Interview Bob Fosko

Last van ‘sterfstress’ heeft Bob Fosko nog niet: ‘Ik laat van me horen, zo lang het kan’

Bob Fosko Beeld Manon van der Zwaal

Met de Raggende Manne zocht zanger Bob Fosko ( 63 ) jarenlang de grenzen op van het sonisch toelaatbare. Na twintig jaar was het tijd voor een reünie. Wat een feest moest worden, blijkt nu een afscheidstournee.

Het begon eind november 2018 met vage klachten. Buikpijn. Even naar de huisarts. Iets met stress? Een beginnende maagzweer? Een maagonderzoek en een gastroscopie verder bleek het veel ernstiger. Op 7 januari kreeg hij het eerste slechte nieuws. Kanker. Op 14 januari volgde het tweede. Uitzaaiingen, onder meer naar de lever. Stadium 4. Dan ziet het er slecht uit.

Geert Timmers, de man die we beter kennen onder zijn artiestennaam Bob Fosko, had ineens slokdarmkanker, net op het moment dat zijn hysterische rockband de Raggende Manne klaar was voor de wedergeboorte. In de originele bezetting met Theo Slagter (gitaar), Palli Gudmundsson (drums) en Louis ter Burg (bas), aangevuld met extra gitarist Arnold Smits, uit een latere incarnatie. Alles kleeft, het eerste volwaardige studioalbum sinds Omschudden (1998), lag klaar. Een mooie clubtournee was geboekt.

‘Ik dacht nog even: als ik nou kan genezen na een operatie, dan kunnen we die tournee misschien over de zomer heen tillen’, zegt hij, aan zijn keukentafel in Amsterdam. ‘Maar toen die optie wegviel, dacht ik: ik voel me goed, ik kan eten, ik kan zingen, vooruit met de geit. Een halfuur raggen op een podium kan ik nog best. En het is ook hartstikke leuk, natuurlijk.’

De Raggende Manne in het Patronaat in Haarlem Beeld ANP

Hij heeft net zijn tweede chemokuur gehad en voelt zich goed. Hij ziet er ook goed uit. Maar het is natuurlijk helemaal niet goed. ‘De tumor is nog in ontwikkeling. Dat biedt wel wat hoop voor het komende jaar, maar mensen die me vertellen dat ik misschien nog wel tien jaar meekan, doen dat vooral omdat ze iets aardigs willen zeggen. Ik voel me nu prima, maar ik kan ook volgende maand op apegapen liggen.’

Enfin, afkloppen. Hij staat er monter en pragmatisch in. Zijn stem klinkt normaal, maar is als zangstem wel wat onvoorspelbaar geworden. Daarom krijgt hij op de podia ondersteuning van verrassingsacts. Bij het eerste optreden in het Patronaat in Haarlem deed Ro Krom mee: ex-­Gotcha! en rond 1993 even een Raggende Man.

‘Het ging goed’, zegt Timmers opgetogen. ‘Volle zaal. Er hing wel emotie in de lucht, maar we hadden ook veel lol. Kijk, ik heb natuurlijk erg slecht nieuws gehad, maar moet ik dan maar alles uit mijn poten laten vallen? Dat kan ik niet en ik heb er ook helemaal geen zin in.’

Geen enkele band ter wereld lijkt op De Raggende Manne, die van 1988 tot 1999 actief was en daarna, een korte reünie (2013-2014) daargelaten, een sluimerend bestaan leidde. Korte, heftige, experimentele rocksongs maakten ze, waarover Fosko zijn unieke eigen poëzie brulde. ‘Zal ik jou eens even lekker in je bek schijten, of heb je al poep in je hoofd?’ Of: ‘Ik vind je leuk, ik vind je aardig, maar je stinkt uit je bek als een beer uit zijn reet!’ Het zijn, tegen wil en dank, klassieke oneliners uit de Nederlandse popgeschiedenis geworden. Bijna altijd eindigden de projectielen van De Raggende Manne abrupt, met een door Fosko gebruld ‘één, twee, drie, stop!’

‘Ik ben dol op kale, heftige, directe taal’, zegt Timmers. ‘De broers van mijn moeder waren vrachtwagenchauffeurs: jongens van de gestampte pot. Geen ­gelul, hart op de tong. Mijn moeder was zelf ook zo. Het zit in de familie.’

Timmers doorliep de Academie voor Expressie in Utrecht, maar koos in de tweede helft van de jaren zeventig voor Amsterdam. Vera Jong (nog altijd zijn vrouw) was zwanger van hun eerste en dus betrokken ze er een kraakpand. Niet omdat ze zulke ideologisch gedreven krakers waren, maar gewoon omdat ze een huis nodig hadden en via reguliere weg nergens voor in aanmerking kwamen.

Timmers speelde in de band Scratch, ‘Engelstalig, funky met werk van bijvoorbeeld Herbie Hancock’, maar zijn stem was ongeschikt voor dat repertoire en met het Engels kon hij ook al niets. Zijn volgende band was De Steile Wand: ­Nederlandstalig, ‘maar ook braaf en een beetje behaagziek.’ Timmers hield van de taal van Raymond van het Groenewoud, Wim T. Schippers, Koot en Bie, Lucebert, De Div en Herenleed, ‘mensen die een eigen gebied afbakenden en daarbinnen deden wat ze wilden.’

‘De Raggende Manne kwamen voort uit recalcitrantie’, zegt hij. ‘We wilden een plaat maken die niemand mooi vond, zo begon het eigenlijk.’ De zelfverzonnen genre-aanduiging ‘hectische jazzpunk’ was nog van toepassing op de eerste platen Vijf sessies (1988) en Knuppelhout (1990). Daarna werd De Raggende Manne meer een rockband, zij het een allesbehalve conventionele. De eerste helft van de jaren negentig was de glorieperiode, van Brandende vlierbessen (1991) tot Rooie pap (1995). Poep in je hoofd (1995) zou het vaakst geciteerde Raggende Manne-lied blijven. Toen kwam de bezettingscarrousel en bleek in 1999 de rek eruit.

‘Meerdere leden van de band woonden hier in de straat, de Oostelijke Handelskade. Ikzelf woonde een paar deuren verderop, boven De Cantine. In dit huis wonen we sinds 1992. De geschiedenis van De Raggende Manne is erg verbonden met deze buurt.’

Beeld Hollandse Hoogte

De Raggende Manne pasten in geen enkel format, maar genoten de warme steun van de VPRO, die alternatieve, ­tegendraadse muziek de ruimte gaf op radio én tv. Dat was genoeg. ‘Ik ruziede weleens met mijn label. ‘Het woord ‘reet’ in je tekst, zou je dat nou wel doen? De NCRV en de KRO draaien het zo niet.’ Daarvan werd ik opstandig. Terwijl ik best begreep hoe een hit in elkaar stak.’

Dat bleek wel toen hij in 1992 opdook met de gelegenheidsgroep Blunt Axe: Ben d’r helemaal klaar voor haakte ludiek aan bij de housetrend van dat moment en bereikte plaats 17 in de Top 40. In 1996 stond hij zelfs bovenaan de hitlijst met de happy hardcore-parodie Gabbertje (afzender: de gelegenheidsgroep Hakkûhbar met onder anderen Ruben van der Meer). Een paar maanden later bleek de grap nog steeds leuk: Super Gabber stond op nummer 3.

‘Zo’n kreet, housebeat eronder... Ik dacht: volgens mij heb je dan een hit. En dat was dus ook zo. Alleen hadden we daar met De Raggende Manne natuurlijk geen zin in.’

Rijk werd hij er niet van, en van De Raggende Manne al helemaal niet. Timmers had het ook niet zo nodig. Hij kon goed rondkomen als acteur: eerst in boevenrollen aan de politieacademie, daarna op televisie (VPRO), in het theater (Ro Theater, My Fair Lady), als campagnestem voor de SP en in reclames.

‘Na 1995 viel de oude bezetting van De Raggende Manne uit elkaar. Ik bleef als enige over. We maakten nog een voetballiedje voor het WK voetbal in Frankrijk, in 1998: Le ­ballon est rond. Maar eigenlijk bleek dat we zoiets met de Raggende Manne nauwelijks nog voor elkaar kregen. Het was op, artistiek en qua vriendschap. Het schip zonk.’ Na de breuk in 1999 maakte hij platen met bands als De Gorelev (1999-2004) en de band Fosko (2005-2008). Eigenzinnige muziek. Goede ­ontvangst. Goede optredens. ‘Maar op de een of andere ­manier lukte het nooit dat werk goed in de markt te ­zetten.’

De reünie van de Raggende Manne vindt zijn oorsprong in 2013, toen Timmers de catalogus van de band digitaal ging exploiteren om zijn schulden aan het label Pias af te ­betalen. ‘Dat ging heel goed, die schuld was zo weggewerkt en de belangstelling was opvallend groot. Toen ­zeiden we: laten we de oude koe weer uit de sloot halen.’

Het leverde Het is niet wat je denkt, het is veel erger (2014) op, waarop de Manne een nieuwe schrijf- en werkwijze probeerden te ontwikkelen. Fosko was maar half tevreden over het resultaat, maar raakte wel geïnspireerd om het ook weer eens op de oude manier te doen: ‘Gewoon de ­studio in met een berg ideeën, inspelen en kijken wat het oplevert. Als ik weet dat er een studioperiode aankomt, zet ik mijn radar aan. Zo sta ik open voor rare gebeurtenissen, zinnetjes die ik mensen hoor gebruiken of kreten die langsvliegen op straat.’

Van de opbrengst van die sessies stelde slagwerker Palli Gudmundsson uiteindelijk Alles kleeft samen, een gloednieuw, ouderwets leuk Raggende Manne-album. Aanvliegen. Dat maak ik zelf wel uit. Ik geloof dat jij het niet helemaal snapt. In de wereld van Bob Fosko en de Raggende Manne zijn het songtitels.

En toen dus die bezoekjes aan dat ziekenhuis.

‘Twintig jaar geleden, toen de Raggende Manne net gestopt waren, had ik gezondheidsklachten. Ik was een beetje opgebrand. Toen zei mijn huisarts: als je oud wilt worden, moet je je levensstijl aanpassen. Sindsdien beweeg ik meer, heb ik mijn eetgewoonten aangepast en ben ik gestopt met roken. Ik voelde me goed. Zo kan ik nog wel een tijdje mee, dacht ik.’ En ineens zit je tegenover een arts in het OLVG in Amsterdam-Oost, en is het allemaal anders.

Op Alles kleeft staat een liedje dat Stil blijven zitten heet: ‘Ik kan niet stil blijven zitten! Heb ik altijd gehad! Als ik niks doe, dan verveel ik me kapot!’ Zo was het al toen hij nog kerngezond was. Nu is het nog erger. ‘Het is natuurlijk een verdrietige toestand, maar ik merk ook dat ik veel ruimte heb gekregen. Flauwekul is geen optie meer, al mijn tijd steek ik in dingen die ik leuk en belangrijk vind. In dat opzicht voel ik me beter dan twintig jaar geleden.’

Tegen een vriend zei hij laatst dat hij voorlopig nog geen ‘sterfstress’ heeft – een schitterend Foskowoord, het zou de titel van een Raggende Manne-song kunnen zijn. Hij schreef trouwens al een liedje over zijn ziekte, dat uiteraard nog niet is uitgebracht. Hij pakt zijn laptop om het te laten horen en vertelt dat zo’n onderwerp wel past bij de nieuwe Raggende Manne: meer diepgang en betekenis.

‘Het klopt, het klopt/ Achter mijn hart, diep in mijn keel (...) Ik blijf zingen, ik ga niet zitten, laat van me horen, zo lang het kan.’

De Raggende Manne: Alles kleeft. PIAS.

Live: 14/3 Burgerweeshuis, Deventer. 16/3 Melkweg, Amsterdam. Tournee.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden