Interview Lust & Liefde

Laura (63): ‘Juist het feit dat we zo veel van elkaar hielden maakte het afscheid makkelijker’

Haar grote liefde ontmoette Laura (63) pas rond haar 50ste. Lang mocht het niet duren. 

Beeld Sasa Ostoya

‘Het bleek beter te kunnen dan ik had verwacht, ­samen verder leven in het besef dat een van beiden spoedig sterft. Gek genoeg maakte juist het feit dat we zo veel van elkaar hielden het afscheid makkelijker. Door de wederzijdse betrokkenheid en de afwezigheid van verwijten werd het besef van eindigheid uiteindelijk draaglijker. Er was geen ballast die we meedroegen, er was alleen wij. Wij, die elkaar pas hadden leren kennen toen we bijna 50 waren. Hij was een man met grijsblond haar die korter was dan zijn kracht deed vermoeden, zo’n 1 meter 80. Een man die wist wat hij wilde. In de aanlooptijd naar onze onvermijdelijke verhouding liepen we elkaar eens zomaar tegen het lijf bij de koelafdeling van de supermarkt. Het was of ik zijn begeerte bijna kon ruiken, een vleug zoete warmte bij het kille zuivelvak. Later, toen we samenwoonden, stond er altijd een glas wijn voor me klaar als ik thuiskwam en dan ging hij tegenover mij zitten en grijnsde hij van oor tot oor: ha, ze is er weer. Het plezier was zo groot dat ik liever zorgde dat ik naast hem zat. Dan duwde ik mijn been tegen het zijne en was het of ik geaard werd. Op een dag kochten we zonder nadenken nieuwe stoelen. De brede armleuningen maakten het ineens onmogelijk zijn been te raken en zonder pardon heb ik die stoelen er meteen weer uitgemieterd, volkomen doordrongen van het besef hoe zeldzaam het is om rond je 50ste je grote liefde te ontmoeten. Niets van die unieke intimiteit wilde ik vermorsen. Soms werd ik ’s nachts wakker en keek ik naar hem en kuste hem zacht. Dan opende hij één oog en trok een mondhoek omhoog en mompelde ‘hallo lieverd’, dan sliepen we weer verder.

Op 13 april 2016 voelde hij iets in zijn buik. We waren aan het roeien en het leek of iets hem ­belemmerde voorover te buigen. Voor de zekerheid liet hij een echo maken. Hij belde me vanuit het ziekenhuis: ‘Kom maar hierheen, want ze hebben iets gezien wat niet goed is.’ Het was een uur of 3 toen ik samen met hem een kamer werd binnengeleid. Er waren diverse specialisten en artsen in opleiding, de deur werd gesloten en ik dacht: dit is het, zo gaat dat dus. Dit is het moment waarvan je je bij anderen altijd afvraagt: hoe is het mogelijk dat ze daarna verder leefden en niet van een flatgebouw gesprongen zijn. Zijn lever bleek aangetast, vermoedelijk door een tumor in zijn darm. Zijn levensverwachting slonk van het een op het andere moment naar hooguit twee jaar. Samen liepen we daarna naar de auto, zetten de radio aan. We luisterden naar een muziekzender als Veronica of Radio 2 of, minder waarschijnlijk, Slam FM. Niet om emoties uit de weg te gaan, maar simpelweg omdat het op dat moment niet nodig was die met woorden te delen. Thuis belde hij onze moeders en alle kinderen. Geen van beiden waren we in paniek, maar des te meer doordrongen van het vonnis. Het jaar – geen twee jaar – dat volgde was vreselijk, maar ook heerlijk. Vreselijk omdat hij pijn had en ziek was, en heerlijk omdat er plotsklaps een bizarre ­dimensie bij leek te komen in ons huwelijk. Als je dag in dag uit samen leeft is het ene moment leuk, en het volgende moment wat minder. Maar in het zicht van de dood kregen alle handelingen en gebeurtenissen een nieuwe intensiteit. Als ik ­terugdenk aan dat jaar zie ik bijvoorbeeld als een film de tweewekelijkse bezoeken aan de oncoloog voor me. Hoe hij steeds hetzelfde zwiepje aan zijn beeldscherm gaf, zodat we konden meekijken naar de effecten van de chemokuur op zijn lever. De eerste paar zwiepjes was het nieuws goed, daarna niet meer. De chemo was agressief, maar de tumor ook. Dan haalde ik na afloop de auto, of we liepen samen naar de parkeergarage, deden weer de radio aan en zeiden even niet zo veel.

Pas in de laatste weken voor zijn dood ben ik gestopt met werken en alleen de allerlaatste week lag hij de hele dag in zo’n hoog bed in de kamer. Zijn lever raakte steeds verder vergiftigd, hij ging hallucineren en verloor uiteindelijk zijn bewustzijn. Met zijn hoofd op mijn schouder en onze beider kinderen om hem heen is hij gestorven. Ik bleef maar herhalen hoeveel ik van hem hield, ook al hoorde hij me al lang niet meer. Eerder had ik hem in een van onze vele gesprekken gevraagd: je weet dat ik sterk genoeg ben om alleen verder te gaan hè, ik kan dit, hoor. Dat wist hij, zei hij. Op elkaar betrokken zijn was dat laatste jaar eenvoudig en vanzelfsprekend, iets waar ik ook nu nog met plezier aan terugdenk. Op een van die laatste dagen hoorde hij op de radio The Sound of Silence van Disturbed. Hij stak, omdat hij niet meer kon praten, zijn vinger op. Ik vroeg: wil je deze muziek op je begrafenis horen? Zijn ogen lichtten op, hij knikte.

Hij overleed in maart 2017, de Valentijnsdag ervoor hadden we nog groots gevierd in een restaurant, een heel vrolijke avond. Op het eeuwig schrijnende missen dat volgde, was ik niet voorbereid. Alsof iemand mij opzadelde met een nieuwe baan zonder me behoorlijk in te werken. Het kon gebeuren dat ik de hond uitliet en ineens voor een enorme afgrond stond vol gekmakend verdriet. En toch voedt hij mij, bijna twee jaar later, nog iedere dag. Ik ben weer aan het studeren en dan staan zijn foto’s naast me. Ik druk zo’n lijstje ­tegen mijn hart, en voel weer even dat vroegere geaard zijn. In het begin was ik bang dat herinneringen zouden vervagen. Als een bezetene ben ik van alles gaan opschrijven, maar dat bleek onnodig. Ik weet alles nog. Alleen de herinnering aan zijn stem wordt zwakker, de klank ervan, niet de woorden. Maar zijn geur hangt nog altijd bemoedigend in zijn jasjes in de kast.’

Op verzoek van de geïnterviewde is de naam gefingeerd.

Oproep

Corine Koole wil graag in contact ­komen met stellen die in onze (nieuwe) serie liefdespodcasts willen vertellen over een ­belangrijke fase in hun relatie. Zet het woord ‘podcast’ in het onderwerpveld van uw mail: lust@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden