Zin van het levenPeter van der Boom

‘Laten we meer gaan scharrelen: doelen loslaten en maar zien wat er gebeurt’

‘Die pot verf in de gang kan ik glimlachend passeren tot ik zin krijg in de klus.’Beeld Jitske Schols

De natuur is zonder mededogen. Dus als er al een zin van ons leven bestaat, moeten we die zelf maken, meent akoestiekadviseur Peter van der Boom (58) uit Zutphen. ‘Laten we meer scharrelen, structuren loslaten en zien wat er gebeurt. Dat kan al op kleine schaal: een gesprekje op straat waardoor we een trein missen.’

Zijn vader overleed binnen enkele weken aan Creutzfeld-Jacob, zijn moeder ging ten onder aan dementie. ‘De natuur is zonder mededogen en staat volstrekt onverschillig tegenover ons lot, dus als er al een zin in ons leven bestaat, moeten we die zelf maken’, zegt de 59-jarige Peter van der Boom. Hij groeide op in een harmonieus gezin met wederopbouw-ouders die ‘iets nuttigs doen’ als leidmotief hadden: timmeren, schoffelen en hard werken. Gebiologeerd door de structuren die ons op dit doel gericht houden, begon hij – na natuurkunde – aan een studie wijsbegeerte. Maar ook de filosoferende mens bleek in kringetjes te draaien: ‘De waaromvraag lijdt aan eindeloze regressie; zij roept steeds opnieuw dezelfde vraag op; er ligt altijd weer een doel achter het doel, er is geen absoluut antwoord.’ Filosoferen komt volgens hem op zijn best neer op scharrelen: vragen oppikken, een mogelijk antwoord formuleren, zien dat het niet houdbaar is en vervolgens verder zoeken. Zoals een kip op zoek naar graankorrels. Als filosoof richtte hij, samen met een vriendin, de Scharrelacademie op, broedplaats van een vrolijk leven. Kerngedachte is dat een tastend en onderzoekend leven weliswaar niet de zinsvraag oplost, maar wel leidt tot een vrolijk leven, een second best eindpunt.

Wat is de zin van ons leven?

‘‘Het leven heeft geen zin, maar ik wel’, zong Maarten van Roozendaal met zijn alcoholisch doorrookte stem. Dat antwoord bevalt me wel. De zinsvraag is onderdeel van een grotere structuur. Ons leven kenmerkt zich door een enorme gelaagdheid; we zijn niet alleen een voortplantend en voelend lichaam, een verzameling belevenissen, ontmoetingen en herinneringen, maar ook onderdeel van een gemeenschap. We hebben idealen en dromen opgelopen en mensen om ons heen verzameld die op ons rekenen. Vanuit deze structuur kunnen we onszelf niet meer los waarnemen: wij zijn daar onlosmakelijk onderdeel van. Van alle kanten wordt ons een ‘zin’ aangereikt. De zin van ons leven verdampt in veelvormigheid: in heel veel zinnen.’

En heeft deze structuur dan zin?

‘Het doel van de structuur kan van alles zijn: het leven zelf – dat we er überhaupt zijn – maar ook dat we een betere wereld achterlaten, een god dienen of zo veel mogelijk genieten. Ik ken geen criterium op grond waarvan we daaruit kunnen kiezen. De structuur is evolutionair ontstaan als stabilisator van onze samenleving, zodat we niet ten onder gaan. De evolutie werkt aan het voortbestaan van de soort. Maar of dat voldoende is om uit ons bed te komen?’

Moeten we de zinsvraag dan wel stellen?

‘Zeker. Het ongemak dat de vraag oproept, is interessant en ontregelend, want niemand kan een universeel antwoord formuleren, elke poging blijft particulier. Als we dat onderkennen, creëren we juist vrijheid, ruimte om niet te weten, ons niet vast te klampen, te zwijgen, zoeken en experimenteren. Dan gaan we scharrelen.’

Zin van het leven volgens onze lezers

‘Wat is de zin van ons leven?’ Met die vraag startte iedere aflevering van de interviewreeks die journalist Fokke Obbema in de Volkskrant publiceerde. Lezers kregen ook de kans om die vraag te beantwoorden in een interview met zichzelf.

Scharrelen?

‘Ja, zoals een kip. Ik geloof dat er zin ontstaat in het zo gelukkig en vrolijk mogelijk rondlopen op deze planeet. Onze cultuur gaat nog steeds uit van een hogere zingeving, waarbij we de wereld beter moeten achterlaten dan we haar hebben aangetroffen. Die opdracht is bovendien verbonden met lijden, de boodschap van Calvijn hertaald in een neoliberaal nuttigheidsdenken: vroeg opstaan, doorzetten, niet ziek zijn, altijd bereikbaar, onze vermogens tot het uiterste ontplooien (met dank aan Aristoteles). Via allerlei cursussen proberen we ons lijf en onze geest te stutten om die strenge opdracht te kunnen blijven uitvoeren, elke dag weer.

‘Laten we meer scharrelen, doelen en structuren loslaten en zien wat er gebeurt. Je de vraag stellen: ‘Wie heeft mijn doel eigenlijk bedacht?’ Dat kan al op kleine schaal: een gesprekje op straat waardoor we een trein missen, een opdrachtgever melden dat het een weekje later wordt, een dagje spijbelen van school. Zo zal er een andere samenleving ontstaan die ontspannener is, kan stilstaan bij alles wat we al bij elkaar hebben gebouwd, geschilderd en geschreven. Meer ruimte voor oma en onze kinderen, een ontmoeting op een bankje. Kortom: dat doen waarvan we zo genieten, onszelf meer belonen voor de prestatie dat we ons ‘eventjes’ staande houden in het lege, onverschillige heelal. Scharrelruimte ontstaat alleen als we ons niet steeds schuldig voelen over alles wat we niet doen. Het lukt mij inmiddels om klussen in huis nog niet uit te voeren. Er staat al tijden een pot verf in de gang om op een deur gesmeerd te worden, maar ik kan hem glimlachend passeren totdat ik er zin in krijg. De klus komt vanzelf een keer naar mij toe. Heerlijk.’

Maar hoe zit het dan met onze bestemming?

‘Dan kom ik bij mijn favoriete filosofische begrip: contingentie, de gedachte dat alles wat is niet noodzakelijk zo hoeft te zijn. Ons leven is door en door contingent: waar we geboren worden, met welke genen, op wie we verliefd worden, welke opleiding we volgen. Het bepaalt ons, maar het had net zo goed heel anders kunnen lopen. Dat besef is vermoedelijk uniek in het universum, maar sterk ondergewaardeerd. Want we leven alsof het bestaan van causaliteiten aan elkaar hangt. Zo construeren we het verhaal van onze bestemming. Ons geluk wordt sterk bepaald door de samenhang of overeenkomst tussen dit bestemmingsverhaal en de werkelijkheid waarin we leven, de structuur waarin we zijn terechtgekomen. Het gevaar daarvan is dat we zo veel mogelijk bevestigd willen worden in ons verhaal, in wie we zijn, wat we mooi vinden, wie goed en fout is. En wat nuttig is natuurlijk. We stollen in onze eigen ‘zin van ons leven’.

‘Met scharrelen koesteren we juist de vloeibaarheid, houden we de vaargeul open. Doordat we in beweging blijven – dat kan ook mijmerend, hoor – onderzoeken we steeds de randen van ons verhaal en kunnen we gestolde beelden herzien. We verbreden ons blikveld, doen nieuwe ideeën op en passen ons verhaal steeds aan of veranderen onze omgeving om de samenhang daartussen te herstellen. Dat lukt alleen door de structuren te blijven bevragen. Het doorzien van onze contingentie helpt daarbij. We hadden niet noodzakelijk ook heel iemand of iets anders kunnen zijn. Dat nuanceert en lucht op. Je verplaatsen in een andere evengoed mogelijke positie – een medemens, dier, plant of steen – maakt ons milder over onszelf en de omgeving. En mildheid is de sleutel voor een goed leven.’

Moet scharrelen ontregelen?

‘Scharrelen heeft een stout trekje. Het zoekt de randen van het gebruikelijke op. Zo overvalt me tijdens een begrafenis vaak een droef verlangen om de overledene te spreken. Ik hoor dan zoveel nieuws en interessants als aanknopingspunten voor een goed gesprek. Daarom heb ik voor een goede vriend, tot enige ontsteltenis van onze omgeving, een proefbegrafenis georganiseerd. In een café, bij stemmig kaarslicht en een biertje, namen we samen een koffertje vol foto’s, anekdotes, oude liefdes en depressies door. Het heeft onze vriendschap – bij leven – verder verdiept. Hij verkeert overigens nog in goede gezondheid.’

Helpt scharrelen in de omgang met de dood?

‘Ik was als kind vaak bang voor de dood, het oneindige niets. Nu kan ik er meer om lachen. Van een afstand bezien zijn we vreemde, lachwekkende wezens, een onhandig organisme. Dat vind ik een bevrijdend perspectief. Laten we zo hard lachen dat we de deurbel niet horen als de dood op de stoep staat. Misschien is dat ook wel het probleem van de vraag naar de zin van het leven: zij ontbeert humor!’

Houd een interview met jezelf over de zin van het leven, was de oproep aan lezers. Ruim vierhonderd inzendingen kwamen er binnen.

Jules Deelder wint het van de catechismus, of anders gezegd: ‘De zin van het leven ben je zelf’ verslaat ‘We zijn op aarde om God te dienen’. Ruim vierhonderd lezers reageerden op de oproep: schrijf in 1.500 woorden een interview met jezelf, beginnend met de vraag: ‘Wat is de zin van ons leven?’ Die vraag in december volgde op de eerder gepubliceerde interviewreeks over de zin van het leven. Kort na de oproep overleed Jules Deelder, waardoor hij kennelijk in de gedachten was van veel lezers die zo moedig waren zich het hoofd te breken over deze existentiële vraag.

De oplossing om het antwoord à la Deelder vooral dicht bij jezelf te zoeken, spreekt duidelijk aan in een ontkerkelijkt Nederland, blijkt uit de inzendingen. In elk geval is dat standpunt aanzienlijk populairder dan de catechismus, al werd die meer geciteerd. Een groot aantal Volkskrant-lezers gaf blijk van katholieke roots, maar geloven het er ooit ingestampte ‘dienen van God’ niet meer. Velen zijn voor zingeving op een spiritueel pad terechtgekomen; onthechting, voorbijgaan aan het ego en materiële waarden vormen nu de sleutelbegrippen.

Een kleine minderheid van de inzenders, veelal mannelijk, voelde zich uitgedaagd een alomvattende visie op het bestaan te schetsen zonder hun eigen leven in beeld te brengen. De meeste inzenders betrokken hun levensloop er wel bij. Velen vertelden daarover met grote openheid, met als resultaat ontroerende, soms schrijnende en pijnlijke, maar ook inspirerende en van veerkracht getuigende interviews. Aan het bekende adagium van de Hongaarse schrijver György Konrád (‘Op de vraag naar de zin van het leven antwoordt iedereen met zijn levensloop’) werd levenswijsheid toegevoegd.

Vooral een kunstige vermenging van een geleefd leven en persoonlijke levensfilosofie viel in de smaak bij de jury. Die zag zich voor een lastige taak geplaatst, omdat ieder leven en dus ieder verhaal eigenlijk de moeite waard was. Toch is ze tot een afweging gekomen, met bovengenoemde vermenging, schrijfkwaliteit, vermogen tot inspireren en originaliteit als voornaamste criteria. Winnaar Willem Marcelis brengt zijn levensloop vloeiend samen met de Rijn, runner-up Cile Schulz is uiterst eerlijk over haar zelfgekozen kinderloosheid en ‘scharrelaar’ Peter van der Boom blinkt uit in luchtigheid. Hun bijdragen staan dit weekend afgedrukt in de krant. Hier vindt u behalve hun verhaal nog een aantal inzendingen die in onze ogen ook zeer de moeite waard zijn. Rest ons alle inzenders te bedanken en de hoop uit te spreken dat zij tot een dieper inzicht in hun leven zijn gekomen, of in ieder geval plezier aan het schrijven hebben beleefd.

De jury: Kees Beekmans, Marjon Bolwijn, Fokke Obbema en Margreet Vermeulen.

Naast dit interview zijn er nog zes inzendingen die volgens ons zeer de moeite waard zijn van het lezen

Volgens Willem Marcelis (71), bedrijfskundige (gepensioneerd) uit Hapert, is het leven te vergelijken met een rivier: een stroom in de tijd die oplost in iets oneindigs – de zee. ‘Hindernissen maken een rivier tot wat hij is. Zonder hen zou hij niets zijn.’

Cile Schulz (53), beleidsadviseur uit Arnhem, koos ooit bewust geen moeder te worden. Reflecterend op de zin van haar leven voelt dat soms als een onjuist besluit. ‘Iedere vorm van leven is een toevalstreffer, het had er ook niet kunnen zijn. Er is geen zin, anders dan voortplanting, en dat heb ik dus niet gedaan.’

Volgens Aafke Komter is de vraag naar ‘de zin van ons leven’ verkeerd. ‘Er is geen ‘ons’ leven, net zomin als er een zin van ‘het’ leven is. De veronderstelling dat er een grote gemene deler zit in de mogelijke antwoorden op die vraag, klopt niet. Iedereen geeft op een eigen, unieke manier zin aan zijn of haar leven.’

Trees Roose loopt op haar vijftiende weg van huis. Haar moeder laat niet naar haar zoeken. De mens is volgens haar een ‘dolende stumperd’ die niks van de zin van het leven kan begrijpen. ‘Over zoveel miljard jaar blaast de zon zichzelf op en wordt deze schitterende blauwe aardbol gedegradeerd tot dood ijsblok. We zijn nog minder dan een splinter in een oneindige zwarte leegte waar geen aardse natuurwetten gelden.’

Onheil maakte vroeger al deel uit van het gezin waar Ton Hetebrij in opgroeide. Hij las vroeger de bijbel van kaft tot kaft en dacht de zin van het leven te hebben gevonden in het geloof. Maar langzamerhand dreef hij af, richting de poëzie. Maar toen er in 2019 een tumor bij hem ontdekt werd, vond hij vooral troost in anderen. ‘Hoe beeldend de poëzie ook vat had gekregen op mijn leven, zelfs de poëzie liet het afweten toen ik mijn eigen onheilsbericht onlangs te horen kreeg.’

Schrijver Dave Schut studeerde communicatiewetenschap maar deed dat met tegenzin, omdat hij met vragen zat waar de studie geen antwoord op kon geven. ‘Ik nam afstand van de samenleving, zowel uit verlegenheid als arrogantie, en wilde pas weer meedoen als ik precies wist waarom, en op welke manier.’

Als kind wilde Ton Roumen het liefst priester worden, hoewel zijn vader hem liever als econoom of accountant zag. Hij raakte geïnteresseerd in tantra, en geeft nu sinds tien jaar meditatieretraites. ‘Tantra is veel meer dan een verzameling seksuele praktijken, het is een wegwijzer naar je bestemming, naar wie jij in oorsprong bent. Die bereik je door alle emoties te voelen en te aanvaarden, de mooie en de lastige.’

Bioloog Frans Ellenbroek beseft meer dan ooit nu hij met pensioen is dat het antwoord op de vraag van de zin van het leven ligt in de manier waarop we onze tijd besteden, en dan met name onze vrije tijd. ‘Het evolutionaire systeem heeft intelligente regels ontwikkeld voor ons tijdmanagement. Kijk maar naar planten en dieren, zonder culturele invloed op tijdsbesteding. Hebben die vrije tijd? En draagt vrije tijd bij aan hun fitness?’

Schrijver Lotte Kok was op jonge leeftijd al veel alleen. ‘Eenzaamheid kan iets heel geks met je doen. Hoe langer je alleen bent, hoe meer je gaat denken dat het aan jou ligt, dat er iets vreemds met je is.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden