Lekker oer

Soms gaan de dingen gewoon te gemakkelijk, te geregeld en te vanzelf. Dan kun je verlangen naar een situatie waarin je alles weer helemaal zelf moet doen....

‘Yeehaa, het is gelukt!’, roept Jochem (25) enthousiast. Hij gooit zijn armen in de lucht en kijkt trots om zich heen. Op de grond voor hem ligt een hoopje van droge takken, wat hooi en riet, waarin een aarzelend vlammetje begint te branden. Jochem is trots, want hij heeft zojuist binnen een half uur met een houten stok en droge boomschors zelf vuur gemaakt. Zonder lucifers of aansteker, alleen maar door wrijving. Op een steenworp afstand zitten deze zondagmorgen twaalf andere beginnende natuurfreaks die nog geconcentreerd bezig zijn met het maken of aanhouden van een eigen vuur op de natte, koude bosgrond. Enkelen koken water of soep in een blik dat aan een lange tak boven het zelfgestookte vuur bungelt. Jochem is een van de dertien mensen die twee dagen eerder hun intrek namen in een klein bos bij het Drentse plaatsje Vledder. Twaalf mannen en een vrouw in de leeftijd van 23 tot 45 jaar. Afkomstig uit het hele land, bestaande uit onder anderen een ambtenaar, een systeembeheerder, een ex-militair en een student. Ze hebben één gezamenlijk doel: bushcraften, ofwel: slapen onder een zelfgespannen zeil, eten uit een blik en leven van en in de natuur, zonder de luxe van thuis zoals een kraan of fornuis. In de verte hoor je de auto’s voorbijrazen, hier is maar één ding belangrijk en dat is ‘natuurbeleving’. ‘Want dit brengt je dichter bij de natuur, zodat je haar echt gaat zien en waarderen’, zegt organisator René Nauta (44). Samen met vriendin Beke (31) en vrijwilligers-in-opleiding Lute (32, ex-padvinder) en Aljo (28, welzijnswerker) leidt hij de groep in een weekend op tot juniornatuurkenners. ‘Dat is lastig, hoor’, verzucht hij. Want de deelnemers moeten veel leren: touwknopen, thee of soep trekken van eetbare planten, diersporen herkennen, hout en boomschors sprokkelen om een vuur te maken en een slaapplaats op de natte, insectrijke bosgrond bouwen. ‘En dat is nog maar het begin.’

‘Geen mobiele telefoons, horloges of alcohol dit weekend, alsjeblieft’, zegt Lute. Hij is in het legergroen gekleed en zit op een kuipstoeltje op een berenvacht, iets hoger dan de cursisten die in dikke, gekleurde jassen op een ‘zitlap’ rond het kampvuur zitten. Ze knikken. Het is vrijdagavond, ze zijn net aangekomen maar begrijpen de boodschap: nu zijn we in het bos en in het bos gelden andere regels. Dus is kleding groen, of een andere camouflagekleur. Een horloge is niet nodig, de cyclus van zonsopkomst en -ondergang vertelt je de tijd, ongeveer. Communicatiemiddelen en elektronica zijn uit den boze. En drugs en alcohol helemáál. De deelnemers vinden het prima. Alleen bij de mededeling dat ook messen, bijlen en ander gereedschap verboden zijn, wordt wat gemord. ‘Ik heb net mijn zeil gespannen en het touwtje doorgesneden, mag dat dan ook niet?’, vraagt uitzendkracht Sjoerd (23). Nee dus; beginnende bushcrafters willen in hun enthousiasme nog weleens uitschieten en een vinger, voet of collega verwonden. Sjoerd begrijpt het.

En dan is daar de eerste nacht. Alle deelnemers hebben een sisaltouw tussen twee bomen geknoopt. Daaroverheen hangt een stuk zeil, strak gespannen in tentvorm, met behulp van dode takken die als haringen dienen. Eronder, tussen de bladeren en vochtige humus, liggen de mannen in een dikke polyester slaapzak op een matje. De grote rugzak met blikken eten en droge kleding ligt aan het hoofd of-voeteneinde, een knijpkat binnen handbereik. Het past net – of net niet. Alleen Antoinette (‘Ik vertel mijn leeftijd liever niet’), de enige vrouw in het gezelschap, slaapt in een tent. Dat is haar bushcrafterig genoeg, zegt ze. ‘Ik doe dit om dichter bij de natuur te komen. Dat kan ik prima in een tent.’ Het mag van Nauta. Hij ziet wel vaker dat vrouwen in een tent slapen. Mannen niet. Die komen voor de ervaring en slapen dus op de grond. En dat gaat goed, want binnen een uur klinkt een dof gesnurk door het bos.

De volgende morgen zit er een rechthoekig gat in de grond. Het ligt een minuut van het kamp, achter een struik, is zo’n 30 centimeter breed en krap een halve meter lang en diep. ‘Een prima toilet’, zegt Nauta tevreden. ‘Je kunt er boven hurken en de grond is vlak zodat je stabiel staat.’ Dat is belangrijk, zegt hij terwijl hij de groep laat zien hoe je dat doet, erboven hurken. ‘Zo voorkom je dat je tijdens de boodschap in het gat valt.’ De instructie voor het wc-gebruik duurt een klein kwartier, want wie ‘moet’ dient een precieze procedure te volgen. Je neemt een vaatje water, wat velletjes wc-papier, een blikje met gaten en een aansteker mee. Die attributen staan naast het kampvuur. Zijn ze weg, dan weet je dat de wc ‘bezet’ is. Na afloop bedek je de ‘handel’ met een handje humusgrond zodat er geen vliegen of andere dieren op de geur afkomen. Met een heel klein beetje water was je je handen – schoon water is schaars. Het wc-papier moet je verbranden in een blikje met gaten. Papier is dan wel biologisch afbreekbaar maar dat duurt lang, ‘soms wel enkele maanden’. Soms heeft Nauta het er moeilijk mee, dat mensen toch wc-papier laten slingeren en niet luisteren naar zijn aanwijzingen over hoe je de natuur respectvol behandelt. Omdat het niet past bij zijn boodschap: waardeer het bos, wees er voorzichtig mee en neem alleen wat je nodig hebt. Al van kinds af aan vogelt hij. Hij bewondert inheemse indianenvolken om hun manier van leven, hun milieubewuste gebruiken, de manier waarop zij op aarde leven. En de vrijheid die zij genieten, buiten in de zon, in de wind. Hij weet nu: in de natuur ligt zijn roeping. ‘Ik had een toptijd tijdens mijn lerarenopleiding tekenen en handvaardigheid. Veel vrienden, veel lol. Maar ik wist ook dat ik iets miste. De vrijheid, misschien.’ Lesgeven is hij blijven doen, ‘maar nu ligt mijn klaslokaal in het bos’. Met de cursussen die georganiseerd worden vanuit Nauta’s bedrijf Extra kunnen aspirant-bushcrafters à raison van 180 euro leren over ‘de schoonheid van het bos’. Nauta wil hun leren zien dat alles samenleeft in de natuur. En ‘dat je zo verschrikkelijk veel kunt zien aan een boom en de aarde waarop hij staat, als je er maar naar kíjkt.’ Nauta wijst naar een knoedeltje takken in een boom verderop: ‘Er zitten hier eekhoorns, zie je? Dat bundeltje takken is hun nest. En hier heeft een ree gelopen, vannacht. En weet je al welke vogel je net hoorde?’

Het is koud en nat en er wandelen soms beestjes over je heen als je slaapt. Maar dat is ook oer. En elementair. En dat is belangrijk voor deelnemers zoals Oscar (45), vader en ict-specialist bij internetwinkel Bol. Tijdens een zaterdagmiddagwandeling waarop de cursisten planten leren kennen en brandhout zoeken legt hij uit waarom. ‘Ik moet soms echt weg uit die gereguleerde wereld. Even niet op zaterdag mijn dochter Mirte naar het zwemmen brengen, om daarna met mijn zoon de boodschappen te doen voor het etentje met vrienden ’s avonds. Ik wil gewoon wakker worden van de dageraad, mijn vuur stoken en eten.’ Zijn stramien benauwt hem, zegt hij. ‘Ik zit denk ik in mijn midlife, ik zoek echte vrijheid. Het liefst zou ik een week weggaan, of langer. Maar dat vindt mijn vrouw niet goed. Ik begrijp dat wel.’ Ook de andere deelnemers zijn vaak op zoek naar een beetje ‘echtheid’, buiten de dagelijkse sleur en materialistische maatschappij. ‘Altijd maar meer meer meer, weet je wel’, klaagt Kenny (24). Hij werkt in een smartshop in Maastricht en ‘heeft thuis alles al’. Een eigen appartement, een vriendin, een Hästens-bed, een plasmatv en een Opel Astra. Maar Kenny voelt zich niet gelukkig, want hij vraagt zich continu af ‘of dit het dan is’. Daarom is hij hier en slaapt hij op een matje. ‘Om te kijken of dit iets is.’ Voor Gerrit (44), vader van drie tienerjongens, ligt het iets anders. ‘Ik verlang naar een beetje simpelheid. Ik werk met mensen met een autistische stoornis, heb een gezin. Dat brengt onrust en hectiek. In de natuur kom ik weer tot mezelf, kan ik weer helder denken en zien wat echt belangrijk is: eten en een onderkomen.’

Zaterdagmiddag staan de deelnemers in een kring rond een reuzenspar met ronde bultjes ter grootte van een knikker op de stam. Lute maakt een sneetje in een bultje, maar er gebeurt niets. Dat is gek, want de boom is een harsboom en het bultje hoort hars te ‘bloeden’. Bij het volgende bultje lukt het wel. Lute kijkt opgelucht en wrijft de vloeibare hars in een kringetje uit over de rug van zijn hand. ‘Kijk’, zegt hij. De hars stolt en legt een dun vliesje over Lute’s ongehavende hand. ‘Mocht je je hand openhalen aan een scherpe steen of een naaldboom, dan kun je het wondje op deze manier helen. Heb je helemaal geen pleister voor nodig.’ Natuur, rust en echtheid. Het zijn voor Nauta veelgehoorde begrippen, want de helft van zijn cursisten is daarnaar op zoek. ‘Het gaat ze thuis te gemakkelijk af – of juist niet. En dan zien ze op tv een survivalprogramma en dat willen ze dan ook. Degene die gejaagd en gestrest is, denkt: ha, fijn, alleen stress over mezelf. En degene die zich verveelt in zijn leven, denkt: ha, avontuur!’ De tv-programma’s waarop Nauta doelt zijn Ultimate survival (BBC) en Bushcraft (Discovery Channel), waarin eetbare bessensoorten worden ontdekt, boten worden gemaakt van karkassen en vissenogen worden uitgezogen op zoek naar vocht. Daar heeft Nauta niets mee. ‘Dan ben je aan het overleven, aan het strijden tegen de natuur, in plaats van met haar te leven.’ Maar goed voor de business is het wel, die toenemende populariteit van dat soort programma’s. ‘Iedereen die hier komt heeft er wel een paar gezien. Het is dan nog weleens lastig ze uit te leggen dat het hier anders werkt. Nederlandse bossen zijn vlak, waterrijk, vol eetbare planten; onvergelijkbaar met echt ruige natuur.’

Hutten bouwen en vuur stoken kan wél heel goed in de Nederlandse bossen. En dat is maar goed ook, want als het hard regent houdt een zeiltje je niet droog. En regenen doet het. Dus worden er twee hutten gebouwd. Nodig: drie flinke takken en een paar armen vol kleinere takken, aarde en bladeren. Twee van de flinke takken worden in een driehoek tegen elkaar gezet. De derde grote tak staat haaks op het geheel en dient als steunbalk. De kleinere takken worden aan weerszijden van de steunbalk gezet en daaroverheen komt een dik bladerdak. ‘Slaapt heerlijk, droog en stil’, zegt Jochem de volgende morgen. Nauta glimlacht: Jochem heeft het natuurgevoel te pakken en leert snel. En dat is wel eens anders. ‘Het lijkt makkelijk maar sommige mensen leren het nooit. Die kunnen zelfs na een week nog geen knoop leggen. Dat geeft niet, blijven ze toch lekker in de stad.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden