'Laat mensen merken dat biechten feest kan zijn' '

Er kan weer worden gebiecht. Niet in een biechtstoel, maar op een rustig plekje ergens in de St. Janskathedraal in Den Bosch....

Zomaar zonder afspraak binnenlopen en ter biecht gaan, is een zeldzaamheid geworden in een gewone kerk. Alleen kloosters bieden die mogelijkheid nog. Volgens pastor Th. van Osch van de kathedrale parochie in Den Bosch is er behoefte aan meer. Hij schat dat in mei en juni zo'n honderd personen gebruikmaakten van de nieuwe dienst, vooral gelovigen onder de veertig en ouderen boven de zeventig. De generatie daartussenin meldt zich niet.

De een komt binnen, somt de dingen op die hem dwarszitten, en vertrekt. De ander komt voor een gesprek. Veel biechtelingen voelen zich schuldig. Omdat ze hun partner onrecht aandeden, omdat ze hebben gestolen, of - wat veel voorkomt - omdat ze zich in hun haast en prestatiedrang te veel hebben gehecht aan materiële goederen. Werkgevers biechten dat ze hun werknemers onheus bejegenden. Ze komen allemaal voor de absolutie, de vergeving door God, en krijgen een penitentie opgelegd, de opdracht om het aangedane kwaad waar mogelijk te herstellen.

De aanleiding voor de herinvoering van de biecht in de St. Jan is het Jubeljaar, dat volgens de roomse traditie een jaar van verzoening is waarin alle schuld moet worden kwijtgescholden. De Bossche pastors hebben de traditionele toeloop in mei gebruikt om de biecht weer onder de aandacht te brengen. In mei komen veel gelovigen de 'zoete lieve vrouw van Den Bosch' in de St. Jan vereren.

De pastors van de St. Jan hopen de biecht te ontdoen van haar beladenheid en het taboe erop op te heffen. 'Want waarom zou er een taboe op de biecht moeten bestaan, terwijl dat voor niets anders meer geldt?', zegt Van Osch. 'De biecht kan zeer waardevol zijn. Er zijn psychologen die beweren dat er heel wat minder psychisch leed zou zijn als mensen zouden gaan biechten.'

Liever dan over het beladen woord 'biecht' spreekt hij over het sacrament van vergeving dat hij wil afstoffen. 'Wij willen mensen laten ervaren dat biechten een feest kan zijn: het feest van de door God geschonken vergeving. In de kathedraal, de moederkerk van het bisdom, willen we dit voorbeeld stellen voor andere parochies.'

De promotie van de biecht past in het offensief dat de paus en bisschoppen hebben ingezet om de positie van de priester als exclusieve bemiddelaar tussen God en de gelovige te versterken. Volgens Van Osch is de biecht nooit afgeschaft en bestaat de verplichting om eenmaal per jaar het sacrament van vergeving te ontvangen, officieel nog altijd.

Waarom heeft een mens een priester nodig om in het reine te komen met God? 'Dat moet je aan Jezus Christus vragen', antwoordt Van Osch. 'Het loopt via een priester omdat God vlees en bloed is geworden in Jezus. De kerk vertegenwoordigt Jezus en God op aarde.' Vaag vindt hij die redenering niet. 'De priester is gewoon de bemiddelaar. Het gaat niet om de priester zelf. Hij kan zelf niks vergeven, maar hij is wel de enige die het sacrament van vergeving namens God kan toedienen, een vergeving die zonder twijfel definitief is.'

Dat de generatie van veertig tot zeventig jaar niet warmloopt voor het experiment, verrast Van Osch niet echt. Het zijn juist de mensen die de traditionele kerk in de jaren zestig en zeventig vaarwel zeiden. Zij hebben in hun jeugd in rijen voor de biechtstoel gestaan om op commando uit het hoofd geleerde rijtjes met zonden op te biechten.

De grootste spanning hing om de zonde van de onkuisheid. Maar of dat schuldbesef in die tijd zo doorleefd was, kun je je afvragen, meent Van Osch. Feit is dat de biecht generaties pubers vervulde van godsangst en een knellend zondebesef.

Halverweg de jaren zestig was het ineens afgelopen met de biecht. Na het Tweede Vaticaans Concilie verdween zij naar de achtergrond en ging de kerk over op collectieve boete en vergevingsdiensten, waarbij niemand zijn zonden meer expliciet hoefde te benoemen.

Van Osch vindt dat jammer. De verantwoordelijkheid voor fouten aanvaarden is niet genoeg, meent hij. Dat is te makkelijk. 'Je zegt dat je verantwoordelijk bent en dat is het dan. Je laat de rommel vervolgens liggen. Dat is niet de opdracht van de mens. Zijn opdracht is gebroken dingen herstellen in relatie tot de mens en tot God.'

De traditionele tak van de rooms-katholieke kerk wil daarin weer meer betrokken zijn. Zij wil een rol hebben bij de vorming van het geweten. En daarbij hoort het creëren van een gezond schuldbesef, meent de pastor.

Dit is een zeer heikel onderwerp, erkent hij. 'Veel priesters hebben niet meer de moed om over schuld te spreken, omdat hun dan wordt verweten dat ze mensen een schuldcomplex aanpraten. Het is tegenwoordig meer ''in'' om mensen juist van hun schuldgevoelens af te praten. Ik denk dat erkennen dat je schuldig bent en dat je ervan verlost kunt worden, beter is dan het weg te praten. Ik denk dat een gezond schuldgevoel geen kwaad kan, omdat het het geweten scherp houdt. Het kan bijdragen aan een herwaardering van normen en waarden.'

Gelukkig voor Van Osch loopt het niet storm. Als iedereen zou komen biechten, zouden er ernstige capaciteitsproblemen ontstaan, zo erkent hij. 'De priesters staan nu al onder druk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden