'Kut zeggen is al normaal bij jonge meisjes'

Socioloog/filosoof Bas van Stokkom (1953) schreef een boek over hufterigheid. ‘De verharding vind ik zorgelijker dan de verruwing.’..

Hufterigheid is amusement. In het tv-programma De Wereld Draait Door ontaardde een ‘debat’ tussen Pieter Storms en Jort Kelder over journalistieke ethiek in een onverstaanbare schreeuwpartij. ‘Tafelheer’ Kelder voegde Storms onder meer toe dat hij ‘een golddigger was die van de creditcard van zijn vrouw leefde’. Presentator Matthijs van Nieuwkerk leunde ontspannen achterover. Goed voor de kijkcijfers, zo’n voorgeproduceerd relletje.

Na de uitzending ging het vrolijk verder. Kelder zegt klappen van Storms te hebben gehad. Storms ontkent op zijn geheel eigen wijze: ‘Als ik hem werkelijk geslagen zou hebben, dan had hij geen fut meer gehad voor het tikken van zijn stukje op zijn website. Dan was hij voorlopig niet meer opgestaan.’

Ten slotte gingen de ‘reaguurders’ op internet er nog een keer overheen. ‘Wat een vieze leugenachtige kanker Jood is die Pieter Storms.’ Of: ‘Jort Kelder is zo’n mannetje wat ofwel de anonimi lekker pijpt ofwel zich door de anonimi in zijn strontgatkanaal laat neuken om aan informatie te komen.’

Een perfecte illustratie van de verhuftering waarover socioloog en filosoof Bas van Stokkom onlangs een boek publiceerde: Wat een hufter! – Ergernis, lichtgeraaktheid en maatschappelijke verruwing. Proletengedrag blijft niet beperkt tot een maatschappelijke onderlaag, betoogt hij. Ook de middenklasse weet er raad mee. Van Stokkom verklaart allerlei vormen van hufterigheid, van voorkruipen in de rij tot fysieke agressie, uit één brede culturele beweging. De assertieve Nederlander komt voor zichzelf op zonder rekening te houden met anderen. Doodnormale jongens meppen erop los na een avondje stappen. Hun goedgebekte ouders stellen zich denigrerend en veeleisend op ten opzichte van onderwijzers, politiemensen en ieder ander die hun toevallig in de weg loopt.

Is de hufterigheid in Nederland erger dan elders?

‘Historisch gezien staan Nederlanders bekend om hun lompheid. Ze zeggen het graag recht voor zijn raap. Het is ook een beetje hoe je het bekijkt. Vergeleken met het verkeer in Italië valt het verkeer in Nederland best mee.

‘Maar ik geloof dat we het slechter doen dan omringende landen, zoals Engeland, Duitsland en België. Daar is sorry zeggen toch veel meer de smeerolie van het dagelijks leven. Daarom is het er ook beter toeven, wat dat betreft.

‘Dat komt doordat elites daar sterker zijn, geloof ik. In Nederland drukt de oude Bildungs-elite – schrijvers, intellectuelen, het onderwijs – minder een stempel op de cultuur dan voorheen. In Engeland, Duitsland, België, maar ook in Frankrijk, zijn de elites standvastiger. Natuurlijk staan ze ook onder druk. Maar de Britse elite laat zich niet ringeloren door een krant als The Sun.

‘In Nederland is het verheffingsideaal weg, schreef de historicus James Kennedy. Dat viel hem op in vergelijking met andere landen. Dat is heel goed te verklaren door twee stromingen. De jaren zestig: vrijheid, blijheid, alle paternalisme is verdacht gemaakt, bemoeizucht is uit den boze, ik maak zelf wel uit wat goed voor me is. En de jaren negentig. Het neoliberalisme: de burger is een consument die zelf moet kiezen.

‘In vergelijking met burgers uit andere landen vinden Nederlanders zelfexpressie en zelfbepaling ook heel belangrijke waarden. Maar daar betalen we wel een prijs voor. Ik geloof dat de elite deze ontwikkeling ook weer kan keren.’

Is dat geen wensdroom? Het volk wil niet meer geleid worden, schreef socioloog Paul Schnabel. De elite is geen rolmodel meer, maar een subcultuur naast alle andere.

‘Dat is maar de vraag. Ik geloof dat er een inherente behoefte bestaat aan mensen die gidsen, die perspectief bieden.’

Waarom heeft het neoliberalisme zo’n negatieve invloed gehad?

‘Met de markt is niets mis. Adam Smith schetste een beeld van een markt die was ingebed in een moreel kader. Maar onder het neoliberalisme verdween het besef van begrenzing en maat houden. Winnen werd verheerlijkt, bijna tegen elke prijs.’

De neoliberale Hard Werkende Nederlander zal er anders over denken als zijn auto is opengebroken.

‘Toch zal hij moeten beseffen dat de dader wel eens beïnvloed kan zijn door het neoliberale denken. Ieder voor zich. Mateloosheid. Het verlangen naar bling bling.’

In 1997 schreef Bas van Stokkom nog een blijmoedig boek: Emotionele democratie . Het werd steeds leuker in Nederland, betoogde hij destijds. Door het wegvallen van autoritaire gezagsverhoudingen leerden mensen open en vrij met elkaar te communiceren. Ze begrepen elkaar beter en hadden meer oog voor elkaars noden.

Wat een hufter! tapt uit een heel ander vaatje. Open en vrij communiceren betekent maar al te vaak schelden, sneren en kwetsen. Emotionele democratie loopt uit op emotionele anarchie.

Wat is er met u gebeurd sinds 1997?

‘Destijds wilde ik tegengas geven, wijzen op de verworvenheden van de jaren zestig. Mensen gaan meer op basis van gelijkwaardigheid met elkaar om. Ze voelen zich meer op hun gemak en komen beter tot hun recht. Dat vind ik nog altijd positief. Voor een deel gaat die ontwikkeling ook nog door. Zo werd pesten vroeger als een normale zaak gezien. Daar werd je hard van. Nu is het een probleem waar scholen op aangesproken worden. In sommige opzichten wordt onze cultuur nog altijd zachter.

‘Maar democratie, openheid, het bespreken van je gevoelsleven, leidt ook tot conflicten. Dat heb ik destijds onderschat. Mensen praten niet alleen maar redelijk tegen elkaar. Het gesprek wordt luider, er wordt meer geschreeuwd, de eigen belangen worden nadrukkelijker op tafel gelegd. Dat zie je in de politiek, maar ook op straat. De publieke ruimte wordt opgeëist, vooral door volume te maken. Dan denk ik natuurlijk aan de mobieltjes, maar ook aan grof taalgebruik. Onder jonge meisjes is het normaal geworden om ‘kut’ te zeggen, om de andere zin. Mijn dochter doet het ook.’

Heeft u de verhuftering ook zelf ondervonden?

‘Op internet gaan alle remmen los. In Trouw heb ik ooit kritiek gehad op cartoonist Gregorius Nekschot. Dan krijg je meteen haatmail: ‘Jij klein kloteprofessortje, we gaan je te grazen nemen! Jij hebt al die kut-Marokkanen naar Nederland gehaald en daar ga je voor boeten!’

‘Dat is emotionele democratie, voortkomend uit het wegvallen van de angst. Voorheen zat het debat op slot, uit angst voor represailles. Je man, je baas, het schoolhoofd, ze konden macht over je uitoefenen, en daarom keek je wel uit wat je zei.

‘Ik vind het nog altijd een verworvenheid dat die angst is weggenomen. Maar ik heb onderschat dat angstvrije communicatie ook tot enorme polarisatie kan leiden. Mensen zijn minder geneigd te matigen, rekening te houden met anderen. In zijn civilisatietheorie stelde de socioloog Norbert Elias dat de zelfbeheersing toenam naarmate de dwang van buitenaf minder werd. Nu zien we dat die processen niet synchroon lopen.’

Maakt u het niet erg ingewikkeld door allerlei vormen van hufterigheid te verklaren uit één culturele beweging? Laatst schoot een Antilliaan twee Turkse mannen neer die hadden geklaagd over wildplassen tegen hun huis. Dat heeft toch veel meer met straatcultuur te maken dan met de golfslag van de jaren zestig?

‘Die straatcultuur laat ik in mijn boek grotendeels buiten beschouwing. Straatcultuur bestaat al heel lang. Ik kom zelf uit Helmond, wat vroeger echt een arbeidersstad was. Intimidatie en vechten was aan de orde van de dag. Ik heb zelf ook klappen gehad. Ik maak me wel zorgen over het oprukken van die straatcultuur. De middenklasse neemt ook elementen over, geïnspireerd door de amusementsindustrie. Taalgebruik, manieren van bewegen en kleden. Machogedrag wordt geïmiteerd.’

Maar kunt u met cijfers staven dat juist de middenklasse zich vaak schuldig maakt aan hufterigheid?

‘Dat is heel moeilijk. Er zijn weinig harde cijfers over. Uitgaansgeweld wordt heel vaak gepleegd door een harde kern van probleemjongens. Maar tussen de daders zitten toch ook jongeren uit de betere wijken.

‘Het Sociaal en Cultureel Planbureau heeft onderzoek gedaan met focusgroepen van agenten, onderwijzers en andere hulpverleners. Daaruit bleek dat juist hoger opgeleiden, de ‘kakkers’, veel irritatie wekten. Zij stelden zich denigrerend en veeleisend op.

‘Uit Amerikaans psychologisch onderzoek blijkt dat juist hoger opgeleiden lichtgeraakt zijn. Zij hebben een groot, maar kwetsbaar ego. Als dat wordt gekrenkt, springen ze uit hun vel.’

Maar is die hufterigheid ook niet een probleem dat we elkaar aanpraten? De meeste mensen gedragen zich toch heel behoorlijk?

‘Vaak gaat het ook heel goed, zeker in bedrijven, scholen en gezinnen. Maar er zijn ook tendensen die zorgwekkend zijn. Daar gaat het boek over.’

Van Stokkom schreef in 2005 een boek over agressie tegen politiemensen. ‘De oude manier van doen, het semimilitaristisch neerknuppelen van alles wat niet met orde strookt, is gelukkig verdwenen. Daardoor is er wel een gezagsvacuüm ontstaan. Voor een deel wordt dat gevuld met een nieuwe vorm van gezag, die meer op argumenteren is gebaseerd. Maar dat vereist veel meer vaardigheden van de agenten’, aldus Van Stokkom.

Bovendien leent niet iedere situatie zich voor uitgebreid argumenteren. Soms is instantgezag vereist: de burger moet gewoon luisteren. Moderne burgers blijken dat maar moeilijk te accepteren. ‘Dan krijg je etterig gedrag. Dollen, bluffen, uitdagen. In dat geval moet de politie wel hard optreden. Mensen vragen erom. Maar vervolgens wordt dat weer niet geaccepteerd en dienen mensen een klacht in’, zegt Van Stokkom.

In Wat een hufter! maakt Van Stokkom onderscheid tussen twee vormen van hufterig gedrag: verruwing en verharding. Verruwing is ongepolijst gedrag: schelden, kwetsen, met de vuisten klaarstaan. Verharding is de afbrokkelende sociale identificatie met anderen. ‘Je zou het een nieuwe individualistische hardheid kunnen noemen, typerend voor een winner-loser-samenleving’, zegt hij. In deze ‘ieder voor zich’-cultuur wordt compassie verdacht gemaakt. Wie medelijden zegt te voelen met mensen die hij helemaal niet kent, moet welhaast hypocriet zijn. Van Stokkom citeert cabaretier Hans Teeuwen: ‘Het is onzin te denken dat je als mensen empathie kunt voelen voor iedere lijdende medemens. () Het is zó gelogen allemaal. Bij gebrek aan goede ideeën maar koketteren met je goede bedoelingen. Het is moreel exhibitionisme.’

Van Stokkom: ‘Er is natuurlijk een wisselwerking tussen verruwing en verharding. Mensen verharden omdat ze zich ergeren aan de verruwing. En verharde mensen uiten zich weer op een ruwe manier.’

Zelf zullen ze zeggen: ik ben voor normen en waarden. Het tuig moet worden aangepakt!

‘En wel in die mate dat ik zelf ook mag gaan schelden. Ik vind de verharding zorgelijker dan de verruwing. Van verruwing kun je nog zeggen dat het een emotionele impuls is. Verharding gaat veel meer deel uitmaken van je identiteit. Dat is moeilijker terug te draaien.’

Maar je kunt die verharding toch ook zien als een visie op de samenleving, misschien zelfs als een ideaal? Een wereld waarin iedereen zijn eigen verantwoordelijkheid neemt. Wie iets fout doet, mag ook hardhandig met die verantwoordelijkheid worden geconfronteerd.

‘Lik op stuk. Dat kom je veel tegen. Er lijkt ook geen enkele empathie meer te zijn voor de daders van misdrijven.’

Waarom is dat verkeerd? Is het slachtoffer niet belangrijker dan de dader?

‘De aandacht voor het slachtoffer is terecht. Kijk naar je eigen ervaringen. Als je voor gek bent gezet of klappen hebt gekregen, ben je buitengewoon aangedaan. Dat kan je lang achtervolgen. Tot de jaren tachtig deed het slachtoffer er niet toe. Dat was verkeerd. Maar nu zijn we zo doorgeslagen, dat we geen oog meer hebben voor de dader, zijn motieven, de context waarin het delict plaatsvond. Er lijkt wel een taboe op te rusten. We willen ons niet eens verplaatsen in de dader.’

Waarom zouden we ook?

‘In de jaren vijftig was de empathie voor de dader wel sterk aanwezig. Dat had ook te maken met de Tweede Wereldoorlog. Na de oorlog bestond heel sterk het gevoel: het kwaad zit in iedereen. Onder bepaalde omstandigheden kan iedereen een misdaad plegen. Daarom mogen we daders niet dehumaniseren. Het zijn ook mensen. Als je nu zegt: eigen schuld, dikke bult, dan duw je ook het kwaad in jezelf weg. Je wilt niet begrijpen dat de neiging om kwaad te doen in ieder mens zit. Dat jij ook geweld had kunnen gebruiken als je toevallig minder goed was opgevoed of in een ruwe buurt was opgegroeid. Als dat besef er niet is, wordt er een monsterlijk beeld van misdadigers gecreëerd. Er rust nog altijd een taboe op de doodstraf. Maar ook dat taboe zal de komende jaren worden uitgedaagd.’

CV
1953geboren in Helmond

1970-1978

Nederlands kampioen kanoslalom

1977-1983

studie sociologie Tilburg

1981-1984

studie filosofie Amsterdam

1990

promotie sociologie

1991-1983

medewerker Wiardi Beckman Stichting

1993-2001

onderzoeker Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum ministerie van Justitie

2001

docent-onderzoeker Centrum voor Ethiek, Radboud Universiteit Nijmegen

2009

docent-onderzoeker sociale wetenschappen, Vrije Universiteit

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.