Kleine boef met opgepompt imago (Gerectificeerd)

Paul Wilking kon zijn eigen pr prima verzorgen. De zelfbenoemde 'Ongekroonde Koning van de Amsterdamse Onderwereld' bekende niet lang geleden dat hij nooit echt tot de penose behoorde....

Marcel van Lieshout

De laatste keer dat de maandag overleden Paul Wilking alias Pistolen Paultje in de publiciteit opdook als verdachte in dubieuze zaakjes, heette de 'aanklager' Peter R. de Vries. Die had in maart 2002 met de verborgen camera vastgelegd hoe Wilking handelde in vervalste schilderijen van Herman Brood.

'Hij voelde de bui al hangen', herinnert De Vries zich het moment waarop hij bij het huis van de verdachte in de Amsterdamse Van Breestraat aanbelde. 'Een paar seconden later klinkt door de intercom dat heel karakteristieke stemgeluid van Paul: 'U spreekt met de chauffeur van de heer Wilking. Nee, nee, de heer Wilking is er niet.' Hij bleef het maar volhouden.'

Nu nog moet De Vries lachen om de ontmaskering, vooral omdat zij zo tekenend is voor Pistolen Paultje. 'Een poseur, acteur, man van het amusement. Iemand die zijn eigen imago altijd goed kon oppompen.' De zaak met de vervalste Brood-schilderijen liep met een sisser af.

Liet de voormalige, zelfbenoemde 'Ongekroonde Koning van de Amsterdamse Onderwereld' het er dan zomaar bij? De Vries: 'Ach, ik kreeg eens een ansichtkaart waarop in onbeholpen Nederlands stond dat binnenkort twee negers zouden langskomen. . .'

Dreigen, liefst in alle openbaarheid, deed Pistolen Paultje wel vaker. Dat paste bij zijn imago als 'boef'. De laatste decennia trad hij vooral naar buiten als bestrijder van dierenmishandeling. Dierenbeulen zouden het bezuren en voor dat soort klusjes had hij zo zijn 'vriendjes'.

Vermoedelijk is de wraaklust binnen de perken gebleven, getuige het feit dat een respectabele organisatie als de Dierenbescherming hem nog vorig jaar tot dierenbeschermer van het jaar benoemde.

Paul Wilking wordt op 19 april 1924 in de Jan Luykenstraat in Amsterdam geboren. Al op de middelbare school handelt hij in wapens. Zijn kennis ervan poetst hij verder op als hij tijdens de Tweede Wereldoorlog tot een knokploeg van het verzet toetreedt. 'We pikten wapens van de Duitsers, die we dan weer leverden aan andere groepen.'

Na de oorlog belandt hij in de horeca om daarna vermogen te maken met 'de handel' in van alles: kunst, zonnebrillen en horloges. Maar het grote geld verdient hij met wapenhandel. In de jaren zestig en zeventig levert hij naar eigen zeggen aan het Algerijnse verzet, de Congolese leider Mobutu en Papandreou, de latere president van Griekenland.

In die tijd wordt Pistolen Paultje landelijk bekend . Niet in de laatste plaats omdat hij zelf graag hoog opgeeft over zijn contacten in de onderwereld.

Afrekeningen zijn dan nog zeldzaam, maar voor spannende verhalen gaat de pers vaak bij hem te rade.

Zorgvuldig bewaakt hij zijn imago als boef. Liefst laat hij zich fotograferen in een kaftan, gezeten op de bank, met aan de muur een indrukwekkend wapenarsenaal. Of anders laat hij zich wel vereeuwigen in een snelle auto die hij overigens van prins Bernhard, van prins Claus of van Clint Eastwood zou hebben overgenomen.

'Er zat veel show bij. Ik zal het eerlijk zeggen: ik heb nooit echt deel van de onderwereld uitgemaakt', bekent hij in 2002 in Trouw. Hij was meer van het niveau van de in 1996 overleden Simon Adriaanse alias Frits van de Wereld, zegt Peter R. de Vries. 'Amusante mannen met sterke verhalen. Uit de tijd dat het nog zo gezellig was onder de penose.'

Paul Wilking is 80 jaar geworden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden