Klein gebrek geen bezwaar

..

Jan Lips, op 4 september op 69-jarige leeftijd in Rijswijk overleden, was een blijmoedig en taai vechter voor meer rechten en betere faciliteiten voor gehandicapten. Hij was het eerste bestuurslid met een handicap van de Nationale Raad voor de Volksgezondheid. Hij was spastisch en moest vanuit een rolstoel de wereld veroveren. Daar begon hij al vroeg mee. Toen hij als jongetje van 6 zijn eerste communie moest doen, zei de pastoor dat Jan vanwege de rolstoel niet bij de feestelijke plechtigheid in de kerk aanwezig kon zijn. Na de mis zou de pastoor hem thuis de communie brengen. Jan antwoordde: ‘Als ik niet in de kerk mag komen, doe ik helemaal geen communie.’

Hij werd als enig kind in Breda geboren. Zijn vader was stoffeerder en zijn ouders wilden hem zo gewoon mogelijk opvoeden. Aanvankelijk wilde de lagere school hem niet toelaten, omdat hij niet alleen naar de wc kon. Uiteindelijk bond de school in. Jan sloeg een klas over en blonk uit op het lyceum. Hij was geïnteresseerd in sport, ging op zondag met zijn vader naar de Bredase voetbalclub NAC en werd een fervent balletliefhebber. ‘Als ik ooit nog eens op de wereld terugkom, dan graag als balletdanser.’

Hij studeerde economie in Tilburg. Vriendjes brachten hem thuis cassettes met de colleges. Hij was een doorzetter en na zijn doctoraal vroeg zijn hoogleraar hem assistent te worden. In 1965 trouwde hij met Ria, die hij had leren kennen in de chocolateriewinkel op de markt, waar zij filiaalhoudster was. Ze gingen in Tilburg wonen. In 1969 werd hij beleidsmedewerker van Marga Klompé, minister van CRM. Hij mocht haar dienstauto gebruiken. ‘Enige list’, zei een vriend, ‘was Jan niet vreemd.’

Zijn ervaringen als gehandicapte waren van grote waarde bij het uitstippelen van het regeringsbeleid. Hij was kundig en scherp; zeker zo belangrijk waren zijn charme en humor. Een verschrikte nieuwe secretaresse verwelkomde hij met: ‘Zoals je ziet, kan ik met mijn handen niet goed uit de voeten. En met mijn voeten ben ik ook niet handig.’ Tegen een jonge gehandicapte vrouw die zich schaamde voor haar driewieler zei hij: ‘Ach meid, iedereen wordt krakkemikkig, maar als wij oud worden, weten we al hoe we met gebreken moeten omgaan.’ Hij had een luide lach, werd nooit kwaad, maar hield vol tot hij zijn zin had. Lobbyen kon hij als de beste. Hij was een van de allereersten die vocht voor het persoonsgebonden budget, zodat je zelf kunt uitmaken hoe je het toegewezen geld voor hulp besteedt. Niet alleen hulp thuis, maar ook – zo je wilt – op de sportclub of kantoor, zodat je kunt blijven trainen en werken.

Hij had veel vrienden, zat in talloze stichtingen en reisde in zijn rolstoel met zijn vrouw de wereld rond. Hij bestudeerde het boeddhisme en was ervan overtuigd dat mensen elkaar moeten helpen om zichzelf te vinden. ‘Bij mijn geboorte had ik pech, maar daarna heeft het geluk me altijd toegelachen’, zei hij. Hij ging graag naar de film en theater, genoot van het rolstoelvriendelijke uitgaansleven, en verdrietige medegehandicapten nam hij mee naar het café of naar buiten in de natuur. Hij monterde hen op en gaf hen zelfvertrouwen: ‘Ook gij gehandicapte zult het leven vieren.’ Op de crematie zei een vriend: ‘Ik hoop dat de hemel rolstoeltoegankelijk is, anders krijgen ze daar nog moeilijkheden.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden