Leerschool van de gemengde liefde

Bijna had Said El Haji zijn wijn in het gezicht van zijn Nederlandse vriendin gekieperd. Zij was hem openlijk afgevallen. Incidentje in een gemengde relatie, die je leert omgaan met culturele gevoeligheden.

Said el Haji en zijn vriendin Lieke Sauren. Beeld Linelle Deunk

Mijn vriendin en ik zaten op een avond, tegen middernacht, aan een groene singel in Rotterdam te picknicken, toen iets voorviel. Een kleine maar confronterende gebeurtenis waaraan ik nog altijd met verwondering terugdenk.

Vlak bij een wilg zaten we. We dronken witte wijn en aten toastjes. Tussen ons in brandden waxinelichtjes. Idyllisch. Plots klonken geluiden dichtbij. Twee jongens liepen zonder ons op te merken onder de wilg door. Een van hen had een tas bij zich, waarvan hij de inhoud in het water begon uit te strooien.

'Eendjes aan het voeren?', vroeg ik, half schertsend om mijn bemoeienis te maskeren.

Direct hield de jongen op met wat hij aan het doen was, alsof hij zich betrapt voelde. Hij draaide zich naar me om en zei dat die beesten altijd zo'n lawaai maakten. Uit zijn accent maakte ik op dat hij Marokkaan was.

'Hebben jullie een vuurtje voor ons?', vroeg zijn metgezel met een joint tussen de vingers.

Ik bood hem een waxinelichtje aan.

'Dank je wel, vriend', zei hij.

Toen ze buiten gehoorsafstand waren, vroeg mijn vriendin wat ze nou in het water hadden gegooid.

'Brood. Om de eendjes te voeren', zei ik.

Ze hoonde: 'Ga jij eendjes voeren om middernacht?'

Haar hoon prikkelde me. Ik meende precies aan te voelen hoe ze over me dacht. Alsof ik me uit loyaliteit genoodzaakt zag het voor mijn Marokkaanse broeders op te nemen. Terwijl ik een individualist pur sang was. Een taoïst was ik, een nihilist, humanist, protestant en agnost ineen, een onthechte ziel die lachte om alles wat riekte naar de massa of het collectief van de eigen stam. Ik was, kortom, alles behalve een typische Marokkaan. En stond op.

Met een kaarsje in de hand liep ik naar de plek toe waar de jongens hadden gestaan. Maar liefst vier sneetjes brood trof ik aan. Ik kon ze wel opeten, zo blij was ik.

Pathetisch begon ik te preken over de complexiteit van de wereld en hoe die met geen wet, kunst of religie volledig te vangen was. Ik ging voort het harteloze cynisme van de moderne wereld aan te klagen. En ik wenste geen vriendin die met cynische vooronderstellingen de schoonheid van de wereld kapotmaakte.

Bagage

Tegenwoordig weet ik wel beter. Ik durf te stellen dat ik realistischer ben geworden. En dat ik dat te danken heb aan mijn inmiddels bijna tienjarige relatie met mijn Nederlandse geliefde. Ik ben gaan inzien dat ik een culturele bagage met mij meetors die niet Nederlands of westers is, maar anders. Ík was degene die zijn eigen kwetsbaarheid verachtte en ontkende, niet zij.

Ik zal nooit vergeten hoe zij tijdens een etentje met een goedbevriend stel mij openlijk afviel. Ik was een discussie met mijn vriend aan het voeren, die ik kennelijk graag wilde winnen. Ze zei dat ik niet naar zijn argumenten luisterde. Toen knapte er iets. Ik werd overmand door een woede die mij het wijntje dat ik in de hand hield bijna in haar gezicht deed kieperen. Begrijpen deed ik het niet. Erkennen ook niet. Nog zeker een jaar liep ik ermee rond. Te pas en te onpas bracht ik de gebeurtenis hevig verongelijkt ter sprake.

In maart 2012 maakten vijf jongens van Marokkaanse komaf een zwangere Marokkaanse vrouw voor negerhoer uit en gingen haar te lijf. Het gebeurde op klaarlichte dag en midden op straat. Op GeenStijl en in de Volkskrant verschenen opiniestukken waarin werd gesproken van een Marokkaans racismeprobleem. Vanwege de Surinaamse man met wie de vrouw ging. Op het weblog Joop stelden anderen dat de oorzaak niet in de Marokkaanse cultuur moest worden gezocht, maar in die van de straat. Ik wil racisme noch machogedrag uitsluiten, maar ik denk dat er meer achter steekt.

Ik denk dat de jongeren het als hun plicht zagen te doen wat ze deden, uitgedaagd als ze zich voelden in hun publieke rol als hoeder van de vrouw en de geïdealiseerde Marokkaanse identiteit. De tragiek wil dat ze nauwelijks van de werking van die codes op de hoogte zijn. Veel Marokkaanse jongens begrijpen niets van de patriarchale mores die ze met de paplepel ingegoten krijgen. Ongeschreven regels die eigen zijn aan mannelijk eergevoel en een dwingende loyaliteit aan de ouderlijke cultuur en godsdienst.

Achteraf verklaarde een van de daders dat hij vreselijke spijt had. Dat hij niet wist wat hem had bezield, temeer omdat hij nog studeerde en zijn best deed. Het is gemakkelijk om zijn woorden weg te wuiven als die van een huichelaar die via de slachtofferrol sympathie zoekt. Ik denk dat hij behalve dader ook slachtoffer was. Van een dwingende, patriarchale cultuur die, in de context van een gedroomde multiculturele samenleving waarin zogenaamd iedereen gelijk is en afkomst niet telt, haast niet wordt gekend.

Ik heb zelf ook lang in die gedroomde samenleving gewoond. Soms werd ik ineens overmand door verdriet, eenzaamheid en een intens verlangen naar geborgenheid, maar dat duurde nooit langer dan een week. Nooit begreep ik de oorzaak van die gekke emoties, tot ik voor het eerst in mijn leven een serieuze relatie met een Nederlandse kreeg.

Spookverhalen

Al woon ik sinds 1982 in Nederland en ben ik altijd veel meer omgegaan met Nederlanders dan met Marokkanen, het is niet vanzelfsprekend dat ik een Nederlandse vriendin heb. Het is ook niet vanzelfsprekend dat ik aan kinderen begon en toch ongehuwd ben gebleven.

Mij is van jongs af verteld dat ik beter binnen mijn 'eigen cultuur' kan blijven, dat wil zeggen Marokkaans en islamitisch. Op gemengdheid rustte veel meer dan nu een taboe. Er gingen spookverhalen rond over Marokkaanse dochters die hun ouders willens en wetens met schande overlaadden door er met een Nederlander vandoor te gaan. Die dochters, zo heette het, waren eerloos, want ze hadden geen respect voor hun ouders en hun afkomst. Verder werden ze doodgezwegen. De enige gemengde relaties die ik als kind van nabij zag, waren die van illegale Marokkanen die een Nederlandse vrouw bereid hadden gevonden om tegen betaling een schijnhuwelijk aan te gaan.

Mijn anderhalf jaar oudere broer Mourad en ik deelden alles, dus ook de wens om achter de Nederlandse meiden aan te gaan. We hadden geen zin in preuts geflikflooi waarbij we steeds uit het zicht moesten zien te blijven van roddeltantes en controlerende broers. Dus gingen we elk weekend met vrienden naar een of ander feest in de polder om, beneveld van de bessenjenever, mekaar te beconcurreren in het aantal meiden dat we konden versieren. Natuurlijk zwegen we erover tegen onze ouders.

Zoals we wisten dat we met een Marokkaanse nooit zonder problemen zouden kunnen daten, wisten we ook dat we met een Nederlandse nooit zonder problemen zouden kunnen trouwen. Diep verscholen in het onderbewuste van onze rebelse geest heerste, soeverein en dwingend, onze loyaliteit aan de ouderlijke cultuur en godsdienst.

Toen Mourad op 19-jarige leeftijd een serieuze relatie met een Nederlandse kreeg, kwam hij regelmatig bij haar thuis en werd hij door haar ouders verwelkomd als een nieuw familielid. Maar zij kwam niet één keer bij ónze ouders over de vloer. Nooit heeft ze onze vader ontmoet. Vond zij dat jammer? Natuurlijk. Het is nooit prettig ongewenst te zijn. Maar zij toonde begrip, uit liefde voor haar vriend, en omdat ze wist hoe gevoelig die dingen in de Marokkaanse cultuur liggen.

Mourad leerde veel van zijn relatie. Zoals die eerste keer dat hij bij haar thuiskwam en in haar kamer een poster van de Dalai Lama zag hangen. Hij stoorde zich eraan. Ergens in zijn achterhoofd klonk de aartsvaderlijke stem die stelt dat God de enige is die aanbeden mag worden. Hij móést er wat van zeggen. Toen zij de poster van de muur haalde, ontroerde dat hem en zag hij voor het eerst in dat hij niet zo tolerant was als hij dacht.

Ik woonde al samen toen ik mijn moeder opbelde om te vragen of ik mijn vriendin aan haar mocht voorstellen. Ze reageerde als door een wesp gestoken. 'Nee is nee', zei ze. Maar na tussenkomst van mijn zus, haar enige dochter, liet ze zich overhalen om haar plichtsgevoel ten aanzien van de traditionele gebruiken opzij te zetten.

In de auto

Mijn geliefde en ik, nergens komen onze culturele gevoeligheden zozeer met elkaar in conflict als in de auto, en dan vooral wanneer ik rijd. Zij is dan niet op haar gemak. Ze heeft de controle niet en ik rij niet zo gedisciplineerd. Ik vind het vernederend als een verlengstuk te dienen van haar angstige, controlerende geest. Het idee alleen al botst frontaal met mijn verlangen naar autonomie, dat weer een reactie is op de dwingende opvoeding die ik genoten heb. Ik zou willen dat zij nooit had geleerd haar gevoelens te uiten, zoals ik dat ook nooit heb geleerd. En hoewel ik haar keer op keer beloof beter te zullen rijden, en zij mij steeds belooft haar emoties te zullen bedwingen, loopt de spanning in de auto telkens weer op.

Het is een leerschool. Door de gemengde liefde ben ik gaan geloven in de kracht en grenzeloosheid van de liefde in het algemeen, die ik voorheen verachtte, zoals ik alles wat kwetsbaar maakt een hele poos heb veracht. Ik ben ook gaan geloven in een meer diverse, opener en weerbaarder Marokkaanse gemeenschap in Nederland.

Ik heb een hoopvoller toekomst gezien in de hoedanigheid van Hicham. Met 34 jaar de oudste van drie kinderen, allen vruchten van dezelfde gemengde liefde tussen een Nederlandse, uitgesproken antichristelijke moeder en een Marokkaanse, gematigd islamitische vader. Hicham ziet eruit als een Viking. Toen hij nog met Marokkaanse vrienden naar een discotheek ging, werd hij als enige probleemloos binnengelaten. Als hij de combinatie van zijn uiterlijk en zijn naam verklaart, vallen de mensen stil. En als hij solliciteert, voegt hij altijd een pasfoto bij.

Ook ik verbaas me over Hicham. Terwijl ik hem hoor praten over de fascinatie die hij als kind voor zijn vader had wanneer die op een kleedje ging bidden, dringt tot mij door dat Hicham niet alleen die Hollandse jongen is met wie ik zo nu en dan een festival bezoek. Hij is een halfbloed met een volbloed Marokkaanse vader, zoals ik de volbloed Marokkaanse vader ben van mijn eigen kleine Vikingen, mijn eigen donkerblonde halfbloedkinderen.

Pijnpunten

Veel Marokkanen die in de eigen cultuur blijven, kunnen de deur achter zich dichttrekken en vergeten dat ze in Nederland wonen als dat uitkomt. Ik niet. Ik kom thuis bij een geboren en getogen Nederlandse en hoe meer ik de pijnpunten ervaar, hoe meer ik word gedwongen om bij mezelf te rade te gaan en hoe meer zicht ik krijg op de onvermijdelijke weg die Marokkanen in Nederland, alsook andere bevolkingsgroepen die uit een soortgelijke cultuur komen trouwens, vroeg of laat moeten gaan.

Assimilatie is een dwaling, aangezien die een totale ontkenning impliceert van een cultuur die zich gewoonweg niet laat ontkennen. In gemengde liefde kunnen de codes van een dwingende, patriarchale cultuur in openheid en gelijkwaardigheid worden gezien en, met het nodige geduld, een weg vinden of worden overwonnen.

Dit stuk kwam tot stand met dank aan het Letterenfonds en is onderdeel van het Loving Day Literair Programma over gemengde relaties.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden