Kwesties van sperma of ei

Neem een vuil overhemd en stop dit in een pot met graankorrels. Laat het gist uit het overhemd zich mengen met de geur van het graan en in drie weken verandert dit mengsel in levende muizen....

Maden? Die ontstaan spontaan in rottend materiaal. Snoek, paling en karper worden door riet voortgebracht en adders kun je uit stof kweken.

Begin 17de eeuw behoorden zulke noties tot de algemene wijsheden over de voortplanting. Vijftig jaar later waren de inzichten radicaal verbeterd. Hoe dat ging, die revolutie in het denken, beschrijft de Britse etholoog Matthew Cobb in zijn boek De ei- en spermarace.

Over mensen (en hogere dieren) was wel bekend dat er een verband bestaat tussen copulatie en geboorte. Maar hoe zat dat dan? Niemand had een vrouw of een vrouwelijk zoogdier ooit een ei zien leggen, bijvoorbeeld. In de 5de eeuw voor Christus meende Hippocrates dat embryo’s werden gevormd door vrouwelijk zaad (menstruatiebloed) en mannelijk zaad (sperma). Welnee, vrouwen hebben geen zaad, maar leveren alleen de stof waarvan de foetus is gemaakt, terwijl het mannelijk zaad de vorm van die foetus bepaalt, aldus Aristoteles een eeuw later.

Twee denkwijzen met grote invloed, ook nog op de geleerden die in de 17de eeuw veel voortplantingsgeheimen ontsluierden. De meesten waren Nederlanders.

Zoals Jan Swammerdam (1637-1680). Hij ontdekte veel over de insectenvoortplanting. Zo sneed hij een zijderups open en liet zien dat de vleugels en het kopje van de vlinder daar al in zaten. Vlinders kwamen dus niet uit rottende rupsen.

Reinier de Graaf (1640-1673) toonde aan dat het aantal lege follikels in de vrouwelijke eierstok bij konijnen overeenkwam met het aantal embryo’s in de baarmoeder. Dat steunde het vermoeden dat ook zoogdiervrouwtjes eitjes hadden, maar niemand had er een gezien en de functie bleef onduidelijk.

Dat werd niet beter toen Antoni van Leeuwenhoek (1632-1723) in 1677 onder zijn microscoop de spermatozoïden ontdekte. De zwemmende zwiepstaartjes moesten wel iets met de voortplanting te maken hebben, maar wat precies?

Er ontstonden twee kampen: de ovisten en de spermisten. De eersten zeiden dat het eitje het begin van het embryo is en dat sperma slechts uit parasieten bestaat. Maar de spermisten wisten zeker dat de spermatozoïden het embryo-beginsel bevatten en dat de eicel als voedsel dient voor deze ‘diertjes’.

De controverse duurde voort, ook toen in 1828 het menselijk eitje echt werd waargenomen. Pas in de jaren ‘70 van de 19de eeuw werd de samensmelting tussen ei- en spermacel ontdekt en deden erfelijkheidsleer en later genetica de rest.

Cobb vertelt zijn verhaal vlot, maar heeft veel woorden nodig voor de historische achtergronden. Soms is hij slordig, bijvoorbeeld als hij mijten insecten noemt en manen aanduidt als sterren. De handige overzichten van de ontdekkingen en van de ontdekkers maken wél veel goed.

Eric Hendriks

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden