Lessen in liefde

Edith Ringnalda (55) was 22 jaar lang de muze van de op 12 juli overleden dichter en performer Simon Vinkenoog....

Toen ze hem net had, wist ze dat ze hem snel zou verliezen. Met die broze broodmagere 60-jarige man, met zijn vlassige snorretje en baardje en dat elastiekje dat zijn lange dunne haar bij elkaar hield, zou de eindigheid in zicht zijn. Ze had de grote liefde eindelijk gevonden, maar het kon nooit langer dan vijf jaar duren, of tien; heel misschien vijftien.

Het werden 22 jaren Simon Vinkenoog en Edith Ringnalda.

Het werden 22 jaren liefde in hoofdletters tot hij, haar binkiedudokus, superbaasje, biblebonsdroomkonijntje op 12 juli in haar armen overleed. Je leven een vuurwerk of niet – zo zei hij het.

Simon is overal, in hun huis in Amsterdam, zelfs op de voordeur. Hij kijkt de kamers in, met zijn blije ogen, vanuit alle hoeken. Zijn archiefmappen liggen in de klerenkast; de boekenkast heeft zijn orde. Zijn kunstwerken, briefjes, kleren, en aantekenboekjes – ze gaat het voorlopig zo laten.

En zij zit daar, voor het raam ver-ruk-ke-lijk te roken, in de geest van Simon, met de geest van Simon. Ze doet hem nooit meer weg, haar Simon. Hij was haar meester, en zei in de maanden voor zijn dood dat het de grootste belediging zou zijn als de leerling niet de meester ging evenaren. Dus aan de slag, Edith. Draag mijn gedachtengoed uit.

Wat een heerlijke man.

Lieverd, al mijn woorden zijn voor jou

ook als ik niets zeg, luister je mee

zoals ik jou ook hoor, zie, proef,

ruik en betast

(uit Lieverd)

De grote liefde: dat wilde ze, en dat wist ze al vroeg. Ze keek in de kunstboeken van haar ouders, vol Perzische miniaturen, en droomde over Tristan en Isolde, Romeo en Julia.

Haar vader – vele jaren de hoogste ambtenaar op het ministerie van Algemene Zaken – hield het haar ook voor: experimenteer erop los, maar trouw één keer in je leven.

Beide ouders waren geboren in Azië en hadden hun portie narigheid en familie-ellende moeten verwerken. Zij deelden het diepe verlangen om een gelukkig gezin te stichten, in een schitterend romantisch huis. Omring je met schoonheid, dat is goed voor je ziel.

Aangespoord door haar vader liet ze zich meeslepen door de tijdgeest. In 1969 dook ze als 14-jarige op bij de Experimentele Maatschappij, een kraakpand vol hippies in Den Haag. Ze was nieuwsgierig, en begon te drinken en te roken. Ze ontdekte de waterpijp, en de bisociatieve uitwerking van wiet; hoe haar zintuigen werden geprikkeld, denkrichtingen werden verstoord en hoe ze tot op de dag van vandaag creatieve dwarsverbanden kan leggen. Een gebruiker werd ze – ook daarin had Simon aan haar een goeie.

De zoektocht naar de grote liefde werd ingezet. Er was die jongen die een junkie werd, en er waren nog veel meer overbodige jongens, jongens die ze even nodig had, en nog meer jongens die na jongens kwamen. Ze heeft er wel tweehonderd gehad.

Door de pil kon ze haar roerige libido uitleven, en vaak was dat voor haar minnaars een schok. Ze was te sterk, en de mannen konden daar niet tegen. Ze wilden haar geestelijk pijn doen, haar kleineren, ter compensatie. Die kneusjes, die niet tegen haar overvloedige temperament konden, daar had ze schoon genoeg van.

Nee, dan in Israël, waar ze drie jaar woonde, na haar studie theaterwetenschappen. Daar waren de echte mannen. Ze werd het hof gemaakt, in de hippiewijk van Tel Aviv, waar gerookt en getript werd. Achtentachtig minnaars versleet ze in het Midden-Oosten, waar ze vooral als naaktmodel voor kunstenaars werkte.

Geen waarachtige wederhelft zat ertussen.

Simon zat daar in Café Scheltema in Amsterdam, in juni 1987. Hij orakelde erop los. Edith was inmiddels zakelijk leider geworden van theatergroep de Dogtroep, en had er vrede mee dat de grote liefde niet voor haar was weggelegd. Ze trof haar vrienden van het kunstenaarsdorp Ruigoord in dit café, en Simon was daar vaak bij.

Aan het einde van de avond fietsten ze samen naar haar huis, en zij vroeg hem nog even binnen. Toen ze terugkwam uit de keuken zat hij naakt op de bank. Het moet ervan komen, wie a zegt moet ook b zeggen, wist hij, en ze zag dat onaantrekkelijke, weinig vlezige lijf richting slaapkamer lopen.

Ze zag geen reden om het niet te doen, daar kwam het op neer. Hij was een bijzaak, en het duurde een tijdje voordat hij in haar systeem zou komen.

Maar Vinkenoog, die midden in de echtscheidingsperikelen zat met zijn vijfde vrouw, dacht daar anders over. Na die ene avond meldde hij zich dagelijks, met boekjes die ze kon lezen, om haar mee te nemen naar literaire avonden, kunstenaarsfeestjes of het café, en al snel was er een gedicht:

Drie nachten lag ik aan jouw zijde

drie dagen dwaalden wij

in elkaars wereld rond

de last waarvan jij mij bevrijdde

verdween als, inderdaad

sneeuw voor de zon

Op een dag gingen haar ogen open, zegt ze met deftige dictie, en ze inhaleert diep haar halfzware sjekkie. Misdragen had ze zich, op een theatergala in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Ze was hem compleet vergeten, en hij had een half uur bij de uitgang op haar staan wachten. Uiteindelijk vond hij haar op de dansvloer.

Toen ze de volgende ochtend wakker werd, keek hij haar aan met de dromerige blik van een 17­jarige jongen, en ze was verloren. Als man van vlees en bloed was hij niet verlokkelijk – al deed hij als minnaar wel iets dat weinig mannen deden: haar uit zichzelf met de tong clitoraal bevredigen.

HALLELUJA!

Voor het eerst in haar 33-jarige leven werd ze verliefd op een innerlijk. Dit was de man, dit was de totale overgave. Dit was de man die wist dat dit zijn laatste kans was. Zij was de vrouw die hij na vijf mislukte huwelijken moest veroveren.

Twee jaar later gaf ze zelfs haar baan op, om bij hem te zijn. Ze kon geen twee meesters dienen. Zeven dagen per week moest ze beschikbaar zijn voor de Dogtroep, en voortdurend op tournee. Ze belde hem op vanuit Joegoslavië of Polen, en ze trof hem huilend. In gedachten zag ze hem in een stille trein zitten, in een donker landschap, en ook zij was in tranen. Ze wilde bij hem zijn, zodat hij niet alleen naar Vlissingen hoefde te reizen, of naar Emmen. Ze wilde van hem genieten, 24 uur per dag. Dan maar minder geld.

Zonder zorgen moest hij zijn, om dat te doen waar hij goed in was. Simon was in zestig jaar van niets iets geworden, en wilde de wereld iets meegeven. Ik timmer niet aan de weg, de weg timmert aan mij, zei Simon.

Ze hielp hem zijn leven op orde brengen. Dat elastiekje had ze al na de eerste ontmoeting uit zijn haar gehaald. Ook de manier waarop hij met zijn vier kinderen omging, kon veel beter. Even dachten ze nog dat het goed zou zijn Simons twee jongste kinderen onderdak te geven, maar dan zou er een ander, groter huis moeten komen, en geld was er niet.

Simon had nooit een vaderwens gehad – het overkwam hem vanaf zijn 18de – en over trouwen dacht hij eigenlijk nooit na. Hij was een overspelige echtgenoot geweest, en een vader die zijn liefde afkocht. Zijn voorbeeld was belabberd: vader en moeder scheidden toen hij 6 was, en een armoedige jeugd was het gevolg.

Tijdens een lsd-trip op een hotelboot in Moskou voelde ze een sterk verlangen om een kind te krijgen, maar het bleef een eenmalige psychedelische wensdroom.

Een en een werd drie, hun rekensom. Samen toerden ze door het land, gaven ze overal acte de présence. Hand in hand. Simon met Edith, Edith met Simon. Als je altijd bij elkaar bent, hoef je elkaar nooit te laten wachten.

De stichting Schrijver School Samenleving, die zijn optredens regelde, concludeerde eens dat Simon in 25 jaar 80 duizend kilometer heeft afgelegd. Van jeugdhonk tot festival, heel Nederland en België door. Wie hem had horen voordragen, hoorde voor altijd zijn stem.

Ze wilde hem beschermen, die doorschijnende, pure man. Die literaire ruzies waarover hij zich zo druk kon maken. Met schrijvers als Rudy Kousbroek of Jan Cremer zou een geschil zijn geweest, of polemieken uit een ver verleden, vanuit een inmiddels vergeeld literair tijdschrift. Ergens in 1979 zou hij door de literaire gemeenschap zijn afgeserveerd – voor zijn gevoel, althans.

Het bleek allemaal wel los te lopen. Hij was toch een reus, zegt ze. Elke literaire beweging van na de oorlog was hij erbij geweest, hij hoefde niks te verzinnen. De grote mannen van de Beat Generation had hij gekend. De naoorlogse poëzie een enorme boost gegeven. Niks geen zweverige man, ook. De gewone mensenwereld was dol op zijn levenslust en taalvaardigheid.

Een nieuwe generatie hees hem op het schild – hij dolblij. Muzikanten, zoals Spinvis, beschouwden zijn stem als instrument. Ze zagen dat zijn performance vele malen groter was geworden dan alleen zijn woorden en zinnen. En nog maar een jaar geleden verscheen zelfs zijn Verzameld Werk, een bakstenendik boekwerk.

Ze zorgde ervoor dat de relaties met zijn vijf ex-vrouwen en zijn vier kinderen weer op orde kwamen. Er kwam wekelijks een familiediner in hun huis. Hij op zijn beurt had haar weten te temmen. Je hoeft niet de hele waarheid te vertellen, Edith. Wie wil bezitten, zal verliezen. Wie kan loslaten, zal mogelijk behouden. Zo het is, is het goed.

Alle kou was uit de lucht, het zag er goed uit voor hen samen. Ze vulden hun dagen met scrabbelen, praten, elkaar voorlezen, hasj roken, of genieten van hun huisje in de volkstuin, stukken schrijven voor Simons website – er was veel veel veel veel te zeggen.

Dat been zou echt wel weer gaan opspelen, maar daar hoefde je niet altijd aan te denken.

In 2005 bleken de aderen in zijn linkerbeen te zijn dichtgeslibd en kreeg hij een bypass. Dit voorjaar was zijn rechterbeen aan de beurt, waarvan de toestand nog veel ernstiger bleek te zijn – in elk geval zo ernstig dat het in juni voor de helft werd afgezet.

Ernstig? Die kinderen die de brand in Volendam hebben meegemaakt: dat is ernstig, hield Edith hem voor. Het ging om de geest, en die was goed. Hij wilde 100 worden, en kwam in de revalidatiekliniek terecht. Zij zat zeven uur per dag bij hem, samen een biertje te drinken en een stickie te roken – het was hun toegestaan in de tuin te blowen. Zijn kamer lag vol boeken, en op een prikbord hing hij kindertekeningen, foto’s van de dalai lama en Marvin Gaye en een blaadje met de tekst: ‘Don’t Worry Be Happy’.

Hij huppelde dapper met zijn looprek door de kamer. Ze zag een nooit twijfelende man, die er alles aan deed om de sunny side van zijn barre toestand in te zien. Pas later zou ze in zijn aantekeningen zijn worstelingen en zorgen over haar teruglezen – O liefje, al die offers die jij moet dragen.

Toen hij zijn aantekenboekje had vol geschreven, kreeg hij een hersenbloeding. Edith zag het niet aankomen. Zijn laatste zin: ‘Etensbestek ed terug, dan met Edith nog’ Hij raakte in coma, en overleed op 12 juli om 01.37 uur in het VU-ziekenhuis in Amsterdam.

je ogen had je altijd open

je keek me aan als ik naar je keek

nu rest mij het simpele hopen

dat je nooit meer van mijn zijde week

Al 22 jaar draagt ze zijn gedicht De Goede Aarde bij zich – ze laat het zien: een vergeeld blaadje, uit elkaar gevallen. Hij schreef het kort na hun ontmoeting.

Ze heeft altijd gedacht dat ze reserves moest opbouwen, voor als hij er niet meer zou zijn, opdat ze net zo krachtig zou zijn als in het leven voor Simon. Hij is er nog steeds, maar anders.

Lessen in liefde, zou ze willen geven, op scholen. Om te vertellen over de grote liefde. Ze zou kinderen erover willen leren, hoe dat moet, hoe je hem kunt ontmoeten en erin moet geloven, er misschien over moet dromen.

Edith weet een ding zeker: zo’n grote liefde zal ze nooit meer ontmoeten. Ze vindt het zelfs heer-lijk om alleen te zijn, al mist ze hem waanzinnig, elke seconde.

Dit was Simon.

Dit was Edith en Simon.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden