InterviewKoos Postema

Koos Postema (87) was een jongen in de oorlog: ‘Dit heeft ook wel iets van een oorlogssituatie’

Beeld Frank Ruiter

Oud-presentator Koos Postema maakte met radiomaker Dick Klees een vijfdelige podcast over zijn oorlogsherinneringen. ‘Je ging toen wel naar school, maar alleen halve dagen.’

Koos Postema (87), aan de telefoon, over hoe hij deze weken beleeft: ‘Niet als een oorlog, maar toch ook weer wel.’ Niet om iets te bagatelliseren, maar er zijn gewoon overeenkomsten, zegt de tv-coryfee. ‘Het is een vreemd verschijnsel dat je ineens een heleboel niet meer mag. Zo was het in de oorlog ook, toen mocht je ’s avonds niet meer naar buiten van die Duitsers. Je ging wel naar school, maar alleen halve dagen. Nu mogen de kinderen helemaal niet meer. Ik zie ze nu buitenspelen, de kinderen van de buren, met z’n tweeën. Het heeft wel iets van een oorlogssituatie, ja.’

Gaat u zelf nog naar buiten?

‘Ik ben uiteraard heel veel binnen. Lees nog meer dan ik altijd al doe. Ik ben een enorme krantenliefhebber. Maar ik doe ook boodschappen. Ze hebben bij de supermarkt nu een ouderenuurtje, tussen 7 en 8. Dus ik ga tussen 7 en 8 naar de supermarkt om daar met de andere ouderen van Soest een boodschap te doen. Ik ben natuurlijk een oude man, ik hoef niet meer naar studio’s toe.’

Hoe doet de televisie het in deze tijd, vindt u?

‘Goed. Maar wel een beetje overlappend, je hoort steeds weer hetzelfde. Op1 vind ik erg aardig, helemaal nu mijn grote vriend Jeroen Pauw daar weer terug is. Voor hem ga ik rechtop zitten. En voor De wereld draait door, natuurlijk. Ik was uitgenodigd voor het eindfeest. Dat zou een feest worden voor vijfhonderd mensen, dus dat zal niet doorgaan. Ontzettend jammer, trouwens, dat dat programma stopt. Matthijs kon meepraten over Count Basie én over de nieuwste popgroep én over politiek. Matthijs kan niet worden opgevolgd. Er is gewoon niemand, man of vrouw, die kan wat hij kan.’

Ziet u uw kinderen en kleinkinderen nog?

‘Wij hebben twee dochters en vijf kleinkinderen. Gisteren was de ene dochter er, hier in de tuin. We hebben haar boodschappentassen en een bestelling gegeven, en toen heeft ze die volle tassen weer achterin de tuin gezet. En we hebben wat gepraat, op een meter of vier afstand. Beide dochters staan voortdurend gereed om hun moeder en vader bij te staan. Heeft u ook kinderen?’

Ik? Ja, van 1 en 4. Wat vindt u het ergste aan deze periode?

‘De beperkingen. Dit was natuurlijk ook het jaar van de grote sporttoernooien. De grote wielerrondes. Eén voor één wordt alles afgelast, de deftige bestuurders kunnen niet anders. Ellende. Bij mij voor de deur in Soest is een groot speelveld, waar de dikke mannen van de zaterdagelftallen altijd tegen elkaar spelen en na afloop samen een glaasje bier drinken. Dat dat allemaal niet meer kan, die gewone, alledaagse dingen, alles wat behoort tot de plezierige kanten van het dagelijks leven, dat is ellende. Ik zat net weer met mijn vrouw te praten. ‘Kan ik even naar die en die winkel gaan?’ ‘Ik zou het niet doen.’ Dat soort vervelende gesprekjes.’

Jeugdfoto van Koos Postema.Beeld Frank Ruiter

En de Eredivisie? Wie was er onder normale omstandigheden kampioen geworden?

‘Ik hoopte AZ. Mijn eigen club Feyenoord is natuurlijk ook ongelooflijk goed bezig, onder leiding van Dick Advocaat. Maar de kans dat ze hun achterstand helemaal zouden inlopen leek me toch klein. Dus: AZ. Ajax lijkt niet om te kunnen gaan met het verlies van grote spelers. Als je twaalf jaar lang op zondag Langs de lijn hebt gedaan, zoals ik, dan doet het je wel wat hoor, als het ineens allemaal weg is. En dan nog het feit dat je niet meer naar het strand kan, niet meer naar het bos, gesprekjes op vier meter afstand van elkaar – het is toch wel een lichte oorlog. Zonder bommen, dat wel.’

Zouden er aan deze crisis ook positieve kanten kunnen zitten?

‘Een virus breekt los. Wat voor positiefs zou dat moeten zijn? Dat het de mensen dichter bijeen brengt?’

Ja, zoiets.

‘Och, hou op! Ik ben geen christen hè. Daar geloof ik helemaal niet in. Maar moeten we het nog over de podcast hebben, of niet?’

Postema heeft (met radiomaker Dick Klees) een podcast gemaakt voor de NTR en NPO Radio 1, Een jongen in de oorlog. Die jongen uit de titel is Postema zelf – hij was 7 toen zijn ouderlijke woning aan de rand van Rotterdam werd gebombardeerd. In de vijfdelige podcast haalt hij herinneringen op aan de oorlogsjaren.

In de podcast zegt u: door de oorlog kwamen gezinnen dichter tot elkaar.

‘Dat klopt wel. Maar: geforceerd. Het was een sobere tijd, je had elkaar en verder eigenlijk niet zoveel. Mijn moeder was een weduwe met vier kinderen, van wie ik de jongste was. Ze had een buitengewoon laag inkomen, een klein pensioentje van mijn vader, die in Rotterdam trambestuurder was geweest en in 1936 is overleden. Ik was 4 toen, heb geen herinneringen aan hem. Na het bombardement zijn we naar Vlaardingen verhuisd. In de eerste jaren van de oorlog konden we soms met de trein naar Rotterdam om naar de Diergaarde te gaan, en dat was me een uitje! Later kon dat ook niet meer. Bij elkaar zijn was het enige wat je had.’

Hoe was het om voor deze podcast uw oorlogsherinneringen weer op te halen?

‘Daar heb ik geen moeite mee, want die herinneringen zitten voor in mijn hoofd. Als er maar iets gebeurt in de wereld, als ik iets lees over kinderen en Irak en Syrië, dan denk ik eraan. Ik kan het allemaal goed terughalen. De oorlog, dat zijn voor mij eigenlijk twee dingen. Het bombardement en de Hongerwinter. Daartussen zat een periode van relatieve rust, waarin ik halve dagen naar school ging en veel buitenspeelde. Altijd maar voetballen, tot letterlijk de ballen op waren. In de Hongerwinter (1944-1945) ben ik bijna gestorven aan de dysenterie. Een van mijn zusjes ook. Je ligt maar te liggen, je moeder is wanhopig. Bij dysenterie kak je jezelf helemaal leeg, je wordt steeds slapper en zwakker. Van onze geweldige huisdokter kreeg ik uiteindelijk rijst – het was de eerste keer dat ik rijst zag. En, dat zal jij als moeder van twee kinderen van 1 en 4 ook weten, rijst stopt het kakken. Dus ik knapte langzamerhand op. Mijn oudere broer, die toen 20 was, ging vanuit Vlaardingen op de fiets naar de Achterhoek, waar familie woonde, om eten te halen. Hij had van die geweldige huisdokter een valse verklaring gekregen, waarin stond dat hij een besmettelijke ziekte had. Dus hij kon zich door alle controles heen liegen en kwam thuis met zakken vol tarwe. Zo gingen we dan de Bevrijding tegemoet.’

U was 7 toen de oorlog uitbrak. Wat voor jongetje was u?

‘Een lief jongetje dat goed zijn best deed op school en op straat lekker voetbalde. Maar ook: een jongetje zonder vader. Hij is ziek geworden tijdens het werken op de tram, maar wat hij precies had is onduidelijk. In die tijd werd er ook gewoon jong gestorven. Dat was niet ongebruikelijk. Het verdriet moet, als ik de verhalen hoor, ongelooflijk zijn geweest. Het was zó’n leuke man. Toch vreemd eigenlijk, ik heb een goed geheugen, maar ik heb geen herinneringen aan hem. Mijn moeder was 34 toen hij overleed, ze bleef met vier kinderen achter. Mijn vrijgezelle en werkloze oom Ger nam de vaderrol op zich. Hij zat, toen ik een klein jongetje was, aan mijn bedje te zingen en verhaaltjes te vertellen.’

Rotterdam voor en na het bombardement.Beeld Merel Corduwener

Is het bombardement op Rotterdam dan uw eerste bewuste herinnering?

‘Ja, dat denk ik wel. Het is met een klap in mijn hoofd terechtgekomen en daar niet meer weggegaan. We woonden op de Nieuwe Rubensstraat in Rotterdam, aan de rand van het bombardement, op nummer 71, tweehoog. Ik was 7 en zat boterhammen te eten met mijn moeder, mijn zusjes en oom Ger. Informatie was er niet. De radio was hopeloos, daar zei men alleen maar: blijf kalm, dames en heren! Gelul waar niemand iets aan had. Ondertussen werd er op tien minuten fietsen van ons huis gevochten, en dat wisten we niet. Ik zag als klein jongetje dat de mensen zenuwachtig waren, want ze deden anders dan anders. Dus we zaten op 14 mei boterhammen met hagelslag te eten, en ineens klonk er een ongelooflijk schreeuwend geluid, vliegtuigen die laag over kwamen vliegen. Het huis begon te schudden. De trap ging heen en weer onder onze voeten, de straat was een grote stofbende. We renden de Lusthofstraat uit, een paar honderd meter, en we waren in de graslanden en graanakkers, en zo renden we richting Capelle, waar onze tante Anna woonde. Ik droeg een korte broek en sandaaltjes. Mijn moeder huilde de hele tijd, want mijn broer Jan was die ochtend naar zijn werk gefietst bij de telefoondienst. Hij is dagen kwijt geweest. Tot hij werd teruggevonden op een voetbalveldje. Daarna hoefde mijn moeder niet meer te huilen.’

U was een ‘typische nakomer’, zegt u in de podcast. In welke zin?

‘Ik was een verwend jongetje. Mijn oudere zussen vertroetelden me en reden me in mijn kinderwagentje heen en weer door de straat. Mijn moeder was altijd bij me. Ze zei: ‘Ik verwen je, maar ik heb niks.’ Ik kreeg alle aandacht. En toch is er een redelijke man uit voortgekomen, haha.’

U stelt aan het eind van de podcast de vraag: ‘Wat is er overgebleven van dat jongetje van 7?’ En?

‘Ik was 7, ik ben nu 87. Het is erg moeilijk te zeggen. Wat vormt je? Ik weet het niet. Het zal me vast gevormd hebben, maar ik heb geen trauma’s. Het was een goed gezin, waar ik uitkwam, met een ijzersterke moeder. Zo nu en dan kwam er een man langs die vroeg: ‘Lena, kan het tussen ons niks worden?’ Maar mijn moeder voelde daar niks voor, die is haar leven lang blijven vertellen over mijn vader. Ze vertelde zo levendig over hem dat je dacht: hij kan elk moment binnenkomen. Hij had een grote plek in haar leven, dat bleef zo, en dat bracht ze over op haar kinderen. Ze heeft het in haar eentje goed gedaan. Ik heb geen trauma’s, omdat ik fijne herinneringen heb aan thuis. De herinneringen blijven wel, ik zou er zo nog een uur over door kunnen gaan. Maar het is half één, je kinderen zullen nu vast wel honger hebben.’

Het herdenken van 75 jaar bevrijding valt door de coronacrisis in het water. Moet het verplaatst worden naar volgend jaar?

‘Ik vind het ontzettend jammer dat het niet gevierd kan worden. Met jonge mensen die dansen op harde muziek, wat ook een vorm van bevrijding is. Verplaatsen kan niet. We moeten het maar overslaan.’

Wat is het eerste wat u op 1 juni gaat doen?

‘Geen idee. Boodschappen doen. Naar mijn geweldige kinderen en kleinkinderen. Bij elkaar zijn, dat is het belangrijkste. En wie weet ga ik nog eens een keer naar een tv-studio om iets te vertellen. Ben jij eigenlijk thuis nu?’

Ik ben thuis.

‘Ga dan maar naar je twee kleintjes toe. En verwen ze. Da-hag!’

Het bombardement

Koos Postema schreef in 1980 een boekje over het bombardement in Rotterdam, Het bombardement. Ook speelde hij een klein gastrolletje in de (niet al te goed ontvangen) speelfilm Het bombardement van Ate de Jong uit 2012, met zanger Jan Smit in de hoofdrol. Postema speelt een dominee.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden