Vriendschap Tinkebell en Jan Hak

Kunstenaar Tinkebell en ondernemer Jan Hak willen samen de wereld redden

Jan Hak en Tinkebell op het landgoed van Hak in Almkerk. Beeld Ivo van der Bent

Vooral op sociale media lijkt het soms wel of niemand meer met iemand overweg kan. De Volkskrant zet daar deze zomer vrienden tegenover die grote en kleine verschillen overbruggen. Deze week: Kunstenaar Tinkebell en ondernemer Jan Hak.

De namen alleen al. Jan Hak. Aards. Hollands. Met recht: uit de klei getrokken. Tinkebell. Speels. Rebels. Graag in roze, maar ze kleurt nooit binnen de lijnen. De vriendschap begon met een telefoongesprek, nog maar een maand of drie geleden.

Tinkebell: ‘Ik nam op. ‘Ja, met Jan Hak.’ Mijn eerste gedachte was: van de boontjes? Stom, want ik wist niet eens of er wel een familie Hak bestond. En hoezo bóóntjes? Waarom niet de groenten? Jan kwam meteen met een heel verhaal over zoetwaterschaarste in de Nijl en voedselproblemen in Egypte.’

Jan Hak: ‘Ik was bezig met een handelsmissie. De zoveelste. Ik dacht: wat gebeurt er met zo’n missie ná de missie? Meestal niets. Dit ging om belangrijke projecten in Egypte. Toen zei Wouter de Heij, leuke kerel, gezamenlijke vriend van ons, kenner van duurzame voedselproductie: ‘Je moet Tinkebell meenemen.’ Tinkebell. Nooit van gehoord. Bleek een kunstenares te zijn, compleet andersdenkend. Ik vond het wel intrigerend. En ja, ik wilde toch reuring.’

Tinkebell, minzaam: ‘Verstandig dat je belde, Jan. Reuring is my middle name.’

‘Ik weet nog dat jij in dat eerste gesprek zei: ‘Ik ga de wereld redden.’ Dat triggerde mij. Ik dacht: daar ga’k op in. Kom maar mee, laat maar zien. Ik ben nog steeds aan het uitvinden hoe je denkt dat precies te realiseren.’

Missie

Tinkebell over Jan Hak: ‘Wat je ook opzoekt over een persoon, een land of een probleem: de werkelijkheid is toch veel complexer.’ Beeld Ivo van der Bent

We zitten aan de grote tafel in de werkkamer van Jan Hak, op het landgoed Clootwijck in het Brabantse Almkerk. Boven ons hangt een portret van zijn grootvader, Hendrik Cornelis Hak, die in 1926 begon met de handel in aardappelen.

Wat was het verhaal van de missie?
De entrepeneur begint aan een zwaarbewolkt vergezicht voor de komende twintig, dertig jaar: een verdubbeling van de Egyptische bevolking, van 110- naar 220 miljoen, en een halvering van het beschikbare water. Door: klimaatverandering, het toenemend brakke water van de Nijl en het feit dat landen als Ethiopië, Soedan en Kenia zelf steeds meer rivierwater gebruiken. Hoe kunnen de Nederlanders zorgen voor meer landbouwgrond, meer voedselproductie?

Hak is voorzitter van NAFTC Afrika, de Netherlands Agro Food and Technology Centers. ‘We hebben de kennis, de visie en de overtuiging’, zegt hij stellig. ‘Wouter en ik hebben een programma ontwikkeld om te berekenen wat het vraagt en hoeveel het kost om gebieden zo groot als de Flevopolder geschikt te maken en te ontwikkelen voor landbouw. Dat wilden we daar graag laten zien.’

Wat wist Tinkebell, oftewel Katinka Simonse, van Jan Hak? Daags voor de reis?
‘Vrijwel niets. Ik wist niet eens dat het om een handelsmissie ging. Zo en zo laat moet je op het vliegveld zijn, dat was mijn enige informatie. Ik wilde een onbeschreven blad zijn. Wat je ook opzoekt over een persoon, een land of een probleem: de werkelijkheid is toch veel complexer. Als kunstenaar sta ik zo veel mogelijk in het hier en nu. Ik vertrouw op mijn eigen waarneming, mijn eigen indrukken, mijn eigen gevoel. Ik observeer. Ik sta open. Kom maar.’

De missie bestond uit een twintigtal diplomaten en zakenmensen, onder meer van Rabobank en Agrofood. Hoe ervoer ze het om als een roze vlek in dit gezelschap mee te reizen?

‘Een buitenstaander ben ik altijd, overal. In de bus naar Caïro kreeg ik een minuut om mijzelf te introduceren. Ik zei: ‘Ik ben een kunstenaar die jouw brain kan hacken. Ik zorg ervoor dat je anders gaat denken en je anders gaat gedragen.’ Dat is ook zo. Alleen, 99 van de 100 mensen zeggen dan: yeah, right. Kan ik me ook wel voorstellen, want het behoeft iets meer uitleg. Maar de mensen in de bus knikten heel vriendelijk. Ze vonden het helemaal oké. Want: ik was uitgenodigd door Jan, dus dat zat wel goed. Nooit eerder had ik zo’n welwillend publiek.’

Wat wist Jan Hak van Tinkebell?
‘Eveneens weinig. Na wat gegoogle begreep ik al snel waarom Wouter haar had aanbevolen. Hoe zij op verschillende momenten de dubbele moraal aan de kaak stelt met een disruptive moment. Zoals met die kuikens. Dat is onverwacht, dat verrast. En ja, zo krijg je aandacht.’

Het schuurt, het schokt en het schoffeert. In dat licht is Save the males een klassieker in het oeuvre van Tinkebell.

Onverstoorbaar nipt ze van haar muntthee. ‘In Nederland worden jaarlijks 30 miljoen mannelijke kuikentjes doodgemaakt. Wat had ik bedacht? Op een broederij heb ik zestig kleine haantjes gekocht. Gered eigenlijk, want ze zouden vergast worden. Op een kunstmarkt met als thema ‘something green’ gaf ik mensen de kans om een mannelijk kuikentje te redden. Voor 15 euro kregen ze een button met de tekst ‘Save the males’ en een gratis haantje. Ik zei wel: de kuikens die op het eind van de dag overblijven, ga ik door de shredder halen. Dat is humaner dan vergassen, want: sneller. Ik had een tuinhakselaar meegenomen. Daar kan het ook mee. Ik had geoefend met aardappelen.

‘Bij de organisatie ontstond paniek. Want op het eind van de dag had ik er maar acht verkocht, plus eentje die ik zelf ging redden. De directeur heeft toen de rest opgekocht. Daar was ik heel blij mee, want dan hoefde ik die kuikentjes niet door de shredder te halen. Ik ging het vieren op het Leidseplein. Daar werd ik al snel door de politie gearresteerd. Ik ben door twee busjes klemgereden, gefouilleerd en meegenomen naar het bureau. Wat bleek? De organisatie had al die kuikens bij de politie gedumpt en aangifte tegen mij gedaan omdat ik dieren wilde gaan mishandelen. 

‘De zaak is uiteindelijk geseponeerd. De haantjes zijn alsnog gedood, maar pas weken later, door de vogelopvang, toen de media-aandacht geluwd was. Ik wilde een duidelijk statement maken. Ik heb mensen de kans gegeven om ze te redden. En ja, als de kuikens dan toch doodgemaakt moesten worden, dan wilde ik het humaan doen. Is dat zielig? Ja. Waarom trekken we ons dan niets aan van het lot van die andere 30 miljoen?’

Jan Hak over Tinkebell: ‘Zo’n verhaal trekt me aan. Vanwege de eerlijkheid. Hoe je mensen confronteert met de dagelijkse praktijk.’ Beeld Ivo van der Bent

Jan Hak luistert ademloos. ‘Zo’n verhaal trekt me aan. Vanwege de eerlijkheid. Hoe je mensen confronteert met de dagelijkse praktijk. Het gaat om een mindshift: we moeten ons veel bewuster worden van wat er met dieren en ons voedsel gebeurt. Wist je trouwens dat er een methode is ontwikkeld om bevruchte eieren te scannen, non destructive, om te zien of er een hennetje of een haantje in zit?’

Tinkebell: ‘Ja! Mag niet, volgens een commissie van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Want: een kuiken dat niet in het ei wordt verkocht, heeft het recht geboren te worden.’

Hak: ‘Om de haantjes een uur later toch dood te maken. Terwijl ze in het ei nog gewoon gegeten hadden kunnen worden! Ze zijn hartstikke gek.’

I know. O Jan, hier moeten we ook iets mee doen!’

Tinkebell: ‘Ik dacht: als ik dit werkelijk zie als een serieus probleem, hoe kan ik dan nog zelf een kind op de wereld zetten? Toen heb ik me laten steriliseren.’ Jan Hak: ‘Ik vind dat een stap te ver. Als je stopt met voortplanten, stopt het leven.’ Beeld Ivo van der Bent

Etisch besef

Twee dagen reisden ze door Egypte. Hoe leerden ze elkaar beter kennen?
Jan Hak: ‘We hebben mooie, lange gesprekken gevoerd. Ik probeer altijd eerst voorzichtig af te tasten wat iemands overtuiging is. Ik ben zelf gelovig, maar geen lid van een kerkgenootschap. Ik hecht aan een persoonlijke relatie met de Vader die van iederéén houdt. Van dogma’s moet ik niets hebben. Zelf ga ik niet aan de voordeur kloppen of anders bij de achterdeur naar binnen glippen om het geloof op te dringen. Pas wanneer er een vraag is, kan ik over het evangelie vertellen. Nou, over God en de Creatie verschillen Katinka en ik fundamenteel van mening. Dat is niet erg. We respecteren elkaar. Maar even was ik lost. Omdat zij in helemaal niets gelooft! Op zeker moment dacht ik: heeft ze dan helemaal geen waarden en normen? Leer je haar beter kennen, dan merk je dat ze wel degelijk een groot ethisch besef heeft.

‘Ik had gehoord dat Katinka aandacht had gevraagd voor het fosfaattekort. Dat heeft ook mijn interesse. Kijk, alles wat groeit, alles wat leeft, al is het eencellig, heeft fosfaat nodig. Er is geen leven zonder fosfaat. Maar: het is eindig. In de intensieve land- en tuinbouw zijn we in hoog tempo roofbouw aan het plegen. Het raakt gewoon op! Daar maak ik mij ernstige zorgen over. Het staat niet op de politieke agenda, maar in mijn ogen is het een groter probleem dan de uitstoot van CO2.’

Tinkebell: ‘Wouter schetste een doemscenario. Over honderd jaar zijn we met ruim 11 miljard mensen, en daar kunnen we er nog maar 3 miljard van voeden. Ik geloofde hem niet. Sla een willekeurig geschiedenisboek open en wij mensen lossen alles op, van reizen naar de maan tot aids. Wij kunnen toveren. Ik ging een film maken waarin ik wilde bewijzen dat het allemaal wel meeviel, met dat fosfaattekort. Ik ben op zoek gegaan naar mensen die het konden ontkrachten. Zonder resultaat. Daar ben ik wel van geschrokken. Eigenlijk is de enige oplossing: minder mensen. Als kunstenaar wil ik consequent zijn in denken en handelen. Als ik dit werkelijk zie als een serieus probleem, hoe kan ik dan nog zelf een kind op de wereld zetten? Toen heb ik me laten steriliseren.’

Jan Hak: ‘Ik vind dat een stap te ver. Het gaat om het verantwoord in de wereld zetten van kinderen. Als je stopt met voortplanten, stopt het leven.’

Tinkebell: ‘Ik zeg ook niet dat mensen geen kinderen meer mogen krijgen. Dat zou ons dehumaniseren. Maar voor mij persoonlijk zag ik geen andere mogelijkheid dan het nemen van die uiterste consequentie.’

Jan Hak: ‘Ik vind het heel triest dat ze haar vader niet meer ziet. Omdat ik zelf een familiemens ben, hè.’ Beeld Ivo van der Bent

Soms namen de gesprekken ook een persoonlijke wending.

Jan Hak: ‘Wat zie ik in Katinka? Een kinderlijke onbevangenheid. Ik vind het heel bijzonder hoe zij die vrije geest heeft behouden na alles wat ze in haar leven heeft meegemaakt. Vooral in haar jeugd. Ze ziet haar vader niet meer…’

Tinkebell lacht, maar zonder vreugde. ‘Dat is maar beter ook, Jan.’

‘Ik vind dat dus heel triest. Omdat ik zelf een familiemens ben, hè. Bij ons zou het bijna een doodzonde zijn als je je zo afscheidt.’

Waarom ziet ze haar vader niet meer?
‘De allerkortste samenvatting is: omdat ik er achter gekomen ben dat hij slecht is. Gelukkig heb ik nog een prima band met mijn moeder, mijn broer en mijn zusje, maar ik mijd mijn vader. Ik weet waar hij woont, dus ik kan om het slechte heen. Dat is dan weer het fijne. Hij liegt en bedriegt, daar is werkelijk niets goeds aan.’

Lijkt ze op hem?

‘Ja.’

Hilariteit.

‘Kijk, ik vraag aandacht, soms een tikje luidruchtig. Ik kan duidelijk zijn. Verbaal ben ik heel sterk. Zo is mijn vader ook. Maar: ik zou nooit fysiek agressief worden of bewust slechte dingen doen. Het gaat om de intentie, hè. Bij hem is slechtheid een keuze. Al heel jong was ik een maker en een verteller. Elke dag zei hij: je bent dom, je bent lelijk en je zal nooit iets bereiken. Van dat beeld heb ik mij echt moeten ontworstelen. Maar ik dacht ook: nooit iets bereiken? Dát zullen we nog weleens zien. Ik ben gaan overpresteren. Gewoon, om mij te bewijzen. Halverwege de brugklas stond ik ’s morgens om halfvier op om heel hard te studeren. Mijn vader is evil, maar dat heeft mij alleen maar goede dingen gebracht. Zonder hem was ik nooit zo ver gekomen, ook niet als de kunstenaar Tinkebell. Ik moet hem dus dankbaar zijn. Dat is het dubbele.’

‘Toch schrik ik hiervan’, zegt Hak bedrukt.

Het valt even stil.

Hoe was de relatie met zíjn vader?
‘Goed. In één woord. Ik kom uit een heel druk, hardwerkend, harmonieus naoorlogs gezin. Mijn vader was vaak aan het werk, op het land, op de veemarkt of in één van de winkels en uitbrengwagens die we toen nog zelf bestierden. Vóór schooltijd kreeg ik van hem een lijst van dingen die gedaan moesten worden, van het paard verzorgen tot wieden op het land. Eigenlijk ben ik meer opgevoed door opa en oma Hak – mijn moeder had het druk met vijf kinderen. Van haar heb ik wel het kunstzinnige meegekregen: tekenen, muziek maken, spelen op het harmonium.

‘In de jaren vijftig is de familie Hak als eerste gaan experimenteren met verduurzamen in glazen potten. Ik weet nog dat ik als kleine jongen in de bedstede lag en de appelmoes in de potjes was gaan gisten. De dekseltjes vlogen eraf, hahaha. Van mijn opa leerde ik hoe je sperzieboontjes plantte: op de juiste afstand van elkaar duw je ze per twee de grond in. Dat waren de eerste groenten van Hak. Later heb ik het recept voor dungesneden rode bietjes en witte bonen in tomatensaus helpen aanpassen. De exacte compositie van smaak kwam van tante Jo, van ome Gijs Hak. Mja. Andere tijden.’

Meer dan dertig jaar verschillen ze — de zakenman en de kunstenares. Hoe is dat merkbaar?

‘Wacht even’, zegt Jan Hak. ‘Leeftijd heeft te maken met hoe men zich voelt, hè. Ik ben 70, dat klopt, maar qua denken en gevoel kunnen wij tweeën best op één lijn zitten.’

Honing

Na de handelsreis troffen ze elkaar opnieuw. Op het landgoed. Jan Hak is ook nog boomkweker, varkenshouder, jager en imker. Hij nodigde Tinkebell uit om honing te slingeren.

De kunstenaar: ‘Dat is heel leuk. Je doet drie raten in een staande ton. Die draai je met een slinger heel hard rond om de honing eruit te slingeren. De honing zakt naar de bodem, dan open je een kraantje… En je hebt de honing van Hak.’

‘Ik beheer het landgoed’, zegt hij. ‘Dat is nodig. Soms hebben we hier te veel allochtone ganzen, die moet je opruimen. Van het vlees maken we gerechten, van de huid proberen we leer te maken. Ganzenleer, dat is lastig te bewerken.’

Tinkebell: ‘Dun!’

‘Héél dun. Maar: het lukt. Ik weet dat jij bezig bent geweest met een kattenvelletje.’

Ze knikt. ‘Ik heb een handtas gemaakt van mijn zieke, depressieve kat Pinkeltje.’

‘Je hebt de kat toch zelf gedood?’

‘Ja. Ik had de wildslager gevraagd hoe dat moest. De nek draaien en heel hard trekken, dan is het in één keer gedaan. Daarna heb ik haar gevild. Dit is al vijftien jaar geleden, hoor. Mijn vraag was, als kunstenaar: waarom vinden we een tas van kalfsleer wel oké en een tasje van poezenbont niet? En wat zijn dan de reacties, als je ineens een huisdier gebruikt?’ Zoet lachje. ‘Nou, dat weten we nu. Dan zijn er mensen die jou niet meer zo aardig vinden. In Paradiso heb ik nog een soort workshop gegeven hoe je het beste je kat kon doden om er een tas van te maken. Dit verhaal is de hele wereld overgegaan. Internet stond nog aan het begin, dit was een van de eerste dingen die viral ging. Heel veel mensen zijn boos geworden. Maar: heel veel mensen zijn ook gaan nadenken. Ze kregen een diergevoel bij hun tas en werden vegetariër.’

Jan Hak: ‘Hier heb ik dus geen enkel probleem mee. Wat denk je wat er gebeurt als er een wilde kat op mijn landgoed rondloopt? Die overleeft het niet. Geen drie tellen. Ze jagen op onze mooie vogeltjes! Rode lijsters, bonte spechten, ijsvogeltjes, patrijzen…’

Tinkebell, droogjes: ‘Nu krijg jij hatemail, Jan.’

‘Maakt me niks uit. Goed beheer betekent dat je ingrijpt. Maar: je hoeft een dier niet te vernietigen. Drie weken geleden liepen hier te veel konijnen rond. Je schiet er een paar, je vilt ze, je haalt de ingewanden eruit en het vlees kun je gewoon eten. De huid is makkelijk te prepareren: opspannen en inwrijven met zout. Ik heb ook weleens geprobeerd om daar een buideltje van te maken. Wil je een konijnenvacht?’

Ontwrichting

Tinkebell gaat naar de wc.

Wat is voor Jan Hak de waarde van kunst?

Ze draait zich om. ‘Wil je even met die vraag wachten? Dat wil ook wel horen! Denk er maar even goed over na, Jan.’

‘Harmonie’, zegt hij even later. ‘Muziek van Händl of Bach vind ik oneindig veel mooier dan de banale popherrie van nu. Schoonheid en esthetiek vind ik belangrijk – ik houd ook van 18de-eeuwse schilders als Van Os, Leickert. Dat, nec habet, schreef Jacob Cats. Zij geeft wat ze niet heeft. Een wiel geeft wat het niet heeft, namelijk: beweging. Zo zie ik de kunst ook. Een schilderij of een muziekstuk geeft wat het niet van zichzelf heeft: harmonie, vrede, rust. Betekenis. Vooral in religieuze zin, voor mij.’

Is het niet wonderlijk dat hij harmonie zoekt in kunst, terwijl hij in de kunstenaar Tinkebell juist de reuring en de ontwrichting waardeert?

‘Niettemin willen we toch hetzelfde.’

Tinkebell: ‘Ik begrijp wel wat Jan bedoelt. Om harmonie te creëren, een ideaal, moet er eerst beweging zijn. Ik zie iets dat niet harmonieus is, niet oké, er is een error. Dan moet je even heel hard schudden en roepen, en dan komt het goed. Harmonie is ook mijn eindbasis. Ik zie mezelf als een uniek kunstenaar. Niemand werkt zoals ik.’

Jan Hak schiet in de lach. ‘Beetje pretentieus. Maar: dat mag.’

Tinkebell, verongelijkt: ‘Dat is echt zo. Als ik reis, ga ik nooit een museum in. Daar heb ik geen tijd voor, want ik wil de hele tijd de werkelijkheid zien. Kijk, een goede kunstenaar is heel goed in het vertellen van een verhaal. Dat is de basis. Ik vind het belangrijk om dan ook in iemands hoofd te komen. Om een snaar te raken. Om te zorgen dat hij de gewenste kant op beweegt. Daar is uiterst engagement voor nodig: ik word zelf mijn werk.’

Hak: ‘Ondernemen wil ook zeggen: creatief en verantwoord omgaan met je talenten en de mogelijkheden die jou geboden worden. De ondernemer zie ik daarom ook als een soort kunstenaar. Dat is de synthese.’

Tinkebell: ‘Samen gaan we de wereld redden.’

Jan Hak: ‘Ha! Leuk als kop boven dit artikel. Ik zeg alleen: mij lukt het niet. Jij zegt: mij lukt het. Dat bewonder ik. Het is in elk geval nodig dat er een verandering in denken komt als het gaat om zaken als duurzaamheid, voedsel, klimaatverandering. De oude methoden werken niet meer. Er is disruptive change nodig. In die beweging wil ik zitten.’

Tinkebell: ‘De wereld redden is een complexe zaak, dat weet ik ook wel. Er zijn oneindig veel problemen en deelproblemen. Het is een Rubik’s cube en je moet net zo lang draaien tot de kleurtjes goed staan. Wat is voor mij daarbij essentieel? Integriteit. Zuiverheid. Geld mag voor mij geen enkel issue zijn. Het kan me ook niet schelen wat het kost: als ik iets moet doen, doe ik het.’

Jan Hak: ‘Ik ben het met je eens dat oplossingen voor een betere wereld niet door geld gedreven mogen zijn. Maar je zult wel een waarde-uitwisselingssysteem moeten hebben. Neem de handelsmissie in Egypte. We hebben een seminar gehouden met een analyse van de uitdagingen. Wat kun je doen als je minder water krijgt, terwijl er meer mensen komen? Hoe breng je dan de voedselproductie op gang? 

‘Onze boodschap was: we hebben de kennis en technologie, maar je moet ons helpen met de financiering. Want ja, het gaat óók om geld. Om miljarden. President Sisi heeft nu het signaal gegeven aan verschillende partijen, waaronder de Rabobank, om door te pakken. Een grote stap voorwaarts. Dan hebben we toch iets goeds gedaan. Ook door zo’n aparte figuur mee te nemen.’

Reuring wilde hij. Aandacht in de media. Had hij daar concrete beelden bij?
‘Nee.’

Tinkebell, fijntjes: ‘Jawel. Ik stelde jou exact dezelfde vraag. Die wilde je eerst niet beantwoorden. Daarna zei je: nou, dan wil ik wel in De Telegraaf. Meende je dat echt? Of was het een test?’

Zijn ogen glinsteren.

‘Van de week heb ik je een berichtje gestuurd: is de Volkskrant ook goed? Nou, bij deze. Is dit reuring genoeg?’

Hij schatert.

Tinkebell: ‘Jij zei net: ‘Mij lukt het niet om de wereld te redden.’ Dat is niet waar. Kijk, ik werp sneeuwballen op. Ik denk dat ik goed kan mikken. En die sneeuwballen gaan rollen. Eigenlijk doe jij toch hetzelfde?’

‘Zo kun je dat zien. Ik haal mensen bij elkaar, probeer structuur aan te brengen, op een rustige manier maar wel moving forward en dóór. Jij zorgt voor reuring en rumoer om het denken van mensen te veranderen. Ik hoop dat de som van jou en mij niet twee is, maar drie. En: ik hoop dat we nog heel lang gekke dingen met elkaar mogen doen. We gaan de wereld nog wat laten horen.’

Tinkebell zucht. ‘Nee, we gaan de wereld redden, schat.’

De entrepeneur glimlacht. Vertederd, zo lijkt het.

Vertederd?
Hij denkt even na. Knikt. ‘Vertederd is het goede woord. Door haar onbevangenheid, hè. Dat roept ze bij mij op. Een gevoel van zorgzaamheid, van willen beschermen, zonder haar natuurlijk in haar vrijheid te belemmeren. Een beetje vaderlijk gevoel zit daar wel in. Jawel.’

Tinkebell is stil. ‘Ik ben geroerd.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.