Kwetsbaar is de liefde, en doornig

Het voormalig fotomodel Rosalie van Breemen trok al eerder dit jaar mijn aandacht. Haar uitgever nodigde me tot mijn verrassing uit voor de presentatie van haar boek, en in de uitnodigingsbrief bleef ik vol bewondering hangen bij de ondertitel daarvan: ‘Hoe laat je je huwelijk mislopen en maak je van...

Hoewel niet in staat de uitnodiging te aanvaarden, dook ik een ochtend lang in het leven van Rosalie van Breemen, en zo kwam ik al gauw te weten dat sinds het mislopen van haar huwelijk allerlei onbekende mannen ’s nachts visitekaartjes onder haar ruitenwissers stoppen en Weihnachtsstollen in haar brievenbus.

Indertijd wist ik even niet zo goed hoe die brievenbus en die Weihnachtsstollen te duiden. Was de mededeling misschien een metafoor? Maar nee, in mijn kennissenkring overheerste de mening dat je de stol letterlijk moest nemen – en inmiddels ben ik erachter dat dat ook zo is. Inderdaad spoken er ’s nachts rare mensen rond het huis van Rosalie van Breemen. In een televisieprogramma hoorde ik dat het niet blijft bij Weihnachtsstollen; ze wordt al enige tijd gestalkt. Hierdoor was ze wel zo angstig geworden, zei ze, dat ze niet langer ligt ‘te snurken als een roos’.

Een snurkende roos, die was ik nog niet eerder tegengekomen. En terwijl ik bij gebrek aan andere onderwerpen deze week nadacht over het lot van Rosalie van Breemen, kreeg haar snurkende roos in mijn gedachten een gezichtje, hij groeide uit tot een zingende Disneybloem. ‘You can learn a lot of things from the flowers’, zong hij. ‘For especially in the month of June, There’s a wealth of happiness and romance, All in the golden afternoon.’

Zo bracht de snurkende roos me uiteindelijk op het pad van de bloemensymboliek. Op de gedachte dat je veel van bloemen kunt leren – vooral in juni. Daarmee bleef ik bij het thema van de liefde, want de populaire verhandelingen over bloemen die ik las, wezen de roos natuurlijk meteen aan als een symbool voor liefde, ‘Houd van mij’ en ‘Ik ben u waard’.

Maar gelukkig stopten ze niet bij de clichés van de Victoriaanse tijd. Ze doken verder de geschiedenis in, naar de 15de eeuw en de humanistische symboliek van Sandro Botticelli, en wezen op de rozen die op zijn schilderij De geboorte van Venus ronddwarrelen, terwijl de godin vanuit zee aan land wordt gebracht op een grote schelp. De roos, schrijven ze, was een vast attribuut van Venus, en van haar Griekse alter ego Aphrodite: het verhaal wil dat uit het zeeschuim witte rozen opbloeiden, toen ze op Cyprus aan land stapte.

De wetenschappers die ik erop nasloeg, deden natuurlijk ingewikkelder over de roos van Botticelli. Voor hen was de roos geen afzonderlijk symbool, maar was hij opgenomen in een programma dat betekenis kreeg in het culturele milieu waarin het schilderij was gemaakt. De grote kunsthistoricus Aby Warburg ging aan het eind van de 19de eeuw op zoek naar de samenhang tussen de kunst van Botticelli, de dichters die hem beïnvloeden, en de wensen van rijke opdrachtgevers, families van bankiers en bestuurders zoals de familie De Medici.

Terwijl ik verlekkerd ronddwaalde door de 15de eeuw, waar leiders opdracht gaven aan dichters om de ideeën te verwoorden die gezag moesten verlenen aan hun heerschappij, stuitte ik op een artikel van Renaissancekenner Philippa Berry. Ze schreef over de bloemen op Botticelli’s lenteschilderij Primavera, die uit de mond van de bloemengodin in de handen van lentegodin Flora stromen, waar ze vervolgens de allure krijgen van goddelijk geïnspireerde woorden. Hiermee doelde de schilder volgens Berry op de overgang van simpele natuur naar sublieme kunst – en daarmee op de aankondiging van een nieuwe gouden tijd.

Maar het was niet alleen maar bloei en verfijning en humanistische beschaving op het schilderij van Botticelli, schreef Berry. In het Florence van de 15de eeuw waren er zorgen over snelle culturele veranderingen, over populisme en verval van de moraal. Hoewel Venus op het schilderij centraal staat, godin van de liefde en belichaming van het ideaal van humanitas, heeft Botticelli daarnaast een duistere en aardse stemming ingebracht van ‘bovennatuurlijke kracht, intense angst en delicate schoonheid’.

Terugbladerend naar de populaire verhandelingen over bloemen, vond ik die tegenstelling tussen verheven ideaal en labiele werkelijkheid ook terug in de simpele symboliek van de roos. Toen Eva uit het paradijs werd verdreven, nam ze een witte roos mee, maar eenmaal buiten de poorten van het paradijs veranderde die in een rode roos. En daarmee, las ik, werd de rode roos symbool voor de aardse liefde, voor de wereldse begeerte en de vergankelijkheid van het leven.

Met dit kernthema van het humanisme in mijn hoofd, de spanning tussen de witte verhevenheid van onze ideeën en de rode hartenklop van onze praktijk, wandelde ik door de geschiedenis terug naar Disney. Daar hadden de tuinmannen per ongeluk witte rozen geplant, terwijl de hertogin rode had besteld; ze kwastten er in de rozentuin ijverig op los. ‘Painting the roses red / We’re painting the roses red / We dare not stop / Or waste a drop / So let the paint be spread / We’re painting the roses red.’

De praktijk is weerbarstig en doornig, de aardse liefde is kwetsbaar en vergankelijk, maar we kunnen nu eenmaal niet zonder. Dat is de humanistische boodschap die Rosalie van Breemen, Botticelli en de bloemen ons leren in de lentemaand juni. ‘We’re painting the roses red / And many a tear we shed / Because we know / They’ll cease to grow / In fact, they’ll soon be dead / And yet we go ahead / Painting the roses red.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden