Profiel

Le Corbusier: sterarchitect en fascist

Architect en ontwerper Le Corbusier was ook een fascist, blijkt uit drie recentelijk verschenen boeken. Frankrijk reageert opvallend genoeg schouderophalend op de geschiedenis van zijn grote sterachitect.

Le Corbusier in 1961.Beeld ANP

'Wat zou het mooi zijn te sterven als je naar de zon zwemt', zei Le Corbusier tegen collega Jerzy Soltan. Op een stralende zomerochtend, niet lang daarna, zwom hij weg van het kiezelstrand van Roquebrune-Cap-Martin aan de Côte d'Azur. Hij wist dat zijn hart er slecht aan toe was, zijn huisarts had hem gewaarschuwd. 30 meter van de kust vandaan kreeg hij een aanval. De architect verdronk. Of was het een discrete vorm van zelfmoord?

Dat gebeurde op 27 augustus 1965. De 50ste sterfdag van Le Corbusier wordt herdacht met een grote expositie in het Centre Pompidou in Parijs. Een eerbetoon aan deze 'visionaire architect, stedenbouwkundige, theoreticus van de moderniteit, schilder en beeldhouwer'. Charles-Édouard Jeanneret veranderde zijn naam in Le Corbusier om de eerste echte starchitect te worden. De man met de zwarte uilenbril en de vlinderdas wordt nog altijd bewonderd om zijn Cité Radieuse in Marseille, een weergaloze stoomboot van een gebouw, of de kerkelijke betonpoëzie van Notre Dame du Haut in Ronchamp.

Maar het feestje wordt overschaduwd door drie boeken waarin de architect als een fascist wordt geportretteerd: Un fascisme français (Xavier de Jarcy), Un Corbusier (François Chaslin) en Le Corbusier, une froide vision du monde (Marc Perelman). Heiligschennis, vinden sommige Corbusierfans. 'Mensen keren me de rug toe sinds mijn boek uit is', zei Chaslin in Le Monde.

Tekening voor Plan Voisin (1925) in Parijs. Het ontwerp is nooit gerealiseerd.Beeld FLC/ADAGP
Maquette van ditzelfde plan. Daarnaast: een voorstudie naar wooneenheden (1944).Beeld FLC/ADAGP

Opportunist

Toch zijn de foute ideeën van Le Corbusier niets nieuws. Vooral Angelsaksische auteurs hadden al eerder aangetoond dat hij in 1940 naar Vichy vertrok om zich als opperbouwmeester aan te bieden bij maarschalk Pétain, wiens bewind met nazi-Duitsland collaboreerde. Maar Le Corbusier was een opportunist, zo luidde de communis opinio in Franse cultuurhistorische kringen. Per slot van rekening had hij zich ook aangeboden aan Stalin.

Vooral De Jarcy laat echter overtuigend zien hoe Le Corbusier zich in de jaren twintig en dertig omringde met fascistische vrienden. Samen met fascisten redigeerde hij tijdschriften als Plans en Prélude. Toch blijft Le Corbusier iets dubbelzinnigs houden. Hij is nooit lid van een fascistische partij geweest, laat staan dat hij in uniform over straat paradeerde. In de gewraakte tijdschriften schreven ook niet-fascisten als Bauhaus-architect Walter Gropius.

Ook na de boeken van De Jarcy, Chaslin en Perelman kun je eindeloos blijven debatteren over de vraag of 'Corbu' een fascist was of slechts tegen het fascistische milieu aanleunde. Hoe dan ook, zelfs de jubelende tentoonstelling in het Centre Pompidou maakt één ding duidelijk: Le Corbusier was een totalitair denker. Mesures de l'homme heet de expositie, 'maten van de mens'. Die mens is echter geen individu van vlees en bloed, maar de modulor, een door de architect ontworpen menselijk figuur van 1,83 meter, wiens proporties geheel worden bepaald door de klassieke gulden snede. Aan de hand van deze modulor ontwierp Le Corbusier zijn gebouwen. Zo wist hij bijvoorbeeld dat de ideale plafondhoogte 2,26 meter was.

Beeld G. Meguerditchian

Schoon

Le Corbusier dacht in ideaalbeelden, echte mensen interesseerden hem niet. Hij beschouwde de stad als een machine die een nieuwe mens moest produceren, een mens die zich moest onderwerpen aan een rationele nieuwe orde, opgelegd door briljante architecten en ingenieurs. In 1925 lanceerde hij zijn Plan Voisin voor Parijs. Tussen de Seine en Gare du Nord moest de stad tegen de vlakte gaan om plaats te maken voor achttien kruisvormige wolkenkrabbers van zestig verdiepingen, geplaatst in een stadspark. Het was de enige manier om af te rekenen met benauwde straatjes, overbevolkte stadswijken, donkere 19de-eeuwse steegjes. De nieuwe mens moest wonen in een oase van licht, lucht en groen.

Bij Le Corbusier hadden de bewoners niet veel in te brengen. Hij wilde ze zelfs verplichten hun muren wit te verven. Hij had een hekel aan kakelbont behang en aan het allegaartje van meubels en frutsels waarmee de bourgeoisie haar huizen placht vol te stouwen. Le Corbusiers gebouwen zijn vaak monumentaal aan de buitenkant, maar nogal krap bemeten aan de binnenkant. Daar had hij een reden voor: een klein huis kun je niet volproppen met rotzooi. 'Wie zijn huis schoon maakt, houdt ook zichzelf schoon', schreef hij.

Nog een studie van het niet gerealiseerde Plan Voisin.Beeld FLC/ADAGP

Propre - schoon of rein - is een woord dat bij Le Corbusier veel voorkomt. Hij hield van hygiëne, vooral ook van sociale hygiëne. Hij was een hiërarchisch denker. In het centrum van de stad moest de elite wonen, daaromheen de middenklasse, de arbeiders werden naar de voorsteden verwezen. Paupers en talentlozen hadden überhaupt geen recht om zich in Le Corbusiers stad te laten zien. 'Wat doe jij in de stad? Niets onmisbaars? Je verveelt je, je kinderen laten de bevolking groeien en dragen bij aan de malaise, het stof en het lawaai, de moeilijkheden die jou schaden, die jouw karkas van een mens schaden, die van jou een zieke hond maken', schreef hij. 'Aan de parasieten van de stad: keer terug naar de vruchtbare activiteiten die bij jullie bestemming horen. Het land wacht op jullie.'

Wel was hij zo ruimhartig om voor deze gedeporteerde parasieten een Ferme Radieuse, 'stralende boerderij', te ontwerpen, waar zij zich op rationele wijze nog enigszins nuttig konden maken. 'De stedenbouw is hardhandig omdat het leven hardhandig is, zonder medelijden', stelde hij vast. Het verklaart Le Corbusiers enthousiasme voor dictators. Zijn plannen konden slechts worden uitgevoerd door meedogenloze bestuurders.

Vakantieverblijf

Le Corbusier verdronk in de Middellandse Zee bij Roquebrune-Cap-Martin, dicht bij zijn 12 vierkante meter tellende, zelf ontworpen zomerhuisje, de cabanon (foto). In dat nogal spartaanse hutje bracht de architect vaak zijn vakanties door. Vlakbij staan de Unités de Camping, vijf houten 'eenheden' die Le Corbusier ontwierp als goedkoop vakantieverblijf. Het complex wordt gecompleteerd door de Villa E-1027 van Eileen Gray, schitterend wit in modernistische stijl. Lange tijd was het terrein gesloten voor publiek, onlangs werd het weer opengesteld. Bezichtiging is alleen mogelijk onder leiding van een gids, reserveren is verplicht. Voor meer informatie: capmoderne.com

Beeld FLC/ADAGP

Picasso van de architectuur

De Franse nederlaag in 1940 bood nieuwe kansen, geloofde hij. 'Vernieuwing, opruiming, schoonmaak', schreef hij aan zijn moeder. 'Het geld, de Joden, de vrijmetselarij, ze zullen de rechtvaardige wet ondergaan.' Zijn verblijf in Vichy liep echter op een teleurstelling uit. Maarschalk Pétain bleek helemaal geen krachtig leider, zijn medewerkers moesten weinig hebben van Le Corbusiers strakke modernisme.

Zijn collaboratie werd hem na 1945 nauwelijks kwalijk genomen. Frankrijk wilde vooral vergeten. Bovendien pasten Le Corbusiers ideeën over industriële, gestandaardiseerde woningbouw heel goed bij de naoorlogse periode van bevolkingsgroei en woningnood. Tussen 1950 en 1970 werden in Frankrijk en andere westerse landen de flats in rap tempo uit de grond gestampt. 'De woningen in serie, badend in lucht en licht, grasvelden en populieren, toegangswegen die de Renault 4, de 2CV, de Simca Aronde of de Peugeot 204 over fris asfalt naar de voet van de verticale dorpen brachten', schrijft Xavier de Jarcy.

Beeld FLC/ADAGP

Even was de banlieue een paradijs voor de middenklasse, die blij was om 'modern' te wonen in een appartement dat van alle comfort was voorzien. Maar Le Corbusiers ideeën bleken achterhaald op het moment dat ze werden uitgevoerd. Hij was een man van het interbellum, van het machinetijdperk, die geloofde dat het individu moest opgaan in een rationeel georganiseerde massa. Maar dankzij de naoorlogse welvaart wist het individu zich te emanciperen. De nieuwe mens was een heel ander mens dan Le Corbusier voor ogen stond. Hij wilde zijn eigen plek, een huis met een tuintje, geen vogelkooi in een van de enorme gebouwen van Le Corbusier of een van zijn vele epigonen. Wie een beetje geld had, ontvluchtte de Amerikaanse housing projects, de Franse banlieues, de Bijlmer.

Le Corbusiers stedenbouw bleek ondeugdelijk, omdat zijn denken niet deugde. De autoritaire architect begreep de mens niet. Wat blijft, zo laat de expositie in het Centre Pompidou zien, is Le Corbusier de kunstenaar. De Picasso van de architectuur werd hij tijdens zijn leven genoemd. Een man die kon schilderen met beton. Zijn mislukte utopie heeft nog altijd een perverse schoonheid.

Le Corbusier. Mesures de l'Homme. Centre Pompidou, Parijs, t/m 3/8.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden