Koning bezit niet meer macht dan politici zelf toelaten

Politici moeten niet de Koning in de schoenen schuiven macht uit te oefenen, meent C.A.J.M. Kortmann. Die macht bestaat slechts bij hun gratie....

HET IS vermakelijk te zien wat voor aandacht enige opmerkingen van de fractievoorzitter van D66, Th. de Graaf, kunnen krijgen. Die wil, kort gezegd, de Koning geen deel meer doen zijn van de regering en zijn rol bij de kabinetsformatie tot nul reduceren. De Koning zou nog slechts een protocollaire functie vervullen en ook het vraagstuk van de ministeriële verantwoordelijkheid voor de leden van het koninklijk huis zou worden opgelost.

Dit alles is oude koek. Er werd uitgebreid over gediscussieerd en geschreven in de jaren zestig, zeventig en tachtig, zonder dat er veel veranderde. Alleen de kabinetsformaties geschiedden een aantal jaren meer en meer in de openbaarheid. Inmiddels is dat weer passé. Men onderhandelt weer in hoge mate in beslotenheid. Dat blijkt of lijkt toch efficiënter.

Ondanks het feit dat de ideeën van De Graaf alle oude koek zijn, namen de meeste politieke partijen er onmiddellijk en zelfs met enig misbaar afstand van. Van de meestal koningsgezinde politieke stromingen, zoals de VVD en het CDA, lag dat voor de hand. Maar de PvdA die toch reeds sinds mensenheugenis republikeinse standpunten inneemt, bleek nu zelfs plus royaliste que le Roi. Rehwinkel bleek geen behoefte aan discussie te hebben en H. Tjeenk Willink, vice-president van de Raad van State, vroeg zich zelfs af of de Koning niet meer bevoegdheden moet krijgen dan hij nu bezit.

Waar gaat het allemaal om? De discussie betreft de - veronderstelde - macht van de Koning. De Graaf en anderen gaan er als startpunt van uit dat de Koning aanmerkelijke macht bezit. Dit past uit het oogpunt van democratie zoals zij die zien niet bij een functionaris krachtens erfrecht en daarom, aldus de redenering, moet die macht worden beknot.

Het eigenaardige in deze redenering is dat zij niet vermeldt dat de Koning niet meer macht bezit dan de politici toestaan. Op de eerste plaats kan de Koning niet zelfstandig besluiten nemen. Hij behoeft medewerking van een minister voor elk zogeheten koninklijk besluit, dat overigens beter regeringsbesluit zou kunnen heten.

Maar, zo kan men vragen, kan de Koning dan niet van alles tegenhouden? Het antwoord is simpel: als een Koning langdurig dwars zou liggen, kan er worden gedreigd met een buitenstaatverklaring van langere of kortere duur. Kortom, de politici zijn de baas. De eventuele ruimte die een Koning krijgt, ontleent hij aan hen.

Maar wat dan met de aanwijzing van een formateur of informateur? Daar handelt de Koning toch op eigen houtje, zo vraagt men wel. Ook deze suggestie komt niet met de werkelijkheid overeen. Op de eerste plaats doet de Koning zijn aanwijzing niet dan na raadpleging van de fractievoorzitters van de Tweede Kamer. Als hun adviezen in één richting wijzen, is de Koning feitelijk gebonden. Bovendien, en ten tweede, als de Koning iemand aanwijst als (in-)formateur die een of meer fractievoorzitters niet zint, dat gaat men gewoon geen gesprek met zo'n (in-)formateur aan. Niemand is verplicht met zo'n functionaris te converseren, Een informateur heeft ook wel eens van een fractievoorzitter te horen gekregen dat laatstgenoemde geen heil zag in een gesprek.

Ten derde verliezen velen uit het oog dat ook tijdens een formatie de ministeriële verantwoordelijkheid bestaat. Een demissionaire premier (of andere minister) kan het staatshoofd duidelijk maken dat hij stante pede ontslag neemt, als de Koning een onaanvaardbare persoon zou willen aanwijzen als (in-)formateur. Kortom, ook hier kan de Koning niet meer dan 'de politiek' hem toestaat.

Daar komt nog bij dat geen enkele staatsrechtelijke regel de Tweede Kamer verbiedt om een voordracht voor de aanwijzing van een (in-)formateur aan de Koning te doen. Zij doet dat echter niet in de praktijk, maar moet dan ook niet klagen over eventuele macht van de Koning. En tenslotte blijft een geformeerd kabinet nog steeds aan de Kamers verantwoordelijk voor zijn eerste en verdere optreden.

De kwestie van de ministeriële verantwoordelijkheid voor de leden van het koninklijk huis en de koninklijke familie heeft 'de politiek' zelf in het leven geroepen. In de jaren zestig hebben de ministers van Staat, Drees en Oud, het concept van de afgeleide ministeriële verantwoordelijkheid voor leden van het koninklijk huis bedacht naar aanleiding van het voorgenomen huwelijk van prinses Irene. De constructie is niet te baseren op geschreven staatsrecht en ook overigens is zij moeilijk te verdedigen, nu men alleen verantwoordelijk kan zijn voor iets waartoe men bevoegd is. Wel, de leden van het koninklijk huis staan evenmin als u en ik onder het gezag van een minister, tenzij en voorzover zo'n lid krachtens de wet of op verzoek van de regering bepaalde publieke taken verricht. Ook hier tovert men dus eerst problemen uit de hoed die men vervolgens wil oplossen door de positie van de Koning te 'moderniseren'.

Een van de argumenten van De Graaf voor zijn 'modernisering' is dat in de zeven andere Europese monarchieën de Koning geen deel uitmaakt van de regering. Formeel is dit juist, maar het lidmaatschap van de regering is meer een kwestie van naamgeving dan een aanduiding van de werkelijke bevoegdheden of de werkelijke macht van de Koning. Zo tekent in de meeste Europese monarchieën de Koning net zoals hier de besluiten van 'zijn' regering. Leest men over de 'macht' van de monarch in die landen, dan krijgt men de indruk dat die zeker in België, Luxemburg en Spanje groter is dan in Nederland.

Het bovenstaande is geen pleidooi voor of tegen de monarchie in het algemeen. Die kwestie is een politiek vraagstuk. Wel is het een poging duidelijk te maken dat men de Koning niet macht in de schoenen moet schuiven, waar niet hij, maar de politici zelf de oorzaak van zijn. Enige nuchterheid kan bij staatkundige discussies geen kwaad. Die lijkt bij een aantal politici en media te ontbreken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden