Koud nat porselein

Roep vlug de kinderen erbij, het gaat over poep en pies. En over vragen die nooit beantwoord werden omdat niemand ze stelt....

Een man of een vrouw van 45 jaar. Die is na het zindelijk worden al meer dan vijftienduizend keer naar de wc geweest, om te poepen. En dan toch nog altijd niet zeker weten of iemand tegelijk kan poepen en piesen. Of er zit er tijdens het kringgesprek eentje tussen die onmiddellijk en met stelligheid beweert dat dat heel goed kan, maar die dan toch gaat aarzelen als we vragen of je beide afsluiters onder in je lijf precies tegelijk openzet, of dat het vlak na elkaar gebeurt.

De meeste mensen toiletteren bij voorkeur in afzondering. Zo weet dus ook haast niemand iets over andermans volgorde. Een dame in onze praatgroep meende ernstig dat mannen staand plassen, ook als ze moeten poepen. Ze dacht dat mannen dan eerst een plas doen, staand, en pas daarna gaan zitten.

Van een man is in elk geval zeker dat hij dat niet zo doet. Maar vreemd is het dat er zo helemaal niks in het algemeen over bekend is. Wat ook niemand weet van anderen en wat alleen mannen van zichzelf weten, is dat ze te groot zijn voor het toilet. Alle mannen? Daar heb je het weer, dat weten we niet omdat het nooit ter tafel kwam. Je hebt het over witlof, over verre reizen, over de vooruitgang in het algemeen, maar niet over een piemel die tegen het koude porselein plakt.

Gisteravond dan toch eindelijk eens wel en de verrassing: alledrie de keurige mannen zeiden zachtjes dat ze vaak tegen een toiletpot plakken. De mannen zijn te groot voor Sphinx.

Een lezing was het, in Utrecht, ter gelegenheid van het verschijnen van een rapport, Toegankelijkheid voor iedereen. Een rapport over een onderzoek, met overheidsgeld gedaan, naar goede voorbeelden van toegankelijkheid van min of meer openbare gebouwen en terreinen, waar een gewoon mens van dertig makkelijk kan komen, maar waar blinde manke bejaarden niet vanzelfsprekend toegang hebben.

Volgens het rapport doet Natuur monu menten goed werk door voortaan in picknicktafels een uitsparing te figuurzagen waar een gehandicapte in een rolstoel in gereden kan worden en klemgezet zodat gehandicapten ook kunnen picknicken. Ook blijkt in Nederland een spoorstation te bestaan waar het mogelijk is om de trein te nemen. En er is een supermarkt met een gehandicaptenkassa. Het rapport juicht.

Aan een Volkskrant-journalist werd gevraagd om tijdens de presentatie van het rapport een praatje te houden over wat er allemaal aan Nederland mankeert. Daar zijn Volkskrant-journalisten goed in. En deze verkondigde dat als je alles maar heel goed maakt, heel slim, volkomen logisch ergonomisch, dat gehandicapten als vanzelf er ook gebruik van kunnen maken. Maar de toiletpot, daar plakt een gewone man al aan vast. Maak dat ding toch zoveel beter en je hoort geen mens meer klagen.

Het was stil in het zaaltje in Utrecht waar over de plee gesproken werd, gehandicapten van alle gezindten waren er bijeen, er was er maar een die durfde schateren. Hij had dat ook, met zijn piemel.

Toen kwam een wat verlegen jonge vrouw op de spreker afgeslopen. Ze werkt op een architectenbureau in Rotterdam dat gespecialiseerd is in het oplossen van problemen bij de inrichting van woningen en kantoren. Er worden nog altijd stomme fouten gemaakt bij de bouw. Fouten die na oplevering alsnog hersteld moeten worden. De vrouw vertrouwde de spreker toe dat ze op kantoor al jaren roept dat de toiletpotten niet goed zijn, te klein voor veel mannen. Maar, zei ze, mannen willen er niet van horen, ze willen niet dat ik weet dat ze tegen het koude natte porselein plakken als ze op het toilet zitten.

Een toiletpot heeft een ovalen opening. Hoe groot die opening is, kan de koninklijke wc-bakker Sphinx in Maastricht niet zeggen, zo op afroep. Wij werken vooral met buitenmaten, zegt een productmanager. De maten van de opening, zegt ie, zijn wel ongeveer min of meer steeds eender. Nee, hij zou ze niet weten. In een boek van Sphinx, bestemd voor installateurs, staan alle maten van alle toiletpotten die de fabriek levert. Alle maten, maar niet die van de opening waar de mens het uiteindelijk van moet hebben.

We meten een paar wc-potten op en stellen vast dat er maximaal vier centimeter verschil is in de lengte van de opening. Want om die lengte, ongeveer dertig centimeter, gaat het. Goed beschouwd is de breedte van de opening te zot groot, de gaatjes onderin de mens liggen in de lengte, een wc kan zo smal zijn als het zadel van een bromfiets. Breed en kort is niet logisch.

Vragen mensen de fabriek om grotere openingen in wc-potten? Nee, om kleinere, zegt de productmanager van Sphinx, de trend is kleiner. En weer heeft hij het over de buitenmaten. De ruimte die in huizen voor poep en pies beschikbaar is, is klein. In Nederland is de toiletruimte gemiddeld kleiner dan in België en Duitsland. Een forsere pot is hinderlijk bij het poetsen van het kleine betegelde celletje. In nieuwe huizen wordt nu vaak een zwevend toilet geplaatst - het zit alleen aan de muur vast - zodat de vloer eronder beter gedweild kan worden. Maar groot zijn deze moderne zwevers niet, ze zijn eerder kleiner, en altijd ondieper. Meteen onder de rand begint de aardewerken bocht van de kom van het sanitaire meubel. Ook piemels die loodrecht naar beneden hangen komen hier met het glazuur in aanraking. Vooral op een vreemd toilet vindt een schone man dat niet prettig. Sphinx weet er van. Maar de markt schreeuwt niet om groter. Nog niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden