Laat maar lopen die fiets

Het asfalt is voor de wegnichten. Het rulle zand, de bodemspleten, de bladermassa’s, de dennennaalden en de diepe kuilen van het bos zijn voor de mountainbikers....

Het lange rechte schelpenpad glooit lichtjes omhoog tussen de sparren. Dit is te doen op het middenblad voor. Even zoeken naar het juiste ritme. Wat had de instructeur ook alweer gezegd? Achter een tandje lichter rijden dan voor je gevoel prettig is. Goed tegen de verzuring. Ha, voorlopig kunnen we vooruit in deze versnelling. Tijd om opzij te blikken naar de eerste aanzetten tot herfstkleur op de Veluwezoom.

Maar zo werkt het niet op een bergfiets. Plotsklaps slaat de instructeur rechtsaf en zien we nog net zijn achterwiel in de diepte verdwijnen. De rest van het gezelschap knijpt in de hydraulisch bediende schijfremmen, en kijkt met ontzag de diepte van het dal in. Worden de cursisten geacht dit ook te kunnen?

Beneden heeft hun docent zijn Trek in de varens neergevlijd en wuift uitnodigend. De eerste durfals zoeken de helling op. De derde knijpt op het steilste stuk te gretig in de handgrepen, er klinkt wat geknerp van blokkerende wielen, en de afdaling eindigt halverwege met een tuimeling tussen de bodembedekkers. De analyse volgt onmiddellijk: ‘Eigenlijk val je alleen doordat je nagenoeg stilstaat. Laat maar lopen die fiets. Snelheid is stabiliteit.’

De volgende hindernis volgt aansluitend: weer terug naar boven. Zo werkt dat op een terreinfiets. Van challenge naar challenge. Welkom in de wereld van drops, bunnyhops en nose wheelies.

Het is een in uitdossing gevarieerd gezelschap dat zich deze ochtend heeft verzameld in de kantine van tennisvereniging Beekhuizen op de flanken van de Posbank bij Velp. De een in thermo-ondergoed en op klikschoenen, de ander met een regenjack en op afgetrapte gympen. Een korte steekproef leert dat menigeen een racefiets in de schuur heeft staan. Maar er moet toch een alternatief zijn voor de winters op kletsnatte wegen of in snijdende vrieswinden, of indoor spinnen op beukende beats? Anderen willen het gewoon eens proberen, rossen in het bos.

Eigenaar/instructeur Karst Zijlstra van mtbclinics.nl heeft wel een profiel van zijn klandizie (2.000 tot 3.000 cursisten per jaar): 40plus (‘ze krijgen in deze levensfase wat meer vrije tijd, denken wat meer aan hun gezondheid’), hoogopgeleid (‘het is geen goedkope hobby’) en een onafhankelijke geest (‘ze zijn niet van het verenigingsleven’). Maar ruwweg weerspiegelt de samenstelling van de groep van veertig man in de kantine ook de tweedeling in de scene: de een watertandt bij het ontwaren van kuilen, spleten en hobbels, de ander gaat liever lang rechtuit in het bos; het is de fietser op de weg die in het koudste seizoen de luwte opzoekt – ‘wegnichten’ volgens de hardcore freestyler.

Maar ook wegnichten zien nog wel een uitdaging in de klim uit het lommerrijke dal, zeker met de aanmoedigingen van de andere deelnemers en de aanwijzingen van Zijlstra in de rug. ‘Laag zitten! Balans houden! Rechtuit sturen! Let niet op wat je tegenkomt! Kijk waar je naartoe moet!’ Zelf had hij het voorbeeld gegeven: ketting voor nog op het middenblad, intussen zonder naar adem te happen tekst en uitleg gevend. Ik kom zelfs op het allerkleinste verzet bijna tot stilstand. ‘Ellebogen naar binnen!’ Een laatste snok. Boven.

Het zijn manoeuvres die hij met zijn groep – negen heren, drie dames – wel aandurft na wat circusachtige oefeningen op een parkeerterrein om met het gehuurde rijwiel in gesprek te raken. Daar moeten we over boomstammetjes springen – even uit het zadel, de pedalen horizontaal houden en dan het voorwiel omhoog trekken, het achterwiel volgt bijna vanzelf, verzekert Zijlstra. Je kunt die met behulp van je klikpedalen trouwens ook wel iets van de grond krijgen. In géén geval remmen als je neerkomt. Vervolgens een blok met een smalle plank over, die halverwege omkiept. Vaart houden, en eenmaal halverwege vooruit kijken – gaat altijd goed. Dat gedurende de rondjes een enkele keer het geluid van een klapperende ketting klinkt, gevolgd door een doffe plof in het stof, daar kijkt de begeleiding niet van op. ‘Ik val zelf ook geregeld.’

Eenmaal onderweg regent het tips. Waar wegnichten graag bij elkaar in het wiel kruipen, luidt het devies onder mountainbikers: afstand houden. Zo kun je ‘het terrein lezen’. Waar loopt het spoor? Hoe liggen de wortels? Welke ondergrond wacht? En tijd genoeg om vaart te minderen als je voorganger in de malaise komt.

Voor een zandverstuiving houdt Zijlstra stil voor nieuwe instructies. Eerst vaart maken waar het nog kan. Eenmaal in het zand: tractie houden. Niet te klein schakelen, dan spinnen de wielen. Niet te veel bijsturen, laat de fiets zelf een weg vinden. Maar de ideale ondergrond is het natuurlijk niet: ‘Zoek als het kan een grasrandje op.’

Als het groepje een lange helling afstuitert, met rulle gedeeltes en wortels waar aan de dalzijde door regen uitgespoelde putjes gapen, zoemt het advies in het achterhoofd: laat lopen die fiets. Zoek eens wat kantjes op. Maak er letterlijk een flow van, ga zoals water zich heuvelafwaarts een weg zou banen. Maar al snel dringt zich de vraag op of we toch eens mogen remmen, en zo ja, waarmee dan. Bij zo’n drop, een sprongetje naar beneden, kun je er beter van afblijven, maar voor het overige mag het met beide, zegt Zijlstra.

Het brengt zijn toelichting wel op een van de taboes in wielerland: het gebruik van de voorrem. ‘Onterecht. Daar zit 70 procent van je remkracht. Daar moet je gebruik van maken. Alleen in bochten moet je er vanaf blijven. Dan trek je de fiets onderuit.’ De cursisten moeten maar eens ervaren welke power schuilgaat in die blokjes vooronder. Volle kracht aanzetten, en voorbij dit stammetje vol in de ankers; zonder de boel te blokkeren natuurlijk. Stof wolkt op, de noppen trekken een spoor in het gravel. ‘Zie je?’ Wat tijdens het remmen nog beter werkt: de armen strekken, de pedalen iets naar achter kantelen. De fiets voelt er stabieler door. Voor later, eens een keer: ver gevorderden zijn al aan het proberen of het toch niet kan, met de voorrem in de bocht. Zijlstra: ‘De fiets kan altijd meer dan je denkt.’

Naast het geven van clinics en het organiseren van vakanties in de bergen, schrijft hij voor Fiets en bladen van de ANWB over het mountainbiken. Hij heeft de hele ontwikkeling gevolgd: van stalen frames met cantilever-remmen (‘als je een berg af was geweest, waren je armen compleet verzuurd’) tot kaders van carbon met schijfremmen, voor en achter afgeveerd, en zadels die met een druk op de knop naar beneden zakken.

Weer omhoog, langs de begraafplaats van Rozendaal. De truc van het dubbel klikken komt langs. Terwijl de ketting naar het kleine voorblad verschuift, bewegen de schakels zich achter in omgekeerde richting. Dat maakt de overgang naar een lichter verzet geleidelijk. Maar altijd eerst even een snokje geven. Zijlstra: ‘Als het goed is, hoor je geen geluid.’ Het kraakt in de groep van jewelste. Een kreet vol ergernis. ‘Shit, welke kant op wordt ’ie ook weer kleiner?’

Na een slingerend spoor zoemen de tractorbanden ineens weer op het asfalt. Eén incident vandaag. Bij ’t Hugje, een steile wal waarop de deelnemers na een venijnig klimmetje onmiddellijk scherp naar links moeten afbuigen, is iemand rechtdoor gevlogen, de struiken in.

De tenniskantine verschijnt tussen de bomen. Ineens wordt een voor een racefietser zeldzaam gevoel merkbaar: spieren in arm en schouder melden zich. Een voldane stemming welt op: dit was echt mountainbiken.

Zijlstra: ‘We hebben nog heel wat links laten liggen. Steile trappen, wortelklimmen, hobbelplateaus. Allemaal niet gedaan.’

Dat is wel een beetje een mentale drop.

Een uitgebreid overzicht van de twintig mooiste mountainbikeroutes in Nederland is te vinden op www.vk.nl/winterfietsen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden