Column Nico Dijkshoorn

Klassen vol met proleten zitten iedere dag heel hard te lachen om hun eigen mislukte leven

Ik was ooit bijna leraar en liep stage op een school waar jongens werden klaargestoomd om onder motorkappen te kijken, de inkt te controleren in een drukkerij of het stuur van een fiets recht te zetten. Ik besloot ze twee uur lang over Gerard Reve te vertellen. Een van de jongens had weleens over hem gehoord. ‘Is dat niet die flikker, die met een ezel heeft geneukt?’ Ik antwoordde: ‘Nee, jij wordt over twee jaar zelf keihard door een ezel, luisterend naar de naam Maatschappij, in je benauwde kontje genomen.’

Vreemd genoeg werd mijn antwoord met hard gelach ontvangen. Dit begrepen ze. Oog om oog, tand om tand. Dat hoorden ze thuis van hun vader. ‘Als jij ze niet pakt, dan pakken ze jou.’ Ik stond opeens bekend als een leuke bijna-leraar. Ik leek de jeugd te begrijpen. Ik heb daarna nog twee keer een dubbeluur les gegeven over mijn favoriete schrijver. In de schoolbibliotheek was De avonden van Gerard Reve maanden lang uitgeleend.

In deze tijd zou ik onmiddellijk zijn geschorst. Mijn reactie op de flikkervraag zou met een telefoon zijn gefilmd en al tijdens mijn les zouden ze in de rest van de school en meteen daarna in de rest van Nederland hebben gehoord en gezien dat ik graag wilde dat een toekomstige ijzerwinkelbediende oneerbaar in zijn droge vossenhol werd genomen. Ik zou kansloos zijn geweest.

Nu er zich in korte tijd enkele incidenten hebben voorgedaan – een leraar geeft een leerling een duw, een leraar blijkt tijdens de les blote tieten te kijken – denk ik terug aan de tientallen keren dat ik moest luisteren naar een eindeloze reeks verhalen over leraartje pesten. Nederlanders, en misschien ook wel Polen en Australiërs, praten het liefst over drie dingen: hun gezondheid, het openbaar vervoer en hoe ze ooit een leraar of lerares langzaam op de knieën hebben gekregen.

Een raar soort trots. Veel te enthousiast heb ik voormalige vrienden horen vertellen over terreur in een klaslokaal. ‘We wisten dat onze wiskundeleraar van schaken hield. Vroegen we of hij dat weekend nog een partij had gespeeld en of hij de zetten dan voor ons op het bord kon schrijven, zodat wij die partij thuis na konden spelen. Werd die man helemaal blij. Hij dat hele bord volschrijven, draaide hij zich om, hadden we ons allemaal uitgekleed.’

Talloze verhalen heb ik gehoord over de hunkering naar vernederen en iedere keer dacht ik: die leraar heeft een beroep, die gaat blij naar zijn werk, want hij wil kinderen iets leren. Die heeft zes jaar gestudeerd om jou de kleur van een bepaalde planeet uit te kunnen leggen of de werking van een waterkraan.

Eigenlijk is er, ondanks alle ophef nu, dus helemaal niets veranderd. Klassen vol met proleten zitten iedere dag heel hard te lachen om hun eigen mislukte leven. Ze denken dat ze daar net aan beginnen, maar ik weet wel beter: het is afgelopen.

Mensen die leraren treiteren of hebben getreiterd, ze zullen nooit veranderen. Zij blijven dat een leven lang met zich meedragen, al weten ze het zelf niet. Alle leerlingen die leraren filmen met hun telefoon en alle volwassenen die staan op te snijden over hun treiterend verleden, ze gaan er ooit achter komen: hun leven was al mislukt toen ze nog maar 12 jaar oud waren. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden