Koortslijders hangen lapjes in heilige eik

Ooit was Nederland een land zonder kerk en klokgebeier. Druïden, wonderbomen en heilige putten beheersten het zieleleven. Het oergeloof is nooit totaal verdrongen....

VOOR mensen die van schone was houden is de eik bij de Sint-Walrickskapel in Overasselt niet geschikt. Aan de onderste takken van de reusachtige boom hangen opvallend veel geruite zakdoeken. De één nog viezer dan de ander. Aan de takken van deze boom - beter bekend als de Lapjesboom - zijn ook plastic lintjes geknoopt en zelfs drie dennenappels aan een touwtje. Waar die voor dienen is een raadsel. Het doel van de zakdoeken en andere stukken stof is wél duidelijk.

Lappen van koortslijders die aan de takken worden opgehangen, zorgen voor spoedige genezing van de zieken die een stukje stof afstaan. Althans voor wie gelooft in de oeroude heidense kracht van genezende bomen. Een kracht die sinds eeuwen kerstening niet minder schijnt te zijn geworden, gezien de hoeveelheid lapjes. Net als andere heidense plekken in Nederland is ook deze heilige eik gekerstend. Het oeroude heidense ritueel kreeg kerkelijke goedkeuring, zoals een Mariabeeld in de kapel duidelijk maakt.

Tot voor kort werden er vanuit het nabije plaatsje Wijchen zelfs nog processies naar de kapel gehouden. Op de eerste en derde vrijdag van de maand werd bekendgemaakt dat er 's avonds bij de kapel gebeden zou worden voor een zieke. Als het hele dorp meeging, was dat beter voor de genezing van de zieke.

Deze zomerse middag ligt de kleine kapel er rustig bij. De eik ruist en de lapjes stof wapperen. De stilte wordt slechts af en toe verstoord door een auto op het landweggetje langs de rand van het bos. Boom en kapel liggen op zo'n honderd meter van de bosrand. Alleen de achterkant van de kapel - ruïne zou een beter woord zijn - staat nog overeind. De takken van de eik hangen over de open ruimte van de ruiïe. De plek is idyllisch. De aanwezigheid van een houten picknicktafel voor de ingang van de kapel doet helaas wat af aan de sfeer.

De ruïne, zo staat op een bord te lezen, dateert vanaf het jaar 1700 maar de geschiedenis van de plek is veel ouder. Volgens de legende werd de dochter van roverhoofdman Walrick ernstig ziek rond het jaar 727. Niemand was in staat dochter Heribertha van haar koorts te genezen. Ten einde raad vroeg de roverhoofdman aan twee monniken of zij een manier wisten om zijn geliefde dochter te genezen.

De twee geestelijken raadden hem aan te gaan naar een zekere Clemens Willibrord in een nabijgelegen kasteel. Deze geestelijke vertelde haar vader dat de zieke dochter zou kunnen genezen als ze zou bidden tot Jezus. Ze moest dan ook een stuk linnen van haar kleren scheuren en dat in de boom hangen die naast haar huis stond. Dan zou ze genezen. En zo geschiedde.

Uit dankbaarheid offerde Heribertha haar vlechten en hing die in de boom. Ook haar vader bekeerde zich en besloot zich als monnik te vestigen in de abdij van Saint-Valéry-sur-Somme in Picardië, eigenaar van de grond bij Overasselt. De volgelingen van de roverhoofdman vonden diens bekering maar niets. Uit woede verbrandden ze zijn huis. Monniken die jaren later een bezoek brachten aan Overasselt vanuit de abdij in Picardië troffen bij Overasselt een afgebrand huis aan. Ter ere van de kracht van de genezende boom stichtten zij op die plek een kapel.

In haar boek Heidens Nederland, schrijft historica Judith Schuyt, dat er gedurende langere tijd waarschijnlijk een kluizenaar in de kapel heeft geleefd. Maar het kapelletje, dat geregeld slachtoffer werd van oorlogsgeweld, verviel steeds meer tot een ruïne. In 1986 besloot de nieuwe eigenaar, monumentenstichting 'Baet en Borch', de ruiïe te restaureren. In haar enthousiasme overwoog de stichting de heilige eik om te hakken omdat de boom te dicht bij de kapel stond. Op het laatste moment is dit onzalige plan tegengehouden.

Bomen werden volgens heidense overlevering bij uitstek geschikt geacht om ziekten af te wenden. Het zogeheten koortsafbinden was het meest effectief als de zieke of diens familie 's ochtends vroeg een reepje stof ophing die de voorafgaande nacht op het lichaam van de zieke was gedragen. De boom zou de koorts dan overnemen. Bij het opbrengen van de lappen werd een toverspreuk uitgesproken.

Ook sneed een zieke zich wel onder de nagel 'in het leven' en vervolgens in de bast van de boom. Dan mengde hij of zij het bloed uit de vinger met het sap uit de boom. Of hij boorde een gat in de boom om een stukje vingernagel erin te leggen dan wel een stukje haar. Dat moest voldoende zijn voor genezing.

Heilige bomen zijn er niet veel meer. De meesten zijn omgehakt of omgewaaid. Ook over de toverspreuken is niet veel bekend. Wel dat zieken bij een boom in Overijssel een kousenband om de boom bonden met het rijmpje:

Olde Marolde, ik hebbe de kolde. Ik hebbe ze noe, ik geve ze oe. Ik bind ze hier neer, Ik krieg ze niet meer.

De lijder aan hoofdpijn bond een draad driemaal om het hoofd, maakte er dan een strop van en bond die aan de boom. De eerste vogel die er overheen vloog nam de pijn mee.

Ook processies bereiken de Sint Walrick-kapel niet meer. Wel is de ruiïe eindpunt van de Sint-Joristocht van Scouting Nederland. Links achter in de ruïne staat een zwart beeld van Maria met Jezus. De voet van Jezus is door het vele aanraken afgesleten. Het beeld is een replica van een Mariabeeld uit Lourdes en is meegenomen door katholieke scouts. Als ik het beeld van dichtbij wil bekijken, duikt er uit het niets een scout op. De kapel blijkt niet onbewaakt.

Henk Müller

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden