien best stoer, want er waren er in dat beklemmende buurtje in Velp nogal wat die hem heimelijk uitlachten als hij na zijn werk (provinciaal ambtenaar, belast met dijken) in korte broek op straat verscheen. Ik weet niet of ik straks met mijn dochter van 10 tien verstoppertje ga spelen, maar wat hij in elk geval niet deed, was spelen met andere kinderen. Hij was onze vriend, niet die van onze vriendjes en vriendinnetjes.

Beeld Eva Roefs en Marie Wanders

Net als ik nu zou hebben, had hij een gruwelijke hekel aan onze voetbaltrainer, de vader van Ronald S. (met die laatste zou het later nog slecht aflopen, hij raakte even aan landelijke bekendheid door met een shovel een bank te rammen en een geldautomaat te stelen.) Die vader deed niets liever dan ons trainen en daarna in de kantine de toffe peer uithangen. 'Die heeft verder niets.'

Hij had natuurlijk gelijk. Met de kennis van nu weet ik dat een gesprek met mijn vader - van wie ik destijds liever niet had dat hij zich binnen een straal van honderd meter van de sportvelden vertoonde - duizend keer interessanter was dan het geleuter van de vader die onze trainer was.

Ik moest aan die man denken toen ik op een van de eerste zomerse dagen met vrienden aan een lange tafel bij een restaurant zat. De bedoeling was bierdrinken, maar het werd wespen wegjagen onder leiding van mijn overbuurman, die het grote monster uithing. Hij dronk wel mee met de andere ouders, maar werd de hele tijd besprongen door alle aanwezige kinderen, die hij dan brullend van zich afschudde. Aan mij vroeg hij, wijzend op zijn biertje: 'Zullen we doen alsof dit toverdrank is?'

Later graaide hij in de kinderwagen om mijn dochter er ondersteboven uit te halen.

'Kijk!', zei hij alsof hij me iets nieuws vertelde, 'dit vinden ze leuk!'

Ik zei dat ze dat inderdaad leuk vond, maar dat ze het ook leuk vond als hij tegen een deur aanliep of tijdens het rennen heel hard viel.

Ook meegemaakt: een papa die een kinderboek cadeau deed en het daarna ging voorlezen aan de dochter, die daarvoor nog geen - want 0 - interesse had. De Gruffalo dit, De Gruffalo dat, en maar doorgaan. Wat mij opvalt, is hoe slecht zo'n kinderboek vaak geschreven is. Zelfs rijmen kunnen de meeste kinderboekenschrijvers niet. Toen hij klaar was, zei hij: 'Om die zin 'De Gruffalo die ken ik niet, wacht maar tot je hem ziet...', daar moesten die van ons heel hard om lachen.'

Om het te bewijzen, hield hij opeens zijn eigen dochter, die vanwege haar voortandjes zelf op een Gruffalo leek, in de lucht.

'Dat vonden wij leuk, hè? Dat vonden wij leuk, hè?'

Omhoog, naar beneden, omhoog, snoeten tegen elkaar, papa die scheetgeluiden maakte en daarna 'De Gruffalo die ken ik niet, wacht maar tot je hem ziet...' zei.

Een vriend vertelde me eens hoe erg hij een voetbalpapa haatte. Ging hij zijn zoontje ophalen van het speelplein, stond daar een andere papa in z'n trainingspak mee te spelen. Toen ik nog geen kind had, deed ik dat soort verhalen af als jaloezie. Omdat hij, net als ik trouwens, geen lantaarnpaal meer zou kunnen passeren. Nu snapte ik die haat jegens zo'n leuke papa wel. Een volwassen man die als een kind van 9 riep: 'We doen nog een doelpuntje, hoor.'

Ander bezoek vertelde over een campingpapa. Hij bedoelde daarmee niet een gescheiden vader zonder woning, maar de halve zool die steevast met een sliert kinderen achter zich aan over het kampeerterrein banjerde en die zich al bij het ontbijt meldde om te zeggen wat hij met zijn kinderen die dag van plan was te gaan doen. Niettemin gaf hij zijn kinderen gewoon mee.

Ik leerde dat er ook een praktische kant zit aan dit soort vaders. Als je maar af en toe tegen ze zegt dat ze 'een leuke papa' zijn, doen ze alles. Dit artikel is bijvoorbeeld tot stand gekomen dankzij de boekweitpannenkoekenman. Terwijl ik typte, sjouwde hij met twee buggy's en een luiertas door Artis. Hij had een heel leuke dag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden