Laudate Domine in Epidaurus

Het moderne Korinthos heeft weinig dat herinnert aan de oude, machtige stad Korinthe. Korinthos heeft vooral een geschiedenis van aardbevingen....

VLAK voor de grootste van de vier kanaalbruggen, die deel uitmaakt van de snelweg Athene-Korinthos, bevindt zich een parkeerterrein met een rij cafeetjes. Hier stoppen de bussen van de hoofdstad naar de Peloponnesos. Er zijn maar een paar bezoekers, verdwaald tussen de langgerekte toeristenseizoenen, die er hun auto neerzetten om het kanaal te bewonderen. Ze stellen zich strategisch op nabij de reling, in afwachting van een passerend vaartuig, om de beroemde, in elke souvenirwinkel verkrijgbare foto te maken van het inkrimpende cruiseschip tussen de hoge kanaalwanden.

Verderop, aan het westelijke uiteinde van het kanaal, richting Korinthische Golf en Ionische Zee, bevinden zich nog wat overblijfselen van de diolkos, de geplaveide weg van eertijds. Daar kun je je een voorstelling proberen te maken van het curieuze tafereel dat zich hier gedurende twintig eeuwen met enige regelmaat, en veelal in de brandende hitte, moet hebben afgespeeld. Een boot overland trekken, dat is klûnen op zijn Grieks.

In de naam Korinthos klinkt de oude, machtige stad Korinthe door. Korinthische stijl, Korinthische zuilen, Korinthische oorlogen, Brieven aan de Korinthiërs. Maar het moderne Korinthos heeft weinig dat met de gewichtige naam valt te associëren. De stad heeft een geschiedenis van aardbevingen. Die van 1928 maakte alles met de grond gelijk en ook die van 1981 liet diepe sporen na. Korinthos heeft op zijn naam na weinig met Korinthe gemeen. De overblijfselen van die legendarische stad, al in de tweede eeuw voor Christus bekwaam door de Romeinen verwoest en vervolgens weer herbouwd, liggen zeven kilometer zuidwaarts.

Korinthe is het grootste Romeinse stadsgebied van Griekenland, vertelt de Capitool-gids, die in geval van ruïnes altijd het best uitkomst biedt. Een inzichtelijk driedimensionaal tekeningetje geeft een keurige reconstructie van hoe deze stad er een eeuw na Christus moet hebben uitgezien. Ik slenter tussen de ruïnes naar de bema, het platform vanwaar de Romeinse consul de bevolking toesprak. Er staat nog het een en ander van overeind.

Op deze plek, zo wil de overlevering, stond ook de apostel Paulus terecht, die vanwege zijn preken over Jezus door de plaatselijke joodse gemeenschap van heiligschennis werd beschuldigd. Een pad van vier kilometer voert naar de Akrokorinthos, de stadsburcht. Hier bouwden achtereenvolgens Grieken, Romeinen, Byzantijnen, Frankische kruisvaarders, Venetiërs en Turken hun vestingen, tempels, kerken, moskeeën en huizen. In de Middeleeuwen was het een van de belangrijkste forten van heel Griekenland.

Ik passeer achtereenvolgens drie poorten, elk uit een andere periode. De laagste is Turks, de middelste Frankisch en de hoogste Byzantijns. Het is een flinke klim, maar het uitzicht vanaf de heuveltop, waar zowel de Korinthische als de Saronische Golf zichtbaar is, is de inspanning waard. Ook in de oudheid vond men dat al. Naast het uitzicht was er destijds de attractie van de tempel van Aphrodite, waarvan nu nog slechts de fundamenten en een zevental zuilen resteren. In betere tijden werd de tempel bevolkt door duizend heilige prostituees. Ze waren Paulus evenzovele doornen in het oog. 'Vliedt de hoererij!', schreef hij in zijn Eerste Brief aan de Korinthiërs. 'Het lichaam is niet voor de hoererij, doch voor de Here, en de Here voor het lichaam.' In het milde, geelrood kleurende zonlicht en de door bloemen en planten gekruide lucht wordt het voorstelbaar dat deze woorden de Korinthiërs ooit als heiligschennis moeten hebben getroffen.

G RIEKSE mythen laten zich slecht samenvatten. Het wordt al snel een aaneenschakeling van moorden. Toch doen de gidsen bij de ruïnes van het oude Mykene - een stad die ooit voor een homerisch verzinsel werd gehouden - een poging. Ze vertellen over de broers Thyestes en Atreus, die jaren streden om de troon. Thyestes pikte Atreus' gulden vlies af en deed het met zijn vrouw. Atreus van zijn kant verwerkte Thyestes' drie zonen in een stoofpot waarop hij zijn broer tijdens een 'verzoeningsmaal' vergastte. Het verhaal gaat verder. Agamemnon maakt zijn entree. Hij vermoordde de echtgenoot en baby van Klytemnaistra, trouwde met haar, maar werd later in bad door haar met een bijl onthoofd.

Voor de meeste toehoorders is de gecondenseerde weergave van de mythologie wat te rijk aan namen en sterfgevallen. Maar als de gids verder gaat over Heinrich Schliemann, begaafd zakenman, talenwonder en romantisch self-made historicus, zijn de oren weer gespitst. Wie tegen de heersende opvattingen in naar de restanten van Troje en Mykene gaat graven, en ze nog vindt ook, kan honderd jaar na zijn dood nog altijd op sympathie rekenen, ook al is zijn reputatie in wetenschappelijke kringen dan ook verre van onomstreden.

Mykene, met zijn wereldberoemde Leeuwenpoort, behoort tot de toeristische musts van de noordelijke Peloponnesos, net als het heiligdom van Epidaurus met zijn fraaie theater, dat vanwege zijn afgelegen locatie gevrijwaard is gebleven van plunderingen. Het theater is beroemd om zijn uitstekende akoestiek. Een groepje klaarblijkelijk religieuze toeristen meent de proef op de som te moeten nemen, en brengt vanaf het podium godvruchtige liederen ten gehore. Sommige bezoekers tonen zich geïrriteerd vanwege deze egotripperij, andere barsten aan het einde van de gezangen uit in applaus en roepen Zugabe! Waarna de groep er nog een Laudate Domine tegenaan gooit.

Voor bezoeken aan Mykene, Epidauros en andere herinneringen aan antieke tijden als Tiryns, is de stad Nafplion de perfecte uitvalsbasis. Maar al na een verblijf van enkele uren wordt me duidelijk dat de stad zelf de voornaamste rechtvaardiging is voor een verblijf. Venetiaanse balkons, Turkse fonteinen, smalle straatjes, neoclassicistische villa's en boven dat alles uittorenend het Palamidi-fort.

Flinke delen van de stad, waaronder het centrale Syndagma-plein, zien er nog net zo uit als een paar eeuwen geleden, ten tijde van de Turkse overheersing. Toen de Turken het land verlieten, was Nafplion van 1828 tot 1835 de eerste hoofdstad van het onafhankelijke Griekenland.

N A een uitgebreide wandeling door het fort, dat mede dankzij een korte, maar strategische regenbui vrijwel is uitgestorven, neem ik aan het einde van de middag plaats op het terras van een taverna, recht tegenover de kazerne. Om tien over zeven stromen vele tientallen jongemannen in burger de poort uit om me te gezelschap te houden. Ze bestellen hun wijn per hele of halve liter en bezweren me dat Nafplion de mooiste stad is van de Peloponnesos, nee van het hele Griekse vasteland ('natúúrlijk is de Peloponnesos geen eiland!'), nee van heel Griekenland.

De volgende dag, op weg naar het zuidelijke badplaatsje Kosta, laat ik me van het rechte pad verleiden door een bordje dat het Sint Dimitriosklooster aankondigt. Kloosters liggen in Griekenland vaak op de prachtigste locaties, dus wie weet naar wat voor fraais deze keienweg leidt. Na een paar kilometer beland ik in een dorpje dat uit een handvol huizen bestaat, waarvan er twee bewoond blijken. Een man van middelbare leeftijd, die druk bezig is een tv-antenne op het dak van een verkrotte woning te bevestigen, meldt dat het dorpje Pelei heet. Nee, hijzelf woont hier niet, alleen zijn ouders. Hij stelt zich voor als Dimitris Dimisas. 'Ik woon in Didima, een stukje verderop. Maar ik help mijn ouders.' Hoewel het huisje er primitief uitziet, is het van alle moderne faciliteiten voorzien. Er is televisie, elektriciteit en stromend water.

Dimitris is getrouwd met een Française en is jarenlang zeeman geweest. Hij spreekt een mondvol talen, van allemaal een klein beetje. Waar zijn vader is? In the field, avec les moutons. Hij is trouwens ook wel eens in Amsterdam geweest. Daar hebben ze een hele grote haven. Nee, voor zijn geboortedorp Pelei ziet hij geen grote toekomst weggelegd. 'Twintig jaar geleden woonden hier veel mensen. Nu nog vijf. Alle jonge mensen gaan naar Didima, hè. Naar het toerisme.'

Na een bezoek aan het inderdaad idyllisch gelegen Sint Dimitriosklooster, dat momenteel wordt gerestaureerd en waaraan Dimitris ook nog heeft gewerkt, rijd ik naar het vissersplaatsje Kilada en drink in de haven een Griekse koffie. Het meisje dat me heeft bediend, staat in de deuropening van de taverna naar de lege terrassen te staren. Het zal nog tot de vroege avond duren, voordat wat toeristen zullen verschijnen. En niet meer dan een handvol, want het is het dode seizoen.

Nadat de enige geparkeerde auto is vertrokken, is de kade helemaal leeg. Alleen tafels, stoelen en parasols. De serveerster tuurt naar de vissersbootjes en naar de bergen van de Peloponnesos aan de overzijde van de Golf van Argolida. Niemand roept haar, niemand vraagt haar aandacht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden